30 815
Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Advocatenwet en andere wetten in verband met het afschaffen van het procuraat in burgerlijke zaken en de invoering van elektronisch berichtenverkeer (Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer)

nr. 9
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 oktober 2007

De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur, vast te stellen krachtens het in de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer (30 815) opgenomen artikel 33, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), mag niet eerder worden gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd (artikel 33, vijfde lid, Rv). Gelet op deze voorgeschreven voorhangprocedure leg ik hierbij het bovenvermelde ontwerpbesluit met de daarbij behorende nota van toelichting aan u voor1.

In artikel 33, tweede lid, Rv is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur regels worden gegeven aangaande de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van het elektronisch doen van verzoeken en mededelingen en de elektronische indiening en de verzending van processtukken. Dit besluit bepaalt welke eisen worden gesteld aan de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van het verzenden van verzoeken en mededelingen aangaande de rol, het rolberichtenverkeer. Het besluit ziet niet op de verzending van overige berichten, zoals processtukken. Deze stukken dienen vooralsnog op de gebruikelijke wijze aan een gerecht te worden doen toegekomen.

In dit besluit is aansluiting gezocht bij de beginselen van betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid die in de memorie van toelichting van de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer worden genoemd en bij nationale en internationale normen voor informatiebeveiliging.

De staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven