30 912
Regels inzake de aanspraak op een inkomensafhankelijke financiële bijdrage in de kosten van kinderen (Wet op het kindgebonden budget)

nr. 14
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID STERK C.S TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 13

Ontvangen 21 juni 2007

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 2, tweede lid, komt als volgt te luiden:

2. Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze minister en Onze Minister van Financiën worden regels gesteld omtrent de vaststelling van de hoogte van het kindgebonden budget. De voordracht voor een krachtens de eerste zin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Na plaatsing in het Staatsblad van deze algemene maatregel van bestuur wordt indien namens een der kamers of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld een voorstel van wet tot regeling van dit onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.

Toelichting

Dit amendement heeft tot doel om de positie van het parlement te versterken. Het parlement moet als medewetgever bij het belangrijkste onderdeel van deze wet, de hoogte van het kindgebonden budget, betrokken worden. Dit amendement beoogt de rol van het parlement te vergroten door een voorhangprocedure af te dwingen waarbij is opgenomen dat de Kamer de mogelijkheid heeft om de hoogte van het kindgebondenbudget bij wet vast te stellen.

Sterk

Voordewind

Hamer

Naar boven