30 595
Wijziging van artikel 247 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten als gevolg van de modernisering van het huurbeleid vanaf 1 januari 2007 (Wet modernisering huurbeleid 2007)

nr. 34
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 november 2006

Bij deze deel ik u mede dat het besluit van 25 september 2006, houdende wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte en het Besluit beheer sociale-huursector (aanpassingen als gevolg van het huurbeleid vanaf 1 januari 2007) en het besluit van 31 oktober 2006 tot wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (bepalingen over het register met betrekking tot woningen met een geliberaliseerde huurprijs) op 10 oktober 2006 respectievelijk 2 november 2006 in het Staatsblad zijn gepubliceerd (Stb. 452 en 527).1

Ingevolge artikel III van die besluiten treden deze in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Het voornemen is erop gericht om deze besluiten, samen met het voorstel van wet tot wijziging van artikel 247 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten als gevolg van de modernisering van het huurbeleid vanaf 1 januari 2007 (Wet modernisering huurbeleid 2007) (30 595), op 1 januari 2007 in werking te laten treden.

In verband met de verkiezingsrecesperiode en de kerstrecesperiode is op grond van Aanwijzing 43a voor de regelgeving de zogenoemde driekwartregel van toepassing. Volgens deze regel had uw Kamer de besluiten in de tweede helft van oktober moeten ontvangen.

Het eerstgenoemde besluit is niet eerder formeel aan uw Kamer toegezonden nu het debat over voormeld voorstel van wet op 31 oktober jl. is afgerond en tot dat moment de regering kon worden verzocht om een aanpassing van (onder meer) dat besluit. Mede in verband met een eventuele dergelijke aanpassing is het laatstgenoemde besluit pas kort geleden tot stand gekomen. Wegens de samenhang tussen beide besluiten lag het in de rede deze tegelijk aan uw Kamer te zenden.

Bij deze verzoek ik u dan ook uw zienswijze vóór 1 januari 2007 kenbaar te maken.

Ik heb heden een vergelijkbare brief gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. Winsemius


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven