Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201630635 nr. 4

30 635 Octrooibeleid

Nr. 4 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 maart 2016

Met deze brief informeer ik u over de voortgang met betrekking tot de implementatie van het Europees octrooipakket.

Het Europees octrooipakket bestaat in de eerste plaats uit de oprichting van het Eengemaakt Octrooigerecht (EOG) door middel van een verdrag. Het EOG is één rechtbank voor deelnemende EU-lidstaten waar partijen terecht kunnen voor de beslechting van geschillen inzake Europese octrooien. Daarnaast wordt, door middel van Europese verordeningen, het Europees octrooi met eenheidswerking geïntroduceerd waarmee octrooibescherming in 25 EU-lidstaten kan worden verkregen via één procedure.

Het wetsvoorstel tot goedkeuring van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht (Rechtspraakverdrag) (Trb. 2013, 92 en 2016, 1), op grond waarvan het Europees octrooipakket voor Nederland in werking kan treden, is op 17 februari jl. aan uw Kamer aangeboden.

Wetgevingstraject

Gelijktijdig met deze goedkeuringswet is ook een wetgevingstraject gestart voor een voorstel van rijkswet tot wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995, waarmee in verband met het Rechtspraakverdrag en de Europese verordeningen de wet op enkele onderdelen wordt aangepast. Hoewel vanwege de rechtstreekse werking van het Rechtspraakverdrag aanpassing van de Rijksoctrooiwet 1995 juridisch niet noodzakelijk is, is aanpassing ervan wel wenselijk zodat de nationale wetgeving in lijn is met de Europese regelingen. Met name het bedrijfsleven heeft aangegeven dat, vanuit het oogpunt van rechtszekerheid, het zeer gewenst is dat dit gebeurt.

Dit wetgevingstraject is nog niet afgerond. Om te voorkomen dat Nederland en het Nederlandse bedrijfsleven pas op een later moment kunnen profiteren van het nieuwe Europese octrooisysteem, is het wetsvoorstel tot goedkeuring van het Rechtspraakverdrag nu separaat ingediend.

Via het EOG kan straks bij één instantie een uitspraak worden verkregen ten aanzien van de geldigheid van of inbreuk op een Europees octrooi met werking in vrijwel heel Europa. Als gevolg daarvan hoeft een octrooihouder niet langer in iedere lidstaat afzonderlijk te procederen en worden parallelle procedures vermeden. Van deze efficiëntere rechtspleging zal het bedrijfsleven veel profijt hebben.

Daarnaast biedt de introductie van het Europees octrooi met eenheidswerking de mogelijkheid met één registratie octrooibescherming te verkrijgen in vrijwel alle lidstaten van de Europese Unie. Een octrooihouder die voor deze mogelijkheid kiest, zal niet meer geconfronteerd worden met nationale validaties en de daaraan verbonden administratieve verplichtingen en vertaaleisen. Dit maakt octrooibescherming in Europa voor het bedrijfsleven eenvoudiger, efficiënter en goedkoper.

Tijdige ratificatie brengt mee dat Nederland kan deelnemen aan de besluitvorming over de toekomstige inrichting van het EOG. Daarbij moet met name worden gedacht aan de vaststelling van het procesreglement, de griffierechten en de maximum proceskostenvergoedingen, en de benoeming van (Nederlandse) rechters en sleutelfunctionarissen van het EOG. Deze besluiten zullen naar verwachting vanaf medio 2016 genomen worden en van grote invloed zijn op de inrichting en het functioneren van het EOG. Het is om deze reden van groot belang dat Nederland, als belangrijk octrooiland, van aanvang af kan deelnemen aan deze besluitvorming. Voorts is tijdige ratificatie nodig voor de instelling van een lokale divisie van het EOG in Nederland.

Om de bovenstaande redenen is de goedkeuringswet op de lijst spoedeisende wetsvoorstellen geplaatst die uw Kamer op 11 december jl. is aangeboden (Kamerstuk 34 300, nr. 67).

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam