30 806 Onbemande vliegtuigen (UAV)

Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 oktober 2013

Tijdens het algemeen overleg over materieel op 12 september jl. (Kamerstuk 27 830, nr. 118) heb ik toegezegd om de Kamer te informeren over de bestaande afspraken tussen de Ministeries van Defensie en van Veiligheid en Justitie over het gebruik van Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s) en de verantwoordelijkheid bij schade. Dit naar aanleiding van vragen van het lid Hachchi (D66) hierover. Met deze brief voldoe ik mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie aan deze toezegging.

Afspraken Defensie en Veiligheid en Justitie

Met mijn brieven van 13 mei (Kamerstuk 30 806, nr. 13) en 13 juni jl. (Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 2566) heb ik u eerder geïnformeerd over de afspraken tussen de Ministeries van Defensie en van Veiligheid en Justitie over de inzet van UAV’s. De inzet van defensiemiddelen voor militaire bijstand ter ondersteuning van de civiele autoriteiten geschiedt op verzoek en onder gezag van civiele autoriteiten. Dit geldt ook voor de inzet van militaire UAV’s boven Nederland. Militaire bijstand ter handhaving van de openbare orde staat onder het gezag van de plaatselijke burgemeester. Militaire bijstand ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde staat onder het gezag van de officier van justitie.

Een verzoek om militaire bijstand ter ondersteuning van de civiele autoriteiten wordt schriftelijk aangevraagd namens de Minister van Veiligheid en Justitie bij de Minister van Defensie. In een dergelijke aanvraag wordt de noodzaak van de inzet van het gevraagde middel schriftelijk vastgelegd. Hiervoor wordt door het bevoegd gezag bezien of de inzet passend is gezien de aard en omvang van de bedreiging van de openbare orde, dan wel de aard en omvang van het strafrechtelijk onderzoek. Deze afweging geschiedt onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie. Vervolgens bepaalt de Minister van Veiligheid en Justitie in overeenstemming met de Minister van Defensie op welke wijze de bijstand wordt verleend.

Verantwoordelijkheid bij schade

Op 8 mei bent u door de Minister van Veiligheid en Justitie geïnformeerd over de verantwoordelijkheid bij schade door de inzet van UAV’s (Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 2216).

In het algemeen berust de juridische aansprakelijkheid voor het gebruik van een UAV bij de bedienaar van het toestel, de operator (de gezagvoerder) en de eigenaar van dit luchtvaartuig. Wanneer een UAV van Defensie op verzoek van de Minister van Veiligheid en Justitie wordt ingezet, is afgesproken dat deze laatste de aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van de inzet aanvaardt, behalve bij opzet of grove schuld aan de zijde van Defensie.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven