nr. 5
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet,
heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met
de daarop gegeven antwoorden.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling
van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie,
Blok
De griffier van de commissie,
Teunissen
1
Voor de oprichtingsfase van het Topinstituut Pharma
is € 1 mln. uitgegeven. Waarom is dit hoger uitgevallen dan geraamd?
Wordt deze overschrijding later gecompenseerd?
Ten tijde van de 2e suppletore wet was er nog geen plan van aanpak voor
de oprichtingsfase van het Topinstituut Pharma. Daardoor was nog geen exacte
raming van de kosten mogelijk. Er kan dus niet van een overschrijding worden
gesproken.
2
Waarom wordt voor de 2e fase van het project dyslexie € 1,4
miljoen naar de premiemiddelen overgeheveld?
De 2e fase van het project dyslexie is uitgevoerd door het College voor
Zorgverzekeringen (CVZ). De uitgaven van het CVZ werden tot en met 2005 geraamd
en verantwoord in het premiekader.
3
Welke organisatorische verandering is opgetreden?
Bij 2e suppletore wet was abusievelijk € 6 miljoen overgeheveld
van artikel 24 (Geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke
opvang) naar artikel 21 (Preventie en gezondheidsbescherming). Dit wordt door
middel van deze mutatie gecorrigeerd. De organisatorische verandering waarnaar
wordt gerefereerd, heeft betrekking op de opheffing van artikel 24. Deze heeft,
voor wat betreft het beleidsmatige deel, echter pas effect op begrotingsjaar
2006 en verder.
4
Wat verklaart de lagere uitgaven voor het steunpunt
verpleeghuiszorg? Waarom is deze nieuwe activiteit lastig te ramen?
De lagere uitgaven voor het Steunpunt Verpleeghuiszorg in 2005 zijn als
volgt te verklaren:
• de aanvragen voor ondersteuning door het Steunpunt kwamen aanvankelijk
langzaam op gang. In de periode april 2005 tot december 2005 heeft het Steunpunt
54 aanvragen voor ondersteuning ontvangen. Eind 2005 waren 11 van de 54 casussen
afgerond, de kosten van de overige aanvragen drukken op de subsidie voor het
jaar 2006.
Bij de start van het Steunpunt in april 2005 was de zwaarte van de hulpvragen
niet goed in te schatten. Om instellingen alle noodzakelijke hulp te kunnen
bieden is in de begroting van het Steunpunt Verpleeghuiszorg voor het jaar
2005 ruim gereserveerd voor intake, advies en begeleiding door experts en
additionele ondersteuning. In de praktijk bleek echter vrijwel geen behoefte
te zijn aan de additionele ondersteuning.
5
Welke mogelijke verklaringen zijn er voor de lagere
uitgaven met betrekking tot de dure woningaanpassingen terwijl deze de afgelopen
jaren jaarlijks zijn toegenomen?
Zoals in de toelichting bij de Slotwet is aangegeven zijn de uitgaven
voor deze regeling lastig te ramen. Dit heeft te maken met het feit dat lastig
ingeschat kan worden hoeveel woningaanpassingen gemeenten gedurende het jaar
gaan declareren en welke kosten met deze woningaanpassingen gemoeid zijn.
Mogelijke verklaringen voor de lagere uitgaven in 2005 zijn derhalve dat er
afgelopen jaar minder woningaanpassingen zijn ingediend danwel
dat de kosten die per woningaanpassing vergoed zijn gemiddeld gezien lager
zijn dan in voorgaande jaren.
6
Waarom hebben werkgevers minder gebruik gemaakt dan
verwacht van de «Regeling stimuleringssubsidie doorstroom zorg»?
Hoe wordt het regulier maken van gesubsidieerde banen dan wel gestimuleerd?
De vraag waarom instellingen beperkt gebruik maken van de stimuleringsregeling
is niet eenduidig te beantwoorden. Een combinatie van beweegredenen zoals
onzekerheid over de afspraken tussen gemeenten, de economische situatie en
een ruime arbeidsmarkt zijn er waarschijnlijk de oorzaak van dat instellingen
terughoudend zijn (geweest) om gesubsidieerde medewerkers te laten doorstromen
naar een reguliere baan. Buiten genoemde regelingen kent VWS geen regeling
om het omzetten van gesubsidieerde banen in reguliere banen te stimuleren.
7
Hoe groot is de groep mensen die nog geen zorgtoeslag
voor het jaar 2006 heeft aangevraagd? Op welke manier worden deze mensen gemotiveerd
de zorgtoeslag alsnog aan te vragen?
De introductie van Toeslagen is ondersteund met een intensieve voorlichtingscampagne.
Uit onderzoek van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) naar de effecten van de
campagne blijkt dat nagenoeg 100% van de onderzochte doelgroep door
de campagne is bereikt. Ook bleek dat de doelgroep goed op de hoogte was van
de mogelijkheden om een toeslag aan te vragen en de wijze waarop dit moest
gebeuren.
Bij de introductie van Toeslagen is ervoor gekozen de potentiële
doelgroep actief te benaderen en het proces zo laagdrempelig mogelijk te maken.
Op basis van de bij de Belastingdienst aanwezige gegevens is een ruime selectie
toegepast. Aan de mensen in deze selecties is een (waar mogelijk vooringevuld)
aanvraagformulier toegestuurd. Het gaat naar schatting om zo’n 6 miljoen
vermoedelijk gerechtigden. Er zijn zo’n 5,7 miljoen eerste voorschotten
zorgtoeslag (stand tot en met januari 2006) verstrekt. Uit onderzoek is gebleken
dat verreweg de belangrijkste reden om (nog) geen aanvraag te doen, is dat
men verwacht niet in aanmerking te komen. Andere redenen zijn onzekerheid
ten aanzien van de eigen situatie in 2006, insturen op een later moment etc.
Nog steeds worden mensen via intermediairs (zoals gemeenten en zorgverzekeraars)
gewezen op het bestaan van de zorgtoeslag, bijvoorbeeld door het verspreiden
van flyers of door het bieden van ondersteuning van mensen bij het doen van
een aanvraag.
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Van der Vlies (SGP), Kalsbeek (PvdA), Buijs (CDA), Atsma (CDA),
Arib (PvdA), Vendrik (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Voorzitter, Smits (PvdA), Örgü
(VVD), Verbeet (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), Ondervoorzitter, Vergeer
(SP), Vietsch (CDA), Joldersma (CDA), Varela (LPF), Van Heteren (PvdA), Smilde
(CDA), Nawijn (Groep Nawijn), Van Dijken (PvdA), Timmer (PvdA), Van Miltenburg
(VVD), Kraneveldt (LPF), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA), Azough (GL), Koşer
Kaya (D66) en Van der Sande (VVD).
Plv. leden: Rouvoet (CU), Verdaas (PvdA), Ferrier (CDA), Çörüz
(CDA), Blom (PvdA), Halsema (GL), Gerkens (SP), Veenendaal (VVD), Hamer (PvdA),
Weekers (VVD), Tjon-A-Ten (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Vacature
(algemeen), Ormel (CDA), Vacature (algemeen), Van As (LPF), Waalkens (PvdA),
Mosterd (CDA), Bussemaker (PvdA), Heemskerk (PvdA), Oplaat (VVD), Hermans
(LPF), Vacature (algemeen), Eski (CDA), Van Gent (GL), Bakker (D66) en Nijs
(VVD).