30 941
Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met aanpassing van de berekeningssystematiek veronderstelde ouderlijke bijdrage en de verlenging van experimenten met vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing

nr. 6
VERSLAG

Vastgesteld 4 april 2007

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

Inleiding

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met aanpassing van de berekeningssystematiek veronderstelde ouderlijke bijdrage en de verlenging van experimenten met vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing. Indien vereenvoudiging van regelgeving de uitvoering vergemakkelijkt en geen onrechtvaardige gevolgen heeft, zijn de leden van deze fractie voorstander van een wetswijziging die dit beoogt. Wel hebben deze leden nog enkele vragen ten aanzien van dit voorstel.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de wijzigingen in de Wet studiefinanciering 2000 en het voorstel om de experimenten te verlengen.

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de voorgenomen wijziging van de Wet studiefinanciering 2000. Zij hebben hier enkele vragen bij.

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij hebben begrip voor de daarin voorgestelde aanpassingen in de overgang van het gecorrigeerd verzamelinkomen naar het gewone verzamelinkomen van ouders als grondslag voor de hoogte van de aanvullende beurs van studenten.

Aanpassing berekeningssystematiek veronderstelde ouderlijke bijdrage

De leden van de CDA-fractie merken op dat de regering aangeeft dat met deze wetswijziging een wettelijke basis wordt gelegd onder de praktijk die de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) sinds januari 2006 uitvoert. Het verbaast deze leden dat het ruim een jaar heeft geduurd voordat de regering de Kamer om toestemming vraagt een wettelijke basis onder de bestaande praktijk te leggen. Deze leden vragen of de IB-Groep niet eerder een signaal had kunnen afgeven. Een dergelijke ervaring vergroot niet het vertrouwen in een vlekkeloze uitvoering van de invoering van het collegegeldkrediet per 1 september 2007. Zal de Kamer in 2008 weer een bericht krijgen dat de IB-Groep tegen problemen is opgelopen, deze heeft opgelost, maar dat het wel extra kosten met zich meebrengt, zo vragen de leden van bovengenoemde fractie.

De leden van de SP-fractie vragen of de oorspronkelijke wijziging in de berekeningssystematiek van de aanvullende beurs een goede wijziging is geweest. Hoe denkt de regering in de toekomst uitvoeringsproblemen van te voren te kunnen voorzien en voorkomen? Wat geeft deze leden de garantie dat de IB-Groep in de toekomst de uitvoering wel aan kan, zo vragen zij.

De leden van de VVD-fractie merken op dat de inwerkingtreding van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) tot gevolg heeft gehad dat de IB-Groep uitvoeringsproblemen kreeg bij de toekenning van de aanvullende beurs. Dit heeft € 18 miljoen gekost, een uitgave die door meevallers wordt gedekt. Heeft de IB-Groep vóór de inwerkingtreding van de Awir gewaarschuwd voor de te verwachten uitvoeringsproblemen? Zo ja, wat heeft de regering met die waarschuwing gedaan? De leden van deze fractie stemmen in met de nu voorgestelde systematiek, waarmee de berekening van de hoogte van de beurs eenvoudiger en beter uitvoerbaar wordt. Zij achten het acceptabel dat 0,5% van de studenten er maximaal € 11,– en 1,5% van de studenten er maximaal € 4,– op achteruit gaat. Ook delen zij de mening van de regering dat terugvordering niet voor de hand ligt, in verband met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

De leden van de SGP-fractie stellen vast dat de kosten van de aanpassingen voor het jaar 2006 rond de € 18 miljoen belopen. Klopt hun indruk dat er voor de daarop volgende overgangsjaren nauwelijks of geen sprake meer is van meeruitgaven, zo vragen zij. Is er wellicht sprake van terugverdieneffecten van de meeruitgaven in 2006? De leden van deze fractie wijzen erop dat de voorgestelde aanpassingen worden gedaan vanwege uitvoeringstechnische problemen bij de IB-Groep. Zij gaan er derhalve vanuit dat de kosten van de voorgestelde aanpassingen ruimschoots opwegen tegen de kosten van aanpassing van de systematiek van de IB-Groep teneinde de te maken omslag wel conform de Awir uit te voeren. Kan de regering dat bevestigen, zo vragen de bovengenoemde leden.

Verlenging van experimenten

De leden van de CDA-fractie merken op dat de verlenging van de experimentenwet ten aanzien van vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing in het hoger onderwijs noodzakelijk is geworden nu de Eerste Kamer de Wet over de financiering hoger onderwijs controversieel heeft verklaard. Deze leden hebben zich altijd kritisch getoond ten opzichte van de selectie aan de poort, vanwege de vragen die gesteld kunnen worden over de voorspellende waarde van een oordeel. Daarom mag de mogelijke instemming van deze leden met de verlenging van de experimentenwet absoluut niet gezien worden als instemming met een definitieve instelling van vooropleidingseisen, selectie en collegegelddifferentiatie in het hoger onderwijs. Daar moet in de Kamer nog uitgebreid over van gedachten worden gewisseld. Echter, de leden van deze fractie zijn van mening dat een experiment moet leiden tot een evaluatie, waarover politieke besluitvorming in de Kamer kan plaats vinden. Zo lang deze nog niet beschikbaar is, stemmen zij in met verlenging van de experimentenwet. Kan de regering aangeven of de evaluatie nog voor 1 april 2008 beschikbaar kan zijn, opdat nog zorgvuldige politieke besluitvorming in de kamer kan plaats vinden voor het studiejaar 2008–2009, zo vragen zij.

De leden van de SP-fractie hebben betreffende de verlenging van de experimenten enkele vragen. Hoe denkt de regering over de berichten die aangeven dat de experimenten van selectie niet goed gaan en zelfs stop gezet worden, onder andere in Tilburg, zo vragen de leden van deze fractie. Deze leden vragen welke consequentie het stopzetten van de experimenten zou hebben voor het formuleren van een nieuw plan over de financiering van het hoger onderwijs, in plaats van de zogenoemde «Leerrechtenwet».

De leden van de VVD-fractie hechten, zoals bekend, aan de mogelijkheid voor instellingen om te experimenteren met vooropleidingseisen, selectie en collegegelddifferentiatie. Zij stemmen dan ook in met verlenging van deze experimenten. De evaluatie die in juni 2008 plaatsvindt, achten zij een uiterlijk moment om te beslissen of deze mogelijkheid in de wet moet worden vastgelegd. Liever zien zij dat hierover eerder een beslissing wordt genomen. Deze leden vragen of de regering kan aangeven welke uiterlijke termijn zij stelt aan het nemen van deze beslissing.

Gewenste inwerkingtreding

De leden van de CDA-fractie lezen in de brief van de minister dat hij de spoedige behandeling van deze wet verdedigt door te wijzen op de rapportage die de Algemene Rekenkamer over de rechtmatigheid van de OCW-begroting kort na 1 mei 2007 zal afronden1. Klopt het dat op grond van deze argumentatie het oordeel van de Algemene Rekenkamer zwaarder weegt dan een zorgvuldige besluitvorming binnen het parlement, zo vragen deze leden.

De fungerend voorzitter van de commissie,

Aptroot

Adjunct-griffier van de commissie,

Jaspers


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Depla (PvdA), Slob (CU), Remkes (VVD), Joldersma (CDA), De Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van Dijk (CDA), Aptroot (VVD), Fng voorzitter, Leerdam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Roefs (PvdA), Abel (SP), Van Leeuwen (SP), Verdonk (VVD), Biskop (CDA), Bosma (PVV), Pechtold (D66), Zijlstra (VVD), Van Dijk (SP), Besselink (PvdA), De Rooij (SP), Ouwehand (PvdD) en Dibi (GL).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Ferrier (CDA), Gill’ard (PvdA), Anker (CU), Weekers (VVD), Atsma (CDA), Sterk (CDA), Vietsch (CDA), Schinkelshoek (CDA), Ten Broeke (VVD), Van Dijken (PvdA), Hamer (PvdA), Van Dam (PvdA), Van Bommel (SP), Langkamp (SP), Dezentjé Hamming (VVD), Jonker (CDA), Fritsma (PVV), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Leijten (SP), Bouchibti (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD) en Azough (GL).

XNoot
1

Brief van de minister aan de Kamer, d.d. 1 maart 2007 (Kamerstuk 30 941, nr. 5)

Naar boven