30 835 (R 1816)
Internationaal verdrag ter bestrijding van dopinggebruik bij sport, met bijlagen; Parijs, 19 oktober 2005

B
nr. 2
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 1 september 2006 en het nader rapport d.d. 18 september 2006, aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 25 juli 2006, no. 06.002691, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Internationaal verdrag ter bestrijding van dopinggebruik bij sport, met bijlagen; Parijs, 19 oktober 2005, met toelichtende nota.

Het Internationaal Verdrag tegen doping in de sport1 (hierna: het Verdrag) beoogt het bevorderen van het voorkomen en bestrijden van doping in de sport, met het oog op de uitbanning ervan2. De toelichtende nota geeft de Raad van State van het Koninkrijk aanleiding tot de volgende opmerking.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 juli 2006, no. 06.002691, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State van het Koninkrijk zijn advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 1 september 2006, nr. W13.06.0330/III/K, bied ik U hierbij aan.

1. Koninkrijkspositie

Uit de toelichtende nota3 blijkt dat de regering van de Nederlandse Antillen te kennen heeft gegeven dat vooralsnog medegelding niet wenselijk wordt geacht gezien de vele verplichtingen die uit het verdrag voortvloeien.

Dit wekt bevreemding omdat op andere plaatsen in de toelichting wordt gesteld dat er een gering aantal verplichtingen is, waaraan voldaan moet worden4 dan wel dat het Verdrag weinig harde verplichtingen kent5.

Het is de Raad niet duidelijk of, gelet op de tweede en derde alinea van de toelichtende nota, onder het opschrift «Verdrag», dit voor de Nederlandse Antillen en Aruba in dezelfde mate geldt.

De Regering van Aruba beraadt zich nog over medegelding van het Verdrag.

De toelichting motiveert dit niet.

Indien beide regeringen geen medegelding vragen zal dit gevolgen kunnen hebben voor het houden van sportevenementen op de eilanden, voor de bestrijding van doping in de sport en voor de gezondheid van de deelnemers daaraan.

De Raad adviseert in de toelichtende nota gemotiveerd uiteen te zetten waarom medegelding niet wenselijk wordt geoordeeld.

1. Met betrekking tot de koninkrijkspositie kan er op gewezen worden dat de opmerkingen over het geringe aantal nieuwe verplichtingen betrekking hebben op Nederland. In Nederland is het verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van doping immers geïmplementeerd. Voor de Nederlandse Antillen geldt dit niet. De toelichtende nota is terzake aangevuld.

2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

2. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven.

De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk,

H. D. Tjeenk Willink

Ik moge U mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba.

De Minister van Buitenlandse Zaken

B. R. Bot

Bijlage bij het advies van de Raad van State van het Koninkrijk betreffende no. W13.06.0330/III/K met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

– De toelichting op artikel 8 actualiseren en verwijzen naar de artikelen 18, eerste lid, 39, tweede lid, 40, eerste en tweede lid, 61, eerste lid, en 62 van het wetsvoorstel Geneesmiddelenwet (kamerstukken 29 359).

– De toelichting bij artikel 11 aanvullen met de vindplaatsen van de daar bedoelde regelingen, waaronder de Stipendiumregeling.

– De passage in de toelichting over de fusie van NeCeDo en DoCoNed actualiseren in verband met de oprichting van de stichting Anti-Doping Autoriteit Nederland1 met ingang van 23 juni 2006.


XNoot
1

De tekst is vastgesteld op 19 oktober 2005.

XNoot
2

Artikel 1.

XNoot
3

Laatste alinea.

XNoot
4

Eerste alinea van de artikelsgewijze toelichting.

XNoot
5

Toelichting onder het opschrift Verdrag.

XNoot
1

www.dopingautoriteit.nl.

Naar boven