nr. 8
NOTA VAN WIJZIGING
Artikel I van het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
1.
Na onderdeel H wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ha
Artikel 1:93, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van onderdeel a vervalt «en».
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door «;
en» wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. kredietbeoordelingsbureaus waaraan ingevolge artikel 2:82, tweede
lid, een erkenning is verleend.
2.
In onderdeel J komen het eerste en tweede lid van artikel 2:46a als volgt
te luiden:
1. De Nederlandsche Bank evalueert periodiek volgens bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur te stellen regels de strategieën, procedures
en maatregelen ingevolge artikel 2:45 en het toetsingsvermogen van een bank
of beleggingsonderneming met zetel in Nederland gelet op de omvang en de aard
van haar huidige en mogelijk toekomstige risico’s.
2. Op grond van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, bepaalt
de Nederlandsche Bank of de strategieën, procedures en maatregelen en
het door de bank of beleggingsonderneming aangehouden toetsingsvermogen
een degelijk beheer en een solide dekking van de risico’s waarborgen.
3.
In onderdeel O komt artikel 2:102a, vierde lid, als volgt te luiden:
4. Indien dat noodzakelijk is voor de uitoefening van het prudentieel
toezicht kan de Nederlandsche Bank besluiten dat een financiële onderneming:
a. bepaalde gegevens als bedoeld in het eerste lid openbaar maakt;
b. gegevens als bedoeld in het eerste lid met een bepaalde frequentie
of binnen een bepaalde termijn openbaar maakt;
c. gegevens als bedoeld in het eerste lid op een bepaalde wijze openbaar
maakt; of
d. de juistheid van gegevens als bedoeld in het eerste lid waarvoor
geen wettelijke controle is vereist op een bepaalde wijze controleert.
4.
In onderdeel Q komt artikel 2:143a, tweede lid, als volgt te luiden:
2. Indien de Nederlandsche Bank op grond van de evaluatie, bedoeld
in artikel 2:46a, van oordeel is dat de strategieën, procedures en maatregelen
ingevolge artikel 2:45 of het toetsingsvermogen van die financiële onderneming
niet een beheerste en duurzame dekking van zijn risico’s waarborgen,
schrijft de Nederlandsche Bank aan de bank of beleggingsonderneming een hoger
toetsingsvermogen voor indien andere maatregelen er redelijkerwijs niet toe
kunnen leiden dat binnen een redelijke termijn wordt voldaan aan het ingevolge
artikel 2:45 bepaalde.
5.
Na onderdeel II worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:
JJ
De bijlage bij artikel 1:61 wordt als volgt gewijzigd:
1. Na «2:102, eerste en tweede lid» wordt een regel ingevoegd,
luidende: 2:102a, eerste t/m vierde lid.
2. Na «2:143, derde lid» wordt een regel ingevoegd, luidende:
2:143a, eerste en tweede lid.
3. «2:304» wordt vervangen door: 2:304, eerste en tweede
lid.
4. Na «2:305c, eerste lid» wordt een regel ingevoegd,
luidende: 2:308b, eerste lid.
5. Na «2:311, tweede t/m vierde lid» wordt een regel
ingevoegd, luidende: 2:311a, tweede lid.
KK
De bijlage bij artikel 1:62 Wet op het financieel toezicht wordt als volgt
gewijzigd:
1. Na «2:102, eerste en tweede lid» wordt een regel ingevoegd,
luidende: 2:102a, eerste t/m vierde lid.
2. Na «2:143, derde lid» wordt een regel ingevoegd, luidende:
2:143a, eerste en tweede lid.
3. «2:304» wordt vervangen door: 2:304, eerste en tweede
lid.
4. Na «2:305c, eerste lid» wordt een regel ingevoegd,
luidende: 2:308b, eerste lid.
5. Na «2:311, tweede t/m vierde lid» wordt een regel
ingevoegd, luidende: 2:311a, tweede lid.
Toelichting
1
Artikel 1:93, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het financieel toezicht
(hierna: Wft) geeft uitvoering aan de artikelen 81, vierde lid, en 97, vierde
lid, van richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van
de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening
van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177) (hierna:
herziene richtlijn banken). Deze artikelleden bepalen dat de Nederlandsche
Bank (hierna: DNB) ervoor zorg draagt dat een lijst van erkende kredietbeoordelingsbureaus
publiek toegankelijk is. Het nieuwe onderdeel c bepaalt dat DNB kredietbeoordelingsbureaus
waaraan een erkenning is verleend, inschrijft in een openbaar register. Op
deze manier is voor het publiek duidelijk welke kredietbeoordelingsbureaus
zijn erkend.
2
De formulering van artikel 2:46a, eerste en tweede lid, is aangepast aan
de formulering van artikel 124, eerste en derde lid, van de herziene richtlijn
banken. Dit artikel heeft betrekking op pijler 2 («supervisory review»).
DNB evalueert of de strategieën, procedures en maatregelen adequaat zijn
en beoordeelt of de bank of beleggingsonderneming voldoende toetsingsvermogen
aanhoudt in verhouding tot haar specifieke risicoprofiel. Op grond van het
Besluit prudentiële regels Wft dient een bank of beleggingsonderneming
te beschikken over solide, doeltreffende en alomvattende strategieën
en procedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt
dat de hoogte, samenstelling en verdeling van haar toetsingsvermogen aansluit
op de omvang en de aard van haar huidige en mogelijk toekomstige risico’s.
3
De formulering van artikel 2:102a, vierde lid, van de Wft is meer in lijn
gebracht met de tekst van artikel 149 van de herziene richtlijn banken. De
in dit lid bedoelde bevoegdheden van DNB hebben geen betrekking op ongeacht
welke gegevens, maar slechts op de gegevens, bedoeld in artikel 2:102a, eerste
lid, van de Wft. De tekst van het vierde lid is dienovereenkomstig gewijzigd.
4
De formulering van artikel 2:143a, tweede lid, is aangepast aan de formulering
van artikel 2:46a.
5
In de bijlage bij artikel 1:61 van de Wft en de bijlage bij artikel 1:62
van de Wft is geregeld bij overtreding van welke Wft-artikelen een dwangsom
respectievelijk een boete opgelegd kan worden. Deze bijlagen waren abusievelijk
nog niet aangevuld met de relevante artikelen uit het wetsvoorstel. Punt 5
van deze nota van wijziging voegt in beide bijlagen enkele artikelen in.
De Minister van Financiën,
G. Zalm