Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201230573 nr. 108

30 573 Migratiebeleid

Nr. 108 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2012

Op 26 april jl. heeft het Hof van Justitie van de EU geoordeeld dat de leges die Nederland heft op aanvragen om de status van langdurig ingezeten derdelanders en op aanvragen van langdurig ingezeten derdelanders die vanuit een andere lidstaat naar Nederland komen «overdreven en onevenredig» hoog zijn. Daarmee konden deze leges een belemmering vormen voor de uitoefening van de rechten die de richtlijn inzake de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen aan deze onderdanen biedt. In de uitspraak wordt geen relatie gelegd tussen de kostprijs en de hoogte van de leges, hoewel Nederland in de procedure hiervoor uitdrukkelijk de aandacht had gevraagd. De uitspraak had betrekking op leges die varieerden van € 201 (voor de status van langdurig ingezetene derdelander) tot € 830 (voor gezinsleden van een langdurig ingezeten derdelander). Inmiddels zijn, ter uitvoering van de afspraken in het regeerakkoord om de leges kostendekkend te maken, per 1 juli 2011 de leges verder verhoogd naar bedragen die variëren van € 401 tot € 1250.

Op basis van deze uitspraak heb ik besloten om de leges voor langdurig ingezeten derdelanders – zowel voor degenen die in Nederland de status aanvragen als voor hen die vanuit een andere lidstaat naar Nederland komen – te verlagen naar € 130. Dit bedrag is in lijn met het gemiddelde legesbedrag dat andere EU-lidstaten vragen.

Ik heb eveneens besloten om ook de leges voor de vergunning voor onbepaalde tijd te verlagen tot € 130. De status van langdurig ingezeten derdelander en de nationale verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier zijn nauw aan elkaar verbonden. Na vijf jaar legaal verblijf komt de vreemdeling in aanmerking voor de status langdurig ingezeten derdelander. Voorwaarde daarbij is onder meer dat de vreemdeling aan het middelen vereiste voldoet. Als hij niet over voldoende middelen beschikt, kan de vreemdeling wel een nationale vergunning voor onbepaalde tijd krijgen. Voorwaarde hiervoor is dat de vreemdeling ten minste tien jaar legaal in Nederland heeft verbleven. Indien de aanvrager niet aan het middelenvereiste voor de status van langdurig ingezeten derdelander voldoet, toetst de IND altijd ambtshalve of wel aan het tien jaarscriterium wordt voldaan.

Het aantal vreemdelingen dat de vergunning onbepaalde tijd regulier krijgt, is dan ook zeer beperkt (in 2011 waren dat er 75 tegen 3010 die de status langdurig ingezeten derdelanders ontvingen).

Voor de houders van een vergunning voor bepaalde tijd asiel zal na implementatie van de wijziging van de richtlijn inzake de status van langdurig ingezeten derdelanders straks hetzelfde gelden. Zij krijgen na vijf jaar in principe de status van langdurig ingezeten derdelander tenzij zij niet aan het middelenvereiste voldoen (waarbij de tienjaarstermijn voor hen niet geldt). In 2011 werden 2600 aanvragen om de vergunning voor onbepaalde tijd asiel ingediend.

De verlaging van de leges voor langdurig ingezeten derdelanders en voor de vergunning voor onbepaalde tijd geldt met terugwerkende kracht tot de datum van bovengenoemde uitspraak, 26 april jl.

De financiële gevolgen van deze legesverlagingen bedragen € 1,6 mln op jaarbasis. Dit zal ik dekken binnen mijn begroting.

Ik onderzoek nog in hoeverre de uitspraak van het EU-Hof gevolgen heeft voor de overige leges.

Tot slot het volgende. Bij de begrotingsbehandeling op 21 november 2011 heb ik toegezegd dat ik bij de implementatie van het Modern Migratiebeleid zal verkennen of een tariefkorting voor de gezinnen die een vergunning voor onbepaalde tijd willen aanvragen mogelijk is, en dat ik hier bij de vaststelling van de legestarieven voor 2013 op zou terugkomen. Omdat ik nu het tarief voor de vergunningen voor onbepaalde tijd flink naar beneden bijstel, acht ik het niet meer nodig om daarnaast nog een tariefkorting voor gezinnen in te voeren.

De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers