Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200730578 nr. 9

30 578
Wijziging van de Gemeentewet, de Wet op de waterhuishouding en de Wet milieubeheer in verband met de introductie van zorgplichten van gemeenten voor het afvloeiend hemelwater en het grondwater, alsmede verduidelijking van de zorgplicht voor het afvalwater, en aanpassing van het bijbehorende bekostigingsinstrument (verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken)

nr. 9
AMENDEMENT VAN HET LID JANSEN

Ontvangen 14 februari 2007

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel III wordt onderdeel B vervangen door:

B

Artikel 4.22, wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 4.22, tweede lid, onderdeel a, wordt «het transport van afvalwater» vervangen door: het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 9a van de Wet op de waterhuishouding, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 9b van laatstgenoemde wet.

2. Aan artikel 4.22 wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 9a en 9b van de Wet op de waterhuishouding. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.

Toelichting

De jaarlijkse kosten voor huishoudens in verband met rioolrechten liggen in dezelfde orde van grootte als die voor de levering van drinkwater. In het wetsontwerp 30 895 Drinkwaterwet is een verplichte benchmark geregeld, om daarmee de kosteneffectiviteit van de publieke drinkwatersector te verbeteren.

Het amendement maakt het mogelijk om voor de gemeentelijke watertaken, op grond van vergelijkbare argumenten, zo nodig een verplichte benchmark op te leggen. Dit biedt gemeenten de ruimte voor het uitbouwen van de benchmark die nu op basis van vrijwilligheid wordt uitgevoerd. Een verplichte benchmark komt pas in beeld indien de bestaande vrijwillige aanpak onvoldoende effect resulteert.

Jansen