nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 20 december 2006
De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel,
heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.
De door de regering gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van Beek
De griffier van de commissie,
Franke
1
a. Aan welke afspraken en met wie en van wanneer
dan wel aan wiens standpunt inzake de schuldsanering Aruba wordt gerefereerd
bij de hier geponeerde stelling: «Als drie achtereenvolgende jaren niet
aan de voorwaarde (van begrotingsevenwicht) is voldaan, vindt politiek overleg
plaats tussen Nederland en Aruba over de besteding van de hiervoor gereserveerde
middelen»?
b. Hoeveel achtereenvolgende jaren voldoet Aruba
niet aan deze voorwaarde van begrotingsevenwicht?
c. Waarom wordt op deze wijze aan Aruba zeggenschap
gegeven over een andere besteding van de gereserveerde middelen, indien het
land niet aan de voorwaarde van begrotingsevenwicht voldoet?
Deze afspraken zijn onderdeel van het totaal aan afspraken die met Aruba
in 1999 zijn gemaakt over de te bereiken financiële zelfstandigheid.
Deze zogenoemde Arubadeal is uitgewerkt in het rapport «Op afstand verbonden»
van maart 2000. Toen is vastgelegd dat politiek overleg met Aruba zou plaatsvinden
als na drie aaneengesloten jaren niet aan de voorwaarde van een «balanced
budget» zou zijn voldaan. De aanwending van de dan gereserveerde middelen
zou deel uitmaken van dit overleg.
Sinds het ingangsjaar 2000 heeft Aruba nog niet aan de voorwaarde voldaan.
Tot nu toe heeft het overleg over de alternatieve aanwending van de gereserveerde
middeleneen keer plaatsgevonden. Voorop stond dat de gereserveerde middelen
ten behoeve van een Nederlandse beleidsprioriteit moest worden ingezet. De
Nederlandse bijdrage aan het programma rechtshandhaving van Aruba (looptijd
2005 t/m 2007) wordt hieruit voldaan.
Over het bereiken van begrotingsevenwicht en het voeren van een stringent
financieel beleid vindt periodiek overleg met Aruba plaats naar aanleiding
van de financiële rapportages die ieder half jaar aan de RMR worden aangeboden.
Recent zijn in de RMR afspraken gemaakt over intensivering van de samenwerking
op het terrein van de overheidsfinanciën. Het gaat hierbij onder meer
om structureel overleg tussen de ministers van Financiën van Nederland
en Aruba.
2
a. Kan een geactualiseerd overzicht gegeven worden
van de (ook gecumuleerde) achterstanden bij het voldoen aan de rente- en aflossingsverplichtingen
door de Nederlandse Antillen?
b. Kan toegelicht worden of hier al dan niet sprake
is van een bewuste beleidskeuze om deze achterstand aan de ontvangstenkant
te compenseren met het lager uitgevallen beslag op de begrote onvoorziene
uitgaven?
Tegenvallende ontvangsten mogen worden gecompenseerd met meevallende uitgaven.
Aangezien vaststond dat het artikel onvoorzien niet zou worden uitgeput in
2006 is deze meevaller gebruikt als dekking. Bij slotwet zal worden aangeven
hoe het resterende bedrag aan tegenvallende ontvangsten, dat wordt veroorzaakt
door het niet voldoen aan aflossings- en renteverplichtingen door de NA, zal
worden gecompenseerd.
3
a. Welke bestemming heeft het «Nieuwbouw
kantoor Aruba»?
b. Om welke oorspronkelijk begrote bedragen over
de verschillende begrotingsjaren gaat het hierbij?
c. Wanneer is de Kamer hierover eerder geïnformeerd?
Waar in de oorspronkelijke begroting Koninkrijksrelaties 2006 en bijbehorende
memorie van toelichting0 zijn deze plannen en begrote uitgaven terug te vinden?
Het kantoor Aruba betreft de nieuwbouw van het kantoor van de Vertegenwoordiging
van Nederland in Aruba. Vanaf 2003 is gezocht naar een geschikt alternatief
voor het huidige pand. Het huidige pand is te klein en deelt noodgewongen
een aantal voorzieningen met het kantoor van het kabinet van de Gouverneur
in Aruba.
In 2003 is na beoordeling van een aantal alternatieven besloten tot de
nieuwbouw van een nieuw kantoor. De kosten van de erfpachtovereenkomst –
circa € 350 000 – zijn in 2003 reeds betaald ten laste
van de begroting Hoofdstuk IV.
Vanaf 2004 is begonnen met een ontwerp van het gebouw. In 2005 is
het project aanzienlijk vertraagd omdat het toenmalige ontwerp grondig is
aangepast om de kosten binnen de oorspronkelijke begroting te houden. In 2006
is begonnen met de aanbesteding van het ontwerp en is in het Najaar begonnen
met de daadwerkelijke realisatie. De investering (inclusief inrichting) in
het kantoorpand wordt geschat op totaal € 800 000. Voor een
deel zullen de uitgaven nog in het kalenderjaar 2006 worden betaald. De overige
uitgaven zullen in 2007 plaatsvinden.
In 2003 is een eerste voorziening gecreëerd binnen de apparaatsuitgaven
van Hoofdstuk IV. Sindsdien is een bedrag van € 0,4 mln. doorgeschoven
op de begroting van Hoofdstuk IV. Dit is in 2e suppletore wet 2003 voor het
eerst opgenomen. Vervolgens is dit in de 1e en 2e suppletore begrotingen van
2004, 2005 en 2006 zichtbaar gemaakt.
Achterstallige rente en aflossing NA (antwoord op vraag
2a)
| | 1996 | 1997 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | Totaal |
|---|
| Achterst.afl.begr.leningen | | | | | | | | | 147 321,13 | 3 789 730,67 | 3 884 468,59 | 7 821 520,39 |
| | | | | | | | | | | | | |
| Achterst.afl.kap.marktleningen | 11 086 982,75 | 11 364 157,32 | 11 648 261,26 | 11 939 467,79 | 12 237 954,48 | 12 543 903,34 | 12 857 500,92 | 13 178 938,44 | 13 508 411,90 | 13 846 122,21 | 14 192 275,25 | 138 403 975,66 |
| Niet bet.rente op begr.leningen | | | | | | | | 106 302,70 | 106 302,70 | 1 004 255,81 | 909 512,55 | 2 126 373,76 |
| Niet bet. rente op kap.marktleningen | | | | | | | | 2 807 409,30 | 2 477 935,83 | 2 140 225,54 | 1 810 408,57 | 9 235 979,24 |
| | | | | | | | | | | | | |
| SUBTOTAAL | 11 086 982,75 | 11 364 157,32 | 11 648 261,26 | 11 939 467,79 | 12 237 954,48 | 12 543 903,34 | 12 857 500,92 | 16 092 650,44 | 16 239 971,56 | 20 780 334,23 | 20 796 664,96 | 157 587 849,05 |
| Achterstand ALM-lening | | | | | | | | | | | | 2 212 957,36 |
| Achterstallige rente liquiditeitssteun | | | | | | | | | 1 372 000,00 | 956 800,00 | 956 800,00 | 3 285 600,00 |
| | | | | | | | | | | | | |
| TOTAAL | 11 086 982,75 | 11 364 157,32 | 11 648 261,26 | 11 939 467,79 | 12 237 954,48 | 12 543 903,34 | 12 857 500,92 | 16 092 650,44 | 17 611 971,56 | 21 737 134,23 | 21 753 464,96 | 163 086 406,41 |
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Van Beek (VVD), fng. voorzitter, Van Gent (GL), Van Bommel (SP),
Van der Staaij (SGP), Blok (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Çörüz
(CDA), Remkes (VVD), Van Bochove (CDA), Wolfsen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA),
Sterk (CDA), Van Velzen (SP), Eijsink (PvdA), Leerdam (PvdA), fng. ondervoorzitter,
Van Hijum (CDA), Griffith (VVD), Schinkelshoek (CDA), Ortega-Martijn (CU),
Van Dijck (PVV), Van Raak (SP), Gill’ard (PvdA), Lempens (SP), Vacature
(D66) en Vacature (PvdD).Plv. leden: Verdonk (VVD), Halsema (GL), Van Leeuwen
(SP), Van der Vlies (SGP), Teeven (VVD), Wolbert (PvdA), Schermers (CDA),
Weekers (VVD), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Spekman (PvdA), Jager (CDA), De Pater-van
der Meer (CDA), Poppe (SP), Albayrak (PvdA), Kuiken (PvdA), Joldersma (CDA),
Van Miltenburg (VVD), De Vries (CDA), Voordewind (CU), Graus (PVV), Abel (SP),
Bouchibti (PvdA), Van Dijk (SP) en Vacature (D66).