30 918
Wijziging van de Zorgverzekeringswet en andere wetten met het oog op het verzwaren van het premie-incassoregime en andere maatregelen om de werking van het met die wet en de Wet op de zorgtoeslag in het leven geroepen stelsel te optimaliseren (verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering)

nr. 12
AMENDEMENT VAN HET LID OMTZIGT C.S.

Ontvangen 7 juni 2007

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I wordt na onderdeel C een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca

Na artikel 34 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34a

1. Het College zorgverzekeringen verstrekt bijdragen aan zorgverzekeraars voor het onder de dekking van de zorgverzekering houden van verzekerden ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in artikel 16, is voldaan.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

a. de omvang van de premieschuld die moet zijn ontstaan, wil de bijdrage worden verstrekt;

b. de incasso-inspanningen die de zorgverzekeraar dient te hebben verricht om voor een bijdrage in aanmerking te komen en de kosten die hij de verzekeringnemer daarvoor in rekening mag brengen;

c. de hoogte van de bijdrage;

d. de wijze waarop het College zorgverzekeringen de bijdragen verstrekt.

II

In artikel I wordt na onderdeel H een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Ha

In het derde lid van artikel 114 wordt «dan wel de vergoeding van die zorg of diensten» vervangen door: of de vergoeding van die zorg of diensten, dan wel, indien de verzekeringnemer of verzekerde de wens daartoe te kennen heeft gegeven, indien het geschil betrekking heeft op de vraag of de zorgverzekeraar de regels, bedoeld in artikel 34a, tweede lid, onderdeel b, jegens hem is nagekomen.

III

Aan artikel X wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. Artikel I, onderdeel Ca, werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Toelichting

De verzekerde is geen partij bij het convenant over wanbetalers. Hierdoor heeft hij, behalve de burgerlijke rechter, geen laagdrempelige mogelijkheid om het zijn van wanbetaler of de daaruit voorvloeiende maatregelen te betwisten. Aan de andere kant wordt zijn contractvrijheid wel ernstig ingeperkt. Hij kan namelijk zijn verzekering niet opzeggen, zolang hij niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, inclusief alle opgelegde boetes.

Dit amendement biedt bescherming aan de (vermeende) wanbetaler: de verzekeraar moet tenminste de in het «protocol wanbetalers» overeengekomen stappen nemen. Komt hij de stappen in het protocol niet na, dan komt hij niet aanmerking voor premiecompensatie uit het zorgverzekeringsfonds (artikel II) en kan de verzekerde het geschil voorleggen aan het College zorgverzekeringen (CVZ).

Deze laatste oplossing is analoog aan het amendement-Smilde, waarbij verzekerden zich bij pakketgeschillen kunnen wenden tot het CVZ.

Onderdeel I

Het eerste lid van artikel 34a van de Zorgverzekeringswet (Zvw) bepaalt dat aan verzekeraars die wanbetalers verzekerd houden, een compensatie wordt uitbetaald.

Het tweede lid van artikel 34a Zvw regelt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur (amvb) de hoogte van premieschuld die moet zijn ontstaan, wil de bijdrage worden verstrekt (op dit moment wordt gedacht aan een bedrag ter hoogte van zes maandpremies) wordt vastgesteld. Daarnaast wordt bij of krachtens amvb bepaald welke incasso-inspanningen de verzekeraar moet hebben verricht, wil hij voor compensatie in aanmerking kunnen komen. Daarbij kan ook worden bepaald welke incassokosten hij (maximaal) aan de verzekeringnemer in rekening mag brengen. Ook de hoogte van de bijdrage en de wijze waarop het College zorgverzekering (CVZ) de bijdrage uitkeert worden bij of krachtens amvb geregeld. Op dit moment wordt wat betreft de hoogte van de compensatie gedacht aan de nominale rekenpremie, bedoeld in het Besluit zorgverzekering. Het CVZ zal de compensatie tegelijk met de vereveningsbijdragen uitkeren.

Onderdeel II

Op grond van artikel 114 van de Zvw moeten zorgverzekeraars een onafhankelijke instantie aanwijzen waaraan verzekeringnemers en verzekerden geschillen over de uitvoering van de zorgverzekering kunnen voorleggen. Aangewezen is de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). De wijziging van het derde lid van artikel 114 leidt ertoe dat de verzekeringnemer of de verzekerde de SKGZ kan vragen geschillen over de vraag of de zorgverzekeraar zich heeft gehouden aan de incassoregels, bedoeld in artikel 34a, tweede lid, onderdeel b, Zvw voor advies aan het CVZ voor te leggen. Deze regels beogen namelijk niet alleen ervoor te zorgen, dat de verzekeraar voldoende incasso-inspanningen verricht (om aldus te bereiken dat voor zo min mogelijk zorgverzekeringen een schuld ter hoogte van zes premiemaanden ontstaat), maar beogen ook de verzekeringnemer en verzekerde te beschermen tegen onzorgvuldig uitgevoerde incassoprocedures. Om deze laatste reden wordt in voorliggend onderdeel verzekeringnemers en verzekerden de mogelijkheid gegeven om de SKGZ de mening van een publiekrechtelijke instantie, het CVZ, te laten inwinnen.

Onderdeel III

De compensatie moet ingaan nadat een premieschuld ter hoogte van zes maandpremies is opgebouwd, dat wil zeggen – met het oog op verzekerden die vanaf de datum van inwerkingtreding van de Zvw (1 januari 2006) in het geheel geen premie hebben betaald – op zijn vroegst per 1 juli 2006. Het voorgestelde artikel 34a Zvw moet echter tot en met 1 januari 2006 terugwerken, omdat vanaf dat moment bijgehouden moet kunnen worden of iemand zijn premie wel, niet of gedeeltelijk heeft betaald.

Omtzigt

Heerts

Wiegman-van Meppelen Scheppink

Vendrik

Naar boven