Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200730800-VII nr. 46

30 800 VII
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2007

nr. 46
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 april 2007

Inleiding

Op maandag 16 april heeft de commissie Besluitvorming Stemmachines haar rapport, «Stemmachines, een verweesd dossier», aan mij overhandigd.1 Met dit rapport, dat u als bijlage bij deze brief aantreft, kom ik tegemoet aan de toezegging die mijn ambtsvoorganger in zijn brief van 20 december 2006 aan uw Kamer deed2. Naast een commissie die de mogelijkheden voor een hernieuwde inrichting van het gehele verkiezingsproces beziet3, was er behoefte aan een rapport van een externe commissie over de wijze waarop betrokken actoren, waaronder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het onderwerp stemmachines hebben benaderd. Met het onderhavige rapport wordt in die behoefte voorzien.

Algemene reactie op de conclusies van het rapport

Ik ben de leden van de commissie – de heren Hermans en Van Twist – dankbaar voor hun heldere analyse. Op treffende en compacte wijze hebben de auteurs beschreven welke ontwikkelingen hebben geleid tot een tekort aan politieke en ambtelijke aandacht voor het verkiezingsproces in het algemeen en het gebruik van stemmachines daarbij in het bijzonder. De commissie legt de vinger op de zere plek. De conclusies en aanbevelingen kan ik onderschrijven. Het rapport bevestigt de noodzaak dat het kiesproces op afzienbare termijn anders moet worden ingericht. Ik kijk in daarom uit de naar de bevindingen van de commissie Korthals Altes.

De commissie constateert dat gedurende decennia – onder verantwoordelijkheid van vele kabinetten – is verzuimd om in wet- en regelgeving adequaat vast te leggen aan welke technische eisen stemmachines moeten voldoen. Daarmee is onder andere onvoldoende tegemoet gekomen aan de wettelijke eisen die zien op de waarborging van geheime karakter van de stemming. De huidige regeling kent geen eisen omtrent de fysieke beveiliging van de stemmachines, het tegengaan van compromitterende straling, de opslag en het transport. Tevens oordeelt de commissie dat het proces van de goedkeuring niet transparant genoeg is en dat onderdelen van de stemmachines en de daarbij gebruikte programmatuur (bijvoorbeeld voor het vaststellen van de verkiezingsuitslag) nu geen onderdeel uitmaken van het keuringsproces.

Pas in 1997 is de Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines tot stand gebracht. Ook deze regels zijn te weinig tegen de tand des tijds bestand gebleken deels omdat de regeling niet adequaat is onderhouden. Het beeld doemt op dat er veel is gesproken, maar te weinig is gedaan. De redenen die daaraan ten grondslag liggen zijn geenszins als verzachtend aan te merken, maar spelen mijns inziens wel een belangrijke rol om het proces te begrijpen en te duiden. Derhalve wil ik ze in deze reactie niet onbenoemd laten.

Met de commissie kan worden geconcludeerd dat de technische kennis en expertise binnen de verantwoordelijke directie van het ministerie te weinig aanwezig is geweest. Hierdoor heeft het ministerie meer dan nodig en wenselijk moeten vertrouwen op de kennis en expertise van derden, zoals TNO, het HEC1 en de leveranciers van de stemmachines en daarbij behorende software. Dit heeft mede geleid tot een mate van afhankelijkheid die een adequate zorg en aandacht voor mogelijke kwetsbaarheden in het verkiezingsproces– zowel van fysieke als softwarematige aard – in de weg heeft gestaan. Het heeft ook niet bevorderlijk gewerkt voor de transparantie rond de toetsing van de stemmachines en gerelateerde programmatuur. Vervolgens moet worden opgemerkt dat de zorg over mogelijke kwetsbaarheden met betrekking tot het gebuik van stemmachines op politiek en ambtelijk niveau in de marge is geraakt. Het accent van de aandacht lag het afgelopen decennium bij politieke intenties van opeenvolgende kabinetten om het kiesstelsel in den brede te bezien. Dit heeft de al aanwezige afwachtende houding op politiek en ambtelijk niveau over het vraagstuk van de stemmachines nog eens versterkt. De beschikbare ambtelijke capaciteit ging niet geheel onbegrijpelijk vooral naar de politieke prioriteiten van weleer. De stemmachines zijn daardoor in de loop der tijd teveel een verweesd dossier geworden. Dat dit anders moet is voor mij een heldere zaak.

