30 957
Oprichting Stichting Dr. S. van Mesdag Kliniek

nr. 2
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 april 2007

Inleiding

In de brief van 16 maart 2007, met als kenmerk 07-Just-B-009, heeft de Vaste Commissie voor Justitie verzocht de Tweede Kamer nader te informeren over de gevolgen van de verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek voor andere klinieken, de stand van zaken met betrekking tot de invoering van de Diagnose Behandeling en Beveiligingcombinaties (DBBC’s) en een reactie te geven op de brief van de ondernemingsraad van de Van Mesdagkliniek. Met deze brief wordt aan dit verzoek voldaan.

Gevolgen van de verzelfstandiging voor andere klinieken

Verzelfstandiging rijksklinieken

De redenen voor de verzelfstandiging van de Van Mesdagkliniek zijn toegelicht in de brief van de Minister van Justitie van 7 februari 2007, Staten-Generaal 2006–2007, 30 957, A en nr. 1. Eén van de redenen, betrof de wenselijkheid om te komen tot een nauwe en volledige samenwerking met de geestelijke gezondheidszorg. In casu gaat het om de samenwerking van de Van Mesdagkliniek met het huidige Lentis (voorheen GGZ-Groningen).

In het geval van de Van Mesdagkliniek is aanvankelijk samenwerking gezocht met GGz-Groningen vanwege de bestuurlijke crisis waar de kliniek zich in bevond. De samenwerking bleek een positieve uitwerking te hebben op bestuurlijk en behandelinhoudelijk terrein. De nu voorliggende verzelfstandiging is een logische voortzetting van deze samenwerking. Met de verzelfstandiging verwacht ik de huidige voordelen van de samenwerking verder uit te bouwen.

Voorts wordt melding gemaakt van het streven een eenduidige aansturing van het tbs-veld te realiseren. De wijze waarop de verzelfstandiging van de Van Mesdagkliniek vorm krijgt, is een stap in de richting van deze eenduidige sturing. Vanuit het perspectief van de eenduidige aansturing ligt het voor de hand de vraag te stellen waarom de overige twee tbs-rijksklinieken niet tegelijkertijd worden verzelfstandigd.

Zoals hierboven is aangegeven, is de verzelfstandiging van de Van Mesdagkliniek een op zichzelf staand bestuurlijk proces geweest, gebaseerd op de lokale behoefte en merites. Daarbij is overigens wel aangesloten bij een aantal algemene ontwikkelingen die zich in de zorg hebben voorgedaan. De belangrijkste daarvan is de introductie van marktwerking in de gezondheidszorg. De ontwikkeling van een inkoopfunctie bij justitie van (GGz-)zorg, een onderdeel van het project Vernieuwing Forensische Zorg, is een uitwerking daarvan.

Deze plannen, die een integraal onderdeel vormen van de voorstellen van de commissie-Visser, berusten op een aantal aannames, zoals wat betreft het ontstaan van een groter en breder aanbod van plaatsen in GGz-instellingen voor forensische patiënten. Echter, in de praktijk zal eerst moeten blijken dat deze verwachte voordelen zullen uitkomen.

Zowel de verzelfstandiging van de Van Mesdagkliniek, als het functioneren van het inkoopstelsel worden te zijner tijd geëvalueerd. Pas daarna is eventuele verzelfstandiging van de overige klinieken opportuun.

Bevoegdheden ten aanzien van particuliere inrichtingen

Ter compensatie van het verlies van de rijksstatus, is in de concept-statuten van de toekomstige stichting een aantal bevoegdheden van de minister van Justitie opgenomen. Daarbij was het uitgangspunt het verlies aan bevoegdheden (vanwege de overgang van rijks- naar particuliere instelling), op afdoende wijze in de statuten te compenseren. Dit verklaart waarom deze statuten een rijk arsenaal aan bevoegdheden bevatten.

In het kader van het project VFZ wordt inmiddels gewerkt aan de voorbereiding van wetgeving waarin de bevoegdheden van de minister van Justitie ten aanzien van particuliere tbs-klinieken zal worden geregeld. Uitgangspunt bij de discussie over deze wetgeving zijn de bevoegdheden in de statuten van de Van Mesdag-kliniek. Er zijn hierover echter nog geen definitieve beslissingen genomen. Momenteel ben ik in gesprek met alle betrokken organisaties over dit onderwerp, waaronder met name GGz-Nederland. Zodra deze zijn afgerond zal ik u over de resultaten daarvan informeren.

Brief van de ondernemingsraad

De ondernemingsraad van het Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag Groningen heeft een aantal bezwaren tegen de voorgenomen verzelfstandiging van de Van Mesdagkliniek genoemd in haar brief van 8 maart 2007 die in afschrift naar de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer is gestuurd.

Uw Commissie heeft verzocht op de door de Ondernemingsraad (OR) genoemde bezwaren nader in te gaan. Deze betreffen, kort samengevat, dat de argumenten die zijn genoemd voor verzelfstandiging niet sterk genoeg zijn om deze beslissing te rechtvaardigen. De OR noemt daarbij specifiek: het tot stand brengen van een level playing field voor de tbs-klinieken, het verbeteren van de sturingsrelatie met het tbs-veld en het verbeteren van de door- en uitstroom. Verder geeft de OR aan dat niet duidelijk is welke vraagstukken door de verzelfstandiging worden opgelost.

Op het argument van het leven playing field ben ik hierboven reeds ingegaan. Zoals in die vorige paragraaf reeds is besproken, brengt de invoering van een inkoopfunctie mee dat aan een aantal randvoorwaarden voor het goed functioneren daarvan, moet zijn voldaan.

Het verbeteren van de sturingsmogelijkheden van de minister van Justitie en aldus een meer eenduidige sturingsrelatie met het gehele tbs-veld, dient er toe de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie voor de tenuitvoerlegging van strafvonnissen beter te kunnen realiseren. Dit inkoopstelsel zal vanaf 1 januari 2008 gaan functioneren.

Ten aanzien van een verbetering van de door- en uitstroom, merk ik op dat hiervoor nauwe samenwerking met tussen tbs-klinieken en de de GGz noodzakelijk is. Dit kan op meerdere manieren worden vormgegeven. Zonder twijfel kunnen ook samenwerkingsovereenkomsten hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Echter, als de Van Mesdagkliniek niet wordt verzelfstandigd en de institutionele verschillen tussen de Van Mesdagkliniek en Lentis blijven bestaan, zal dit drempels opwerpen voor een goede samenwerking. Ik acht dit niet wenselijk.

Zowel de Inspectie voor de Gezondheidszorg als TNO hebben geconstateerd dat door de samenwerking voordelen zijn behaald. De verwachting is dat in de toekomst, naast het verbeteren van de door- en uitstroom, nog meer voordelen te behalen zijn ten aanzien van het werven van psychiaters, het gezamenlijk creëren van vervolgvoorzieningen, de uitwisseling van personeel en de daarmee gepaard gaande kennisontwikkeling en -deling, de gezamenlijke ontwikkeling van onderzoeksprogramma’s en het eenvoudiger starten van samenwerkingsverbanden.

Het niet laten doorgaan van de verzelfstandiging zal waarschijnlijk een negatief effect hebben op de samenwerkingsrelatie tussen de Van Mesdagkliniek en Lentis. Te vrezen valt dat de in het perspectief van de verzelfstandiging geboekte resultaten verloren gaan.

Diagnose behandel en beveiligingscombinatie (DBBC)

Het project Vernieuwing Forensische Zorg (VFZ) heeft tot doel om, ter uitvoering van de motie Van de Beeten, een naadloze aansluiting tot stand te brengen tussen justitiële en curatieve voorzieningen. Zowel in het rapport van de commissie-Visser, als in het kabinetsstandpunt op dit rapport en het bijbehorende plan van aanpak, worden de plannen ter uitvoering van deze motie ondersteund.

De in te richten inkooporganisatie zal de benodigde zorg inkopen bij zorginstellingen. Deze zorg zal worden gedefinieerd in Diagnose Behandel Combinaties (zoals gebruikelijk is in de gezondheidszorg); nu het om de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke titels gaat, is daar een beveiligingscomponent aan toegevoegd, vandaar DBBC.

Momenteel worden de DBBC’s opgesteld; de verwachting is dat dit proces in juli 2007 kan worden afgerond, waarna vanaf 1 januari 2008 met de implementatie kan worden begonnen.

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak

Naar boven