30 573 Migratiebeleid

Nr. 138 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 maart 2018

Met deze brief informeer ik u over wijzigingen van de hoogte van de leges die de IND hanteert voor de aanvraag van verblijfsvergunningen.

Het uitgangspunt van het kabinet is dat de leges die worden geheven bij een aanvraag van een verblijfsvergunning, zoveel mogelijk kostendekkend moeten zijn.

De kostprijzen waarop de huidige leges zijn gebaseerd, dateren nog van voor de invoering van de Wet Modern Migratiebeleid. De invoering van de wet heeft geleid tot snellere procedures en minder administratieve lasten voor burgers en bedrijven, maar ook minder lasten voor de overheid. De IND heeft daarom recent nieuwe kostprijzen berekend. In de zomer van 2017 heeft de IND een tijdschrijfonderzoek laten uitvoeren. De uitkomsten van het tijdschrijfonderzoek zijn gebruikt om tot de legeskostprijzen te komen.

In 2015 en 2016 zijn ook dergelijke tijdschrijfonderzoeken uitgevoerd. Het model waarmee de kostprijzen werden berekend, leverde toen voor de uitsplitsing naar de verschillende legescategorieën geen representatieve uitkomsten op: een grillige kostenontwikkeling als gevolg van de hoge asielinstroom leidde tot onrealistische verhoudingen voor het verdelen van kosten. De legestarieven konden daarom voor deze jaren niet met kostprijzen worden onderbouwd. Voor het berekenen van de kostprijzen in 2017 is met een nieuw model gewerkt. Het nieuwe model is gericht op het vaststellen en toetsen van de tijdsbesteding per product. De uitkomsten ervan bleken wel voldoende representatief. In bijlage 1 treft u de nieuwe kostprijzen per legescategorie aan1.

Het uitgangspunt bij het bepalen van de hoogte van leges is dat de integrale kosten zoveel mogelijk worden doorberekend in de legestarieven. Dit zijn zowel directe als indirecte kosten. De directe kosten houden direct verband met een bepaald product, bijvoorbeeld de personeelskosten voor de behandeling van de aanvraag. De indirecte kosten zijn kosten die niet rechtstreeks aan een product toegerekend kunnen worden, zoals de kosten van huisvesting, automatisering en administratie. Kosten van bezwaar- en beroepsprocedures en voor handhaving worden niet doorberekend in de leges en dus ook niet meegenomen in de kostprijs. Dit is conform het rapport «Maat houden, Een kader voor doorberekening van toelatings- en handhavingskosten» (1996)2

Op basis van de uitkomsten van de kostprijzenberekening, worden de leges voor een aantal verblijfsvergunningen naar beneden bijgesteld. Leges die een hogere kostprijs kennen dan het huidige legestarief, zijn daarentegen ongemoeid gelaten; er worden dus geen tarieven verhoogd.

Onderstaand vindt u de leges voor de verblijfsvergunningen die zijn aangepast. De overige tarieven worden niet gewijzigd.

Het bovengenoemde tarief voor «Verlenging» is het standaard legestarief voor verlengingen (nu € 401, wordt € 355). Echter, er zijn vergunningen waarvan de leges voor de eerste aanvraag onder het legestarief van € 355 liggen. In die gevallen geldt dat leges voor verlenging gelijk zijn aan die van de eerste aanvraag. Dit geldt onder meer voor de verlenging van de vergunning «verblijf als familie- of gezinslid» en voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

De in deze brief vermelde wijzigingen zullen met ingang van 1 april 2018 worden aangepast in het Voorschrift Vreemdelingen 2000. De nieuwe tarieven worden met ingang van 3 mei aanstaande ingevoerd. Dit is de eerstvolgende datum waarop noodzakelijke aanpassingen in het IT-systeem van de IND (Indigo) gerealiseerd kunnen worden.

 

Huidig tarief

Nieuw tarief

Arbeid als zelfstandige

€ 1.336

€ 1.325

Arbeid als kennismigrant

€ 938

€ 582

Verblijf als houder van de EU Blauwe kaart

€ 909

€ 661

Seizoensarbeid

€ 802

€ 570

Overplaatsing binnen een onderneming

€ 938

€ 582

Lerend werken

€ 802

€ 570

Studie

€ 321

€ 192

Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

€ 641

€ 285

Uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag

€ 641

€ 283

Omwisseling, Vervanging en Vermissing

€ 267

€ 132

Verlenging

€ 401

€ 355

Erkenning referent

€ 5.345

€ 3.861

Erkenning referent klein bedrijf/start-up

€ 2.672

€ 1.930

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, M.G.J. Harbers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 24 063, nr. 22

Naar boven