Met instemming heb ik kennisgenomen van de steun die de commissie uitspreekt voor de maatregelen die mijn ambtsvoorganger in aanloop naar de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer op 22 november 2006 heeft geïnitieerd. Deze maatregelen worden als adequaat bestempeld. Zij moeten echter wel worden beoordeeld in het licht van de politieke druk om op korte termijn het vertrouwen in het verkiezingsproces geen schade te berokkenen2. Hoewel geconstateerd wordt dat de maatregelen dit beoogde effect hebben gesorteerd, gaat het wel om een tijdelijke noodoplossingen die nopen tot verdere stappen.

Ik wil benadrukken dat de betrouwbaarheid van de verkiezingen zelf evenals de betrouwbaarheid van de uitslag in Nederland nimmer in het geding is geweest. Dit wordt nog eens onderstreept door het rapport van de waarnemersmissie van de OVSE van 12 maart jl. Dit doet echter niet af aan de urgentie die om het verkiezingsproces ook voor de toekomst beter te waarborgen. Wat dat betreft is de periode van gesprek en bezinning over de bestaande kwetsbaarheden in het verkiezingsproces voorbij. Het wordt tijd dat nu het been wordt bijgetrokken.

Bij de te nemen maatregelen zijn er twee uitgangspunten: (1) het herstel van het politiek primaat op dit onderwerp en (2) het vergroten van transparantie in het stemproces.

Daarbij is er een aantal maatregelen die ik voornemens ben op basis van dit rapport op korte termijn te effectueren. Daarnaast zullen enkele aanbevelingen door mij hier globaal worden gewaardeerd aangezien een definitief oordeel eerst kan worden gegeven als daarin ook het advies van de commissie Korthals Altes (voor 1 oktober 2007) is meegewogen.

De concrete aanbevelingen

Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997

Al eerder benadrukte ik dat de maatregelen die in aanloop van de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer op 22 november 2006 zijn genomen moeten worden gezien als ad-hoc voorzieningen met een tijdelijk karakter. Rekening houdend met het altijd aanwezige risico van eventuele tussentijdse verkiezingen zal ik meteen initiatief nemen om de regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997 aan te passen. Ik benadruk daarbij dat ik hierbij niet wil vooruitlopen op het advies van de commissie Korthals Altes. Wel wordt met een aanpassing van de regeling recht gedaan aan de urgentie om de huidige situatie niet langer dan noodzakelijk te laten voorbestaan.

De leemtes die in de regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines moeten worden gedicht zijn op hoofdlijnen:

• De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (in casu de staatssecretaris) moet de regie hebben over het goedkeuringsproces in plaats van uitsluitend (achteraf na de keuring) op basis van louter een verklaring van een keuringsinstituut een goedkeuringsbesluit te kunnen nemen;

• Een deel van de voorwaarden/eisen zijn niet precies (genoeg) geformuleerd waardoor er geen zekerheid is over de vraag wat er nu exact gekeurd wordt. Een voorbeeld hiervan is het begrip stemmachine. Dit begrip is onvoldoende gedefinieerd.

• In de regeling ontbreken voorwaarden/eisen ten aanzien van beveiliging (bijvoorbeeld de norm voor compromitterende straling).

Gezien de snelle ontwikkelingen op ICT-gebied moet deze regeling met een zekere regelmaat worden herijkt. De commissie Korthals Altes zal zonder twijfel ook met aanbevelingen komen die raken aan de inhoud van de regeling.

Naast de noodzakelijke aanpassing van de regeling goedkeuring stemmachines zie ik de noodzaak om richtlijnen te stellen ten aanzien van de fysieke beveiliging van stemmachines bij gemeenten. Dat is wenselijk met het oog op het bieden van helderheid en houvast bij de opslag en het gebruik van de stemmachines op lokaal niveau. Gemeenten moeten wat dit aangaat weten waar ze aan toe zijn en zich tijdig kunnen voorbereiden op de organisatie van het verkiezingsproces. Ik zal hierover op korte termijn in gesprek treden met de Nederlandse Vereniging Voor Burgerzaken (NVVB).

Organisatie ministerie

Binnen het ministerie is de zorg voor het dossier stemmachines altijd ondergebracht geweest bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving (CZW). Deze directie is onder meer verantwoordelijk voor het beheer van de Kieswet. Geconstateerd moet worden dat er in deze juridische omgeving – een directie bestaand uit met name wetgevingsjuristen en kenners van de Grondwet en het Kiesrecht- een gebrek is geconstateerd aan technische kennis van en expertise over het gebruik van stemmachines. Teneinde aan deze omissie een einde te maken zal de zorg voor het gebruik van stemmachines in het verkiezingsproces worden ondergebracht bij het agentschap Basisadministratie, Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR). Binnen dit agentschap, dat onderdeel uitmaakt van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is er veel technische know-how over ICT-gerelateerde onderwerpen alsmede de veiligheidsaspecten bij het gebruik daarvan. Bovendien is er binnen het agentschap ruime ervaring in het contact met het bestuurlijke veld, dat in het kiesproces van groot belang is. Onderbrenging van dit dossier bij het agentschap BPR komt naar mijn stellige overtuiging de verankering van het gebruik van stemmachines binnen het domein van de gemeenten ten goede.

De suggestie van de commissie om periodiek een portefeuilleanalyse te maken ter voorkoming dat onderwerpen van een zelfde soortelijk gewicht als de stemmachines onvoldoende aandacht krijgen vind ik sympathiek. Deels wordt dit al ondervangen door de reeds aanwezige plannings- en controlevoorzieningen. Desalniettemin zal ik bezien op welke wijze in een betere verankering in het bestaande risicomanagement kan worden gerealiseerd.

De commissie uit zich in haar analyse kritisch over de rol van de Kiesraad als centraal stembureau en opdrachtgever ten aanzien van het Bureau voor Verkiezingsuitslagen Groenendaal. Dit bureau levert het Integraal Stem Systeem; software waarmee de verkiezingsuitslag wordt berekend. De Kiesraad zou zich te afhankelijk hebben gemaakt van Bureau Groenendaal. Tevens is de commissie van mening dat het niet gewenst is nu onomkeerbare beslissingen te nemen over de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken van de Kiesraad. Dat laatste onderschrijf ik aangezien ook hier geldt dat het advies van de commissie Korthals Altes moet worden afgewacht. De rol van de Kiesraad zal niet onbesproken blijven in het licht van een algehele doorlichting van het verkiezingsproces.

Algehele herziening van de Kieswet

De commissie acht een algehele herziening van de Kieswet noodzakelijk teneinde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (in casu de staatssecretaris) bevoegdheden te geven om zijn verantwoordelijkheid voor een ordelijk en kiesrechtelijk correct verloop van de verkiezingen beter te kunnen waarmaken. De gedachten van de commissie op dit punt beoordeel ik als interessant en sympathiek. In afwachting van het advies van de commissie Korthals Altes, zal ik wel alvast doorlichten welke mogelijke wijzigingen het zou kunnen betreffen.

Invoeren controlemogelijkheden

Tot slot levert de commissie een warm pleidooi voor het bieden van de mogelijkheid tot een betekenisvolle hertelling bij stemmachines. Dit zou kunnen worden gerealiseerd door de invoering van een door de kiezer te verifiëren papertrail. Ook hier beoordeel ik de suggestie van de commissie als sympathiek. In het licht van het advies van de commissie Korthals Altes verdient deze aanbeveling grondige overweging.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

TK 2006–2007, 30 800 VII, nr. 24.

XNoot
3

Dit betreft de commissie onder leiding van Korthals Altes, die voor 1 oktober 2007 rapport zal uitbrengen.

XNoot
1

Een overheidsgelieerd adviesbureau voor vraagstukken op het snijvlak tussen bestuur en ICT.

XNoot
2

Als onderdeel van deze maatregelen heeft de AIVD in het najaar van 2006 onderzoek verricht naar de elektromagnetische straling van de stemmachines. Deze onderzoeken zijn als bijlage bij de brief van 31 oktober 2006 (TK 2006–2007, 30 800 VII, nr. 11) vertrouwelijk aan uw kamer gezonden. De vertrouwelijkheid was ingegeven in het licht van de naderende verkiezingen. Nu deze achter ons liggen is er op basis van de Wet openbaarmaking bestuur geen grond meer om de AIVD-rapportages niet openbaar te maken.