nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
I
Artikel I wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder verlettering van onderdeel C tot D, wordt na onderdeel B
het volgende onderdeel ingevoegd, luidende:
C
In artikel 31 wordt «de bestrijding» vervangen door: het weren,
de preventie of de bestrijding.
2. Onder verlettering van de onderdelen D (oud) tot en met G tot
F tot en met H, wordt na onderdeel D (nieuw) een onderdeel ingevoegd, luidende:
E
Na artikel 81k wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK VIIB: HONDEN- EN KATTENBONT EN PRODUCTEN DIE
DERGELIJK BONT BEVATTEN
AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 81l
1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. EG-verordening: verordening van de Raad van de Europese Unie of
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk, die
geheel of gedeeltelijk berust op de artikelen 95 of 133 van het Verdrag
tot oprichting van de Europese Gemeenschap en waarin voorschriften
zijn neergelegd ter zake van honden- en kattenbont en producten die dergelijk
bont bevatten;
b. EG-richtlijn: richtlijn van de Raad van de Europese Unie of van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk, die geheel
of gedeeltelijk berust op de artikelen 95 of 133 van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap en waarin voorschriften zijn neergelegd
ter zake van honden- en kattenbont en producten die dergelijk bont bevatten;
c. EG-beschikking: beschikking die gebaseerd is op een EG verordening
of EG-richtlijn.
2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen
gelden de begripsomschrijvingen zoals die zijn neergelegd in EG-verordeningen.
Daar waar deze begripsbepalingen afwijken van de in artikel 1 van deze wet
opgenomen begripsbepalingen, gelden de begripsbepalingen zoals die zijn neergelegd
in EG-verordeningen.
AFDELING 2 VOORSCHRIFTEN TER UITVOERING VAN EUROPESE VOORSCHRIFTEN
Artikel 81m
Het is verboden te handelen in strijd met bij ministeriële regeling
aan te wijzen voorschriften van EG-verordeningen.
Artikel 81n
1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor
een goede uitvoering van EG-verordeningen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels
worden gesteld ter implementatie van EG-richtlijnen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter
implementatie van EG-beschikkingen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels
worden gesteld ter implementatie van overeenkomsten betreffende honden- en
kattenbont en producten die dergelijk bont bevatten tussen de Europese Gemeenschap
en een of meer derde landen of internationale organisaties.
5. De regels, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, kunnen
betrekking hebben op:
a. het aanwijzen van een bevoegde autoriteit;
b. het verlenen, schorsen en intrekken van erkenningen en vergunningen;
c. het behandelen en gebruiken van honden- en kattenbont en producten
die dergelijk bont bevatten;
d. de productie van honden- en kattenbont en producten die dergelijk
bont bevatten;
e. het handelen in honden- en kattenbont en producten die dergelijk
bont bevatten;
f. het in en buiten Nederland brengen van honden- en kattenbont en
producten die dergelijk bont bevatten;
g. het uitvoeren van controles en inspecties waar honden- en kattenbont
en producten die dergelijk bont bevatten aanwezig zijn of kunnen zijn.
Artikel 81o
1. Bij ministeriële regeling kunnen in aanvulling op de krachtens
artikel 81n, eerste lid, gestelde regels, nadere voorschriften worden gesteld
over de onderwerpen die zijn geregeld in de EG-verordeningen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in aanvulling op de krachtens artikel 81n, tweede en vierde lid, gestelde
regels, nadere voorschriften worden gesteld over de onderwerpen waarop die
regels betrekking hebben.
3. Bij ministeriële regeling kunnen in aanvulling op de krachtens
artikel 81n, derde lid, gestelde regels, nadere voorschriften worden gesteld
over de onderwerpen waarop die regels betrekking hebben.
II
In artikel II, onderdeel I, onder b, wordt het zinsdeel «de artikelen
81b, 81c en 81d» vervangen door: de artikelen 81b, 81c, 81d, 81m, 81n
en 81o.
Toelichting
Met deze nota van wijziging worden twee nieuwe elementen aan het wetsvoorstel
houdende wijziging van de voorschriften inzake niet voor menselijke consumptie
bestemde dierlijke bijproducten toegevoegd.
Onderdeel A, onder 1
Op grond van artikel 31 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren
(hierna: GWWD) kunnen door de minister vastgestelde regelingen in het kader
van de bestrijding van besmettelijke dierziekten onmiddellijk na hun bekendmaking
in werking treden. Dergelijke regelingen worden, in afwijking van de Bekendmakingswet,
via de media bekend gemaakt. Dit betekent in de praktijk dat aan de desbetreffende
maatregel door middel van radio, televisie, kranten en internet bekendheid
wordt gegeven.
In het afgelopen jaar, onder meer bij de uitbraak van Aviaire Influenza
in het Verenigd Koninkrijk en klassieke varkenspest in Duitsland, is gebleken
dat het noodzakelijk kan zijn om direct maatregelen te treffen teneinde besmettelijke
dierziekten buiten Nederland te houden. Hierbij kan worden gedacht aan het
reinigen en ontsmetten van voertuigen afkomstig uit een land waar een besmettelijke
dierziekte is uitgebroken of het instellen van een afschermplicht voor gevogelte.
De onderhavige wijziging ziet op een uitbreiding van artikel 31 van de
GWWD. Naast de vastgestelde regelingen in het kader van bestrijding, kunnen
ook regelingen die zijn vastgesteld in het kader van het weren en de preventie
van besmettelijke dierziekten op alternatieve wijze bekendgemaakt worden en
onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden.
Onderdeel A, onder 2
Tijdens een vergadering van de Landbouw en Visserijraad van 19 juni
2006 is de noodzaak om zo spoedig mogelijk voorschriften inzake de handel
in honden- en kattenbont vast te stellen tot uitdrukking gebracht. De Europese
Commissie heeft hierop een voorstel voor een verordening houdende een verbod
op het in de handel brengen, de invoer in en de uitvoer uit de Gemeenschap
van katten- en hondenbont en producten die dergelijk bont bevatten (hierna:
de verordening) gedaan. Het voorstel ligt momenteel ter bespreking bij de
Europese Raad voor.
Om te verzekeren dat er goed en tijdig uitvoering kan worden gegeven aan
de verordening wanneer deze van kracht wordt, is het van belang dat er op
korte termijn een deugdelijke wettelijke basis ten behoeve van deze uitvoering
wordt gecreëerd. Met deze wijziging wordt een dergelijke basis in de
GWWD opgenomen. Deze implementatiebasis is volgens dezelfde systematiek opgesteld
als de implementatiebasis die met het wetsvoorstel voor dierlijke bijproducten
is gecreëerd.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg