30 896
Regeling van het beroepsgoederenvervoer en het eigen vervoer met vrachtauto’s (Wet wegvervoer goederen)

nr. 4
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOORZOVER NADIEN GEWIJZIGD

Voorstel van wet

In artikel 1.1. zijn de volgende begripsbepalingen vervangen:

1. eerste richtlijn: eerste richtlijn van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap van 23 juli 1962 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor bepaalde soorten goederenvervoer over de weg (Pb EG 70);

2. richtlijn 96/26: richtlijn nr. 96/26/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1996 inzake de toegang tot het beroep van vervoerder van goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg, nationaal en internationaal, en inzake de wederzijdse erkenning van diploma’s, certificaten en andere titels ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van bedoelde vervoerondernemers (PbEG L 124);

3. Verordening 881/92: verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1992 betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Gemeenschap van of naar het grondgebied van een Lidstaat of over het grondgebied van een of meer Lid-Staten (PbEG L 95);

De bovenbedoelde begripsbepalingen zijn vervangen door begripsbepalingen voor de vrijstellingsrichtlijn voor het wegvervoer, de beroepsrichtlijn voor het wegvervoer onderscheidenlijk voor de marktverordening voor het wegvervoer. De verwijzingen in de artikelen 1.1, 2.1, 2.4, eerste tot en met derde lid, 2.5, 2.10, vierde lid, artikel 5.1, eerste lid, 5.2, eerste lid, 6.1, 8.1 en 8.2 zijn overeenkomstig het bovenstaande gewijzigd.

Artikel 1.2, derde lid, is gewijzigd, de oorspronkelijk tekst luidde:

3. Een natuurlijk persoon die zich tegen vergoeding aan een derde ter beschikking stelt voor het besturen van een vrachtauto verricht beroepsvervoer indien die derde de vrachtauto niet aan hem ter beschikking heeft gesteld.

De nieuwe tekst van artikel 1.2, derde lid, luidt:

3. Een natuurlijk persoon die goederen vervoert met een communautaire vergunning van een derde of met een vergunning als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, van een derde, verricht beroepsvervoer indien hij de vrachtauto waarmee de goederen worden vervoerd in eigendom heeft of de vrachtauto hem anderszins tegen vergoeding ter beschikking is gesteld.

In artikel 2.8, eerste tot en met derde lid en artikel 2.9, eerste, derde en vierde lid, is «tot het verrichten van grensoverschrijdend beroepsvervoer» telkens vervangen door: tot het verrichten van binnenlands en van grensoverschrijdend beroepsvervoer.

In artikel 2.8, vierde lid, is de zinsnede «worden regels gesteld over de eisen van financiële draagkracht en vakbekwaamheid» vervangen door: worden met inachtneming van de beroepsrichtlijn voor het wegvervoer regels gesteld over de eisen van financiële draagkracht en vakbekwaamheid.

In artikel 2.10, vierde lid, is «als bedoeld in artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van richtlijn 96/26» vervangen door: die Nederland op grond van de beroepsrichtlijn voor het wegvervoer voor het voldoen aan de eis van betrouwbaarheid moet erkennen.

Artikel 8.2 is gewijzigd, de oorspronkelijke tekst luidde:

Artikel 8.2

Een wijziging van artikel 8, tweede tot en met vierde lid van richtlijn 96/26 gaat voor de toepassing van artikel 2.10, vijfde lid, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

De nieuwe tekst van artikel 8.2 luidt:

Artikel 8.2

Een wijziging van de bijlage, behorende bij de vrijstellingsrichtlijn gaat voor de toepassing van de artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, derde lid, onderdeel c, vierde en vijfde lid, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

De artikelen 8.3 en 8.4 zijn ingevoegd, luidende:

Artikel 8.3

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 december 2002 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek (Kamerstukken II 2002/03, 28 746, nrs. 1–2) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, wordt deze wet als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1. komt de begripsomschrijving van vervoerder te luiden:

Vervoerder: de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de vennootschap voor wiens rekening en risico het beroepsvervoer of eigen vervoer wordt verricht.

B

Artikel 1.2, tweede lid, komt te luiden:

2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder rechtspersoon mede verstaan de openbare vennootschap en de stille vennootschap.

C

In artikel 2.8, derde lid, wordt de zinsnede «anders dan een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of een maatschap is» vervangen door: anders dan een vennootschap is.

Artikel 8.4

De Wet BDU verkeer en vervoer wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5, komt te luiden

1. De verdeling over provincies en regionale openbare lichamen van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag is gebaseerd op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde gebiedsgerichte structuurkenmerken en andere kenmerken.

2. Op basis van de structuurkenmerken wordt voor iedere provincie onderscheidenlijk voor iedere plusregio afzonderlijk het percentuele aandeel berekend van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag.

3. Op basis van de andere kenmerken wordt het absolute aandeel berekend van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag.

4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de structuurkenmerken en de berekening van het percentuele en het absolute aandeel nadere regels gesteld.

5. Onze Minister kan in overeenstemming met gedeputeerde staten en de dagelijkse besturen uitgaven doen voor:

a. het te voeren gemeenschappelijk verkeer- en vervoerbeleid;

b. het verlenen van een subsidie aan een rechtspersoon die het te voeren gemeenschappelijk verkeer- en vervoerbeleid behartigt.

6. De uitgaven, bedoeld in het vijfde lid, worden in mindering gebracht op het totaal voor de uitkeringen beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede en het derde lid.

B

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

De provincie onderscheidenlijk de plusregio legt financiële verantwoording af over de besteding en reservering ten laste van de uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

C

In artikel 11, eerste ld, onderdeel a, wordt de zinsnede «uit de accountantsverklaring, bedoeld in aritkel 10,» vervangen door: uit de verantwoordingsinformatie bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet.

D

Artikel 24 vervalt.

Het oude artikel 8.4 is vernummerd tot artikel 8.6. De oude tekst van artikel 8.4 luidt:

Artikel 8.4

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van de uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Het nieuwe artikel 8.6 luidt:

Artikel 8.6

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kunnen andere tijdstippen worden vastgesteld waarop de onderdelen van artikel 8.4 in werking treden.

Memorie van toelichting

Algemeen

5. Reikwijdte van de WWG

De passage «Een zelfstandige zonder personeel (hierna: zzp-er) die zichzelf zonder eigen vrachtauto als chauffeur aan de vervoerder verhuurt, verricht geen beroepsvervoer. De hoofdwerkzaamheid van de bovenbedoelde zzp-er is het besturen van de vrachtauto van een derde en niet het vervoeren van goederen voor rekening van derden. Een zzp-er verricht ingevolge dit wetsvoorstel wel beroepsvervoer indien hij zich met een eigen vrachtauto aan een beroepsvervoerder of eigen vervoerder verhuurt en dit als hoofdwerkzaamheid binnen zijn bedrijfsactiviteiten verricht. De hoofdwerkzaamheid van de bovenbedoelde zzp-er is niet het besturen van de vrachtauto van een derde maar het vervoer van goederen voor rekening van een derde.», is vervangen door:

De bestuurders van een vrachtauto die werknemer zijn van de vervoerder of die aan de vervoerder op basis van een uitzendovereenkomst ter beschikking zijn gesteld zijn niet vergunninplichtig omdat zij daarmee geen bedrijfsactiviteiten als ondernemer verrichten. Een zelfstandige zonder personeel (hierna: zzp-er) die zich verhuurt aan een vervoerder en met een door die vervoerder ter beschikking gestelde vrachtauto goederen vervoert, is niet vergunningplichtig. Een zzp-er die anders dan voor eigen rekening, onder de vergunning van een derde, goederen vervoert met een vrachtauto die niet door de vergunninghouder aan die zzp-er ter beschikking is gesteld, verricht beroepsvervoer en is daarmee vergunningplichtig.

11.3 Vervallen van eis van dienstbetrekking

De passage «Een zzp-er die zichzelf met een of meer vrachtauto’s aan een beroepsvervoerder verhuurt moet beschikken over een communautaire vergunning. Hij verricht op basis van het voorliggende wetsvoorstel beroepsvervoer. Een zzp-er die slechts zichzelf als bestuurder verhuurt, behoeft daarentegen niet over een communautaire vergunning te beschikken. Er wordt voor een nadere toelichting hierop verwezen naar hoofdstuk 4 van deze memorie van toelichting.», is vervangen door:

Een zzp-er die anders dan voor eigen rekening goederen vervoert onder vergunning van een derde, zonder dat de vergunninghouder de vrachtauto aan die zzp-er ter beschikking heeft gesteld, verricht beroepsvervoer. Er is geen sprake van een aan de zzp-er ter beschikking gestelde vrachtauto indien zzp-er hetzij op directe hetzij op indirecte wijze de lasten voor die vrachtauto geheel of gedeeltelijk draagt. Een zzp-er draagt bijvoorbeeld de lasten door het betalen van een leasesom, het betalen van verzekeringspremies of van motorrijtuigenbelasting of van een kilometervergoeding.

Het is op deze wijze mogelijk om oneigenlijk gebruik van administratiekantoren waarbij een aantal zzp-ers onder dezelfde vergunning van een administratiekantoor, aan te pakken. Het betreft hier schijnconstructies waarbij een aantal zzp-ers gebruik maken van een administratiekantoor om niet zelf te hoeven voldoen aan de eisen van vakbekwaamheid. Een zzp-er die slechts zichzelf als bestuurder verhuurt, behoeft daarentegen niet over een communautaire vergunning te beschikken. Een aantal zzp-ers die een vennootschap onder firma of maatschap vormen dienen de vrachtauto’s in het gemeenschappelijk vermogen in te brengen om onder de vergunning van de vennootschap onder firma of van de maatschap beroepsvervoer te kunnen verrichten.

Aan het slot van paragraaf 11.3 is de volgende passage toegevoegd:

De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) en de Arbeidsinspectie hebben afspraken gemaakt om in onderlinge samenwerking specifiek aandacht te besteden aan illegale constructies in het wegvervoer.

Aan de zorgen over handhaving van de arbeidsvoorwaarden bij werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten wordt tegemoet gekomen met een palet aan flankerende maatregelen. De belangrijkste maatregelen zijn de invoering van de bestuurlijke boete op betaling onder het minimumloon en de intensivering van de controle door de Arbeidsinspectie op ontduiking van het minimumloon. Maar ook zijn van belang: de ondersteuning door de overheid van de sociale partners bij hun handhavingstaken met betrekking tot CAO-lonen en de intensievere samenwerking met de inspectiediensten in de nieuwe lidstaten.

15. Overlegorgaan Goederenvervoer

In de reactie op de eerste bedenking is de passage «In het voorliggende wetsvoorstel is in verband hiermee bepaald dat een zzp-er die zich aan een vervoerder verhuurt voor het besturen van een vrachtauto beroepsvervoer verricht indien die vervoerder die vrachtauto niet aan hem ter beschikking heeft gesteld. Dit betekent dat de zzp-er daarmee vergunningplichtig is voor de WWG.», vervangen door:

In het voorliggende wetsvoorstel is in verband hiermee bepaald dat een zzp-er geen beroepsvervoer kan verrichten onder de vergunning van een derde, indien de houder van die vergunning geen vrachtauto ter beschikking heeft gesteld.

In de reactie op de achtste bedenking is de tekstpassage «Een zzp-er die zich met een of meer vrachtauto’s aan een vervoerder verhuurt verricht ingevolge artikel 1.2, derde lid, van dit wetsvoorstel beroepsvervoer en is daarmee vergunningplichtig.», vervangen door:

In het voorliggende wetsvoorstel is in verband hiermee bepaald dat een zzp-er geen beroepsvervoer kan verrichten onder de vergunning van een derde, indien de houder van die vergunning geen vrachtauto ter beschikking heeft gesteld. Een zzp-er bijvoorbeeld die zich met een of meer vrachtauto’s aan een vervoerder verhuurt verricht ingevolge artikel 1.2, derde lid, van dit wetsvoorstel beroepsvervoer en is daarmee vergunningplichtig.

Artikelsgewijze toelichting

In de toelichting op artikel 1.1. is de volgende passage toegevoegd:

Richtlijn 96/26, verordening 3118/93, verordening 881/92 en de eerste richtlijn worden in de WWG aangeduid als de beroepsrichtlijn voor het wegvervoer, de cabotageverordening voor het wegvervoer, de marktverordening voor het wegvervoer onderscheidenlijk als vrijstellingsrichtlijn voor het wegvervoer. De bovenbedoelde richtlijnen en verordening worden aangewezen bij ministeriële regeling. De gekozen constructie voorkomt dat een codificatie op Europese een wetswijziging noodzakelijk maakt.

In de toelichting op artikel 1.2. is de tekstpassage «In het derde lid van dit artikel is neergelegd dat een zzp-er die zich met een vrachtauto aan een beroepsvervoerder of een eigenvervoerder verhuurt voor het besturen van een vrachtauto, daarmee beroepsvervoer verricht. Een zzp-er verhuurt zich met een vrachtauto aan een beroepsvervoerder of een eigen vervoerder indien die vervoerder die vrachtauto niet aan de zzp-er ter beschikking heeft gesteld.

In het derde lid van dit artikel is neergelegd dat een zzp-er geen beroepsvervoer kan verrichten onder de vergunning van een derde, indien de houder van die vergunning geen vrachtauto ter beschikking heeft gesteld.

De volgende toelichting op het ingevoegde artikel 8.3 is toegevoegd:

Ingevolge de wet tot vaststelling van titel 7.13 (vennootschap)1 zal onder het nieuwe recht niet langer sprake zijn van een vennootschap onder firma, openbare maatschap en stille maatschap, maar van een openbare vennootschap die al dan niet rechtspersoon kan zijn en van een stille vennootschap. Op basis van artikel 8.3 wordt artikel 1.2 met het bovenstaande in overeenstemming gebracht.

De volgende toelichting op het ingevoegde artikel 8.4 is toegevoegd:

Op basis van het gewijzigde artikel 5 van de Wet BDU verkeer en vervoer kunnen andere dan gebiedsgerichte structuurkenmerken ook na 1 januari 2010 worden gebruikt voor de verdeling van de BDU verkeer en vervoer de over de provincies en de plusregio’s. Het percentuele aandeel van het voor de BDU beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van gebiedsgerichte structuurkenmerken. Het absolute aandeel is gebaseerd op andere dan gebiedsgerichte structuurkenmerken. Het percentuele aandeel van het voor de BDU beschikbare bedrag is verreweg het grootste deel van dat bedrag. Het is gebleken dat ook na 1 januari 2010 behoefte blijft aan andere gebiedsgerichte structuurkenmerken om langlopende afspraken en toezeggingen na te kunnen nakomen en verdere decentralisatie van regionale treindiensten op de adequate wijze bij de verdeling van de BDU verkeer en vervoer te kunnen toepassen. Artikel 24 van de Wet BDU verkeer en vervoer waarin de mogelijkheid voor het gebruik van andere dan gebiedsgerichte structuurkenmerken was beperkt tot vijf jaar is in verband met het bovenstaande vervallen.

Artikel 10 en artikel 11 van de Wet BDU verkeer en vervoer zijn aangepast in verband met de voorgenomen invoering van single information en single audit bij het geven van financiële informatie en verantwoording door de decentrale overheden aan het Rijk. Het Rijk vraagt bij single information en single audit naar informatie die zo veel mogelijk aansluit bij de informatiebehoefte en verantwoordingsmomenten van de gemeenten en provincies zelf. Dat betekent dat het Rijk in principe voldoende heeft aan het jaarverslag inclusief de jaarrekening van een provincie, gemeente en gemeenschappelijke regeling. Deze jaarstukken moeten ieder jaar volgend op het jaar waarover verantwoording wordt afgelegd, uiterlijk 15 juli aan het Rijk worden aangeleverd. Inherent aan invoering van single information en single audit is dat er geen aparte verantwoording en accountantsverklaring per specifieke uitkering meer wordt gevraagd. Daarvoor in de plaats wordt een bijlage bij de jaarrekening van iedere medeoverheid opgenomen. In deze bijlage wordt alleen de verantwoordingsinformatie per specifieke uitkering opgenomen, die het Rijk nodig heeft om zijn verantwoordelijkheid voor het beheer van specifieke uitkeringen waar te kunnen maken. Voor de BDU verkeer en vervoer is daarbij van belang dat wordt verklaard welk deel van de uitkering door de ontvanger daadwerkelijk direct of indirect (bijvoorbeeld via een of meer inliggende gemeenten) is uitgegeven aan verkeer- en vervoerbeleid als in artikel 1, onderdeel h, van de Wet BDU verkeer en vervoer.

De volgende toelichting op artikel 8.6, het oude 8.4, is toegevoegd:

De inwerkingtreding van de WGW geschiedt bij koninklijk besluit om een adequate invoering te waarborgen. De NIWO dient in verband met de WWG haar administratieve organisatie aan te passen en extra voorlichting te geven aan de vervoerders. De WWG zal pas na de bovenbedoelde activiteiten in werking treden.

Er kan voor de onderdelen van artikel 8.4 een afwijkend inwerkingtredingstijdstip worden vastgesteld. Een afwijkend tijdstip van inwerkingtreding kan noodzakelijk zijn in verband met het tijdstip van de verstrekking van de BDU verkeer en vervoer en van de invoering van single information en single audit.

Bijlage Transponeringstabellen

Tabel WWG – WGW – BGW

In de regel die betrekking heeft op artikel 3.1, eerste en vierde lid, is «3.1, lid 1 en 4» vervangen door: 3.1, lid 1 en 3

In de regel die betrekking heeft op artikel 3.1, tweede en derde lid, is «3.1, lid 2 en 3» vervangen door: 3.1, lid 2

Er zijn na de regel die betrekking heeft op artikel 8.2 twee regels ingevoegd luidende:

8.3 – –

8.5 – –

In de regel die betrekking heeft op artikel 8.3 is «8.3» vervangen door: 8.5

In de regel die betrekking heeft op artikel 8.4 is «8.4» vervangen door: 8.6

In de regel die betrekking heeft op artikel 8.5 is «8.5» vervangen door: 8.7


XNoot
1

Het wetsvoorstel tot vaststelling van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek (Kamerstukken II, 2002/03, 28 746, nrs. 1–2) is thans in behandeling bij de Eerste Kamer.

Naar boven