nr. 81
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 april 2007
Bijgaand doe ik u de tweede rapportage implementatie aanbevelingen commissie-Staal
toekomen. Tevens treft u de definitieve gedragscode als bijlage aan, zoals
deze begin april is vastgesteld.1
Inleiding
De afgelopen maanden is binnen de defensieorganisatie door defensiemedewerkers,
door specialisten en met de militaire vakbonden uitgebreid van gedachten gewisseld
over de implementatie van de aanbevelingen van de commissie-Staal en over
de inhoud van de gedragscode. Deze gesprekken hebben geresulteerd in een reeks
concrete uit te voeren activiteiten en in de vaststelling van de definitieve
gedragscode.
A Gedragscode
De voorlopige gedragscode die op 17 januari jl. naar het defensiepersoneel
is gegaan, is uitgebreid binnen alle defensieonderdelen besproken (Kamerstuk
30 800 X, nr. 54). Het personeel kan zich grotendeels vinden in
de nieuwe code. Matiging van alcoholgebruik en de rol en positie van de defensiemedewerker
in de Nederlandse samenleving leverden de meeste stof tot discussie op. Het
burgerpersoneel bleek zich niet op alle punten aangesproken te voelen door
de code. Vanuit de defensieonderdelen zijn verschillende suggesties voor aanpassing
van de code gedaan. Dit leidde tot wijzigingen in de toelichting bij de gedragscode.
Zoals bekend, is de defensiebrede gedragscode een onderlinge afspraak van
alle defensiemedewerkers en gaat deze uit van de eigen verantwoordelijkheid.
De code is gebaseerd op vijf pijlers en staat voor professioneel gedrag, fatsoenlijke
omgangsvormen en goede samenwerking. De code beoogt gewenst gedrag te stimuleren
en ongewenst gedrag terug te dringen en doet een appèl op de professionaliteit
van elke defensiemedewerker.
De komende maanden wordt gewerkt aan de verdere bekendmaking van de gedragscode
en toepassing in de organisatie, onder andere in opleidingen en
trainingen. Daarbij zal ook nadrukkelijk aandacht worden geschonken aan de
vraag welke nevenwerkzaamheden zich al dan niet verdragen met de functie van
defensiemedewerker. De voorzieningen die zijn opgenomen in de wijziging van
de Militaire Ambtenarenwet om zowel alcoholals drugsmisbruik te voorkomen,
kunnen bijdragen tot het voorkomen van ongewenst gedrag.
B Sociaal leiderschap
Het leiderschap binnen Defensie zal worden ontwikkeld naar een stijl waarin
meer aandacht zal zijn voor sociale aspecten. Het is van belang dat leidinggevenden
voor zover noodzakelijk een inlevingsvermogen ontwikkelen en oog hebben voor
de individuele medewerker. Daarnaast moeten leidinggevenden verantwoordelijkheid
durven nemen en daarvoor de noodzakelijke ruimte krijgen. De aangepaste leiderschapsstijl
is van toepassing op burgers èn op militairen en heeft betrekking op
zowel het huidige als het toekomstige bestand aan leidinggevenden. Daartoe
zullen de initiële opleidingen worden verlengd en wordt bezien hoe trainingen
en opleidingen worden aangepast en ontwikkeld. Daarnaast worden nieuwe leiderschapsprofielen
en bijbehorende selectiecriteria ontwikkeld, worden de sociale aspecten van
leiderschap verwerkt in de functionerings- en beoordelingscriteria en worden
coachings- en begeleidingstrajecten opgezet.
C Personele en organisatorische aanpassingen
Personele en organisatorische aanpassingen zijn voorzien op het gebied
van welzijn, organisatie, management, infrastructuur en het personeelsbeleid.
Wat betreft welzijn wordt bezien op welke wijze de werk- en leefomstandigheden
kunnen worden verbeterd door uitbreiding van de mogelijkheden voor zinvolle
vrijetijdsbesteding zoals sportactiviteiten en aanpassingen van de mess/verblijfruimtes
aan de eisen van deze tijd. Bezien zal worden of ook de militaire tehuizen
hierin een rol kunnen spelen. Op organisatorisch gebied worden de invoering
van toezichthoudende functies en de versterking van kadercapaciteit in verband
met kaderzware uitzendingen en opleidingen nader bezien, aangezien met name
leidinggevenden overbelast lijken te zijn. In het kader van het management
worden de sanctiemogelijkheden in de wet militair tuchtrecht verruimd en wordt
er een studie verricht die ten doel heeft te onderzoeken in hoeverre behoefte
bestaat aan een meer fundamenteel onderzoek naar het instrumentarium ter handhaving
van de interne orde.
Tevens zal het totale hulpverleningsproces bij ongewenst gedrag onder
de loep worden genomen om te komen tot een integraal hulpverleningsproces
waarbij alle betrokken hulpverleners optimaal samenwerken. Binnenkort zult
u nadere informatie ontvangen over de inrichting van de nieuwe integriteitsorganisatie.
Vooralsnog blijft het aantal meldingen van ongewenst gedrag bij het onafhankelijk
meldpunt beperkt, terwijl het aantal meldingen bij de commandanten is toegenomen.
In dit stadium is het te vroeg om hierover definitieve conclusies te trekken,
maar het is duidelijk dat er binnen de defensieorganisatie meer aandacht is
voor ongewenst gedrag en dat het meer bespreekbaar is geworden.
Op het gebied van personeelsbeleid in algemene zin wordt een aantal maatregelen
voorzien die leiden tot verbetering van de opbouw en samenstelling van het
personeelsbestand waardoor een betere balans ontstaat tussen verschillende
categorieën of groepen personeel in zowel kwantitatief als kwalitatief
opzicht. Een deel van deze maatregelen was reeds geïnitieerd in het kader
van andere projecten, bijvoorbeeld op het gebied van gender. De aanbevelingen
van de commissie-Staal hebben op onderdelen geleid tot intensiveringen. Extra
maatregelen zijn voorzien op het gebied van de werving, de instroom
en de doorstroom van vrouwen en allochtonen, de ontwikkeling en implementatie
van genderopleidingen ten behoeve van initiële en loopbaanopleidingen
en de introductie van arbeidsvoorwaardelijke voorzieningen ter ondersteuning
combinatie arbeid en zorg. Verder zal onderzoek worden gedaan naar mogelijkheden
voor zij-instroom in categorieën personeel waarbij dat operationeel gezien
ook verantwoord is, naar mogelijkheden van optimale wijze van functieroulatie
en naar een mogelijke verlenging van de verblijfsduur binnen de organisatie.
De staatssecretaris van Defensie,
C. van der Knaap