nr. 8
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 april 2007
Naar aanleiding de vragen van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat
inzake de wijziging van de Wbm in verband met het versnellingstarief (07-VW-B-018)
informeer ik u over de laatste ontwikkelingen ter zake.
De voorgestelde wetswijziging van de Wbm vloeit voort uit de Nota Mobiliteit
en is bedoeld om de aanpak van notoire knelpunten in het wegennet (mede) te
kunnen financieren door onder andere innovatief aanbesteden en publiek-private
samenwerking. De wet maakt het mogelijk om een prijs te vragen voor het financieren
van de aanleg van nieuwe infrastructuur, waarbij ook op de bestaande weg een
prijs gevraagd kan worden, indien deze in dezelfde verbinding voorziet of
in het verlengde van de nieuw aan te leggen weg ligt. Hierbij gaat het om
twee instrumenten: tol en versnellingsprijs. Bij de financiering van de Nota
Mobiliteit is rekening gehouden met een bedrag van ca. € 1 mrd dat
door tol wordt opgebracht. Bij de versnellingsprijs gaat het met name om financiering
van de rentekosten van het versneld aanleggen van projecten waar reeds financiële
dekking voor is.
Wat is de relatie tussen de invoering van een versnellingsprijs
en het kabinetsvoornemen tot (vervroegde) invoering van kilometerbeprijzing?
Van de versnellingsprijs, initieel bedoeld als voorfase van de kilometerprijs,
is bij de behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat en het MIT
eind vorig jaar, al vast komen te staan dat projecten die op deze wijze versneld
uitgevoerd zouden kunnen worden, evenals projecten die met behulp van tol
gefinancierd worden niet eerder dan 2012/2013 worden opengesteld. Dat is,
in afwijking van het advies van het Platform Anders Betalen voor Mobiliteit,
waarin was voorgesteld al een prijs te vragen op het moment dat de schop de
grond in gaat, ook het moment dat voor het eerst een prijs wordt gevraagd
aan de weggebruiker. Tijdens de begrotingsbehandeling heeft mijn vorige ambtsgenoot
aangegeven dat een versnellingsprijs bovenop de kilometerprijs komt. Het kabinetsvoornemen tot een – eventueel gefaseerde – invoering van
de kilometerprijs in deze kabinetsperiode verandert niets aan dit gegeven.
Versnellingsprijs op de A2 tussen Maasbracht en Geleen
In 2005 zijn voor de A2 door Limburg 2 startnotities opgestart. Een voor
een korte termijn oplossing die de verkeerstoename moet ondervangen die eind
2007 verwacht wordt wanneer de aansluiting van de A73-Zuid op de A2 bij Maasbracht
gereed is. En één voor een structurele oplossing voor de verbinding
A2 Maasbracht-Geleen die ook op langere termijn de toenemende verkeersdrukte
aankan. Voor de korte termijn-oplossing, een spitsstrook op de A2 tussen St.
Joost en Urmond in zuidelijke richting, is 28 februari een Ontwerp-TracéBesluit
(OTB) ter inzage gelegd.
Voor de structurele oplossing A2 Maasbracht–Geleen was er pas op
langere termijn (na 2018) geld beschikbaar. Hierop heeft de regio, bij monde
van de provincie Limburg, aangedrongen om de mogelijkheden te onderzoeken
om het project eerder te realiseren. Tijdens overleg met de provincie Limburg
in november 2005 is afgesproken dat provincie en rijk gezamenlijk de mogelijkheden
en gevolgen van invoering van de versnellingsprijs op de A2 tussen Maasbracht
en Geleen zouden onderzoeken. Deze afspraken zijn aan de Tweede Kamer kenbaar
gemaakt per brief van 6 december 2005 (Kamerstuk 30 300 A, nr. 30).
Dit onderzoek is inmiddels afgerond. De uitkomsten van de haalbaarheidsstudie
tonen aan dat het project 7 à 8 jaar versneld kan worden door het toepassen
van een beperkte versnellingsprijs gedurende een beperkte periode. De haalbaarheidstudie
is onderdeel van bijlage 4 van de brief 10 november 2006 (Kamerstuk
29 644, nr. 15) inzake de netwerkanalyses. In het MIT overleg van 2006
is met de provincie afgesproken om de planstudie A2 Maasbracht–Geleen
te vervolgen onder voorwaarde dat de versnelling van het project gekoppeld
is aan de toepassing van de versnellingsprijs. Tevens zijn er afspraken gemaakt
over de bekostiging van de A2 Maasbracht–Geleen. Hierover bent u eveneens
geïnformeerd middels dezelfde brief.
Het toepassen van de versnellingsprijs maakt onderdeel uit van de verdere
uitwerking van het project in het kader van de Trace MER procedure. Buiten
de afspraken zoals gemaakt in het kader van het MIT is er geen sprake van
een overeenkomst voor het toepassen van de versnellingsprijs op de A2. Op
basis van de verdere uitwerking van het project, en onder het voorbehoud van
aanvaarding van het wetsvoorstel door het parlement, zullen nadere afspraken
over de bekostiging en de aanbestedingswijze van het project worden gemaakt.
U wordt hierover te zijner tijd nog geïnformeerd.
Verhouding tot het rapport Anders Betalen voor Mobiliteit?
In het rapport Anders Betalen voor Mobiliteit van het de commissie Nouwen
werd aangedragen dat betalen voor de aanpak van notoire knelpunten in de vorm
van een versnellingsprijs zou kunnen dienen als een voorfase van kilometerprijs.
Volgens de bril van het platform Nouwen, zou de weggebruiker hierdoor wennen
aan het betalen voor het gebruik van de weg op drukke trajecten. Tol is als
zodanig niet door de commissie geadviseerd, maar in het advies wel genoemd
als bestaand instrument. In de Nota Mobiliteit is vastgelegd dat beide instrumenten
worden gehanteerd. En voor beide instrumenten geldt dat er een prijs wordt
gevraagd na openstelling omdat het niet past een prijs te vragen als de weggebruiker
wellicht ook al wordt geconfronteerd met oponthoud in verband met de wegwerkzaamheden.
Zijn er elders in Nederland gelijksoortige projecten?
Tijdens de bestuurlijke overleggen over het MIT 2007 is tevens afgesproken
om in de volgende projecten tol mee te nemen in de planstudies: A27 Utrecht–Hooipolder,
A13/A16, A1-A27-A28 Ring Utrecht en de driehoek Amersfoort–Hilversum–Utrecht.
Deze afspraken zijn aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt door middel van een
brief van 10 november 2006 (Kamerstuk 29 644, nr. 15). Er zijn geen
verdere versnellingsprijsprojecten. Alle andere projecten zijn procedureel
niet versnelbaar.
De minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings