Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202030573 nr. 179

30 573 Migratiebeleid

Nr. 179 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 maart 2020

In de recent gepubliceerde Groeistrategie wordt het belang van Nederland als aantrekkelijk land voor internationaal talent om te wonen en werken benadrukt.1 In 2014 onderstreepte de SER het belang van deze groep, maar concludeerde dat voor het overgrote deel van internationale kennismigranten Nederland niet de eerste keus is.2

Om meer inzicht te krijgen in de Nederlandse positie binnen Europa, heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat het CBS gevraagd om in beeld te brengen in hoeverre Nederland er in vergelijking met 13 concurrerende Europese landen in slaagt om hoogopgeleide migranten aan te trekken en te behouden. De rapportage bied ik hierbij aan uw Kamer aan3. In het onderzoek zijn internationale kenniswerkers gedefinieerd als personen uit particuliere huishoudens die tot de beroepsbevolking behoren, die geboren zijn in een ander land dan waar ze woonachtig zijn, en een hoog opleidingsniveau hebben.

Uit de rapportage blijkt dat Nederland relatief weinig technisch geschoolde kenniswerkers aantrekt in vergelijking met de 13 concurrerende Europese landen. Sociale wetenschappen en bedrijfskunde zijn met samen 41% de meest voorkomende opleidingsrichtingen onder hoogopgeleide migranten in Nederland. Slechts 21% procent heeft een technisch gerelateerde opleidingsachtergrond in de natuurwetenschappen, wiskunde en informatica (10%) of in de techniek, industrie en bouwkunde (11%). Dit terwijl de vraag naar technisch opgeleid personeel het aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt overschrijdt. Het Research Centrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) verwacht dat de krapte op de arbeidsmarkt ook de komende jaren blijft toenemen, met name in functies in de technologie en de ICT.4

Het kabinet blijft zich dan ook inzetten om het vestigingsklimaat voor internationale kenniswerkers te versterken en internationaal te positioneren. Werkgevers kunnen kenniswerkers uit de EER aantrekken. Deze kenniswerkers kunnen zich op basis van het vrije verkeer van personen in Nederland vestigen. Met toegangs-en verblijfsregelingen als de kennismigrantenregeling faciliteert het kabinet bovendien werkgevers in Nederland om buitenlands talent van buiten de EER aan te trekken. Het kabinet werkt daarnaast aan de invoering van de pilot van de verblijfsregeling voor essentieel startup-personeel.5 Ook werkt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in samenwerking met een aantal regio’s en nationale partners aan verbeterde informatie voorziening en ontwikkelen we een «Netherlands Branding»-campagne gericht op internationale kenniswerkers en werken we aan verbeterde informatievoorziening. Deze zullen in de loop van 2020 worden gelanceerd en zijn voornamelijk gericht op het verhogen van het aantal kenniswerkers dat in Nederland wil werken en de vaardigheden heeft om in te spelen op economische kansen en maatschappelijke uitdagingen, waaronder de energietransitie, digitalisering en de ontwikkeling van sleuteltechnologieën.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer


X Noot
1

Kamerstuk 29 696, nr. 7, p. 7 & 16 (2019)

X Noot
2

Sociaal Economische Raad, Arbeidsmigratie, Advies 14/09, December 2014, p. 54.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

ROA (2019) De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2024

X Noot
5

Kamerstuk 30 573, nr. 174