30 696
Wijziging van de Wet op de lijkbezorging

nr. 11
AMENDEMENT VAN HET LID ARIB

Ontvangen 24 april 2008

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

A

Na onderdeel Bb wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Bc

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

In het tweede lid wordt de zinsnede «De behandelende arts treedt niet op» vervangen door: Onverminderd artikel 7a, eerste lid, treedt de behandelende arts niet op.

B

Na onderdeel C wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca

Na artikel 7 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7a

1. Indien de schouwing, bedoeld in artikel 7, eerste lid, een minderjarige betreft, wordt deze door een gemeentelijk lijkschouwer, niet zijnde de behandelend arts, verricht.

2. De gemeentelijk lijkschouwer die de schouwing, bedoeld in het eerste lid, heeft verricht geeft een verklaring van overlijden af als hij er van overtuigd is dat de dood is ingetreden ten gevolge van een natuurlijke oorzaak

C

Na onderdeel D worden een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede: , af te geven door de behandelende arts en door de gemeentelijke lijkschouwer,.

2. In het tweede lid wordt «de formulieren bedoeld in artikel 10» vervangen door: de formulieren, bedoeld in de artikelen 7a en 10.

D

Na onderdeel F wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Fa

In artikel 12 wordt voor de tekst de aanduiding «1.» geplaatst en wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Indien de overledene minderjarig is, wordt het verlof tot begraving of crematie niet verleend dan nadat een verklaring als bedoeld in artikel 7a, tweede lid, is overlegd, dan wel een verklaring waaruit blijkt van geen bezwaar van de officier van justitie tegen begraving of crematie.

E

Onderdeel V vervalt.

Toelichting

Bij minderjarigen is niet alleen de overtuiging van de natuurlijke aard van overlijden genoeg, maar de doodsoorzaak moet bekend zijn. Dit amendement regelt dat niet de behandelend arts, maar de gemeentelijk lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft. Overleg tussen behandelend arts en gemeentelijk lijkschouwer is niet voldoende, omdat dit ook telefonisch kan plaatsvinden en omdat de overtuiging van de behandelend arts het overleg, zij het onbedoeld, kan beïnvloeden. Met dit amendement wordt een schouw van minderjarigen door de daartoe voldoende opgeleide gemeentelijk lijkschouwer als standaardprocedure ingevoerd. Voor een standaardprocedure wordt gekozen om te voorkomen dat de behandelend arts verantwoordelijk gesteld wordt voor de beslissing tot nader onderzoek door de gemeentelijk lijkschouwer. Door standaard voor een schouw van minderjarigen door een gemeentelijk lijkschouwer te kiezen in plaats van bij uitzondering, wanneer behandelend arts en lijkschouwer daartoe na overleg besluiten, wordt juist voorkomen dat ouders extra belast worden. Bovendien wordt op deze wijze maximaal gewaarborgd dat van minderjarigen die aan een niet natuurlijke oorzaak overlijden de doodsoorzaak kan worden vastgesteld. Dit is niet alleen gewenst in het kader van het strafrecht maar vooral ook in het kader van preventie.

Arib

Naar boven