30 559
De situatie rondom de nationaliteit van mw. A. Hirsi Ali

nr. 3
MOTIE VAN HET LID VERHAGEN C.S.

Voorgesteld 16 mei 2006

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat in de motie-Van Beek c.s. de minister verzocht wordt om het standpunt inzake het Nederlanderschap van mevrouw Hirsi Ali te heroverwegen;

van mening, dat op dit moment nog geen sprake is van nietigheid van de naturalisatie van mevrouw Hirsi Ali;

overwegende, dat een zorgvuldige voorbereiding van een besluit inzake de Rijkswet op het Nederlanderschap noodzakelijk is in het kader van een goede rechtsbescherming;

voorts overwegende, dat in het kader van deze zorgvuldige voorbereiding het nodig is, alle afwegingen te betrekken bij deze voorbereiding;

van mening, dat er meer ruimte is om te komen tot een weging van bijzondere omstandigheden;

verzoekt de minister nader onderzoek te doen naar de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden om zodoende tot een zorgvuldig besluit te komen en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Verhagen

Van Beek

Van der Laan

Halsema

Bos

De Wit

Naar boven