Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 oktober 2013
De Consumentenbond heeft onderzoek gedaan naar onterechte bijbetalingen in verpleeg-
en verzorgingshuizen en de conclusies van dit onderzoek gevat in een artikel1. Onder andere het consumentenprogramma Kassa2 heeft aan dit artikel aandacht besteed. De Consumentenbond heeft mij onlangs de uitkomsten
doen toekomen. In deze brief ga ik in op dit onderzoek en laat ik weten welke stappen
ik van plan ben te nemen.
Uit het artikel van de Consumentenbond maak ik op dat het onderzoek op de volgende
wijze is vormgegeven. Telefonisch zijn brochures, huisregels en bewonersovereenkomsten
opgevraagd en vergeleken met de richtlijnen van het CVZ3 en de Algemene Voorwaarden voor zorg met verblijf in de sector Verpleging Verzorging
en Thuiszorg. Op basis van dit onderzoek concludeert de Consumentenbond dat in bijna
de helft van de 152 onderzochte instellingen nieuwe bewoners zelf moeten zorgen voor
het leggen van vloerbedekking en het ophangen van gordijnen. Ook andere kostenposten
die (nieuwe) bewoners voor hun rekening krijgen, komen ter sprake, zoals het zelf
zorg dragen voor een hoog-laagbed, het zogenaamde platgoed, het labelen van linnengoed
en kleding, waskosten en de verzekering van eigendommen. Het artikel noemt een aantal
organisaties bij naam.
Laat ik voorop stellen dat het niet geoorloofd is om cliënten te laten bijbetalen
voor zaken waarop zij aanspraak hebben via de AWBZ. Dit heb ik eerder aan u gemeld4.
Ik vind het treurig dat er blijkbaar nog steeds zorginstellingen zijn die cliënten
onterecht voor kosten laten betalen. Dit temeer omdat deze kwestie mensen betreft
die zich in een kwetsbare fase van hun leven bevinden. Dat geldt zowel voor (nieuwe)
bewoners als voor hun naasten. Er lijkt hier sprake te zijn van een hardnekkig probleem;
afgaande op het artikel van de Consumentenbond lijkt het erop dat inspanningen om
onterechte bijbetalingen in de AWBZ tot het verleden te laten behoren nog niet voldoende
effect hebben gehad.
In het debat van 5 september over aanvullende diensten bij zorg in een instelling
heb ik u toegezegd met de NZa in overleg te treden over de transparantie bij aanvullende
diensten (Handelingen II 2012/13, nr. 107, debat over het bericht «wasje doen 120
euro, ommetje 50 euro»). Tevens ontvangt u van mij een brief over de aansprakelijkheid
van bestuurders die onterecht betalingen vragen voor verzekerde zorg in hun instelling.
In aanvulling op deze acties zal ik de volgende stappen ondernemen.
Ten eerste zal ik de Consumentenbond vragen de casuïstiek die de Consumentenbond in
het artikel aanhaalt, te melden bij de NZa. Zodra de NZa de achterliggende onderzoeksgegevens
heeft ontvangen, is zij in de gelegenheid om de instellingen in onderzoek te nemen.
Het geven van een aanwijzing behoort tot de instrumenten die de NZa hierbij kan inzetten.
Overigens leek in de uitzending van Kassa naar voren te komen dat het niet in alle
gevallen onterechte betalingen betrof.
Daarnaast doe ik een oproep aan cliënten en hun naasten om onterechte bijbetalingen
bij de NZa of zorgkantoor te melden. De NZa heeft hiervoor een meldpunt ingericht.
Het meldpunt bestaat sinds mei 2011. Ik constateer dat het meldpunt goed functioneert
om signalen van cliënten om te zetten in concrete actie door de NZa. De NZa heeft
vanaf de inwerkingstelling van het meldpunt zeven aanwijzingen gegeven aan instellingen.
De betrokken instellingen hebben de overtredingen gestaakt en gedupeerde cliënten
zijn gecompenseerd. Echter, het aantal meldingen neemt af. Dat lijkt niet te stroken
met de bevindingen van de Consumentenbond. De NZa laat als reactie in het programma
Kassa weten dat de onbekendheid met het meldpunt hier wellicht debet aan is. Ik bekijk
met betrokken partijen hoe het meldpunt beter onder de aandacht van cliënten te brengen.
Ten derde spreek ik de brancheorganisatie Actiz aan op de onterechte bijbetalingen.
Verpleeg- en verzorgingshuizen horen zich aan de regels te houden. Zoals ik in mijn
brief van 4 september jongstleden heb aangegeven, dient er transparantie te zijn over
aanvullende diensten. Die verplichting tot transparantie is vastgelegd in de algemene
leveringsvoorwaarden in de verpleging, verzorging en thuiszorg. Mochten er bij instellingen
onduidelijkheden bestaan over de regelgeving, verwoord in de eerder genoemde richtlijn
van het CVZ, dan verneem ik dat graag van Actiz. Ook bevraag ik landelijke cliëntenorganisaties
over de duidelijkheid van de regelgeving op dit vlak, zodat zij nieuwe cliënten op
tijd en beter kunnen voorlichten.
Ten slotte ga ik via de landelijke cliëntenorganisaties, cliëntenraden van de instellingen
actiever voorlichten over de diensten die bij het verzekerd pakket horen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn