Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2006-2007 | 30800-VIII nr. 13 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2006-2007 | 30800-VIII nr. 13 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 oktober 2006
De publieke omroep heeft het afgelopen jaar belangrijke inspanningen gedaan om de ontwikkelingen op de kijkers- en luisteraarsmarkt het hoofd te bieden. Dit heeft geresulteerd in nieuwe profielen van de radio- en televisiezenders per september 2006. Ook lanceert de Publieke Omroep dit najaar een aantal themakanalen. Doel van de hele operatie is de neerwaartse spiraal van teruglopende belangstelling voor waardevolle programma’s en als gevolg daarvan afnemende reclame-inkomsten te voorkomen. Ik constateer dat de Publieke Omroep in het belang van de kijker en luisteraar een aantal belangrijke maatregelen heeft genomen. Alle omroepen hebben daar in een tijd van bezuinigingen en veranderende bestuurlijke verhoudingen, professioneel en loyaal aan meegewerkt. Het belang van een sterke publieke omroep van en voor iedereen wordt, zo blijkt, meer en meer gedeeld. Ik hoop dan ook dat de ingezette ontwikkeling zijn vruchten afwerpt en een stimulans vormt om door te gaan op de ingeslagen weg.
Per januari 2006 trad als gevolg van de wetswijzigingen naar aanleiding van het visitatierapport, een nieuwe raad van toezicht aan en werd het college van omroepen gevormd. Deze belangrijke organisatorische wijzigingen binnen het bestel hebben bijgedragen aan de slagkracht van de publieke omroep.
Het afgelopen jaar stond verder in het teken van de uitwerking van de vernieuwingen op langere termijn: de nieuwe Mediawet, die per september 2008 zou ingaan. Nu met de val van het kabinet en aanstaande verkiezingen die wet niet meer wordt behandeld, heeft het kabinet besloten om de erkenningen van de omroepverenigingen te verlengen tot het einde van de concessie van de NOS, 2010. Dit betekent dat bij ongewijzigde wetgeving 1 september 2010 het eerstkomende moment is voor toetreding van nieuwe omroepverenigingen.
Vorig jaar heeft het kabinet aangegeven de publieke omroep te willen ondersteunen bij de acties om de financiële situatie het hoofd te bieden. Er is een aantal onderzoeken uitgevoerd die inzicht moeten geven in de mogelijkheden voor het aanboren van alternatieve geldbronnen. Ook is een onderzoek gedaan naar de ontwikkeling in de reclame. Over de resultaten van deze onderzoeken wordt de Kamer in een aparte brief geïnformeerd.
In de brief met nadere informatie over de financiële situatie van de publieke omroep d.d. 20 juni 20061 aan de Tweede Kamer is aangegeven dat de balans zal worden opgemaakt bij mediabrief 2007. Ten opzichte van die brief en de mediabegroting van 2006 is gelukkig een positieve kentering te constateren. De economie trekt aan en geeft daarmee een belangrijke impuls voor de reclamemarkt. In combinatie met het nieuwe programmeermodel van de publieke omroep levert dit een stijging op van de reclame-inkomsten. Ook een hogere indexering ten opzichte van 2006 van de rijksomroepbijdrage draagt bij aan een herstel van de financiële situatie. De uitvoering van de beschikking van de Europese Commissie tot terugvordering van teveel verleende Staatssteun in voorgaande jaren (1994–2005) is met het oog op het waarborgen van de publieke taken van de Publieke Omroep in de mediabegroting 2007 verwerkt. Het financiële herstel is voldoende om de publieke taken niet in gevaar te brengen.
Het financiële kader geeft mij de mogelijkheid om het bestaande beleid voort te zetten in 2007. Met het oog op de naderende verkiezingen zal het kabinet daarom terughoudendheid betrachten.
In de rijksbegroting (beleidsartikel 15, media) zijn in hoofdlijnen de doelstellingen van het mediabeleid weergegeven. In de nu voorliggende begrotingsbrief geef ik in hoofdstuk 1 een overzicht van het financiële kader voor de periode 2007–2011. Hierbij vraag ik aandacht voor zaken die op basis van bestaand beleid direct gevolgen hebben voor de begroting van 2007. In dit kader zijn de meest recente ramingen van de omroepmiddelen, inclusief bezuinigingen van het kabinet Balkenende I en II, opgenomen alsmede de gevolgen daarvan voor de budgetten van de Publieke Omroep en omroepgerelateerde instellingen en voorzieningen. Over de voortgang van de bezuinigingen is een aparte paragraaf opgenomen.
In hoofdstuk 2 bespreek ik de ontwikkelingen bij de publieke omroep voor wat betreft de programmering en distributie. In hoofdstuk 3 tenslotte geef ik een toelichting op de media-instellingen die rechtstreeks door mij worden gefinancierd.
Het Commissariaat voor de Media heeft mij conform artikel 100 van de Mediawet bij brief van 28 september 2006 de meerjarenbegroting van de landelijke Publieke Omroep 2007–2011 toegezonden, voorzien van zijn opmerkingen (bijlage 2 en 3)2. Deze meerjarenbegroting bevat de programmavoornemens 2007–2011, de beleidsvoornemens nieuwe media en een financiële begroting. Daarnaast wordt zowel programmatisch als financieel verantwoording afgelegd over 2005.
Het Commissariaat voor de Media heeft mij geïnformeerd over de realisatie van de bezuinigings-doelstellingen van de Publieke Omroep in 2005 (bijlage 8)1.
De Raad voor cultuur heeft bij brief van 26 september zijn advies over de programmatische aspecten van het meerjarenplan van de landelijke Publieke Omroep aan mij aangeboden (bijlage 4)1. Bij brief van 28 september ontving ik van het Commissariaat de meerjarenbegroting van Radio Nederland Wereldomroep (RNWO) voorzien van de opmerkingen conform artikel 108a van de Mediawet (bijlage 5 en 6)1.
Door de val van het kabinet Balkenende II en de verkiezingen op 22 november, is de indiening van deze mediabegroting een maand vervroegd. Ik wil alle betrokken instellingen danken voor de wijze waarop zij daaraan hebben meegewerkt (Publieke Omroep, Wereldomroep, Commissariaat voor de Media en Raad voor Cultuur).
In 2007 wordt de vierde en laatste tranche van bezuinigingen op de mediabegroting doorgevoerd, die zijn vastgesteld door het kabinet Balkenende I en II. Op basis hiervan is de wettelijke rijksomroepbijdrage over de periode 2004–2007 ten opzichte van 2003 verlaagd met de volgende reeks: € 40 miljoen in 2004, € 60 miljoen in 2005, € 70 miljoen in 2006 en € 80 miljoen in 2007. De structurele bezuinigingen zijn in de Mediawet vastgelegd.
In de begrotingsbrief van 2005 is aangegeven dat een tweetal extra bezuinigingen op de mediabegroting wordt opgelegd. Met ingang van 2006 is een structurele bezuiniging op de landelijke publieke omroep doorgevoerd van € 11 miljoen. Daarnaast is uitsluitend voor het jaar 2006 een incidentele taakstelling op de algemene omroepreserve opgelegd van € 10 miljoen. De Tweede Kamer heeft inmiddels de hiertoe benodigde wijziging van de Mediawet aangenomen.
In de brief van 12 mei 20062 in reactie op de motie-Bakker/Atsma heeft de toenmalige staatssecretaris u geïnformeerd over de invulling van de bezuinigingen over 2004 en het eerste halfjaar van 2005. Op grond van de rapportages van de Publieke Omroep kan worden geconcludeerd dat de Publieke Omroep zijn bezuinigingsdoelstellingen haalt zonder dat dit ten koste is gegaan van de kwaliteit van de programmering als geheel. De verantwoording over het tweede halfjaar van 2005 is door de het Commissariaat voor de Media besproken met de Publieke Omroep en aan mij gerapporteerd.
De rijksomroepbijdrage wordt op basis van de in de Mediawet vastgelegde indexeringsystematiek jaarlijks geïndexeerd. Dit betekent dat voor de begroting 2007 wordt gerekend met een door het CBS vastgestelde huishoudenprognose 2007 en een door het CPB geraamde consumenten prijsindex (cpi) voor 2007. De systematiek houdt bovendien in dat eerst de bezuinigingen worden verwerkt alvorens genoemde indexeringen toe te passen.
Ter bepaling van het reële uitgavenkader 2007–2011, geef ik hieronder de rijksbijdrage exclusief en inclusief de indexering voor de prijsstijging. De prijsstijgingen zijn geraamd op basis van de cpi op 1,5% in 2007. Voor de jaren 2008 tot en met 2011 wordt eveneens uitgegaan van een cpi van 1,5%.
| In € miljoen | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|---|
| Rijksbegroting media (niet geïndexeerd, prijspeil 1-1-2007) | 577 | 582 | 587 | 592 | 596 |
| Rijksbijdrage media (geïndexeerd) | 586 | 600 | 614 | 628 | 642 |
In 2005 signaleerde de raad van bestuur van de Publieke Omroep dat het aandeel van de publieke omroep op de kijkers- en luisteraarsmarkt bleef dalen. Dit leidde tot een bijbehorende daling aan reclame-inkomsten. Ondanks verbeteringen in het tot dan toe gebruikte «Thuisnetmodel» bleken met name kinderen, jongeren en mensen in de groep 20–50 jaar steeds minder naar de programma’s van de publieke omroep te kijken en te luisteren. Deze groepen hebben een sterke voorkeur voor de commerciële omroepen, waarvan het programma aanbod door de komst van een nieuwe commerciële toetreder (Talpa) opnieuw groter werd. De negatieve spiraal kon niet worden doorbroken. Vanaf september 2006 is er een programmatisch antwoord gekomen in de vorm van het «Programmeermodel», om meer kijkers te trekken en zo het dalende marktaandeel te keren. De verwachting van de Ster is dat de reclameontvangsten aantrekken als gevolg van deze nieuwe programmering van de publieke omroep, daarbij geholpen door het aantrekken van de economie.
Voor het jaar 2007 ramen zowel de Publieke Omroep als de Ster een stijging van € 22 miljoen ten opzichte van door een in eerdere meerjarenbegroting (2006) gepresenteerde verwachte inkomstencijfer, omdat rekening wordt gehouden met het nieuwe programmeermodel. Dit gaat uit van een aantrekkende economie en een groeiende reclamemarkt met daarbij een relatief ambitieus kijk- en luistertijdaandeel voor een jaar waarin geen grote (sport) evenementen plaatsvinden. Ik volg de ramingen van de Publieke Omroep en de Ster en houd rekening met jaarlijkse verwachtingen voor reclameopbrengsten van € 196 miljoen.
| In € miljoen | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|---|
| Raming PO en Ster | 196 | 196 | 196 | 196 | 196 |
| Rijksbegroting | 174 | 174 | 174 | 174 | 174 |
| Verschil | 22 | 22 | 22 | 22 | 22 |
Eventuele meevallers gedurende het komende jaar zullen ten gunste komen van de algemene omroepreserve. Het is een positieve ontwikkeling dat na het dieptepunt van vorig jaar de reclame-inkomsten weer stijgen. De verwachte reclame-inkomsten liggen echter nog steeds circa € 30 miljoen onder het niveau van voor de trendbreuk in 2004.
In dit verband is het TNO rapport De toekomst van reclame in een digitaal televisielandschap1 van belang. Dit onderzoek is aangekondigd in de brief van 11 november 2005 inzake de mediabegroting 2006. Het onderzoek geeft inzicht in de gevolgen van de technologische veranderingen in de audiovisuele mediasector voor de reclame-inkomsten voor de commerciële en publieke omroep in Nederland. Eén van de conclusies van het rapport is dat op langere termijn naar verwachting de bruto televisiereclame inkomsten voor de Publieke Omroep stabiliseren op een niveau van tussen de € 175 miljoen en € 200 miljoen. Voor de eerstkomende jaren is voorlopig een netto totaalbedrag van € 196 miljoen voor televisie, radio en internet tezamen aangehouden als richtbedrag. Dit bedrag is ongeveer 20% van de mediabegroting, waarmee geconcludeerd kan worden dat ook in de toekomst reclame-inkomsten een substantiële bijdrage blijven leveren aan de mediabegroting.
De verwachte rentebaten op de algemene omroepreserve
Voor het jaar 2007, en 2008 en verdere jaren worden de rentebaten op de algemene omroepreserve geraamd op € 1 miljoen. De renteopbrengsten worden ingezet als subsidies mediabeleid ten behoeve van incidentele activiteiten en tijdelijke projecten. Deze projecten worden jaarlijks beoordeeld (zie ook bijlage 7 bestedingsplan subsidies mediabeleid).
Ondanks de eenmalige budgetkorting van € 10 miljoen voor 2007 als gevolg van de invulling van laatste tranche van bezuiniging, stijgt het totale mediabudget ten opzichte van 2006. Dit is het gevolg van hogere reclame-inkomsten en de jaarlijkse indexering. Voor de periode 2007–2011 is op basis van bovenstaande ramingen van de rijksbijdrage media, reclame-inkomsten en rentebaten, het volgende totale budget voor media beschikbaar:
| In € miljoen | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|---|
| Rijksbijdrage media geïndexeerd | 586 | 600 | 614 | 628 | 642 |
| Steropbrengsten (raming PO en Ster) | 196 | 196 | 196 | 196 | 196 |
| Rentebaten | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Totaal beschikbaar mediabudget | 783 | 797 | 811 | 825 | 839 |
De verwachting is dat de reclame-inkomsten voor het eerst in drie jaar weer stijgen, echter niet geheel naar het oude niveau van 2004. In 2006 kwam de daling van de reclame-inkomsten voor een bedrag van € 65 miljoen (waarvan € 14 miljoen betrekking had op 2005) geheel ten laste van het budget van de landelijke publieke omroep. Ik heb daarom besloten om nu ook de hogere reclame inkomsten volledig toe te voegen aan het door mij ter beschikking te stellen budget voor de landelijke publieke omroep in 2007.
In bijlage 1 treft u de bedragen aan zoals die zijn opgenomen in de rijksbegroting 2007 met daarnaast de cijferopstelling aan de hand van de meest recente inzichten, zoals weergegeven in deze brief1. De wijzigingen ten opzichte van de ingediende rijksbegroting 2007 worden verwerkt in de eerste suppletoire wet 2007, die volgend voorjaar aan de Kamer wordt aangeboden.
1.2 Het beleid ten aanzien van de uitgaven
Volgend jaar wordt, conform de ramingen van het CPB voor 2007 (cpi), een accres van 1,5% uitgekeerd aan de media-instellingen. Voor de periode 2008–2011 wordt eveneens een accres van 1,5% gehanteerd.
De Europese Commissie (EC) heeft in 2004 besloten een staatssteunprocedure te starten t.a.v. de financiering van de Nederlandse publieke omroep in de periode 1994–2005. De EC oordeelt dat over deze periode sprake is geweest van overcompensatie door de Nederlandse overheid. Om die reden heeft de EC op 23 juni 2006 een beschikking vastgesteld met een terugvorderingsbevel voor een bedrag van € 76,3 miljoen exclusief rente.
Het kabinet Balkenende III heeft daarop besloten beroep in te stellen tegen de Commissiebeschikking. Dit laat onverlet dat de beschikking van de EC moet worden uitgevoerd. Een bedrag van € 86,5 miljoen, bestaande uit de hoofdsom € 76,3 miljoen en een bedrag van € 10,2 miljoen voor de rente wordt in 2006 teruggevorderd door de Nederlandse overheid. De Publieke Omroep wordt daartoe in 2006 door de overheid gemaand en is dit bedrag vanaf dat moment verschuldigd aan de overheid. Hierdoor ontstaat een exploitatietekort bij de Publieke Omroep. Het kabinet heeft besloten dat de vordering van de overheid wordt opgenomen ten gunste van de algemene omroepreserve (AOR). De AOR is een door de EC geaccepteerde reserve van de Staat. Het bedrag is daadwerkelijk door de overheid opeisbaar per 1 januari 2007.
In het overleg met de EC over de bestaande staatssteunprocedure en naar aanleiding van de recente beschikking over overcompensatie over de jaren 1994–2005, heeft het kabinet aangegeven dienstige maatregelen te willen treffen in lijn van het Europese kader. Bij de vaststelling van het budget voor de Publieke Omroep in de mediabegroting zal de omvang van de aanwezige reserves betrokken worden. Zodoende kan een reserveplafond van 10% van het jaarbudget per jaar aangehouden worden, een percentage dat de EC als acceptabel vindt. Deze maatregel is feitelijk praktijk in 2006 en 2007, vooruitlopend op Mediawetgeving op dit gebied.
Op grond van bovenstaande uitgangspunten en rekening houdend met de uitvoering van resterende bezuinigingen, ontstaat het volgende beeld van de uitgaven. Dit wordt afgezet tegen het beschikbare mediabudget. Het positieve of negatieve saldo valt toe of wordt (voor zover de stand dit toelaat) ontrokken aan de algemene omroepreserve. Conform de reguliere jaarlijkse financiering van de Publieke Omroep zullen de beschikbare middelen vanuit de AOR betrokken worden bij de toekenning van het jaarbudget 2007.
| In € miljoen | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|---|
| Beschikbaar mediabudget | 783 | 797 | 811 | 825 | 839 |
| Totale uitgaven | 868 | 792 | 803 | 814 | 826 |
| Saldo (mutatie AOR) | – 85 | 5 | 8 | 11 | 13 |
Voor een specificatie van de totale uitgaven van € 868 miljoen voor de Publieke Omroepen en de overige instellingen verwijs ik naar bijlage 1 bij deze brief.
De algemene omroepreserve (AOR)
Het Commissariaat voor de Media heeft de algemene omroepreserve ultimo 2005 vastgesteld op € 66 miljoen. Dit is ruim € 6 miljoen hoger dan geraamd waardoor het mogelijk werd uitkeringen te doen voor de sociale plannen van publieke omroepen in 2006. Deze extra kosten als gevolg van de bezuinigingen van Balkenende I en II waren in de mediabegroting 2006 nog als PM post opgenomen.
De AOR vervult meerdere functies: de financiering van de rekening-courantverhouding met de Ster, het opvangen van incidenteel sterk teruglopende reclame-inkomsten en de reservefunctie in geval van liquidatiekosten en reorganisatie bij omroepen. De reden dat er een rekening-courantverhouding met de Ster wordt aangehouden is dat opbrengsten pas gedurende het jaar binnenkomen, terwijl uitgaven aan de media-instellingen en Publieke Omroep al bij het begin van het jaar starten.
Voor de AOR ga ik uit van een richtbedrag van € 50 miljoen als ondergrens, op basis van het huidige gebruikelijke betalingsritme en ervaringsgegevens. Binnen de AOR bestaat dan geen ruimte meer voor de opvang van de dalende reclame-inkomsten, sociale plannen of liquidatierisico’s. Overige sociale plannen van Publieke Omroep zullen als gevolg hiervan in 2007 vooralsnog als PM post worden opgenomen en tot uitkering komen indien de ruimte binnen de AOR hiertoe weer aanwezig is.
In 2006 zijn er meerdere mutaties ten laste of gunste van de AOR gekomen, waaronder de opgenomen vordering op de Publieke Omroep vanwege de staatssteun. De AOR eindigt ultimo 2006 op een bedrag van € 136 miljoen. Wanneer de totale uitgaven van de mediabegroting 2007 in ogenschouw worden genomen, dan vindt er in 2007 per saldo een onttrekking plaats van € 85 miljoen. Een minimum van € 50 miljoen acht ik net voldoende om de rekening-courant verhouding van de Ster te kunnen financieren.
| In € miljoen | 2006 | 2007 |
|---|---|---|
| Beginstand | 66 | 136 |
| Sociaal plan / overgangskosten (schatting) | – 7 | PM |
| Terugvordering Staatssteun | 87 | 0 |
| Incidentele bezuiniging AOR | – 10 | 0 |
| Onttrekking AOR | 0 | – 85 |
| Eindstand | 136 | 51 |
1.3 Landelijke Publieke Omroep
Het Commissariaat voor de Media ziet toe op de naleving van de wettelijke bepalingen en houdt financieel toezicht. Over de hoofdlijnen van zijn programmabeleid en de besteding van de middelen legt de Publieke Omroep jaarlijks verantwoording af. In de meerjarenbegroting 2007–2011 wordt teruggeblikt op 2005 en vooruitgekeken naar 2007 en verder, zowel in financiële als in programmatische zin.
De Publieke Omroep stelt op basis van de financiële verantwoordingen van de afzonderlijke omroepen een eigen overkoepelend jaarverslag op. Op grond van de verantwoording in de meerjarenbegroting blijkt dat de Publieke Omroep in 2005 een negatief exploitatieresultaat heeft behaald van € 3,2 miljoen. Dit resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door een ontvangen dividenduitkering uit een deelneming van Publieke Omroep verminderd met een incidentele uitgave (dotatie) voor pensioenvoorzieningen. De directe kosten televisie zijn lager dan in 2004, omdat 2005 geen evenementenjaar is. De directe kosten radio liggen op hetzelfde niveau als in 2004. Ik constateer verder dat de indirecte kosten (exclusief de incidentele stijging van de pensioenverplichting) licht gedaald zijn als gevolg van de uitgevoerde bezuinigingsmaatregelen. In 2005 heeft de raad van bestuur van de Publieke Omroep het besluit genomen om de reserve voor programmadoeleinden bij de omroepinstellingen te normeren tot maximaal 10% van het jaarbudget. Dat betekent dat de raad van bestuur van de Publieke Omroep alle reserves boven deze norm kon inzetten voor de programmering van de publieke omroep als geheel. Hierdoor is er een groot verschil in resultaat van de omroepinstellingen en de raad van bestuur van de Publieke Omroep. Het negatieve exploitatieresultaat van € 3,2 miljoen bestaat uit het negatieve exploitatieresultaat voor de gezamenlijke omroepen (exclusief Publieke Omroep) van € 86,1 miljoen en het positieve exploitatieresultaat van de raad van bestuur van de Publieke Omroep € 82,9 miljoen.
Uit de beschikbare budgetten en bestedingen blijkt dat voor 2006 een exploitatietekort wordt verwacht. De nog aanwezige reserves eind 2005 zijn bij de goedkeuring van de mediabegroting voor het jaar 2006 ingezet voor de tekorten in dat jaar. Het Commissariaat voor de Media merkt op dat de Publieke Omroep de eigen inkomsten voorzichtig raamt. Gedurende het jaar kunnen de eigen inkomsten hoger uitvallen dan begroot, wat het te verwachten exploitatietekort kan nuanceren.
Budget landelijke publieke omroep
Het beschikbare budget voor 2007 is € 726,4 miljoen. Dit budget bestaat uit de reguliere jaarlijkse rijksbijdrage, de reclame-inkomsten en de beschikbare middelen uit de AOR. Bovenop het beschikbare kader van de mediabegroting wordt € 2 miljoen toegevoegd aan het budget van de landelijke publieke omroep voor de kosten van digitale ethertelevisie (zie paragraaf 2.3).
| In € | 2006 | 2007 |
|---|---|---|
| Totaal budget | 600 401 000 | 726 396 000 |
| waarvan geoormerkt: | ||
| Ontwikkeling nieuwe diensten | 24 729 000 | 38 947 000 |
| Switch-over | 0 | 2 000 000 |
| Voorstel Publieke Omroep: inzet eigen programmareserves | 60 000 000 | 29 300 000 |
Het verschil tussen het budget voor 2006 en 2007 wordt mede veroorzaakt doordat het budget 2006 van de Publieke Omroep eenmalig is gekort met € 13,9 miljoen als gevolg van de gedaalde reclame-inkomsten die in dat geval niet ten laste gebracht konden worden van de algemene omroepreserve. Dit wordt in 2007 gecorrigeerd. Verder is in 2007 de laatste tranche van de bezuinigingen verwerkt en is het budget aangepast voor de prijsstijging. Ook de verwachte stijging van de reclame-inkomsten van € 22 miljoen, de bijdrage uit de AOR en de middelen voor de switch-over zijn in 2007 meegenomen. Het verschil tussen het geoormerkte budget voor de ontwikkeling van nieuwe diensten 2006 en 2007 wordt veroorzaakt doordat in 2006 geen middelen beschikbaar waren voor nieuwe media (budget aanvraag in 2006 was € 11 miljoen):
| In € | |
|---|---|
| Totaal budget 2006 | 600 401 000 |
| Correctie reclamedaling 2005 | 13 900 000 |
| Bezuiniging Balkenende I en II laatste tranche publieke omroep | – 8 000 000 |
| Indexering 1,5% | 9 095 000 |
| Reclamestijging 2007 | 22 000 000 |
| Bijdrage uit AOR en switch-over | 89 000 000 |
| Totaal budget 2007 | 726 396 000 |
De raad van bestuur van de Publieke Omroep begroot voor 2007 de totale kosten van de landelijke publieke omroep op € 829,0 miljoen. Dit bedrag bestaat uit een bedrag van € 742,5 miljoen voor het kostenniveau waarmee een onderscheidend en kwalitatief hoogwaardig publieke media-aanbod kan worden gegarandeerd en € 86,5 miljoen vanwege het onttrekken van reeds ingezette middelen door de terugvordering van de staatssteun.
Van de totale kosten kan € 65,3 miljoen worden gefinancierd door de eigen inkomsten (€ 36,0 miljoen) en het restant aan reserves van de Publieke Omroep (€ 29,3 miljoen). De raad van bestuur Publieke Omroep heeft voorgesteld de reserves in te zetten om de televisie en radioprogrammering op kwalitatief voldoende niveau te houden. In de meerjarenbegroting is opgenomen voor welke doeleinden de reserves worden aangewend. Ik onderken de noodzaak om evenals in 2006 reserves in te zetten en ga akkoord met de voorgestelde inzet. Dit resulteert in een budgetaanvraag van de Publieke Omroep voor een bedrag van € 763,7 miljoen (€ 829,0 miljoen minus € 65,3 miljoen). Dit is inclusief een bedrag voor het herstel van reguliere programmering, nieuwe diensten (internet, themakanalen en nieuwe media) en een kwaliteitsimpuls voor crossmediale programmering.
Herstel van reguliere programmering
Het budget van de Publieke Omroep is de afgelopen jaren onder druk komen te staan door de daling van de reclame-inkomsten. Om te voorkomen dat de publieke taak daardoor in gevaar komt, heeft de overheid de algemene omroepreserve ingezet. Bovendien heeft de publieke omroep zijn reserves ingezet en verdere kostenreducties doorgevoerd. Door de inzet van de reserves is een belangrijke bijdrage geleverd aan het behoud van de kwaliteit van de programmering. Ondanks de inzet van de reserves en de invoering van het Programmeermodel per september 2006, heeft de Publieke Omroep niet kunnen voorkomen dat er nadere keuzes in de televisieprogrammering nodig waren, onder meer een langere zomerprogrammering en meer herhalingen in de kinderprogrammering. De wens van de publieke omroep is om het aantal herhalingen weer te beperken. Daarnaast is er geld nodig voor het op peil houden van de nieuwsvoorziening op de televisienetten en, specifiek, de berichtgeving over internationale ontwikkelingen op het gebied van kunst & cultuur. Voor een herstel van de programmering is in het meerjarenplan een additioneel budget van € 20 miljoen opgenomen. Het Commissariaat en de Raad voor Cultuur ondersteunen een extra budgetaanvraag. Hiervoor is binnen het beschikbare financiële kader echter geen ruimte.
Crossmediale programmering en nieuwe media
De Publieke Omroep streeft naar een goede positionering in het digitale tijdperk. In de afgelopen jaren is hiervoor de eerste aanzet gedaan. De ambitie van de Publieke Omroep is om dit de komende jaren verder uit te bouwen door de huidige omroeporganisatie verder te ontwikkelen naar een meer multimediaorganisatie die producten en diensten kan aanbieden op alle nieuwe mediaplatforms. Het aangevraagde basisbudget voor nieuwe diensten is € 38,9 miljoen en bestaat uit een budget voor internet (€ 22,1 miljoen), themakanalen (€ 12,8 miljoen) en nieuwe media (€ 4,0 miljoen). Voor 2007 zijn middelen beschikbaar om het gehele bedrag toe te kennen. Dit budget wordt evenals vorige jaren aan de raad van bestuur van de Publieke Omroep ter beschikking gesteld. De aanvraag is gebaseerd op een integraal plan waaraan alle zendgemachtigden inbreng (kunnen) leveren. Voorlopig is het nieuwe dienstenbeleid een kwetsbaar onderdeel van de publieke programmering. Naarmate andere distributievormen dan de klassieke 5 radio- en 3 tv-netten een meer geïntegreerd deel van het totale aanbod gaan vormen, ligt het voor de hand ook een deel van dit budget op dezelfde wijze toe te kennen als de budgetten voor radio en televisie. Ik zal daarover met de Publieke Omroep gaan overleggen. Voor 2007 trek ik de beleidslijn van voorgaande jaren door en oormerk dit budget.
De Publieke Omroep hecht zoveel belang aan de ontwikkelingen op het gebied van nieuwe media, dat in de meerjarenbegroting van de Publieke Omroep aanvullend op het nieuwe diensten budget van € 38,9 miljoen een additioneel budget van € 19,8 miljoen wordt gevraagd voor het verder ontwikkelen van crossmediaal aanbod en digitale media. Ik onderken het belang van een kwaliteitsimpuls in crossmediale programmering en investeringen in nieuwe media. Er zijn echter geen middelen om dit bedrag van € 19,8 miljoen te honoreren.
Als gevolg van de daling in de reclameontvangsten van de afgelopen jaren en het wegvallen van de bijdrage uit het Fonds Omroepreserve bestaat er nog steeds een discrepantie van € 39,3 miljoen tussen de aanvraag van de Publieke Omroep van € 765,7 miljoen en het beschikbare budget op basis van het kader voor de mediabegroting 2007 van € 726,4 miljoen. Zoals eerder aangegeven ben ik genoodzaakt de rijksbijdrage voor de landelijke publieke omroep lager vast te stellen dan in de budgetaanvraag is aangegeven. Dankzij de mogelijkheid om nog beperkt reserves in te zetten en de bijdrage van de overheid vanuit de AOR ten behoeve van de liquiditeitsproblemen als gevolg van het exploitatietekort, kan de publieke taak in 2007 gegarandeerd blijven en past de basisaanvraag binnen de doelstellingen zoals vastgelegd in het Tussentijds concessiebeleidsplan van de Publieke Omroep.
Op grond van bovenstaande afweging stel ik het budget voor de landelijke Publieke Omroep vast op € 726,4 miljoen, inclusief een totaal geoormerkte bedrag voor ontwikkeling nieuwe diensten (internet, themakanalen en nieuwe media) van € 38,9 miljoen. De Publieke Omroep heeft het budget aangevuld met inzet van programmareserves en eigen vermogen. In de meerjarenbegroting geeft de raad van bestuur van de Publieke Omroep aan dat in 2007 € 29,3 miljoen aan eigen reserves wordt ingezet; in 2006 was dit € 60 miljoen.
Tot slot, in de meerjarenbegroting van de Publieke Omroep wordt een vooruitblik gegeven voor de jaren 2008 en 2009. Dit heeft geen effect op de begroting van 2007. Ik wil niets vastleggen voor de twee jaren na 2007. Het is aan een volgend kabinet om besluiten te nemen over de publieke omroep en zijn financiële middelen voor die jaren.
1.4 Voortgang bezuinigingen rijksbegroting
De uitvoering van de bezuinigingen taakstelling kabinet Balkenende I en II
De bezuinigingen van het kabinet Balkenende I en II op de mediabegroting van € 80 miljoen structureel zijn vanaf 2007 volledig doorgevoerd. Hierdoor is op het budget van de landelijke Publieke Omroep totaal € 64 miljoen en op de overige instellingen € 16 miljoen gekort.
In 2006 is in het kader van het terugdringen van het financieringstekort aanvullend € 11 miljoen structureel bezuinigd op de mediabegroting. Daarnaast is er voor 2006 een incidentele taakstelling opgelegd van € 10 miljoen die eenmalig rechtstreeks ten laste is gebracht van de algemene omroepreserve.
| In € miljoen | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 |
|---|---|---|---|---|
| Publieke Omroep | 39 | 48 | 56 | 64 |
| Overige Instellingen OCW | 1 | 12 | 14 | 16 |
| Taakstelling rijksbegroting 2005 | 21 | 11 | ||
| Totaal | 40 | 60 | 91 | 91 |
De additionele structurele bezuiniging van € 11 miljoen wordt gerealiseerd door de kostenbesparing op de distributie van de publieke televisiekanalen via de analoge ether. Zoals aangekondigd in de brief1 aan de Tweede Kamer van 15 september 2006 zal de omschakeling van de analoge naar digitale ethertelevisie plaatsvinden in de nacht van 10 op 11 december 2006. (zie paragraaf 2.3.)
In de brief2 aan de Tweede Kamer van 12 mei 2006 in reactie op de motie-Bakker/Atsma heb ik u geïnformeerd over resultaten van de Publieke Omroep over 2004 en het eerste halfjaar van 2005. Besparingen in de categorie «efficiëntieverbeteringen in indirecte taken» kunnen eenvoudig gevolgd worden door de daling van het indirecte kostenniveau te monitoren. Besparingen in de categorieën«samenwerking rondom programma’s» en «keuzes in het takenpakket» zijn lastiger te monitoren, omdat deze op het niveau van de directe kosten zijn terug te zien.
Het directe kostenniveau is ook afhankelijk van de programmamix van de publieke omroep en fluctueert bijvoorbeeld door grote evenementen als het WK voetbal en de Olympische Spelen. Voor deze categorieën is daarom afgesproken dat concrete, toetsbare acties gemonitord worden. De rapportage over de efficiëntieverbeteringen in de drie categorieën bestaat uit de volgende onderdelen:
• overzicht van de reductie van fte’s
• financiële rapportage over het verloop van de indirecte kosten
• verslag van de organisatorische maatregelen
De conclusie is dat de Publieke Omroep zijn bezuinigingsdoelstellingen haalt voor de periode 2004 en het eerste halfjaar 2005. De Publieke Omroep heeft recent een rapportage opgeleverd over de realisatie van de bezuinigingen in 2005. Het Commissariaat voor de Media heeft mij gerapporteerd over de voortgang van de bezuinigingen bij de Publieke Omroep in 2005 en concludeert dat, na eliminatie van incidentele posten, de gestelde bezuinigingsdoelstellingen worden gerealiseerd. Zowel de organisatorische maatregelen als de vermindering van de indirecte kosten liggen op schema.
In de brief aan de Tweede Kamer van 27 mei 2004 heb ik u geïnformeerd over de invulling van de bezuiniging van € 16 miljoen. Dit geeft het volgende beeld:
| Bezuinigingen in € miljoen | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 |
|---|---|---|---|---|
| MCO | 4,5 | 5,4 | 6,5 | |
| Wereldomroep | 2,3 | 3,3 | 4,4 | 5,5 |
| Bedrijfsfonds voor de Pers | 2,3 | 2,3 | 2,3 | 2,3 |
| Beheertaken NOB | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 |
| Overige instellingen | 0,9 | 1,0 | 1,0 | |
| Totaal | 5,6 | 12,0 | 14,1 | 16,3 |
De structurele bezuinigingen voor een bedrag van in totaal € 16,3 miljoen in 2007 zijn € 0,3 miljoen hoger dan in 2004 met de Publieke Omroep is overeengekomen. Het overschot zal ik in 2007 inzetten ter dekking van de onvoorziene kosten van het MCO.
2 ONTWIKKELING PUBLIEKE OMROEP
Visie op de toekomst van de Publieke Omroep en prestatieafspraken
Het afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van de discussie over de toekomst van de publieke omroep naar aanleiding van het kabinetsplan Met het oog op morgen. Op 24 mei 2006 stuurde het kabinet het wetsvoorstel hierover naar de Tweede Kamer1. En op 2 juni volgde de reactie op het WRR-advies Focus op Functies2. Deze brief bevat de visie van het kabinet op het brede mediabeleid. Na de val van het kabinet Balkenende II eind juni heeft de Kamer besloten de wet en de WRR-brief niet meer te behandelen. Het kabinet respecteert dit besluit en zal zich terughoudend opstellen. Dit betekent dat de organisatie en financiering een zaak zal worden van het volgende kabinet. In de tussentijd ben ik verantwoordelijk voor een zorgvuldige overgang. Daarom heb ik op 22 september 20063 uw Kamer geïnformeerd over de stappen die ik dit najaar zet. Als eerste verleng ik de erkenningen van de omroepverenigingen en Educom en de zendtijdtoewijzingen aan de 39f-zendgemachtigden met twee jaar tot september 2010. Dit is tevens de einddatum van de concessie die voor de publieke omroep als geheel aan de NOS is verleend.
Ik vind het van belang dat door de verlenging van de erkenningen en zendtijdtoewijzing bestuurlijke rust ontstaat binnen het publieke bestel. De publieke omroep heeft de afgelopen jaren grote programmatische wijzigingen doorgevoerd alsmede grote bezuinigingen het hoofd geboden. Bovendien is de interne organisatie sterk veranderd, onder meer met een onafhankelijke raad van toezicht en het college van omroepen. De turbulente tijd binnen het bestel en in het omringende medialandschap doen een blijvend beroep op de creativiteit en efficiency bij de publieke omroep. Van de zijde van de overheid vraagt dat om een meerjarig toekomstperspectief, vandaar de verlenging van de erkenningen en zendtijdtoewijzing tot het einde van de concessie.
Maar ik zie ook dat de snelle veranderingen in het medialandschap om aanpassingen van de Mediawet vragen. Daarom zet ik een tweede stap gericht op het functioneren van publieke en commerciële omroepen in het digitale en internationale medialandschap. Ik ga wetgeving van meer technische aard voorbereiden die daarop inspeelt. Het gaat om de omschrijving van de multimediale taak van de publieke omroep, verantwoording afleggen door de Wereldomroep en versoepeling van reclameregels voor commerciële omroep. In de eerdergenoemde brief aan de Kamer bent u hierover nader geïnformeerd. Tot slot ga ik verder met de aangekondigde wetgeving op het terrein van mediaconcentraties. Mij is de afgelopen periode gebleken dat hier breed draagvlak voor is in de sector. De wetgeving op dit terrein is urgent om bedrijven in staat te stellen zich multimediaal te ontplooien, terwijl gelijkertijd een garantie wordt geboden dat er voldoende aanbieders overblijven op de markten van dagbladen, radio en televisie. Deze markten zijn het meest relevant voor een kwalitatieve, onafhankelijke en pluriforme nieuws- en informatievoorziening voor de burgers in ons land.
Sinds september 2005 is in de Mediawet vastgelegd dat er een prestatieovereenkomst tussen overheid en Publieke Omroep moet worden gesloten, op basis van de ambities uit het concessiebeleidsplan. Tot op heden is dat nog niet gebeurd. In de mediabegroting 2006 werd al geconstateerd dat de onzekere financiële situatie bij de publieke omroep leidde tot vertraging van dit proces. Het afgelopen jaar heeft voormalig staatssecretaris Van der Laan diverse gesprekken gevoerd met de raad van bestuur van de Publieke Omroep over de prestatieovereenkomst. De sombere financiële vooruitzichten en discussie over de toekomst van de omroep speelden daarbij een belangrijke rol. Het gesprek hierover met de raad van bestuur heb ik sinds deze zomer voortgezet. Ik constateer dat, onder druk van de teruglopende financiën, de raad van bestuur voortvarend aan de slag is gegaan met het stellen van prioriteiten.
Op welke wijze vervult de publieke omroep binnen de gestelde kaders zijn publieke taak, rekening houdend met de ambities uit het tussentijds concessiebeleidsplan? De nieuwe programmering die op 4 september van start is gegaan, is het antwoord op die vraag. De tijd lijkt mij nu dan ook rijp om op basis daarvan alsnog tot een afspraak op hoofdlijnen te komen. Ik heb de raad van bestuur gevraagd om op basis van de voorliggende meerjarenbegroting een voorstel voor meerjarige afspraken te doen. Doel daarvan is de ambities en prioriteiten te bekijken in het licht van het programmeermodel. Het voorstel wil ik in de vorm van conceptafspraken achterlaten voor een volgend kabinet. In de tussentijd beschouw ik de ingediende meerjarenbegroting en mijn reactie daarop in deze brief als de prestatieafspraak met de Publieke Omroep over de vervulling van de publieke taak.
In mijn brief aan de Tweede Kamer over reclameontwikkelingen die u separaat is toegezonden, bent u geïnformeerd over de onderzoeken die ik heb geïnitieerd in het kader van mogelijke alternatieve inkomstenbronnen voor de publieke omroep en commerciële derden waaronder de commerciële omroep en de uitgevers. De onderzoeksrapporten heeft u inmiddels in uw bezit. Een deel van de aanbevelingen zet ik middels een voorontwerp van een wet in gang, zoals ik u eerder meldde met mijn brief van 22 september 20061 over de verlenging van de erkenningen. Over de overige aanbevelingen treed ik nader in overleg met de betrokken partijen. De resultaten hiervan maak ik in een later stadium aan u kenbaar.
Financiële verslaglegging en transparantie
Samen met de raad van bestuur van de Publieke Omroep en het Commissariaat voor de Media zijn in 2005 stappen gezet voor een verdere vergroting van de transparantie van de financiële verantwoording. Met het herziene Handboek Financiële Verantwoording dat begin 2005 in werking is getreden is de financiële verantwoording voor de komende jaren verder geoptimaliseerd. Evenals de verantwoording over 2005 zal in de verantwoording 2006 op basis van het gewijzigde Handboek de gewenste transparantie zijn gerealiseerd.
Het Commissariaat voor de Media merkt op dat de helderheid van de meerjarenbegroting voor verbetering vatbaar is. Ik zal met de Publieke Omroep en het Commissariaat voor de Media overleggen hoe een verdere vergroting van de transparantie van de meerjarenbegroting bereikt kan worden.
In de meerjarenbegroting van de Publieke Omroep wordt teruggeblikt op de resultaten in 2005 en wordt het beleid voor 2007 gepresenteerd. Daarbij komen aan de orde de resultaten en beleidsvoornemens voor radio en televisie alsmede de daarbij behorende themakanalen, internet, nieuwe media en technologie en distributie. De Raad voor Cultuur merkt op dat deze meerjarenbegroting meer dan ooit leest als een stuk van de publieke omroep als één geheel, waarin één organisatie spreekt die bereid is krachtige maatregelen te nemen. De Raad constateert dat de Publieke Omroep de grotere mogelijkheden tot centrale regie ook daadwerkelijk gebruikt. De Raad constateert verder met instemming dat met de nieuwe netprofielen de ordening van het televisieaanbod vanuit het verleden is verlaten. Het is van groot belang, aldus de Raad, dat de nieuwe netindeling voldoende tijd krijgt om zich te bewijzen.
Het Commissariaat voor de Media onderschrijft de opvatting van de Publieke Omroep dat niet te snel een oordeel moet worden gegeven over het nieuwe programmeermodel. De tijd zal moeten leren of dit model de aantrekkingskracht van de Publieke Omroep gaat vergroten, aldus het Commissariaat. Ik sluit me hierbij aan. Ik hoop dat het programmeermodel ertoe zal leiden dat de Publieke Omroep er beter in slaagt om naast de bestaande kijkers ook die groepen aan te trekken die tot dusverre moeilijk bereikt worden. Met name denk ik aan minderheden en jongeren.
De raad van bestuur kondigt in de meerjarenbegroting een aantal strategische projecten aan als agenda voor de toekomst. Ik juich het toe dat hij daarbij de positionering van de publieke omroep in de digitale toekomst centraal stelt. Meer en meer wordt duidelijk dat de grenzen tussen radio, televisie en internet snel vervagen. Dat vraagt om een programmering die start bij crossmediaal denken. Dit vereist een verschuiving in het denken binnen de publieke omroep. Ik constateer dat de publieke omroep meer en meer in staat is om dat te doen. De lancering van een aantal themakanalen dit najaar geeft daar ook concreet blijk van. Bijvoorbeeld het televisiekanaal voor bestuur en parlement waarover het kabinet de Kamer bij brief van 25 september 20062 heeft geïnformeerd. Maar ik zie de crossemediale aanpak ook terug in de programmering op de traditionele platforms. Tegelijkertijd constateer ik dat ieder medium zo zijn eigen specifieke gebruik met zich meebrengt. De inhoud wordt op elk medium verschillend aangeboden of heeft een verschillende functie. Of, zoals in de meerjarenbegroting treffend wordt getypeerd: «Televisie is een voorstelling, de krant een mijnheer, internet een naslagwerk en radio is gezelschap.» De kunst is voor de publieke omroep om al die verschillende rollen en vormen aansprekend te gebruiken in zijn aanbod van audiovisuele media aan het publiek.
In 2005 zijn nagenoeg alle programmatische doelstellingen van de publieke omroep ten aanzien van radio gerealiseerd. Radio is continue in beweging, zowel de zendermarkt als de wijze waarop geluisterd wordt; zie de opmars van luisterboeken en podcasts. In vervolg op eerdere aanpassingen van de profielen in 2003 en 2004 is op 4 september 2006 de programmering van de radiozenders van de publieke omroep aangescherpt. Daarbij maakt de Concertzender nadrukkelijker deel uit van de radiostrategie. En ook de samenwerking met FunX krijgt meer en meer vorm. Dat is van groot belang om een jonge allochtone publieksgroep met de landelijke publieke omroep in aanraking te brengen (bijvoorbeeld door de samenwerking van NOS headlines met een nieuwe redactie bij FunX in Rotterdam).
Doel van de veranderingen bij de radio is om in het sterk concurrerende landschap een versnipperend publiek te blijven bereiken. Daarbij worden ook nieuwe zenders en thematische kanalen ingezet die niet in de ether zijn te beluisteren (kabel, webradio). Ik kijk met belangstelling uit naar het onderzoeksinstrumentarium dat ontwikkeld wordt om de belangstelling voor radio via nieuwe ontvangstmogelijkheden als webradio te meten. Ondanks alle inspanningen is het de publieke omroep niet gelukt om het beoogde luistertijdaandeel van 31% te behalen. De eerste helft van 2006 bleef steken op 28,5%. Het gezamenlijk bereik is 43,2% (exclusief 2% bereik van de Concertzender). Het komend jaar zal moeten uitwijzen of de nieuwe programmering ook in termen van aandeel en bereik zijn vruchten afwerpt. Dat is wel al gelukt bij 3FM. De nieuwe horizontale en herkenbare weekendprogrammering heeft het verval van het bereik in het weekend doen keren. Jongeren vinden hun weg weer naar deze zender. En dat dat niet ten koste gaat van de kwaliteit blijkt wel uit de gewonnen Marconi Awards voor beste programma, beste presentator en grootste radiotalent. Radio 2 is in termen van aantallen luisteraars en waardering een constante factor. Al jaren is het de op één na best beluisterde zender met een bindende functie in de samenleving. Luisteraars stemmen op Radio 1 af als er iets aan de hand is. «Het is een graadmeter voor het maatschappelijke debat en een verkenner van maatschappelijke trends» (meerjarenbegroting publieke omroep). Het is de kunst in te blijven zetten op verjonging van het publiek van Radio 1 met een aanbod dat door de dag heen aan de behoefte van de luisteraar tegemoet komt. Radio 4 heeft forse bezuinigingen doorgevoerd en geïnvesteerd in een efficiëntere werkwijze. Consistenter aanbod, toegankelijker en voor een groter publiek en tegen lagere kosten is de doelstelling. Efficiënte en effectieve samenwerking met het MCO blijft daarbij een punt van aandacht. Ik betreur het dat initiatieven om jongeren te betrekken bij de zender, waaronder jonge musici alsmede de ontwikkeling van de website vertraging hebben opgelopen. Dat zijn juist projecten die bijdragen aan een nieuwe manier van luisteren.
Radio 747AM heeft al jaren moeite de naamsbekendheid, het imago en luisterbereik te verbeteren. Met de nieuwe programmering vanaf september 2006 en onder de bekende naam Radio 5 wijzigt de Publieke Omroep de zender ingrijpend tot een veelkleurige zender met levensbeschouwing, educatie en toegankelijke muziek.
Ten einde efficiënter te werken hebben de zenders ieder één uitzendlocatie en is een nieuwe werkwijze geïntroduceerd. Crossmediale initiatieven worden op alle zenders ontwikkeld.
De Raad voor Cultuur plaatst een aantal kanttekeningen bij de plannen en profielen op mediagebied. Hij ziet in het voorgenomen beleid wel eenbesef van de «nieuwe werkelijkheid» waarin de publieke radio moet functioneren, maar mist een duidelijke relatie tussen de missie in het Tussentijds concessiebeleidsplan, de visie in de meerjarenbegroting en een daarbij horende strategie en invulling van de zenders. Ik ben het met de Raad eens dat dit een punt van aandacht is. Tegelijkertijd vind ik dat we de nieuwe radioprofielen een kans moeten geven om hun waarde te bewijzen.
In januari 2006 heeft de raad van bestuur besloten de programmering van de publieke televisiezenders per september 2006 drastisch te wijzigen. Aanleiding was het gestage afkalvende publieksbereik met name onder kijkers onder de 50 jaar. Als gevolg daarvan bleven ook de reclame-inkomsten achter en kon de publieke omroep de toenemende concurrentie onvoldoende het hoofd bieden. Er is de afgelopen maanden door alle medewerkers van de publieke omroep hard gewerkt om dat tij te keren. De eerdere keuze voor het verbeterd «Thuisnetmodel» moest daarvoor worden losgelaten. Dat heeft van velen een enorme omslag vereist leidend tot een nieuwe netindeling, nieuwe samenwerkingspartners en nieuwe programmaconcepten voor een nieuw publiek. En ondertussen kon het scherm niet op zwart en moest efficiënter worden gewerkt onder druk van bezuinigingen. De komende maanden zullen uitwijzen of de publieke omroep er in slaagt een onderscheidend, kwalitatief programma-aanbod te bieden met nieuws, actualiteiten, informatie, fictie, kunst, cultuur en amusement. Het is een kroon op het werk van alle programmamakers, netcoördinatoren en alle andere betrokkenen, als dat lukt.
De Raad voor Cultuur complimenteert de Publieke Omroep met zijn daadkrachtige stappen om de neerwaartse spiraal van de voorbije jaren te doorbreken. Daar sluit ik mij bij aan.
Uit de terugblik op de programmering in 2005 is een aantal bijzonderheden te melden. Zo ben ik blij te constateren dat de publieke omroep voortvarend aan de slag is met de ondertiteling voor doven en slechthorenden. In 2005 lag het totaal op 70% van de uitgezonden uren waarbij op Nederland 2 al 93% is ondertiteld. Dit geeft mij goede hoop dat de publieke omroep in 2010 volledige ondertiteling kan aanbieden.
Minder enthousiast ben ik met het Commissariaat voor de Media over de vorderingen op het terrein van diversiteit. Dit is al langer een punt van zorg. Het is in 2005 niet gelukt om de beleidskaders uit 2004 om te zetten in programmering. Een nieuwe werkgroep zal concrete doelstellingen en criteria ontwikkelen voor het bereik onder jongeren en minderheden. Ik vind dat diversiteitbeleid een essentieel onderdeel is van de publieke omroep waarin zij zich kan en moet onderscheiden. Dat is een taak van alle omroepinstellingen en in het bijzonder de NPS. Ik betreur het dan ook dat het vooral bij praten blijft en dat concrete plannen en een inzichtelijke rapportage op dit punt achterblijven.
Daarbij blijf ik wijzen op het belang om jongeren/minderheden ook zichtbaar te maken in het kijk- en luisteronderzoek om inzichtelijk te krijgen wat de effecten zijn. Ik verwacht op korte termijn concrete acties van de publieke omroep op het terrein van diversiteit.
De Publieke Omroep geeft in zijn meerjarenbegroting aan dat kunst en cultuur en in het bijzonder drama (inclusief auteursdrama) belangrijke pijlers zijn en blijven in zijn taak en programmering. Ondanks de bezuinigingen zal ook de komende jaren aandacht blijven voor kwalitatieve nieuwe producties in deze genres. Het is hierbij echter van belang dat dit gebeurt vanuit een concrete visie op het genre en de taak van de Publieke Omroep op gebied van drama en kunst en cultuurprogrammering. Zowel de Raad voor Cultuur als het Commissariaat voor de Media hebben hier op gewezen. Ik zal de Publieke Omroep daarom verzoeken te komen met een strategische visie voor de (multimediale) toekomst op dit terrein. Gezien de rol van het Stimuleringsfonds Culturele Omroepproducties als stimulans voor dit type programmering, verwacht ik dat de Publieke Omroep afstemming zoekt met het fonds bij het opstellen van deze visie.
Het weekbereik van de televisiezenders ligt in 2005 met 87% boven de doelstelling. Dat is een mooie score. Maar, zoals eerder geconstateerd, het bereik onder jonge kijkers tot 50 jaar blijft achter. Bijzondere groep daarbinnen zijn de kinderen.
Met Z@ppelin richt de Publieke Omroep zich specifiek op bepaalde groepen in de leeftijd van 3–12 jaar. Het bereik van kinderen van deze leeftijdsgroep is al langer een punt van zorg. Reeds in de begrotingsbrief 2006 werd aangegeven dat daarbij de beschikbaarheid van voldoende middelen voor Z@ppelin onontbeerlijk is. Ondanks de doelen die de Publieke Omroep zich heeft gesteld en de maatregelen die hij heeft genomen om het tij enigszins te keren, heeft dit helaas geen resultaat opgeleverd. Zo is getracht het ietwat te kinderlijke imago van Z@ppelin voor de oudere kinderen van 6–12 jaar te verbeteren door onder andere de introductie van Z@pp. Tevens zendt Z@ppelin/Z@pp nu ook nieuw Nederlands drama uit met een dagelijkse dramaserie/soap. Niettemin is mede door de steeds sterker wordende positie van de commerciële kinderzenders wederom een fikse terugval te zien. Zo is het kijktijdaandeel van Z@ppelin/Z@pp van 15,9% in 2004 naar 14% in 2005 tot zelfs 11,5% in de eerste zes maanden van 2006 gedaald.
De Publieke Omroep heeft zich als doel gesteld om Z@ppelin/Z@pp te laten behoren tot één van de twee door kinderen (3–12 jaar) meest bekeken zenders. Daartoe wil Z@ppelin/Z@pp een zodanige inhaalslag maken om een kijktijdaandeel van 18% te realiseren en zijn positie als toonaangevend kindernet hervinden door de programmering te vernieuwen en aantrekkelijker te maken. Ik hoop dat een verdere verbeterslag alsnog een ommekeer brengt in het kijktijdaandeel en het bereik, met name onder de groep 8- tot 12-jarigen. Jongeren en jong volwassenen blijven daarmee als publieksgroep een speerpunt voor de publieke omroep en de uiteenlopende ambities op dit terrein laten dit ook zien.
Tot slot constateer ik dat het werken met de kwaliteitskaart leidt tot een evenwichtiger presentatie van het beleid, de doelstellingen en acties voor het komend jaar. Het gaat daarbij om de programmakwaliteit, de programmamix, jeugd en jongeren, kinderprogrammering, diversiteit, programmavernieuwing, bereik en aandeel en maatschappelijke interactie en invloed. Duidelijk wordt wat per thema en genre de gezamenlijke doelstellingen zijn waaraan alle omroepen met hun programma’s een bijdrage leveren.
Naleving programmavoorschriften
Het Commissariaat voor de Media heeft de betrouwbaarheid van de MJB-indeling getoetst en vastgesteld dat deze «matig» is. De indeling van de Publieke Omroep kwam voor 80% overeen met de eigen indeling van het Commissariaat; dit betekent dat bij 20% van de programma’s niet duidelijk is in welke programmacategorie deze moet worden ondergebracht. Het Commissariaat stelt echter vast dat de MJB-indeling voldoende betrouwbaar is voor de rapportage over het programmavoorschrift. Dat komt omdat bij de beoordeling van het programmavoorschrift vooral de hoofdcategorieën bepalend zijn; verschillen blijken vooral te zitten in de zogenaamde subcategorieën.
Het Commissariaat stelt vast dat de televisieprogrammering van de Publieke Omroep over 2005 op twee punten na voldoet aan het programmavoorschrift: het percentage kunst is te laag en tevens voldoetde NPS niet aan het minderhedenvoorschrift. Beide tekortkomingen hebben te maken met de herhalingen in de nacht van programma’s als Nova en het journaal, waardoor de totale zendtijd aanzienlijk toenam: van 9964 uren in 2004 naar 11 881 uren in 2005. In 2005 zijn duidelijk méér uren besteed aan kunst dan in 2004 (1402 tegen 1364), maar procentueel daalde het aandeel kunst van 13,7% naar 11,8%.
De Mediawet schrijft 12,5% voor. Bij aftrek van de nachtcarrousel is het percentage kunst 13,9%. Het Commissariaat vindt het daarom niet opportuun om handhavend op te treden wegens het niet voldoen aan het programmavoorschrift «kunst». De Raad voor Cultuur merkt terecht op dat de culturele opdracht voor de publieke omroep geen plicht, maar een passie moet zijn.
Wat minderhedenprogrammering bij de NPS betreft: het Commissariaat stelt vast dat sprake is van een geringe toename van het aantal uren (290 uren in 2004 tegen 298 uren in 2005). Dat is 16% van de NPS-zendtijd, terwijl het Mediabesluit 20% voorschrijft. Blijft de nachtcarrousel buiten beschouwing, dan komt het percentage uit op 24,2%.
Hoewel de redenering die het Commissariaat volgt bij «kunst» ook hier lijkt op te gaan, heeft het Commissariaat besloten in dit geval wél handhavend op te treden. Dit omdat bij de NPS slechts sprake is van een marginale toename van het aantal uren besteed aan minderhedenprogramma’s, gevoegd bij het feit dat de score van 16% wel behoorlijk onder het voorschrift scoort. Het Commissariaat meent dat de NPS de verantwoordelijkheid heeft om bij de keuze van herhalingen van zijn programma’s in de nacht het programmavoorschrift in de gaten te houden.
Het Commissariaat stelt vast dat bij de radio is voldaan aan het programmavoorschrift, met uitzondering van de NPS-minderhedenprogrammering. Het NPS-percentage bedraagt 21%, terwijl minimaal 25% is voorgeschreven. Het Commissariaat heeft ook hier besloten om een sanctieprocedure te starten.
Het Commissariaat meent dat de Publieke Omroep op korte termijn dient aan te geven welke kant men inhoudelijk op wil met de minderhedenprogrammering. Thans lijkt zonder duidelijke onderbouwing afscheid te zijn genomen van de eerste generatie etnische minderheden, terwijl deze enigszins vergrijsde groep waarschijnlijk wel specifieke wensen en behoeften heeft. Het Commissariaat pleit voor een duidelijke strategie en een aanduiding welke middelen de Publieke Omroep hiervoor wil inzetten. Ook de Raad voor Cultuur plaatst een kritieke kanttekening bij dit onderdeel van de meerjarenplannen van de Publieke Omroep. Ik sluit me daarbij aan en zal de Publieke Omroep vragen om op dit punt helderheid te verschaffen.
De AMvB Neventaken zal een dezer dagen in werking treden. De nieuwe regels houden in dat neventaken voortaan via de meerjarenbegroting vooraf door de minister van OCW, mede op advies van het Commissariaat, getoetst worden in het kader van het totale programmatische en financiële beleid van de Publieke Omroep. Het criterium is: neventaken moeten voorzien in democratische, sociale en culturele behoeften. De Publieke Omroep moet dat in de meerjarenbegroting onderbouwen.
De Publieke Omroep heeft een pakket van voorgenomen neventaken gepresenteerd. Dit pakket bestaat uit televisie themakanalen, radio thema kanalen, internet en de ontwikkeling van crossmedia en nieuwe diensten1. Daarbij is onderbouwd op welke wijze de Publieke Omroep met inzet van de diverse neventaken mede invulling geeft aan zijn hoofdtaak en op welke wijze deze activiteiten tegemoet komen aan de behoeften van de samenleving. Dit pakket kenmerkt zich door het belang van een aantal geprioriteerde, centraal gecoördineerde activiteiten die noodzakelijk zijn om de publieke omroep in staat te stellen zijn taak op een multi- en crossmediale manier uit te voeren en tot gewenste ontwikkeling en verspreiding van media-inhoud langs een afgewogen mix van distributiekanalen te komen. Daarnaast is er ruimte voor omroepen om eigen initiatieven te ontplooien waarmee zij hun missie en identiteit kunnen uitdragen. Het Commissariaat ondersteunt in zijn advies de crossmediale benadering van de Publieke Omroep. De Raad voor Cultuur doet dat ook, maar mist een helder beleid en inspiratie in de hoofdstukken over internet, crossmedia en nieuwe media.
Het pakket aan voorgenomen neventaken acht ik gewenst en noodzakelijk om de publieke omroep in staat te stellen zijn taak op een multimediale manier te vervullen zodat ingespeeld kan worden op de technologische ontwikkelingen, het gewenste bereik onder diverse publieksgroepen en het veranderende mediagebruik. De Publieke Omroep heeft een goede onderbouwing gegeven waarom de voorgestelde neventaken noodzakelijk zijn in het licht van democratische, sociale en culturele behoeften van de samenleving en de rol die de publieke daarbij heeft. De neventaken kunnen aldus gerekend worden tot de taakopdracht van de publieke omroep. Enkele concrete voorbeelden waar de komende jaren aan wordt gebouwd, zijn:
• een visuele variant van de radiozenders op digitale televisie
• kinderportal Z@pp voor digitale televisie als extensie van de Z@pp-webcontent
• een digitale radioplayer voor alle omroep-audio
• Portals voor NL1, 2 en 3 voor digitale televisie.
«Uitzending gemist» is een van de succesvolle diensten van de Publieke Omroep. Er is veel behoefte aan het on demand bekijken van programma’s. De Publieke Omroep wil deze dienst uitbreiden van internet naar digitale televisie. Hiertoe is transcodering van de content nodig. Om de kosten niet aanzienlijk te laten oplopen zal een voorzienig worden getroffen waarbij het uitgezonden materiaal uit de Digitale Voorziening automatisch wordt getranscodeerd en opgeslagen op een speciaal streaming platform. Hiervoor is een beperkte eenmalige investering noodzakelijk. Daarnaast moet een portal voor digitale televisie worden ontwikkeld. Naast structurele redactionele kosten zullen ook investeringen moeten worden gedaan voor het ontwerp en applicatiebeheer van de portals.
Bij brief van 25 september 20061 heb ik de Tweede Kamer geïnformeerd over de resultaten van een onderzoek naar de mogelijkheden voor een televisiekanaal met informatie over bestuur en parlement in Nederland. Het onderzoek is op verzoek van het kabinet uitgevoerd door de Taskforce Televisiekanaal over bestuur en parlement. Aanleiding hiervoor was een van de vijftig aanbevelingen van het rapport van de Gemengde Commissie Communicatie onder leiding van G.J. Wolffensperger, dat in juni 2005 verscheen als onderdeel van de rijksbrede takenanalyse. Deze commissie heeft zich gebogen over de communicatie tussen overheid en burgers. Zij pleitte onder meer voor een digitaal televisiekanaal dat geheel gewijd is aan bestuur en parlement. Eerder al diende de kamer een motie in met het verzoek om een parlementair themakanaal2.
De ministerraad heeft dit idee positief ontvangen en heeft in augustus 2005 besloten een voorstudie te doen naar de mogelijkheden voor een dergelijk televisiekanaal. Onder leiding van OCW is dit uitgewerkt wat resulteerde in bovengenoemde brief. Het Rijk heeft besloten een bedrag van € 0,5 miljoen beschikbaar te stellen voor verbetering van de noodzakelijke technische infrastructuur in de Tweede Kamer. De Publieke Omroep start in november met een eigen parlementair themakanaal. Dit is te zien op de digitale site Nederland 4 en in het digitale pakket van een aantal kabelexploitanten.
De toegankelijkheid van media voor burgers staat of valt bij de distributie ervan. Het kabinet streeft naar open concurrentie zowel op als tussen verschillende distributienetwerken en op basis van eerlijke, redelijke en niet discriminerende voorwaarden voor diverse aanbieders van inhoud en diensten. De verwachting is dat de positie van zowel gebruikers als dienstenaanbieders sterker wordt, omdat ze keus krijgen uit meerdere netwerken. Radio is voor een groot bereik nog afhankelijk van de schaarse etherfrequenties, die de overheid verdeelt. En voor televisiedistributie is de kabel nog dominant. Daarom gaat de OPTA naast de transportkosten ook toezicht houden op het inhoudsdeel van de kabeltarieven voor consumenten.
Kabelbedrijven zijn verplicht via programmaraden de burgers te betrekken bij de samenstelling van het basispakket. In overleg met de sector werkt het kabinet aan een toekomstmodel voor consumenteninvloed in de vorm van publieksonderzoek – op basis van co-regulering – dat programmaraden mogelijk kan vervangen. Daarnaast is de digitale doorgifte van lokale en regionale omroepen via de kabelnetwerken van belang. Onderzocht wordt of de Mediawet zodanig kan worden gewijzigd dat in de overgangsfase, waarin analoog en digitaal naast elkaar op de kabel worden doorgegeven, de digitale doorgifte van de lokale en regionale omroep verplicht kan worden1.
Op 25 augustus 2006 hebben de Minister van Economische Zaken en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Tweede Kamer geïnformeerd over de omschakeling van ethertelevisie. Het betrof hier een heroverweging op onderdelen van het eerdere kabinetsstandpunt van 28 april 2006. Bij brief van 15 september 2006 is de Kamer aanvullend geïnformeerd.
Sinds 2003 is er digitale ethertelevisie in de Randstad. In de nacht van 10 op 11 december 2006 zal de landelijke omschakeling van analoge naar digitale ethertelevisie plaatsvinden. De doorgifte van de televisieprogramma’s van de landelijke publieke omroep, alsmede die van de regionale omroepen zal onversleuteld en dus zonder smartcard plaatsvinden («free-to-air»). De burger kan het signaal met een eenvoudige ontvanger uit de lucht halen. Om deze «free to air» variant te realiseren heeft het kabinet in de periode 2007–2010 jaarlijks een bedrag van € 2 miljoen ter beschikking gesteld aan de Publieke Omroep.
Verder is in goed overleg met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en ROOS besloten om voor de komende jaren doorgifte van de regionale televisieprogramma’s via de satelliet gezamenlijk financieel mogelijk te maken. Hiertoe zal vanuit de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de periode tot en met 2010 eenmalig een bedrag van € 1,6 miljoen wordt vrijgemaakt binnen de cultuurbegroting.
Om de huishoudens die het aangaat tijdig te laten weten dat ze moeten overschakelen, is een intensieve voorlichtingscampagne gestart. De burger wordt geïnformeerd over de overschakeling door middel van advertenties, artikelen, radiospots en de internetsite www.signaalopdigitaal.nl.
Technologische ontwikkeling van mediadistributie is recent in een stroomversnelling terecht gekomen. Met name de verdere digitalisering van omroepdistributie heeft doorgezet. De verwachting is dat deze digitalisering verder aan belang zal toenemen.
Dit jaar is internettelevisie daadwerkelijk van de grond gekomen. Sinds september 2006 wordt internettelevisie door Tele2 aangeboden. KPN zal waarschijnlijk spoedig volgen. De programma’s van de landelijke publieke omroep worden ook via deze deze twee aanbieders van internettelevisie aangeboden.
In februari 2004 is gestart met reguliere etherverspreiding van de radiozenders van de landelijke publieke omroep via digitale etherradio (TDAB). De afgelopen jaren zijn de inspanningen van het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van OCW erop gericht om ook distributie van commerciële radiozenders via TDAB mogelijk te maken. De Tweede Kamer zal hierover door het volgende kabinet worden geïnformeerd.
Tenslotte bieden ook kabelmaatschappijen digitale pakketten aan, veelal in combinatie met decoders die gratis of tegen een geringe meerprijs worden verstrekt. Ook de landelijke publieke omroep biedt inmiddels digitale themakanalen aan via de netwerken van de kabelmaatschappijen.
In 2006 zijn de uitzendingen van het WK voetbal in High-Definition TV (HDTV) en breedbeeld beschikbaar gesteld. In 2007 doet de Publieke Omroep onderzoek naar de haalbaarheid en kosten van een experimenteel HDTV-uitzendplatform. Dit platform kan fungeren als testbed voor reguliere HDTV-uitzendingen op de middellange termijn.
3 ONTWIKKELINGEN ANDERE MEDIA-INSTELLINGEN
3.1 Radio Nederland Wereldomroep (RNWO)
De Wereldomroep geeft uitvoering aan de structurele bezuinigingstaakstelling van € 5,5 miljoen die hij in 2004 kreeg opgelegd. In de begroting 2007 is de laatste tranche van deze bezuiniging, betreffende € 1,1 miljoen verwerkt. Daarbij is de Wereldomroep er in geslaagd niet te hoeven snijden in de programmering. De bezuiniging wordt met name gerealiseerd op terrein van doelmatiger beheer en van distributie/verspreiding van programma’s.
De Wereldomroep maakt gebruik van een mix van distributiemiddelen zoals korte golf, satelliet, internet en uitzendingen via lokale partners. Korte golfuitzendingen zijn kostbaar maar worden, waar mogelijk, gecompenseerd door samen te werken met andere internationale omroepen. Door de samenwerking met partnerstations te versterken, kan een groter bereik worden gerealiseerd, kan de Wereldomroep dichter bij de luisteraar/kijker komen te staan en zijn de kosten voor het aanleveren van producties aan partners via satelliet en internet laag.
Het Commissariaat voor de Media prijst de programmatische ambities van de Wereldomroep en het streven naar herkenbaarheid en samenhang, bijvoorbeeld door de centrale journalistieke aansturing van het nieuws in al zijn uitingen en in alle talen.
Naast de traditionele radiokanalen van de Wereldomroep ontwikkelt zich een groeiend crossmediaal en multimediaal aanbod. De luisteraars en kijkers maken steeds meer gebruik van diverse dragers en willen zelf kunnen bepalen wanneer, waar en hoe ze (delen van) programma’s consumeren. Belangrijke pijlers op internet en verscheidene websites zijn herkenbaarheid voor de verschillende doelgroepen en interactiviteit met luisteraars en bezoekers. De doelgroepen zullen dan vaker terugkomen, wat vervolgens zal leiden tot substantieel hogere webbezoeken.
Het Commissariaat voor de Media vindt het vanzelfsprekend dat de Wereldomroep op dit moment alle beschikbare media verkent en met name internet probeert te integreren in de uitoefening van zijn taken. Ik ben het daarmee eens.
De afgelopen maanden heeft onderzoek plaats gevonden naar het onderscheidend vermogen van het aanbod van de Wereldomroep, alsmede naar de rol van breedbandinternet in de distributiemix. Ook zijn alle activiteiten van de Wereldomroep in kaart gebracht met de bijhorende kosten, gesplitst naar taal/regio.
Het rapport over dit onderzoek wordt binnenkort afgerond. Ik zal u dat separaat doen toekomen en daar dan ook een reactie op geven. Wel ga ik alvast wetgeving voorbereiden met onder andere als doel om de verantwoording van de Wereldomroep op dezelfde wijze vorm te geven als bij de landelijke Publieke Omroep: meerjarige beleidsplannen en visitatie1.
3.2 Regionale en lokale omroep
De wet die de nieuwe financieringsstructuur voor de regionale publieke omroep regelt is op 1 januari 2006 in werking getreden. Mede naar aanleiding van deze overheveling van de financiering van de regionale omroep naar het Provinciefonds heeft de koepelorganisatie ROOS een onderzoek laten doen naar de toekomst van de regionale publieke omroep. Het onderzoek geeft inzicht in het veranderende mediagebruik en de invloed hiervan op de rol en positie van de regionale omroep2. Het kabinet heeft hierop in juni gereageerd in de kabinetsreactie op het WRR advies«Focus op Functies»3. In een aantal door de WRR gemarkeerde functies, zoals nieuws, opinie en achtergrond, speelt de regionale omroep een bijzondere rol. Het kabinet deelt de conclusie van het onderzoek dat het functioneren van de regionale omroep nauwelijks ter discussie staat en stelt ook dat met de recente overheveling van de financiering nu de uitdaging aan de regionale omroep en de provincies is om aan de hand van dit toekomstbeeld op een zinvolle wijze op de toekomst in te spelen.
Ten aanzien van de dertien regionale omroepen bestaat met de volledige overheveling van de financiering naar het Provinciefonds een zorgplicht van de provincies. In elke provincie zorgt het provinciebestuur voor de bekostiging van het functioneren van ten minste één regionale omroepinstelling. De rol van het Rijk blijft beperkt tot het stellen van algemene kaders via wet- en regelgeving. Dat regionale publieke omroepen en provincies hun verantwoordelijkheid bestuurlijk goed opnemen blijkt uit het feit dat de regionale omroepen en IPO begin 2006 overeenstemming bereikten over de «reële index» op de jaarlijkse bijdrage van de provincies. De overdracht van de financiën naar de provincies zal na 3 jaar geëvalueerd worden.
Met de regionale omroep en het IPO ben ik in het verlengde van de omschakeling van de analoge ethertelevisie overeengekomen om een eenmalige bijdrage te leveren aan de satellietdistributie van de 13 regionale omroepen tot en met 2010. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd per brief van 25 augustus 20064.
De landelijke publieke omroep heeft met de regionale omroepen (verenigd in de ROOS) begin 2006 een strategieovereenkomst gesloten met het doel de samenwerking op tal van terreinen te versterken. Daarbij is het uitgangspunt gelijkwaardigheid, synergie en samenwerking met oog voor ieders eigen positie.
Een punt van zorg bij de lokale omroep en de Kamer is de doorgifte van de lokale omroep in het digitale basispakket van kabelexploitanten. De Kamer heeft hierover eerder bericht ontvangen5. Naar aanleiding van het Kamerdebat is de toezegging gedaan de problematiek met de digitale doorgifte van lokale en regionale omroepen te onderzoeken. Ook is daarbij de bereidheid getoond daartoe zo nodig de Mediawet te wijzigen. In het verlengde hiervan ben ik in overleg met de kabelsector. Ook is er overleg tussen de kabelsector en de lokale omroepen. Ik zal u hierover zo spoedig mogelijk informeren.
Het grootstedelijke mediabeleid dat ik voer met de vier grote steden is gericht op groepen met een minderhedenachtergrond die vooral deel uitmaken van de samenleving in de Randstad. Het resultaat hiervan is de radiozender FunX en- voor televisie – Multiculturele Televisie Nederland (MTNL). De opdracht van MTNL werd in 2005 verlengd tot en met 2008 met de afspraak een meer interculturele programmering in de Nederlandse taal te gaan verzorgen. Deze moet zo bijdragen aan de integratie en versterking van de sociale cohesie in de steden. De jaarlijkse bijdrage van OCW uit de omroepmiddelen bedraagt circa € 2,9 miljoen en de steden dragen circa € 0,8 miljoen bij.
FunX is een stadszender voor multiculturele jongeren in de grote steden met een mix van plaatselijke informatie en muziek, toegesneden op deze publieksgroep. Het station is een neventaak van de vier lokale zendgemachtigden in de vier grote steden. Uit onderzoek van TNO1 uit 2006 blijkt dat FunX door de beoogde publieksgroep zeer positief gewaardeerd wordt. Met de vier grote steden ben ik daarom in overleg over verlenging van de opdracht aan FunX voor de periode vanaf 2007. In 2007 bedraagt de bijdrage van OCW circa € 0,9 miljoen.
FunX is ook voor landelijke publieke omroep (BNN en NOS) een samenwerkingspartner. In de meerjarenbegroting onderstreept de publieke omroep het belang hiervan voor het bereik in de groep 15–35 jarigen. NOS en FunX werken onder meer samen in een nieuwsredactie in Rotterdam en met BNN werkt FunX samen bij de invulling van het Colorful kabelkanaal. Ook is FunX sinds januari 2006 aangesloten op Omroep.nl.
De bijdrage van FunX is belangrijk voor de landelijke publieke omroep specifiek als het gaat om het bereiken van een jonge publieksgroep met een minderhedenachtergrond. Dit is iets waar de landelijke publieke omroep nog steeds onvoldoende in slaagt. Ik beschouw de ambities van de publieke omroep om samen te werken met FunX als een belangrijke stap in het realiseren van bereik onder jonge «nieuwe Nederlanders» en het bevorderen van maatschappelijke participatie en talentontwikkeling. Ik zal de ontwikkelingen hierin nauwgezet volgen.
3.4 Muziekcentrum van de Omroep (MCO)
De bezuinigingen op het Muziekcentrum van de omroep werken door tot en met 2007. De reorganisatie bij de klassieke orkesten als gevolg van deze bezuinigingen is volgens plan verlopen. Het seizoen 2005–2006 is in de nieuwe constellatie voor de klassieke orkesten en het koor succesvol geweest. Ook de samenwerking met Radio 4 krijgt meer en meer vorm, maar heeft nog geen optimum bereikt. De doelmatige inzet van het Metropole Orkest blijft echter achter. In de loop van dit jaar is duidelijk geworden dat het Metropole Orkest onvoldoende in staat is naast de inzet voor de omroepen, ook eigen middelen te verwerven. Ik ben over de ontstane situatie in gesprek met de betrokken instellingen.
Zoals beoogd bij de invulling van de bezuinigingen in 2004 is, met unanieme instemming van het Curatorium, de raad van bestuur van de Publieke Omroep ingesteld als raad van toezicht van het MCO. Ik verwacht dat deze stap op korte termijn zal bijdragen aan een efficiënte en effectieve inzet van de omroeporkesten binnen de Publieke Omroep en op de diverse podia.
3.5 Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid
Voor het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid wordt 2007 het eerste jaar waarin het publiek in het nieuwe gebouw kan ervaren wat de media voor hen betekenen. De bijdrage aan de media-educatie zal hierdoor sterk toenemen. Ook het project Teleblik zal zijn impuls aan het educatieve mediagebruik in volle omvang gaan leveren. De digitale infrastructuur die samen met de publieke omroep en het NOB is opgezet, is hierbij een noodzakelijke voorwaarde. Deze wordt in 2007 verder uitgewerkt. Ook voor andere instellingen die audiovisuele collecties beheren, gaat Beeld en Geluid de faciliteiten van de digitale voorziening beschikbaar stellen.
In 2007 gaat het consortium Beelden voor de Toekomst van start. Dit zal voorzien in het behoud en de digitalisering van de grote audiovisuele collecties in Nederland. De aandacht is daarbij gericht op gebruik voor educatieve doeleinden, alsmede op gebruik door de «Creatieve industrie». Beeld en Geluid brengt de grootste collectie bij dit project in. Met de start en financiering van dit consortium geef ik mede uitvoering aan de motie-Van Dam1. Binnenkort zal ik in mijn reactie op het advies van de Raad voor Cultuur over filmconservering mijn visie op behoud, digitalisering en gebruik nader uiteenzetten.
3.6 Nederlands Omroepproductie Bedrijf (NOB)
Het privatiseringsproces van het NOB nadert dit jaar (2006) naar verwachting zijn afronding. Hierbij wordt het bedrijfsonderdeel NOB Crossmedia facilities (NOB CMF), dat het cruciale uitzendproces voor de publieke omroep verzorgt, als laatste verkocht. Om de continuïteit van het uitzendproces te waarborgen is voorafgaand aan de verkoop een contract gesloten tussen de Publieke Omroep en het NOB (NOB CMF) waarin de zogenaamde wettelijk verankerde «beheertaak» veilig is gesteld. De rijksbijdrage voor deze beheertaak is voor het jaar 2007 met € 1 miljoen verhoogd en daarmee op het niveau gebracht dat nodig is voor deze continuering. Dit binnen de budgettaire kaders van de Mediabegroting. De uitkering aan de Staat van de opbrengsten van de verkoop wordt verdeeld over de jaren tot en met 2010.
3.7 Bedrijfsfonds voor de Pers
Het Bedrijfsfonds voor de Pers wordt omgedoopt tot Stimuleringsfonds voor de Pers. Het daartoe strekkende wetsvoorstel is op 12 september 2006 aanvaard door de Tweede Kamer. Deze naamswijziging maakt nog eens duidelijk dat steun aan de pers dient als stimulans, die uitsluitend op tijdelijke basis wordt verleend teneinde de onafhankelijkheid van de pers niet in gevaar te brengen.
Het Bedrijfsfonds beschikt in 2006 over een vermogen van circa € 10 miljoen. De afgelopen jaren gaf het Fonds gemiddeld € 1,4 miljoen per jaar uit aan steunverlening in diverse vormen. Het Fonds is derhalve in staat om de komende jaren zijn taken naar behoren uit te voeren.
3.8 Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties
Het Stimuleringsfonds blijft onverminderd een belangrijke rol spelen bij het stimuleren van culturele omroepproducties op radio en televisie. De behoefte blijkt ondermeer uit de snelle uitputting in 2006 van het subsidiebudget van Stimuleringsfonds. De budgetten voor jeugd, kunstdocumentaires en regionale producties zijn al voor het einde van dit jaar uitgeput. De regionale omroepen hebben in 2006 een groot aantal kwalitatief goede en vernieuwende projecten ingediend. De potentie van regionale omroepproducties is zelfs hoger dan het beschikbare budget. Gevolg is dat niet alle goede projecten ondersteund kunnen worden. Met oog op het toenemende belang van cross mediale producties breidt het Stimuleringsfonds onder andere het jaarlijks terugkerende StifoSandberg uit. Zoals eerder gesteld blijven kunst, cultuur en drama belangrijke taken van de publieke omroep. Het Stimuleringsfonds stimuleert en ondersteunt de ontwikkeling en productie van deze programmacategorieën. Ik heb de Publieke Omroep gevraagd te komen met een toekomstvisie op dit punt. Het Stimuleringsfonds heb ik gevraagd hierbij zoveel mogelijk inhoudelijk mee te denken. De dotatie aan het Stimuleringsfonds blijft gehandhaafd op het gebruikelijke niveau inclusief accres.
Programmaraden zijn tot er nieuwe instrumenten zijn ontwikkeld, een belangrijk onderdeel van consumentenbescherming in het kabelbeleid. Om de programmaraden te ondersteunen bij de uitvoering van hun wettelijke taak bestaat sinds 2002 een centraal bureau. Dit bureau bundelt kennis en expertise door onder andere verspreiding van informatie over beleid en jurisprudentie, het laten verrichten van publieksonderzoek, de organisatie van conferenties en trainingen voor programmaraadsleden. Hiervoor is in 2007 € 0,4 miljoen beschikbaar.
Dit rapport is u met de brief in reactie op rapporten reclameontwikkelingen separaat toegezonden.
In de meerjarenbegroting 2007–2011 van de Publieke Omroep zijn de neventaken als volgt opgenomen: televisie themakanalen blz. 97–98; radio themakanalen (op kabel, DAB en internet) blz. 74–77; internet blz. 100–103; ontwikkeling van crossmedia en nieuwe diensten, blz. 104–109.
Motie van Orgu c.s. Kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 VIII, nr. 92. (datum: 22 november 2004).
Deze onderwerpen zijn aan de orde gekomen in de kabinetsreactie op het WRR-rapport van 2 juni 2006 (Kamerstukken II, 2005–2006, 29 692, nr. 14).
Zoals aangekondigd in de brief over de verlenging van de erkenningen d.d. 22 september 2006 (Kamerstukken II, 2006–2007, 30 571, nr. 5).
Rutten, P., april 2006. De toekomst van de regionale publieke omroep. In opdracht van ROOS, Hilversum.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30800-VIII-13.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.