Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201930821 nr. 78

30 821 Nationale Veiligheid

Nr. 78 MOTIE VAN HET LID VAN BRENK

Voorgesteld 29 mei 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Algemene Rekenkamer heeft geconstateerd dat met het programma Beveiligd Werken Rijkswaterstaat (BWR) een inhaalslag is gemaakt op het gebied van de cybersecurity van vitale waterwerken;

overwegende dat de ambitie om cyberaanvallen direct te kunnen detecteren, eind 2018 nog niet was gehaald, terwijl dit volgens planning al eind 2017 voltooid had moeten zijn;

overwegende dat hierdoor het risico ontstaat dat een cyberaanval op een vitaal waterwerk niet of niet bijtijds wordt geconstateerd;

verzoekt de regering, concreet aan te geven welke acties zij onderneemt om de doelen die eind 2017 al behaald hadden moeten zijn, voor eind 2019 alsnog te behalen, indien dit nodig blijkt de benodigde middelen hiervoor vrij te maken, en de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Brenk