30 957
Oprichting Stichting Dr. S. van Mesdag Kliniek

A
nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 februari 2007

Inleiding

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 8 februari 2007.

De wens over de voorgenomen rechtshandeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk 28 maart 2007.

Het oordeel dat de voorgenomen rechtshandeling een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft kan door een van beide Kamers worden uitgesproken uiterlijk op 28 maart 2007 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.

Bij de termijnen is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer.

Hierbij deel ik u in overeenstemming met het oordeel van de ministerraad mede, dat ik het voornemen heb om de privaatrechtelijke stichting Dr. S. van Mesdagkliniek op te richten. Met deze mededeling geef ik gevolg aan het bepaalde in artikel 34, eerste lid, van de Comptabiliteitswet. De statuten van de op te richten stichting Dr. S. van Mesdagkliniek heb ik bijgevoegd1. De oprichting van de stichting betekent dat het huidige dienstonderdeel de Dr. S. van Mesdagkliniek (hierna de Van Mesdag-kliniek) wordt verzelfstandigd. Eerder bent u onder andere bij brief van 1 maart 2004 (TK 2003–2004, 29 542, nr. 1) en recent op 16 juni 2006 in het kabinetsstandpunt op het rapport van de Tijdelijke commissie onderzoek tbs (TK 2005–2006, 30 250, nr. 9) op de hoogte gesteld van dit voornemen.

Achtergrond en context; doelstelling

Een belangrijke doelstelling van het tbs-beleid is het tot stand brengen van een nauwe en intensieve samenwerking tussen tbs- en GGz-instellingen. In het recente kabinetsstandpunt tbs naar aanleiding van het rapport-Visser is deze doelstelling opnieuw benadrukt. Aldus kunnen beide organisaties profiteren van elkaars kennis, ervaring en infrastructuur; voorts is de door- en uitstroom van tbs-gestelden naar de GGz gediend met een intensieve samenwerking tussen de tbs- en GGz-instellingen.

In Groningen heeft de samenwerking tussen de Van Mesdag-kliniek en Lentis (voorheen GGz Groningen)2 reeds in 1999 een aanvang genomen. De directe aanleiding daarvoor was dat in de Van Mesdag-kliniek zich destijds organisatorische en behandelinhoudelijke problemen hadden voorgedaan, die een zodanig karakter hadden dat bestuurlijke ingrepen onvermijdelijk bleken te zijn.

Na een reorganisatie onder leiding van een interim-directeur, bleek de voorzitter van de Raad van Bestuur van Lentis bereid te zijn de leiding van de Van Mesdag-kliniek op zich te nemen, mits beide instellingen een gelijke juridische positie zouden innemen. Daarom is destijds reeds besproken dat, voor een optimale samenwerking met Lentis, een private instelling, zou worden gestreefd naar een verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek, een rijkskliniek.

Uit een rapport van de Inspectie voor de Volksgezondheid uit 2001 en een evaluatierapport van TNO uit 2003 is gebleken dat door deze samenwerking de situatie bij de Van Mesdag-kliniek sterk is verbeterd. Dit betreft vooral de kwaliteit van de zorg en behandeling, professionalisering van het personeel en een geïntegreerde visie op beveiliging en behandeling. De voordelen die zijn behaald kunnen in de toekomst door verzelfstandiging verder worden uitgebouwd en verbreed.

Het verzelfstandigingsproces is in 2002 in gang gezet. In het kabinetsstandpunt op het rapport van de commissie-Kosto is vastgesteld dat gestreefd diende te worden naar een nauwe en volledige samenwerking tussen tbs- en GGz-instellingen. De voorbereiding van de verzelfstandigingen van de Van Mesdag-kliniek was een directe uitvoering van dit beleidsstandpunt.

Voorbeeld voor de gewenste samenwerking was de overeenkomst tussen GGz-Nijmegen en de particuliere justitiële tbs-instelling de Pompe-kliniek.

De verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek zoals die in deze brief wordt voorgesteld, is een logische voortzetting van de intensieve samenwerking die vanaf 1999 met Lentis tot stand is gekomen. Verwacht wordt dat aldus bestuurlijke continuïteit bij de Van Mesdag-kliniek kan worden gerealiseerd waardoor de reeds behaalde voordelen verder kunnen worden versterkt. Het handhaven van de rijks-status van de Van Mesdag-kliniek zou daarentegen een grote belemmering zijn voor een voortzetting van de concrete samenwerking; het spreekt voor zich dat daarvan een ongewenste landelijke uitstraling zou kunnen uitgaan.

Verzelfstandiging van rijksinstellingen

De verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek vindt plaats in een tijdsgewricht waarin het op afstand plaatsen door de rijksoverheid van instellingen die een primaire overheidstaak uitvoeren niet meer vanzelfsprekend is. In het rapport van de commissie Kohnstamm en de kabinetsreactie daarop (TK 2004–2005, 25 268, nr. 20) is het uitgangspunt gekozen dat rijkstaken zoveel mogelijk onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid dienen te worden uitgevoerd. Er is geen twijfel over dat dit ook geldt voor de tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel. Verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek behoeft derhalve een bijzondere verantwoording.

Voor het antwoord op de vraag hoe de tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel vorm dient te krijgen, gegeven de volledige ministeriele verantwoordelijkheid, dient niet de positie van de Van Mesdag-kliniek centraal te worden gesteld, maar de positie van de tbs-voorzieningen als zodanig.

Tevens dient het tweezijdige karakter van de tbs-maatregel in ogenschouw te worden genomen. Zoals in het kabinetsstandpunt op het rapport van de commissie-Visser is uiteengezet kenmerkt de tbs-maatregel zich door het feit dat het een strafrechtelijke sanctie is, waarin recidivebestrijding wordt nagestreefd door het verlenen van zorg.

Dit tweezijdige karakter vertaalt zich in de wijze waarop de organisatie van de tbs-maatregel vorm krijgt. In de paragraaf over de bevoegdheden van de minister van Justitie wordt daarop terug gekomen.

Reeds in het IBO-II rapport alsmede in het daaropvolgende rapport van de commissie-Kosto, is geconstateerd dat de sturing over het tbs-veld versnipperd is. De oorzaak daarvan is gelegen in het feit dat naast justitiële particuliere instellingen en niet-justitiële particuliere instellingen, tevens rijksklinieken bestaan. Ten aanzien van al deze klinieken heeft de minister van Justitie een andere sturingsrelatie.

Op basis daarvan is in het rapport van de commissie-Kosto de aanbeveling gedaan om tot een eenduidige positie van tbs-voorzieningen te komen.

Vervolgens is in het rapport ter uitvoering van de motie Van de Beeten (EK 2003–2004, 28 979, E), waarin de verwante problematiek inzake de stagnatie in de door- en uitstroom van tbs-instellingen naar ggz-instellingen wordt besproken, geconstateerd dat de minister van Justitie meer mogelijkheden tot sturing dient te krijgen ten aanzien van de tbs-voorzieningen.

Daartoe wordt aanbevolen om de financiering van de forensische zorg op de justitiebegroting te plaatsen, waardoor het mogelijk wordt zorg in te kopen, alsmede de daarvoor vereiste bevoegdheden in kaart te brengen.

In het onderzoek van de commissie-Visser wordt aangegeven dat de sturing van de minister van Justitie op de tbs-voorzieningen versterkt wordt door het uitvoeren van de voorstellen om zorg in te kopen. De voorstellen naar aanleiding van de motie Van de Beeten worden ondersteund, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan.

In het kabinetsstandpunt op het rapport van de commissie-Visser is aangegeven dat daarbij past dat de Van Mesdag-kliniek wordt geprivatiseerd. Voorts zal wetgeving worden opgesteld waarin de bevoegdheden van de minister van Justitie worden geregeld. Vooruitlopend op deze regelgeving zijn de belangrijkste bevoegdheden in de statuten, reglementen en de subsidievoorwaarden van de Van Mesdag-kliniek opgenomen.

Bij het opstellen van de bevoegdhedenwetgeving zal, mede ter uitvoering van de motie Van de Beeten, de samenhang worden bezien met de wetgeving op het terrein van de zorg, waarzonder de Wet toelating zorginstellingen, de Wet marktordening gezondheidszorg, de Kwaliteitswet zorginstellingen, en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

De toepasselijkheid van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden garandeert dat maatregelen van de minister van Justitie ten aanzien van tbs-gestelden door de Van Mesdag-kliniek dienen te worden uitgevoerd.

Bevoegdheden minister van Justitie ten aanzien van de Van Mesdag-kliniek

Omdat een einde komt aan de directe verantwoordelijkheid van de centrale overheid zijn in de concept-statuten van de Van Mesdag-kliniek bevoegdheden opgenomen voor de minister van Justitie.

De belangrijkste bevoegdheden zijn:

a. De instemming met de benoeming van de leden van de raad van bestuur;

b. Indien de minister van Justitie van oordeel is dat het bepaalde bij of krachtens de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, kan hij het hoofd van de inrichting een schriftelijke aanwijzing geven. In de aanwijzing geeft de minister van Justitie met redenen omkleed aan op welke punten het bepaalde bij of krachtens deze wet niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de maatregelen genomen dienen te worden. Indien de aanwijzing niet wordt opgevolgd en/of het hoofd van de inrichting naar het oordeel van de minister van Justitie zijn taak ernstig verwaarloost, kan de minister zelf voorzien in het uitoefenen van de bevoegdheden van het hoofd van de inrichting, het hoofd van de inrichting schorsen en zo nodig een bewindvoerder aanstellen en het hoofd van de inrichting voordragen voor ontslag.

c. Een lid van de raad van bestuur kan worden geschorst en ontslagen door de raad van toezicht, met voorafgaande goedkeuring van de minister van Justitie.

d. Voor bepaalde besluiten van de raad van bestuur is de toestemming van de raad van toezicht vereist; ten aanzien van het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen is de machtiging of toestemming van de minister van Justitie vereist.

e. Verplichting tot het verstrekken van iedere door de minister van Justitie gewenste informatie.

f. Het bestuursreglement van de raad van bestuur en het reglement raad van toezicht dienen door de minister van Justitie te worden goedgekeurd.

g. Voor besluiten tot wijziging van de statuten, juridische fusie en/of juridische splitsing, is voorafgaande toestemming van de minister van Justitie vereist.

h. Een van de leden van de raad van toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van de minister van Justitie.

i. De raad van toezicht benoemt één van de leden van de raad van toezicht tot voorzitter, na overleg met de minister van Justitie.

Met de bevoegdheden die in de statuten zijn opgenomen zijn alle betrokken partijen akkoord gegaan. Aldus is de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie voor de tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel gegarandeerd.

Toezicht

De verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek brengt geen verandering in het toezicht dat op de kliniek wordt uitgeoefend. Financiële verantwoording vindt plaats via de reguliere procedures die de kliniek onderhoudt met de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), een dienstonderdeel van het ministerie van Justitie. In het kader van deze financiële relatie vinden regelmatig gesprekken, waaronder bespreking van de jaarplannen en de jaarverslagen.

Het toezicht op de kwaliteit van de zorg wordt uitgeoefend door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het toezicht op de tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel wordt uitgeoefend door de Inspectie voor de Sanctietoepassing. Hierin komt duidelijk de gedeelde verantwoordelijkheid van de minister van VWS (zorg) en de minister van Justitie (tenuitvoerlegging van de tbs maatregel) tot uitdrukking.

Algemene Rekenkamer

De op te richten stichting is, net als de bestaande particuliere tbs-inrichtingen, een rechtspersoon met een wettelijke taak. De Algemene Rekenkamer heeft op basis van artikel 91, lid 1 onder d van de Comptabiliteitswet controlebevoegdheden bij de stichting. Ik heb mijn voornemen tot oprichting van de stichting Dr. S. van Mesdag Kliniek en de concept-statuten van de nieuwe stichting ter commentaar voorgelegd aan de president van de Algemene Rekenkamer. Inmiddels heeft de Algemene Rekenkamer aangegeven geen opmerkingen hierover te hebben. De reactie van de Algemene Rekenkamer heb ik bijgevoegd.

Financiën

De verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek brengt (eenmalige) pensioenkosten met zich mee. Hier tegenover staan toekomstige besparingen op de huisvesting. Over het geheel genomen verloopt – wanneer kosten en besparingen worden gesaldeerd over een periode van 10 jaar – de verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek budgettair neutraal.

Huisvesting

De stichting Van Mesdag wordt eigenaar van de gebouwen. Met de Rijksgebouwendienst bestaat overeenstemming over de verkoop van de gebouwen aan de nieuwe stichting.

Overgang personeel

Alle medewerkers zullen werkzaam zijn in de nieuwe stichting. Zij krijgen binnen de nieuwe stichting hun oude, ongewijzigde functie aangeboden. Momenteel vindt overleg plaats met de vakbonden van het overheidspersoneel over de overgang van het personeel. Er is reeds overeenstemming bereikt over een concept sociaal plan.

Medezeggenschap

Met de medezeggenschapsorganen is overleg gevoerd over de verzelfstandiging. Ik heb de ondernemingsraad van de Van Mesdag-kliniek en de groepsondernemingsraad tbs in de gelegenheid gesteld hun standpunt over de verzelfstandiging van de Van Mesdag-kliniek als zodanig kenbaar te maken. Beide standpunten zijn bij deze brief gevoegd1.

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

GGz Groningen heet per 1 februari 2007 Lentis.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven