Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 september 2011
Met deze brief voldoe ik aan het verzoek dat in de Regeling van werkzaamheden van 6 september 2011 wordt gedaan. Er is verzocht
om een brief met de stand van zaken rond de uitvoering van de motie Rouvoet met betrekking tot de hoge beveiligingskosten
van Joodse instellingen en een reactie op het onderzoek van het Nieuw Israëlietisch Weekblad waarin een kostenberekening staat.
Bijgevoegd is mijn brief van 13 september 2011 waarin de vragen worden beantwoord van de leden Recourt en Marchouch over de
beveiliging van Joodse instellingen (2011Z16311).
Ik geef op de volgende wijze uitvoering aan de motie Rouvoet:
-
▪ De inlichtingen en veiligheidsdiensten zijn opnieuw gevraagd mij te informeren over dreiging en risico ten aanzien van joodse
gemeenschap en haar culturele, religieuze of onderwijsinstellingen in ons land.
-
▪ Eind september is een gesprek gepland met vertegenwoordigers van de Joodse Gemeenschap, in het kader van de uitvoering van
de motie en andere beveiligingsgerelateerde zaken. Aanvullend op het overleg dat op reguliere basis plaatsvindt met vertegenwoordigers
van de Joodse gemeenschap.
-
▪ De informatie van de inlichtingen en veiligheidsdiensten over de aard en omvang van de problematiek vormt het uitgangspunt
voor gesprekken met gemeenten, teneinde tot een oplossing te komen voor de (kosten van) beveiliging.
Ik licht mijn aanpak van de motie als volgt toe.
Het is de taak van de rijksoverheid breed in te zetten op veiligheid opdat burgers en organisatie niet hoeven over te gaan
tot het plaatsen van hoge hekken of camera’s om zich veilig te voelen. Bewaken en beveiligen is het sluitstuk. In de anti-discriminatiebrief
(uw kenmerk 2010–2011, 30 950, 34) die u recent is toegestuurd staan de maatregelen die de het kabinet neemt om discriminatie tegen te gaan, aanvullend op
het actieprogramma «bestrijding van discriminatie». Het kabinet neemt in de volle breedte maatregelen om discriminatie, waaronder
antisemitisme, tegen te gaan en meer veiligheid te creëren. Ik zet zwaar in op preventieve maatregelen, maatregelen om (gevoelens
van) onveiligheid in buurten tegen te gaan, maatregelen gericht op het vergroten van de aangiftebereidheid en maatregelen
gericht op een effectievere opsporing en vervolging.
Het stelsel bewaken en beveiligen regelt het nemen van beveiligingsmaatregelen voor personen, objecten en diensten. Het is
de verantwoordelijkheid van het rijk er voor te zorgen dat dit stelsel een gelijke en adequate uitwerking heeft als er sprake
is van dreiging of risico. Aard en omvang van dreiging en risico zijn het uitgangspunt voor het nemen van adequate beveiligingsmaatregelen.
Een vijandige bejegening in de openbare ruimte of in de media vereist een andere benadering dan een bekladding van een object
of een uiting van een groepering tot het ondernemen van gewelddadige acties tegen personen of objecten. Beveiliging is maatwerk.
Bij het nemen van beveiligingsmaatregelen is sprake van een getrapte verantwoordelijkheid. Uitgangspunt is dat de burgers
en/of de organisaties waar zij deel vanuit maken zelf verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. De overheid kan aanvullende
maatregelen nemen als een burger of de organisatie waar ze voor werken op eigen kracht geen weerstand kan bieden tegen dreiging
of risico. Dit is zo georganiseerd omdat lokaal de beste informatiepositie bestaat en het beste beoordeeld kan worden welke
beveiligingsmaatregelen weerstand kunnen bieden. De financiering van de beveiligingsmaatregelen volgt deze getrapte verantwoordelijkheid.
U vroeg mij tevens om een reactie op het onderzoek van het Nieuw Israëlietisch Weekblad waarin een kostenberekening van de
beveiliging van joodse instellingen staat. De kosten die de Joodse gemeenschap maakt voor beveiliging zijn aanzienlijk. De
hoogte van de kosten dienen echter niet de basis te vormen voor gesprekken in het kader van de uitvoering van de motie, maar
dreiging en risico en hoe de rijksoverheid het beste kan bijdragen aan de veiligheid.
Naast de Joodse gemeenschap zijn er helaas ook bijvoorbeeld ondernemers of instellingen met een publieke taak geconfronteerd
met hoge beveiligingskosten. Tot dusver is de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid erop gericht door een brede aanpak
de dreiging en risico weg te nemen en een adequate en gelijke uitwerking van het Stelsel. Ik zal in de uitvoering van de motie
bezien op het noodzakelijk is om hier ingeval van de beveiliging van Joodse instellingen van af te wijken. Mijn uitvoering
van de motie zoals geschetst in het begin van deze brief is hierop gericht.
In de anti-discriminatiebrief en de aanscherping hierop (TK 2010–2011, 30 950, nr. 34 en TK 2009–2010, 32 123 VII, nr. 74) staan tal van maatregelen die erop gericht zijn meer veiligheid te creëren. Bewaken en beveiligen is het sluit stuk. Vandaar
dat ik voornemens ben om over de uitvoering van de motie Rouvoet te rapporteren in de voortgangsrapportage van totale anti-discriminatie
aanpak. Desgewenst zal ik de Tweede Kamer nog dit jaar informeren over de uitkomst.
De minister van Veiligheid en Justitie,
I. W. Opstelten