Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630608 nr. 2

30 608
Regels in verband met de inwerkingtreding van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken)

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken op onderdelen te wijzigen met het oog op een goede uitvoering van die wet, de inwerkingtreding ervan onder het geven van samenloopbepalingen bij wet te regelen en enkele andere wetten in verband met het voorgaande te wijzigen teneinde uit die wetten voortvloeiende registratieplichten te doen vervallen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. WIJZIGING VAN DIVERSE WETTEN IN VERBAND MET HET VERVALLEN VAN REGISTRATIEPLICHTEN

§ 1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel 1

Artikel 174a van de Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid vervalt.

2. Het zesde lid wordt vernummerd tot vijfde lid.

§ 2. Ministerie van Defensie

Artikel 2

De Belemmeringenwet Landsverdediging wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 7a vervalt.

2. In artikel 8 vervalt de laatste zin.

§ 3. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Artikel 3

Artikel 40 van de Natuurbeschermingswet 1998 vervalt.

Artikel 4

Artikel 39 van de Wet agrarisch grondverkeer wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt.

2. Het derde en vierde lid worden vernummerd tot tweede en derde lid.

§ 4. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Artikel 5

De Monumentenwet 1988 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5 wordt «artikel 6» vervangen door: artikel 6, eerste lid,.

B

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de komma vervangen door «en» en vervalt: en aan de bewaarder van het kadaster en de openbare registers.

2. Het vierde lid vervalt.

C

In artikel 7, vierde lid, vervalt «, aan de bewaarder van het kadaster en de openbare registers» en vervalt de laatste zin.

D

In artikel 10 wordt «in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: in artikel 1, onderdeel e, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

§ 5. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Artikel 6

De Belemmeringenwet Privaatrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

B

Artikel 8 vervalt.

Artikel 7

Artikel 48, derde lid, van de Luchtvaartwet vervalt.

§ 6. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Artikel 8

Artikel 13b, derde lid, van de Opiumwet vervalt.

§ 7. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Artikel 9

De Wet bodembescherming wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 55 komt te luiden:

Artikel 55

1. Een beschikking als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, juncto 37, eerste lid, 39, tweede en vijfde lid, 39b juncto artikel 14 van het Besluit uniforme saneringen, 39c, tweede lid, en 39d, derde lid, en een bevel als bedoeld in de artikelen 30, 43 en 49, vermelden, onder verwijzing naar een bijgevoegde kadastrale kaart, de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak of zaken ten aanzien waarvan uit de beschikking of het bevel een publiekrechtelijke beperking als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken voortvloeit, dan wel ten aanzien waarvan bij de beschikking of het bevel zodanige beperking wordt gewijzigd of komt te vervallen.

2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het eerste lid.

B

Artikel 63l vervalt.

Artikel 10

De Wet voorkeursrecht gemeenten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid vervalt.

2. Het vierde lid wordt vernummerd tot derde lid.

B

In artikel 5, eerste lid, vervalt: , zomede aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. Het bepaalde in artikel 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

C

In artikel 6, eerste lid, wordt «artikel 4, eerste tot en met derde lid» vervangen door: artikel 4, eerste en tweede lid.

D

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder b, wordt «artikel 4, vierde lid» vervangen door: artikel 4, derde lid.

2. In het tweede lid vervalt: zomede aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.

E

Artikel 8a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 4, eerste tot en met derde lid» vervangen door: artikel 4, eerste en tweede lid.

2. In het derde lid, onder b en c, wordt «artikel 4, vierde lid» vervangen door: artikel 4, derde lid.

Artikel 11

In artikel 97, tweede lid, van de Woningwet vervalt: en doen dat besluit zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24 van dat boek is niet van toepassing.

HOOFDSTUK 2. WIJZIGING VAN DE WET KENBAARHEID PUBLIEKRECHTELIJKE BEPERKINGEN ONROERENDE ZAKEN

Artikel 12

De Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel b, komt te luiden:

b. beperkingenbesluit:

1°. op grond van artikel 2 aangewezen schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling waaruit een publiekrechtelijke beperking voortvloeit dan wel waarbij deze wordt gewijzigd of komt te vervallen;

2°. een melding aan het bevoegd gezag van een voornemen tot sanering als bedoeld in artikel 28 juncto artikel 39b van de Wet bodembescherming, tenzij de melding betrekking heeft op bodem onder oppervlaktewater die eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon;

3°. een mededeling van een adviesaanvraag door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Monumentenwet 1988 betreffende de aanwijzing van een binnen het grondgebied van een gemeente gelegen onroerend monument als beschermd monument;

4°. een afschrift van een inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van een als beschermd monument aangewezen onroerend monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, vierde lid, van de Monumentenwet 1988;.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

1. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatige kenbaarheid van publiekrechtelijke beperkingen categorieën van beperkingenbesluiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, aangewezen, waarop deze wet van toepassing is.

2. De aanwijzing kan bij ministeriële regeling plaatsvinden indien het betreft beperkingenbesluiten die worden vastgesteld op grond van een verordening van respectievelijk een gemeente, waterschap of provincie als bedoeld in respectievelijk artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 56, eerste lid, van de Waterschapswet of artikel 145 van de Provinciewet.

3. Tenzij bij de in het eerste of tweede lid bedoelde aanwijzing anders is bepaald, behoren tot de aangewezen categorieën van beperkingenbesluiten mede die beperkingenbesluiten die dezelfde publiekrechtelijke beperkingen hebben doen ontstaan als de tot de aangewezen categorieën behorende beperkingenbesluiten en als wettelijke grondslag hebben een inmiddels gewijzigde of vervallen wet, waarvan de werking ten aanzien van de op die wet gebaseerde beperkingenbesluiten ingevolge een latere wet is geëerbiedigd.

4. Bij de in het eerste of tweede lid bedoelde aanwijzing kan verder ten aanzien van een categorie van beperkingenbesluiten onderscheid worden gemaakt naar:

a. de vorm waarin een beperkingenbesluit beschikbaar is,

b. de aard van het object waarop een beperkingenbesluit betrekking heeft,

c. de periode gedurende welke een beperkingenbesluit van kracht is,

d. de kring van personen jegens wie een beperkingenbesluit geldt.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid vervalt: op grond van artikel 2 aangewezen.

2. In het eerste en tweede lid wordt na «indien daarbij het beperkingenbesluit wordt» ingevoegd: herroepen,.

D

In artikel 5, tweede lid, onder c, wordt «als bedoeld in artikel 7, kenbaar wordt gemaakt» vervangen door: als bedoeld in artikel 7, tweede lid, kenbaar wordt gemaakt.

E

Artikel 6, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel c wordt na «is ingeschreven,» toegevoegd: en.

2. In onderdeel d wordt «, en» vervangen door een punt.

3. Onderdeel e vervalt.

F

Artikel 7, derde lid, komt te luiden:

3. De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt:

a. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, binnen vier dagen na de dag van bekendmaking van het beperkingenbesluit;

b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, indien burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, binnen vier dagen na de dag waarop burgemeester en wethouders het beperkingenbesluit hebben ontvangen;

c. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop burgemeester en wethouders een gewaarmerkt afschrift daarvan hebben ontvangen.

G

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel c.

2. In het eerste lid worden de onderdelen d en e geletterd als de onderdelen c en d.

3. In het tweede lid wordt «e» vervangen door: d.

4. Het vierde lid vervalt.

5. Het vijfde en zesde lid worden vernummerd tot vierde en vijfde lid.

6. In het vierde lid (nieuw) wordt «d» vervangen door: c.

H

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de in artikel 6, eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde gegevens op een zodanige wijze beschikbaar worden gehouden voor de Dienst dat deze de betreffende gegevens te allen tijde door middel van een daartoe strekkende voorziening langs elektronische weg kan raadplegen en ophalen.

2. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Daarbij kunnen tevens regels worden gegeven omtrent het beheer van de voorziening, bedoeld in het eerste lid.

3. In het derde lid wordt «door middel van de permanente aansluiting, bedoeld in het eerste lid,» vervangen door: door middel van de in het eerste lid bedoelde voorziening.

I

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Het bestuursorgaan dat een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, heeft vastgesteld dan wel Onze Minister die het aangaat, indien een beperkingenbesluit een algemeen verbindend voorschrift in een wet of algemene maatregel van bestuur is, draagt er zorg voor dat het beperkingenbesluit dan wel een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak wordt voorzien van de kadastrale aanduidingen van de onroerende zaak of zaken waarop deze betrekking heeft en ter inschrijving in de openbare registers aan de Dienst wordt aangeboden.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Het ter inschrijving aanbieden, bedoeld in het eerste lid, geschiedt:

a. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, binnen vier dagen na de dag van bekendmaking van het beperkingenbesluit;

b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, indien een ander bestuursorgaan dan burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is, binnen vier dagen na de dag waarop dat bestuursorgaan het beperkingenbesluit heeft ontvangen;

c. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden;

d. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, vierde lid, van de Monumentenwet 1988, heeft plaatsgevonden;

e. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop het bestuursorgaan een gewaarmerkt afschrift daarvan heeft ontvangen.

3. Het vierde lid vervalt.

J

Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15a

Met het oog op de kenbaarheid van de in de kadastrale registratie opgenomen gegevens van beperkingenbesluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en daarop betrekking hebbende beslissingen in administratief beroep en rechterlijke uitspraken, alsmede van vervallenverklaringen als bedoeld in artikel 15, derde lid, verlenen burgemeester en wethouders op verzoek ten kantore van de gemeente aan eenieder inzage in de kadastrale registratie door middel van een aansluiting op die registratie.

K

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «De Dienst verstrekt periodiek» vervangen door: Onverminderd het bepaalde bij of krachtens een andere wet dan deze wet verstrekt de Dienst periodiek.

2. In het derde lid, onder b, vervalt: en.

L

In artikel 17 vervalt de komma na «voor wier gedragingen hij aansprakelijk is».

M

Het opschrift van paragraaf 4 komt te luiden:

§ 4. Overgangsrecht en slotbepalingen

N

In paragraaf 4 worden vóór artikel 18 drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 17a

1. Een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dat dateert van voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet en de grondslag vormt voor een op dat tijdstip geldende publiekrechtelijke beperking, alsmede een op dat beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, worden binnen twee jaren na dat tijdstip ingeschreven overeenkomstig artikel 7, eerste en tweede lid. De inschrijving mag achterwege blijven indien de betreffende publiekrechtelijke beperking voordien ophoudt te gelden.

2. Ingeschreven worden de in het eerste lid bedoelde stukken dan wel een opgave van die stukken, die ten minste inhoudt een door burgemeester en wethouders vastgestelde lijst met de volgende gegevens:

a. een korte aanduiding van de aard en inhoud van de publiekrechtelijke beperking;

b. de actuele kadastrale aanduiding van de onroerende zaak of zaken waarop het beperkingenbesluit, de beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak betrekking heeft.

3. Op verzoek van burgemeester en wethouders verleent de Dienst medewerking aan de uitvoering van het eerste lid, voorzover het betreft beperkingenbesluiten alsmede daarop betrekking hebbende beslissingen in administratief beroep of rechterlijke uitspraken, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet zijn ingeschreven in de openbare registers.

4. Burgemeester en wethouders melden schriftelijk aan de Dienst het tijdstip waarop de inschrijving van de in het derde lid bedoelde stukken is voltooid. Na ontvangst van deze melding vindt met bekwame spoed bijhouding plaats van de kadastrale registratie als bedoeld in hoofdstuk 4, titel 1, van de Kadasterwet, in zoverre dat in elk geval de vermeldingen van de korte aanduiding van de betreffende publiekrechtelijke beperkingen vervallen.

Artikel 17b

1. Een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, dat dateert van voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet en de grondslag vormt voor een op dat tijdstip geldende publiekrechtelijke beperking, alsmede een op dat beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, worden binnen twee jaren na dat tijdstip aan de Dienst ter inschrijving aangeboden overeenkomstig artikel 15, eerste lid. Het aanbieden ter inschrijving mag achterwege blijven indien de betreffende publiekrechtelijke beperking voordien ophoudt te gelden.

2. Ter inschrijving aangeboden worden de in het eerste lid bedoelde stukken dan wel een opgave van die stukken, die ten minste inhoudt een door het betreffende bestuursorgaan vastgestelde lijst met de volgende gegevens:

a. een korte aanduiding van de aard en inhoud van de publiekrechtelijke beperking;

b. de actuele kadastrale aanduiding van de onroerende zaak of zaken waarop het beperkingenbesluit, de beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak betrekking heeft.

3. Beperkingenbesluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede daarop betrekking hebbende beslissingen in administratief beroep of rechterlijke uitspraken, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet zijn ingeschreven in de openbare registers, gelden met ingang van dat tijdstip als ingeschreven in die registers overeenkomstig deze wet.

Artikel 17c

Op de schending van verplichtingen krachtens deze wet ten aanzien van beperkingenbesluiten als bedoeld in de artikelen 17a en 17b is artikel 162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

HOOFDSTUK 3. SAMENLOOP- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

Indien het bij koninklijke boodschap van 5 januari 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Woningwet en enkele andere wetten (verbetering naleving, handhaafbaarheid en handhaving bouwregelgeving) (29 392), tot wet is verheven en in werking is getreden op het tijdstip dat deze wet in werking treedt, komt artikel 100e van die wet te luiden:

Artikel 100e

Bij een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat dit besluit mede geldt jegens de rechtsopvolger van degene aan wie dat besluit is opgelegd alsmede jegens iedere verdere rechtsopvolger. In dat geval kan het besluit, tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen naar het oordeel van burgemeester en wethouders verzetten, jegens die rechtsopvolger of iedere verdere rechtsopvolger worden ten uitvoer gelegd en kunnen de kosten van die tenuitvoerlegging en een te innen dwangsom bij die rechtsopvolger of verdere rechtsopvolger worden ingevorderd.

Artikel 14

De Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken treedt in werking op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.

Artikel 15

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 16

Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

De Minister van Justitie,