30 938
Aanpassing van een aantal wetten met het oog op de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening alsmede regeling van overgangsrecht (Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening)

nr. 17
TWEEDE NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID NEPPÉRUS C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 16

Ontvangen 26 september 2007

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In hoofdstuk IV, artikel 4.1, tweede punt, vervalt de zinsnede «artikel 5.1, artikel 5.2 juncto de artikelen 3.7 of 3.30, eerste lid, aanhef, artikel 5.3 juncto artikel 3.33, eerste lid, aanhef,».

II

In hoofdstuk IV, artikel 4.3, onderdeel F, vierde punt, vervalt de zinsnede «of artikel 5.1».

III

In hoofdstuk IV, artikel 4.4, onderdeel B, vervalt de zinsnede «of artikel 5.1».

IV

In hoofdstuk VIII, artikel 8.13, vervallen de onderdelen A en Da.

V

In hoofdstuk VIII, artikel 8.16, onderdeel A, artikel 1, sub e, wordt de zinsnede «, 2.3 onderscheidenlijk 5.1» vervangen door: onderscheidenlijk 2.3.

VI

In hoofdstuk IX, artikel 9.1.2, lid 1, wordt de zinsnede «onderscheidenlijk 5.1» vervangen door: onderscheidenlijk 2.2.

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe dat Wgr-plusregio’s geen nieuwe bevoegdheden krijgen op het gebied van de ruimtelijke ordening. Het bestuur van een plusregio wordt niet rechtstreeks gekozen. De Wro en de bijbehorende Invoeringswet zijn niet de juiste plaats om een principiële keuze te maken rond het toekennen van bevoegdheden aan een «middenbestuur».

Dit amendement is in lijn met de breed aangenomen motie Lenards c.s. (28 916-29), waarin de regering wordt verzocht niet met nadere voorstellen te komen voor extra bevoegdheden voor intergemeentelijke openbare lichamen, zoals de Wgr-plusgebieden, op het gebied van de ruimtelijke ordening.

Ook de in de Nota van Wijziging voorgestelde «kan-bepaling», die een keuzemogelijkheid geeft voor het overdragen van bevoegdheden, in plaats van een verplichting, is in strijd met voornoemde motie.

Neppérus

Van Heugten

Van Leeuwen

Naar boven