30 800 IV
Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2007

30 461
Parlementair Contactplan 2006

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 september 2006

Van 16 tot en met 24 augustus bracht ik een kennismakingsbezoek aan de Nederlandse Antillen en aan Aruba. Tijdens mijn bezoek heb ik met de ministerraad van de Nederlandse Antillen, met de besturen van de eilanden en met veel maatschappelijke organisaties gesproken. In algemene zin heb ik de gesprekken als open en constructief ervaren. Hoewel kennismaking met de eilanden het hoofddoel van mijn bezoek was, was de staatkundige hervorming de rode draad door alle gesprekken.

Naar aanleiding van mijn bezoek en de uitnodiging van de Vaste Commissie voor Nederlands Antilliaanse en Arubaanse Zaken voor een overleg op 20 september aanstaande wil ik u met deze brief informeren over de staatkundige ontwikkelingen in de Nederlandse Antillen en de betrokkenheid van Aruba hierin. Ik zal hierbij ook ingaan op de slotconclusies van het Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties ten aanzien van de staatkundige ontwikkelingen. Over de andere conclusies van het Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties zal ik u separaat informeren.

Tijdens alle gesprekken en bezoeken heb ik kunnen vaststellen dat de bevolking van de eilanden wordt geconfronteerd met grote problemen zoals criminaliteit, armoede, schooluitval en een stagnerende economische ontwikkeling. Voor mij zijn de staatkundige veranderingen een middel om deze problemen structureel aan te kunnen pakken en geen doel op zich. Ik vind het in dit kader onder meer belangrijk dat de overheidsfinanciën op korte termijn op orde worden gebracht en dat de economie wordt geherstructureerd. Zodoende kan een goede startpositie voor alle nieuwe entiteiten worden bereikt. In de gesprekken met bestuurders, Statenleden en eilandsraden heb ik benadrukt dat wij elkaar vanuit de genoemde invalshoeken moeten kunnen vinden bij het vaststellen van de uitgangspunten voor de nieuwe staatkundige verhoudingen.

De bevolking van de eilanden heeft er in grote meerderheid voor gekozen deel uit te blijven maken van het Koninkrijk. Ik vind dat er aan deze keuze ook betekenis gegeven moet worden, mede met het oog op de genoemde problemen. Dat kan als er op een aantal terreinen intensief wordt samengewerkt, waarbij ik met name denk aan de terreinen waarop het Koninkrijk een waarborgtaak heeft. Wat mij betreft vindt deze samenwerking in ieder geval plaats op de terreinen rechtshandhaving en financieel toezicht. Daarnaast zullen in regelgeving en organisatie van de nieuwe entiteiten waarborgen voor goed bestuur moeten zijn gegeven.

Na mijn bezoek ben ik voorzichtig positief over de mogelijkheden om binnen enkele maanden politieke afspraken te maken over de inhoudelijke uitgangspunten voor de nieuwe staatkundige structuur. Echter, dit is in belangrijke mate afhankelijk van de posities die met name Curaçao en Sint Maarten zullen innemen ten aanzien van een aantal voor Nederland cruciale onderwerpen: rechtshandhaving, monetair beleid en financieel toezicht. De politieke afspraken lopen vooruit op een Ronde Tafel Conferentie waarin deze kunnen worden bekrachtigd.

Bonaire, Sint Eustatius en Saba streven directe banden met Nederland na. In de slotconclusies van het Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties werd aan de Koninkrijksregering gevraagd meer duidelijkheid te geven over de invulling van de directe banden. Ten behoeve van de gedachtevorming heeft de Raad van State van het Koninkrijk onlangs op mijn verzoek, mede namens de minister-president van de Nederlandse Antillen, een voorlichting gegeven over de constitutionele inbedding van deze drie eilanden. In de voorlichting komen verschillende aspecten van de directe banden aan de orde. Ik zal de voorlichting begin oktober met de besturen van de drie kleinste eilanden bespreken. Afgesproken is hiervoor een miniconferentie te organiseren. Ik hoop dat daarna de contouren voor de directe banden zichtbaar zullen worden.

Naast de invulling van de directe banden gaat de Raad van State van het Koninkrijk in haar voorlichting ook in bredere zin in op de samenwerking tussen de (nieuwe) landen van het Koninkrijk en de eilanden met directe banden en op de bevordering van de eenheid van het Koninkrijk.

In de gesprekken met de landen en de eilandgebieden zal de voorlichting van de Raad een belangrijke rol spelen.

Bijgevoegd treft u de voorlichting van de Raad van State aan.1

De status van Aruba staat niet ter discussie in het staatkundige veranderingstraject. Tijdens mijn bezoek aan Aruba heb ik met minister-president Oduber geconstateerd dat het wel belangrijk om Aruba bij de hervormingen te betrekken. De spankracht voor het oplossen van maatschappelijke problemen van een klein land als Aruba is beperkt, samenwerking binnen het Koninkrijk is daarom een vereiste. Ik stel vast dat Aruba steeds meer de samenwerking opzoekt, voorbeelden hiervan zijn de samenwerking op het terrein van immigratie de immigratiedienst (DIMAS) en de politiesamenwerking. Ik vind dit een positieve ontwikkeling. Ik wil samen met Aruba kijken hoe van het momentum van de ontwikkelingen in de Antillen gebruik gemaakt kan worden om met name de samenwerking verder te intensiveren.

Ik zie uit naar mijn eerste overleg met de vaste commissie voor Nederlands Antilliaanse en Arubaanse Zaken om nader over het vorenstaande van gedachten te wisselen.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwingen en Koninkrijksrelaties,

A. Nicolaï


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven