Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201130573 nr. 73

30 573 Migratiebeleid

Nr. 73 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juni 2011

In deze brief informeer ik u over verhoging van de leges voor reguliere aanvragen per 1 juli 2011. Tevens ga ik in deze brief in op een motie van de leden Spekman en Anker (Kamerstukken II 2009/10, 32 052, nr. 25). Voorts ga ik in op de toezegging van de voormalige staatssecretaris van Justitie om te bezien of de hoogte van de leges de kennisinstellingen in de weg zit en meer duidelijkheid te geven over de kostprijs en hoe deze zich verhoudt tot de leges (Handelingen II 2009/10, 32 052, nr. 53).

De tarieven voor reguliere aanvragen worden verhoogd, met uitzondering van het tarief voor de eerste toelating voor kennismigranten. Voor een specificatie van de tarieven per aanvraag verwijs ik naar bijlage 31.Hiermee geef ik uitvoering aan het regeerakkoord, waarin is opgenomen dat de leges voor gezinsmigratie zoveel mogelijk kostendekkend worden gemaakt en waarin in de bijlage is opgenomen dat de leges voor reguliere aanvragen kostendekkend worden gemaakt. Tevens wordt hiermee invulling gegeven aan de mutatie zoals opgenomen in de eerste Suppletoire Begroting (TK, 2010–2011, 32 780 VII, nr. 2).

Hieronder ga ik in op de toezegging om meer duidelijkheid te geven over de kostprijs en hoe deze zich verhoudt tot de leges. De onderhavige verhoging betekent dat de kostendekkendheid van de producten, waarvoor deze verhoging plaatsvindt, op ca. 45% komt te liggen. De legestarieven vallen daarmee onder de kostprijzen. Met de huidige tarieven is de kostendekkendheid ca. 30%. Bij het berekenen van de twee bovenstaande percentages is uitgegaan van alle reguliere aanvragen. Bij een aantal aanvragen kunnen de tarieven echter niet worden verhoogd vanwege internationale verdragen of jurisprudentie, zoals de tarieven voor visa kort verblijf en voor EU/EER- en Turkse onderdanen die rechten ontlenen aan de Associatieovereenkomst EG-Turkije en hun gezinsleden. Ook zijn er aanvragen waarvoor vrijstelling geldt, zoals voor slachtoffers van mensenhandel en gezinsleden van vluchtelingen die binnen drie maanden na verlening van de vluchtelingenstatus nareizen. Verder zijn er producten waarvoor geen leges worden geheven, zoals intrekkingen van vergunningen en ongewenstverklaringen. Wanneer deze producten, waarvoor geen leges geheven worden of waarvan de leges niet verhoogd kunnen worden, buiten beschouwing worden gelaten, dan komt de kostendekkendheid met de huidige verhoging op ca. 65%.

In de eerder genoemde motie van de leden Spekman en Anker is verzocht om bij het onderzoek naar kostendekkendheid mede uit te gaan van een scenario waarbij het totaal aan leges voor verblijfsvergunningen en naturalisatie met 10% wordt verlaagd. Een algehele verlaging met 10% zou een flink tekort op de begroting betekenen. In het regeerakkoord is opgenomen dat de leges voor reguliere aanvragen en gezinsmigratie (zoveel mogelijk) kostendekkend worden gemaakt.

In 2010 zijn de kostprijzen van de IND voor drie jaar vastgesteld, op basis van nacalculatie over het jaar 2009. De kostprijzen voor de legesheffing zijn hiervan afgeleid. In bijlage 11 staan de huidige en verhoogde tarieven vermeld naast de kostprijzen. In de tabel is het huidige legestarief vermeld, het verhoogde legestarief van het meest voorkomende en/of het duurste product, en de kostprijs op basis van de nacalculatie over 2009. In bijlage 21 wordt een nadere uiteenzetting gegeven van de kostprijssystematiek van de IND en de relatie tussen kostprijzen en legestarieven. De gemiddelde verwachte opbrengst op jaarbasis voor de IND wordt door deze tariefsverhoging met circa € 18 miljoen verhoogd.

Met de implementatie van het Modern Migratiebeleid zal een nieuw, eenvoudiger opgebouwd legeshuis ingevoerd worden. Daarnaast zal ik mij vooral inspannen om het kostenniveau van de IND te verlagen, waardoor de mate van kostendekkendheid verder vergroot wordt. U zult daarover later dit jaar separaat worden geïnformeerd.

Hieronder ga ik in op de toezegging om te bezien of de hoogte van de leges de kennisinstellingen in de weg zit, en op het deel van de motie van de leden Spekman en Anker waarin de Kamer heeft verzocht om elk legestarief expliciet te toetsen aan de redelijkheid ervan voor de desbetreffende groep vreemdelingen.

Voor de onderhavige verhoging is voor de verschillende doelgroepen een afweging gemaakt, waarbij zoveel mogelijk geprobeerd is om een balans te vinden tussen de te realiseren meeropbrengsten en de gevolgen daarvan voor de doelgroepen. Verder wordt, evenals in het huidige legesstelsel, rekening gehouden met internationale verdragen en internationaalrechtelijke jurisprudentie en blijven de bestaande vrijstellingen gehandhaafd. Vrijstelling geldt bijvoorbeeld voor slachtoffers van mensenhandel en voor verblijf bij een familie- of gezinslid op grond van art. 8 EVRM, indien de aanvrager aantoont niet te kunnen beschikken over middelen van bestaan om aan de legesverplichting te voldoen. Voor de verkorte procedure blijft een lager tarief gelden dan voor de normale procedure, met uitzondering van de kennismigrantenregeling, waarvoor al eerder een hoger tarief gold. Ook blijft een verlaagd tarief voor gezinsleden die tegelijkertijd een aanvraag indienen in stand. Op deze wijze wordt voorkomen dat de last voor gezinnen met kinderen te groot wordt.

Vanwege het belang dat in het regeringsbeleid wordt gehecht aan de kenniseconomie, wordt het tarief voor de eerste toelating voor kennismigranten niet verhoogd. De tarieven voor verlengingen worden wel voor alle migranten, waaronder kennismigranten, verhoogd. De leges voor studenten en wetenschappelijk onderzoekers worden eveneens verhoogd. Ik breng hierbij in herinnering dat in het ACVZ-advies «Leges voor (arbeids)migratie naar Nederland» van mei 2008 niet is gebleken van een duidelijk belemmerende werking van de toenmalige tarieven op de komst van kennis- en arbeidsmigranten naar Nederland. In het rapport stelt de ACVZ dat niet zozeer de tarieven maar vooral de administratieve lasten, bijvoorbeeld bij wijziging van de vergunning, een bron van ergernis vormen. Aan het beperken van de administratieve lasten wordt tegemoet gekomen door invoering van het Modern Migratiebeleid.

De gezinskorting blijft gehandhaafd, waardoor gezinsleden die samen met de hoofdpersoon een eerste aanvraag voor verblijf indienen, aanspraak kunnen maken op een lager tarief dan de hoofdpersoon. Een ouder met twee kinderen die verblijf vraagt bij een persoon die al in Nederland verblijft, betaalt bij een aanvraag VVR zonder MVV een bedrag van € 1 750,–. Bij verlengingsaanvragen blijft een lager tarief bestaan voor kinderen die bij hun ouders verblijven en voor studenten. Voor hier te lande geboren kinderen blijft ook een verlaagd tarief voor de eerste aanvraag om een verblijfsvergunning gehandhaafd.

De categorie «overig» in bijlage 1 bevat een aantal uiteenlopende verblijfsdoelen. Daarop wordt hieronder ingegaan per verblijfsdoel, waarbij steeds wordt gerefereerd aan het tarief voor een vergunning tot verblijf (VVR) zonder machtiging tot voorlopig verblijf (MVV). De volledige lijst van tarieven staat vermeld in bijlage 3.

Het tarief voor de aanvragen voor verblijf op medische gronden, verblijf op grond van religieuze of levensbeschouwelijke gronden, wedertoelating, voortgezet verblijf en verblijf voor adoptiekinderen wordt verhoogd tot € 950,– voor een VRR zonder MVV.

Voor de aanvragen om verblijf op grond van het buitenschuldcriterium en aanvragen op grond van de discretionaire bevoegdheid van de Minister worden geen leges geheven wanneer deze op uitnodiging worden verstrekt. Wanneer de vreemdeling deze vergunning zelf aanvraagt, geldt een tarief van € 950,– voor een VVR zonder MVV.

Vanwege het belang dat in het regeringsbeleid gehecht wordt aan de kenniseconomie, geldt tevens een minder zware verhoging voor de vergunningen voor het zoekjaar voor hoogopgeleiden en afgestudeerden, en de vergunning voor wetenschappelijk onderzoekers op grond van Richtlijn 2005/71/EG. Deze tarieven worden verhoogd tot € 600,– voor een vergunning zonder MVV.

De minister voor Immigratie en Asiel,

G. B. M. Leers


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.