Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630583 nr. 4

30 583
Wijziging van de Wet op de kansspelbelasting in verband met kansspelen via internet

nr. 4
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOORZOVER NADIEN GEWIJZIGD

I. VOORSTEL VAN WET

1. In artikel I, onderdeel A, hebben de volgende wijzigingen plaatsgevonden:

1. In het eerste lid is de zinsnede «onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel a door een puntkomma» toegevoegd.

2. In het eerste lid, onderdeel b is «aangeboden» vervangen door: gespeeld.

3. In het tweede en derde lid is «wordt na de zinsnede toegevoegd» vervangen door: vervangen door de zinsnede.

4. In het vierde lid is de zinsnede «onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma» vervallen.

2. Artikel I, onderdeel C. is als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid is «aangeboden» vervangen door: gespeeld.

2. In het derde lid is «positieve» toegevoegd.

3. In artikel I, onderdeel F. is de zinsnede toegevoegd: «Voorts wordt in het derde lid, letter a» vervangen door: onderdeel a.

4. Artikel I, onderdeel H, luidde oorspronkelijk:

H. In artikel 8, eerste lid, wordt «artikel 1, letter c» vervangen door: artikel 1, onderdeel d of e.

II. MEMORIE VAN TOELICHTING

1. Algemeen

1. Op diverse plaatsen het tarief van 33⅓% vervangen door 40,85%.

2. In de budgettaire paragraaf is aan het slot de zinsnede «(één belastingplichtige die meer gaat afdragen)» komen te vervallen.

2. Artikelsgewijze toelichting

1. In de toelichting op artikel I, onderdeel A is op blz. 3, eerste alinea is tussen haakjes vermeld artikel 1, onderdeel b, van de Wet op de kansspelbelasting. Daarnaast is aan het slot van de tweede alinea de volgende volzin toegevoegd: Om deze reden is het naderhand ook niet na te gaan of de gewonnen prijzen afzonderlijk onder het bedrag van de vrijstelling van artikel 4, eerste lid, van de Wet op de kansspelbelasting zijn gebleven.

Tevens is op blz. 4 bij de toelichting op artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de kansspelbelasting, «Een deelnemer aan een internetkansspel kan er vanuit gaan dat hij deelneemt aan een buitenlands internetspel tenzij op de site van de organisator een vergunningsnummer staat vermeld dat overeenkomt met een door de Minister van Justitie verleende vergunning voor het organiseren van een kansspel op internet.» vervangen door: Indicaties dat sprake is van deelname aan een buitenlands spel kunnen worden ontleend aan de taal waarin de site is opgesteld, het webadres, de provider en overige gegevens die op de site staan. Als op de site van de aanbieder geen door de Minister van Justitie verleend vergunningnummer wordt vermeld, kan dit eveneens een indicatie zijn dat sprake is van buitenlands aanbod. Echter ook illegale binnenlandse organisatoren beschikken niet over een dergelijke vergunning. Hier wordt nog opgemerkt dat door of vanwege de Minister van Justitie verleende vergunningen voor kansspelen in de staatscourant worden gepubliceerd. In de verguningsvoorwaarden is de plicht voor de organisator van een internetkansspel opgenomen om een vergunningnummer en de publicatiedatum op de site te vermelden, teneinde controle voor de deelnemer aan het binnenlandse internetkansspel mogelijk te maken. Voor de volledigheid wordt verwezen naar de aanpak bestrijding kansspelen via internet dat in nauw overleg met de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie, KLPD, de FIOD-ECD en Verispect B.V. tot stand is gekomen1.

2. De toelichting op artikel I, onderdeel F, is uitgebreid met de volgende passage:

«Daarnaast wordt het tweede lid zo gewijzigd dat wordt bepaald dat de belasting verschuldigd is op de laatste dag van het tijdvak (kalendermaand). Thans bepaalt het tweede lid nog dat de belasting verschuldigd is op het tijdstip dat de prijs ter beschikking wordt gesteld. Dit is echter bij het internetkansspel- en casinoregime, waar de belasting over een tijdvak wordt berekend, geen juist criterium.»

3. Aan de toelichting op artikel I, onderdeel H, is een zin toegevoegd, luidende:

Het tweede lid bepaald dat de belasting verschuldigd is op de laatste dag van de kalendermaand.


XNoot
1

Tweede Kamer 2004–2005, 24 557, nr. 59.