Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 maart 2013
De commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft mij per brief van 7 februari
2013 verzocht een reactie aan de Kamer te sturen op een brief aan CZ over afwezigheidsdagen.
Tevens heeft de commissie mij verzocht antwoord te geven op de vraag hoe andere zorgkantoren
met de bestaande regelingen omgaan. Met deze brief ga ik in op beide verzoeken.
De brief aan CZ gaat in op het beleid van het zorgkantoor ten aanzien van declareren
van afwezigheidsdagen voor de gehandicaptenzorg. Afwezigheid kan vanwege verschillende
redenen plaatsvinden, zoals bij ziekenhuisopname, vakantie, of als een cliënt een
weekend naar huis is. De basis voor de declaratie van afwezigheidsdagen vormt de Regeling
declaratie AWBZ-zorg van de NZa. In deze regeling is aangegeven dat een zorgaanbieder
uit de intramurale gehandicaptenzorg voor een plek met behandeling afwezigheid met
een maximum van 14 dagen per keer kan declareren. Zorgkantoren zijn vrij om binnen
dit kader van de NZa aanvullende eisen te stellen. CZ zorgkantoren heeft in de Nota
van Inlichtingen behorend bij het Zorginkoopdocument 2013 sector gehandicaptenzorg
nadere invulling gegeven aan de regeling van de NZa: bij tijdelijke afwezigheid, anders
dan voor ziekenhuisopname, is declaratie mogelijk voor maximaal 28 dagen op jaarbasis.
Bij tijdelijke afwezigheid ingeval van ziekenhuisopname is deze maximering niet van
toepassing. Bij tijdelijke afwezigheid van cliënten die als leerlingen in het dagonderwijs
staan ingeschreven, is declaratie mogelijk tot een maximum van de wettelijke vakantieduur.
De eerste 28 dagen kunnen tegen het normale tarief gedeclareerd worden. Alle dagen
daarboven kunnen tegen het laagste VG ZZP-tarief (zonder behandeling en dagbesteding)
gedeclareerd worden.
CZ zorgkantoren geven aan een maximum te hebben gesteld aan het aantal te declareren
afwezigheidsdagen omdat zij het niet verantwoord vindt om ongelimiteerd niet bezette
plaatsen te financieren, zeker niet in tijd van schaarste van middelen. Dit beleid
is in 2012 door CZ ingezet en in 2013 gewijzigd gecontinueerd. In 2012 is er een maximum
van 28 dagen gesteld, zonder de mogelijkheid van doordeclareren voor een lager tarief
na de 28 dagen. In 2012 is uit een aantal casus duidelijk geworden dat de afwezigheidseisen
van CZ zorgkantoren belemmerend werken bij deze vorm van ondersteuning. Een deel van
de cliënten van de zorgaanbieders gaat immers regelmatig naar huis gedurende weekenden
en vakanties. CZ zorgkantoren vindt dit een belangrijk onderdeel van de normalisatie
en vermaatschappelijking van cliënten. Met de aanvullende mogelijkheid voor declaratie
ook na 28 dagen afwezigheid op ZZP VG1, gaat CZ zorgkantoren ervan uit dat deze normalisatie
en vermaatschappelijking wel mogelijk is. Door de terugkerende afwezigheid kan de
aanbieder inspelen op afwezigheid in bijvoorbeeld personele bezetting. Tegelijkertijd
is door uit te gaan van de ZZP VG1 een minimale basis van vergoeding voor doorlopende
lasten en ondersteuning geborgd. CZ zorgkantoren heeft bij mij aangegeven dat zij
geen signalen heeft dat het huidige beleid problemen veroorzaakt bij de zorgaanbieders.
Indien er problemen ontstaan bij zorgaanbieders is CZ bereid om hier over in gesprek
te gaan.
De schrijver van de geanonimiseerde brief aan CZ is bezorgd dat de zorgaanbieders,
omdat zij minder budget ontvangen, de ouders onder druk gaan zetten om hun kind minder
thuis te laten logeren. In de brief is niet aangegeven dat een dergelijke situatie
zich heeft voorgedaan. Ik heb geen signalen ontvangen van cliënten of hun vertegenwoordigers
die vanwege het beleid van CZ onder druk worden gezet door de zorgaanbieder. CZ heeft
bewust schoolgaande kinderen van het maximum uitgezonderd voor de declaratie van afwezigheidsdagen.
Het is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder om samen met de cliënt en diens
familie of vertegenwoordiger afspraken te maken over de wensen rondom afwezigheidsdagen
van de bewoner.
Beleid zorgkantoren
ZN heeft de verschillende handelswijzen van de zorgkantoren geïnventariseerd. Van
de acht concessiehouders hebben er drie aanvullend beleid op de NZa regels ten aanzien
van de declaratie van afwezigheid. Het beleid van CZ is hierboven beschreven. DSW
zorgkantoren hanteert de werkwijze in de GGZ dat de instelling contact opneemt met
het zorgkantoor als bij een cliënt langere leegstand aan de orde is. De Menzis Zorgkantoren
hebben aanvullend beleid geformuleerd in de V&V, GHZ en GGZ, omdat zij het maatschappelijk
niet wenselijk vindt om afwezigheid te financieren terwijl er mogelijk geïndiceerden
wachten op plaatsing. Ter voorkoming van een te rigide toepassing van maximaal toegestane
termijnen van afwezigheid (en dus declaratie) is er volgens Menzis altijd de mogelijkheid
om in overleg met de contractmanager de toegestane termijn te verlengen. Deze zorgkantoren
geven aan deze werkwijze te hebben gekozenen vanwege de doelmatigheid van de uitgaven,
terwijl tegelijkertijd het cliëntbelang niet in het geding komt.
Verschillend beleid van zorgkantoren rondom afwezigheid kan administratieve lasten
met zich meebrengen voor zorgaanbieders. Zorgkantoren zijn voornemens het beleid rondom
de declaratie van afwezigheid per inkoop voor 2014 te harmoniseren.
Tot slot
Bij de vormgeving van de kern AWBZ wil ik bezien hoe de declaratie van afwezigheidsdagen
het beste kan worden vormgegeven.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn