30 549
Raming der voor de Tweede Kamer in 2007 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten in 2007 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten

nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Vastgesteld 13 juni 2006

Inhoudsopgave blz.

Inleiding1
Financiële uitgangspunten1
Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer, alsmede leden van het Europees Parlement 2
4. Operationele doelstellingen3
Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer3
1. Algemeen 3
Artikelonderdeel 1. Apparaat3
Kinderopvang3
Staten-Generaal digitaal4
Facilitaire Dienst7
Artikelonderdeel 4. Fractiekosten en garanties 8
3 Speerpunten 20078
4 Budgettaire gevolgen van beleid11
Apparaatsuitgaven11
Ambtelijk personeel11
5. Operationele doelstellingen en prestatiegegevens13
Prestatiegegevens 13
Verdiepingsbijlage13
Moties en gedane toezeggingen14

Inleiding

Het Presidium zegt toe dat aan het verzoek van de leden van de fractie van de PvdA de Raming in de toekomst aan te vullen met een heldere hoofdstukkenindeling, gevolg zal worden gegeven.

Financiële uitgangspunten

De leden van de fractie van het CDA vragen een toelichting op het feit dat, geplaatst tegen het perspectief van het uitgavenniveau in het verleden en de hoogte van de Raming voor 2007, de meerjarencijfers in de periode 2008–2011 hierbij substantieel achter blijven. Daarnaast vragen deze leden zich af of de Raming voor 2007 niet te optimistisch is.

Het Presidium spreekt liever van een realistische Raming dan van een optimistische. De Raming 2007 voorziet in de budgettaire dekking van zowel het bestaande als het nieuw voorgestelde beleid, maar houdt ook rekening met incidentele uitgavenposten, zoals een voorziening voor extra verhuisbewegingen, in het verkiezingsjaar 2007.

Het Presidium merkt over de meerjarencijfers het volgende op.

De meerjarencijfers zoals nu opgenomen zijn de resultante van de voorafgaande Ramingen. In deze (voorafgaande) Ramingen zijn wijzigingen opgenomen van incidentele, semi-structurele en structurele aard. Een tweede aspect betreft de vaststelling dat niet in alle gevallen een duidelijk meerjarig (en budgettair) beeld bestaat van in de toekomst gelegen uitgaven. Te denken is hierbij aan bijvoorbeeld onderhoud aan gebouwen en vervangingen. Maar het geldt evenzeer incidentele investeringen ten behoeve van, wederom als voorbeeld, e-parlement. Het gevolg hiervan is dat de begroting hiertoe, gedurende het jaar van uitvoering, suppletoir moet worden verhoogd met een mogelijke doorwerking van één tot twee jaar. Een derde aspect in dit verband betreft de omstandigheid dat gedurende de periode waarin nog niet vaststond of de taakstelling Balkenende II concreet zou worden ingevuld, voorstellen met meerjarige doorwerking door het kabinet alleen werden gehonoreerd waar het ging om het lopende begrotingsjaar dan wel het jaar van raming en niet de structurele doorwerking. Tenslotte kan worden vastgesteld dat de jaarlijkse toekenning van het budget ten behoeve van «Staten-Generaal digitaal» (€ 1,5 mln per jaar) het beeld vertekent. Samenvattend leiden de genoemde factoren op termijn tot een daling van de meerjarencijfers.

Het Presidium beseft dat de geschetste werkwijze hier en daar elementen van korte termijn bevat en dientengevolge niet leidt tot een volledig beeld van de meerjarige uitgavenverwachtingen. Teneinde hieraan recht te doen, streeft het Presidium er naar de Raming voor 2008 meer in lijn te brengen met het verwachte, meerjarige, uitgavenbeeld.

Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer, alsmede leden van het Europees Parlement

De vragen van de leden van de fracties van CDA, PvdA en VVD met betrekking tot de overschrijding op het budget ten behoeve van de schadeloosstelling voor Europarlementariërs, of de wachtgelden voor Europarlementariërs eveneens ten laste van de begroting van de Kamer komen en de toegankelijkheid van de outplacementfaciliteit voor niet herkozen Europarlementariërs, brengen het Presidium tot het volgende.

De betaling van de schadeloosstelling vond tot het jaar 2005 plaats ten laste van de begroting van het ministerie van BZK. Aangezien de uitvoering van deze taak met ingang van 2005 bij de Kamer berust, is ook het hiermee gemoeide budget structureel overgeheveld van de begroting van het ministerie van BZK naar de begroting van de Kamer (Kamerstukken 2005–2006, 30 300 hoofdstuk IIA, nr. 2, blz. 9). Gelet op de overschrijding in 2005 is het niet ondenkbeeldig dat de berekening van het over te hevelen bedrag door het ministerie van BZK te laag is uitgevallen. Het Presidium gaat er van uit dat in geval van een tekort de begroting wordt bijgesteld.

De huidige outplacementregeling heeft uitsluitend betrekking op oud-leden van de Tweede Kamer. Indien de doelgroep zou worden uitgebreid met oud-leden van het Europees Parlement zal de regeling op dit punt moeten worden aangepast. Het feit dat de uitgaven met betrekking tot de primaire arbeidsvoorwaarden van Europarlementariërs (schadeloosstelling) weliswaar voor rekening van de Kamer komen maar die voor wachtgelden van oud-Europarlementariërs ten laste van de begroting van het ministerie van BZK, brengt het Presidium tot de opvatting dat outplacement voor oud-leden van het Europees Parlement ook ten laste van de laatstgenoemde begroting moet komen.

4. Operationele doelstellingen

De vraag van leden van de fractie van de PvdA naar de oorzaak van de overschrijding op het budget voor de outplacementfaciliteit heeft bij het Presidium het vermoeden doen ontstaan dat sprake is van een misverstand dat wellicht samenhangt met het, naast elkaar, gebruiken van een cijfernotatie in absolute bedragen en als afgeleide van bedragen in miljoenen. Samenvattend was, ten opzichte van een budget van € 200 000, in 2005 sprake van uitgaven ter hoogte van € 2 261.

Dezelfde leden stelden ook de vraag aan de orde op grond waarvan de effectiviteit van de outplacementregeling kan worden geëvalueerd. Zoals deze leden zelf al aangeven, zijn er ter zake geen (objectieve) streefwaarden vast te stellen. Daarbij kan aan de hand van de ruim dertig dossiers (sinds de inwerkingtreding van deze faciliteit ingaande 2003) hooguit een individueel traject worden herleid. Dientengevolge moet worden aangenomen dat sprake is van een effectiviteit van deze faciliteit als, bij vergelijking aan de hand van historische gegevens, zich een snellere afname van aantallen wachtgeldgerechtigden aftekent dan in het verleden. Het Presidium zal deze evaluatie bevorderen.

Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

1. Algemeen

In antwoord op een vraag van de fractie van de ChristenUnie aangaande het ontbreken van een ringleiding in de vergaderzalen, deelt het Presidium mede, dat er in de Plenaire zaal en in de drie grote commissiezalen een ringleiding aanwezig is.

Het Presidium, dit in antwoord op een vraag van de fractie van de ChristenUnie naar het overleg tussen MT en ambtelijk secretarissen, merkt op dat het met deze fractie – en naar het meent ook alle andere fracties – hecht aan een regelmatig en inhoudsvol overleg tussen het Managementteam en de ambtelijk secretarissen over tal van onderwerpen van huishoudelijk/organisatorische aard die alle fracties raken. Inmiddels hebben er enkele overleggen plaatsgevonden, waarbij ook de leden/secretarissen van de fracties betrokken zijn geweest, over de meest gewenste inrichting en organisatie van het sinds jaar en dag bestaande overleg. Er wordt momenteel gewerkt aan een serie werkafspraken, die in september van kracht moet worden.

Artikelonderdeel 1. Apparaat

Kinderopvang

In antwoord op de vragen uit de fractie van het CDA over de Kinderopvang, merkt het Presidium op dat de exacte datum voor de feestelijke opening nog niet bekend is. Het Presidium wil dit niet tegelijk met de feitelijke ingebruikname doen om de exploitant in staat te stellen de zaak in te werken.

De keuze voor de betrokken exploitant is het resultaat van een zorgvuldige afweging van het aanbod van verschillende kinderopvanginstellingen. Daarbij is een breed samengestelde selectiecommissie betrokken geweest. Er wordt een exploitatiecontract opgesteld met de mogelijkheid voor beide partijen om de overeenkomst, met een opzegtermijn van een jaar, te beëindigen. De criteria voor de Tweede Kamer zullen hoofdzakelijk liggen in de sfeer van de mate van tevredenheid van de gebruikers over de dienstverlening.

De exploitant is zelf verantwoordelijk voor de kosten van de inrichting van niet aard- en nagelvaste componenten. De exploitant betaalt geen huur omdat de opvangvoorzieningen exclusief voor de Kamerbewoners zijn. Bij het betalen van huur zou de exploitant in staat moeten worden gesteld om de kinderopvang commercieel uit te baten. Bovendien wordt er desgevraagd gewerkt met afwijkende, vaak langere openingstijden.

In de Raming zijn alleen de bouw- en inrichtingskosten voor 2006 opgenomen. De exploitatie komt voor rekening van de exploitant. De kosten voor schoonmaak, energie e.d. worden meegenomen met de algemene exploitatiekosten van de Tweede Kamer.

Ten aanzien van de keuzevrijheid van ouders en/of verzorgenden aan welk kinderdagverblijf zij de voorkeur geven, antwoordt het Presidium dat voor wat betreft de leden die keuze uiteraard aan hen is en ook blijft. Dat geldt ook voor de medewerkers van de Kamer zelf. Voor wat betreft fractie- en persoonlijk medewerkers is het aan de betreffende fracties c.q. leden daarover een beslissing te nemen.

Staten-Generaal digitaal

Naar aanleiding van de vraag van de leden van de fractie van het CDA naar zowel de reden van het advies van de minister van BZK de financiering van Staten-Generaal digitaal te beperken tot 2007 en de voortzetting te herzien, als de verhoging in 2011 met € 0,750 mln, merkt het Presidium ter toelichting het volgende op.

De meerjarige financiering van Staten-Generaal digitaal is ook al in de voorbereiding van de Raming voor 2006 bij het ministerie van BZK aan de orde gesteld. Op grond van het argument dat BZK noch Financiën/IRF zich kennelijk een beeld konden vormen van de waterdichtheid van de meerjarige onderbouwing van het voorstel, is op dat moment volstaan met het toevoegen van een budget voor dat jaar. Ook in de voorbereiding van de Raming voor 2007 is opnieuw de meerjarige reeks als voorstel bij BZK ingediend, waarbij evenwel bleek dat van de eerder door BZK gehanteerde methode kennelijk precedentwerking uitging, want opnieuw bleef de toekenning beperkt tot het ramingsjaar 2007. Overigens is op dit punt niet zozeer sprake van een «advies» van de kant van de minister van BZK, als een formeel kabinetsstandpunt. Volledigheidshalve memoreert het Presidium hier wel de schriftelijke toezegging van de directeur FEZ van het ministerie van BZK, een jaarlijks verhogingsvoorstel op dit punt «welwillend» te bezien.

De verhoging in 2011 met € 0,750 mln is een gevolg van de omstandigheid dat de activiteiten als gevolg van een Europees aanbestedingstraject in 2005 later dan voorzien van start zijn gegaan, waardoor de helft van het eerste jaarbudget doorschuift naar het laatste jaar van dit project.

In antwoord op het verzoek van de fractie van het CDA de ICT-kosten in meerjarig perspectief te schetsen, verwijst het Presidium naar het onderstaande schema (bedragen x € 1 000):

 20042005200620072008200920102011
Dienst Automatisering
Personeel3 0452 9742 6602 6602 6602 6602 6602 660
Materieel5 6065 4514 1926 3745 3674 5524 5524 552
Totaal DA
e-parlement
Materieel1 5951 6922 7451 9231 5971 1231 1231 158
Totaal10 24610 1179 59710 9579 6248 3358 3358 370

De leden van de CDA-fractie stellen de noodzaak van de geplande vervanging van de monitoren in 2007 en 2008 waarmee circa € 0,650 mln gemoeid is aan de orde. Naar de mening van het Presidium zijn de geplande vervangingen noodzakelijk. De huidige desktops presteren voldoende onder de dit voorjaar «uitgerolde» software, maar zitten nu wel aan hun maximale capaciteit.

Dezelfde leden stellen voorts de vraag aan de orde of, in verband met papierbesparing, overal printers kunnen worden geïnstalleerd die dubbelzijdig kunnen printen. Het Presidium is bereid de mogelijkheid hiertoe te onderzoeken maar gaat er wel van uit dat de aanschaf van nieuwe printers en de complementair versnelde afschrijving van de huidige printers, tot substantiële kosten zal leiden. In het onderzoek zal daarom tevens de mogelijkheid dubbelzijdige printers aan te schaffen na afloop van de reguliere afschrijvingstermijn van de huidige printers, worden meegenomen.

In antwoord op vragen van de leden van de fracties van de VVD en het CDA over de omvang van de mailboxen, merkt het Presidium op dat, na de recente verruiming van de mailbox van de leden van 50Mb naar 300Mb, er dit jaar nog een tweede verruiming plaats zal vinden. De verdeling van deze nieuwe mailboxruimte over de leden, persoonlijk medewerkers, fractiemedewerkers en ambtenaren wordt nog in het Gebruikers Adviesorgaan Automatisering (GAA) besproken. Dat zal leiden tot een advies. De totale omvang van deze tweede verruiming is op dit moment overigens nog niet bekend. Voor de goede orde zij hierbij vermeld dat het in het bovenstaande gaat om de omvang van de mailbox die zowel benaderbaar is via Outlook als via Webmail. Daarnaast is het namelijk mogelijk om via Outlook mail in «Persoonlijke mappen» op te slaan en te benaderen. De maximale omvang van deze mappen heeft uitsluitend te maken met omvang van de O-schijf. Hier komt het Presidium bij de beantwoording van een andere vraag nog op terug.

Naar aanleiding van opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD en het CDA over informatiebeveiliging, merkt het Presidium op dat er dit jaar nader beleid voor Informatiebeveiliging wordt ontwikkeld. Het GAA zal hierover adviseren. De huidige beveiligingsmaatregel om niet tegelijkertijd outlook en internet te gebruiken via de Kamer Thuis Dienst, zal tegen de achtergrond van dat beleid door externe deskundigen worden getoetst. Overigens merkt het Presidium op dat de combinatie Webmail (uit mijn.tweedekamer.nl) en internet wel tegelijkertijd gebruikt kan worden. In deze combinatie is het beveiligingsrisico niet aan de orde.

De vraag van de leden van de CDA-fractie naar de mogelijkheid van afkoop van verplichtingen voortvloeiend uit de Samenwerkingsverband Beeldleveranties Tweede Kamer en of de Kamer bereid is deze kosten te dragen, brengt het Presidium tot de opvatting dat het bereid is een onderzoek te doen verrichten naar de kosten van een afkoop, met de gelijktijdige kanttekening dat een zelfstandige productie tot een aanzienlijke kostenstijging zal leiden. In de huidige vorm betaalt de Tweede Kamer voor 31,47% mee aan de kosten verbonden aan de productie van het signaal, hetgeen neerkomt op € 114 590. De totale kosten voor het Samenwerkingsverband liggen in de huidige vorm reeds op € 364 161. Indien de Kamer zelf tot productie van het signaal over gaat, zullen hier meer kosten mee gemoeid zijn. Hierbij moet worden gedacht aan kosten voor regie en het instandhouden c.q. vernieuwen van de infrastructuur (camera’s en bekabeling). Voor deze kosten bestaat binnen de huidige Raming geen dekking. Voorts merkt het Presidium op dat voor een zelfstandige productie van het signaal, de invulling van regie, alsmede toekomstige investeringen in de infrastructuur (Europese) aanbestedingsprocedures noodzakelijk zullen zijn. Tot slot wijst het Presidium er op dat het zelfstandig produceren van het beeldsignaal en het onbeperkt ter beschikking stellen van dat signaal, mogelijk tot gevolg heeft dat beelden van de Tweede Kamer ongewenst gebruikt worden.

Op grond van de Samenwerkingsverband is thans gewaarborgd dat de registratie van televisiebeelden op objectieve grondslag plaatsheeft, waarbij er tevens zorg voor wordt gedragen dat de beelden op journalistieke wijze worden geproduceerd.

Op de vraag uit de fractie van de VVD of de fracties inzage krijgen in de uitslag van de enquête over het functioneren van de Dienst Automatisering, antwoordt het Presidium dat de uitkomst van de klantenenquête in algemene zin, via de Kamerbode aan alle Kamerbewoners bekend zal worden gemaakt. Daarnaast krijgen de deelnemers aan de enquête een uitgebreide terugkoppeling.

Onder verwijzing naar bij de leden van de fractie van het CDA levende vragen rond de overgang van STAR naar VIP, merkt het Presidium daarover het volgende op. De overgang van STAR naar VIP had twee redenen: kostenbesparing en de inbedding van het STAR/VIP bestand in de informatie-infrastructuur van de Tweede Kamer. Het in eigen beheer nemen van het STAR-bestand door conversie naar het VIP-bestand levert een structurele jaarlijkse besparing op van circa € 330 000. Met deze besparing wordt een deel van de taakstelling Balkenende II gefinancierd. Het in eigen beheer nemen van VIP maakt het veel gemakkelijker om het bestand in te passen in de informatie-infrastructuur van de Kamer waardoor een betere geïntegreerde informatievoorziening mogelijk is. Informatie uit bestanden als Parlis, VIP en het intranet kan hierdoor in één keer worden doorzocht. In de eerste week van december 2005 is er een algemeen bericht uitgegaan naar alle geregistreerde STAR gebruikers (313 personen), waarin zij op de hoogte werden gebracht van de vervanging van STAR door het nieuwe systeem VIP. Bij dit bericht was een instructie meegestuurd waarin duidelijk werd gemaakt op welke wijze men in VIP de gegevens kon raadplegen. Op dat moment was de performance van het systeem niet optimaal en was de interface nog niet gebruikersvriendelijk. Naar verwachting zullen in de zomer van 2006 de tekortkomingen in het systeem grotendeels verholpen zijn. Na het zomerreces zal er algemene bekendheid aan het systeem worden gegeven en zal iedereen binnen de Kamer in staat worden gesteld door DIV georganiseerde instructiebijeenkomsten te volgen.

«Betekent de te creëren mogelijkheid van draadloos internet in het gebouw van de Tweede Kamer dat ook gastgebruikers van buiten de Tweede Kamer in het gebouw gebruik kunnen gaan maken van draadloos internet», zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

Het Presidium bevestigt dat dit inderdaad één van de doelstellingen is. Over de vraag of deze dienst gratis of betaald zal worden aangeboden, zal het Presidium zich te zijner tijd nog buigen.

Op vragen uit de fractie van de PvdA omtrent het gebruik van open software, antwoordt het Presidium dat het huidige standpunt is om de Informatiesystemen en de ICT infrastructuur aan open standaarden te laten voldoen en open source daar in te zetten waar dat op een bedrijfszekere manier mogelijk is. Diverse componenten, zoals het Linux operatingsysteem, een My SQL database voor een applicatie en een apache webserver in onze website-infrastructuur, zijn allemaal open source producten, wat overigens niet wil zeggen dat die altijd gratis zijn.

Naar aanleiding van de vraag uit de fractie van de VVD aangaande vervanging van desktops (en monitoren), antwoordt het Presidium dat het bedrag om alle desktops in één jaar te vervanging, inderdaad ontoereikend is. Een even groot deel dient nog toegevoegd te worden aan de Raming van 2008 zoals voor de monitoren wel al heeft plaatsgevonden.

Naar aanleiding van opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD en de ChristenUnie over de opslagcapaciteit van de O- en de Q-schijven, merkt het Presidium op dat in 2007 bij de vervanging van de huidige, uit 2002–2003 stammende dataopslag infrastructuur, tevens een voor alle Kamerbewoners merkbare uitbreiding gerealiseerd zal gaan worden. Dat wil echter niet op voorhand zeggen dat de huidige omvang van de O-schijf van 250Mb vergroot zal worden. Het is immers heel goed mogelijk dat door de uitbreiding van de mailboxen er minder capaciteit op de O-schijf nodig is voor de «persoonlijke mappen», waardoor er relatief meer ruimte is voor bestanden. Daarnaast verwacht het Presidium dat met het gebruik van de teamsites (of portalen) door fracties en diensten, de huidige Q-schijven zullen worden ontlast omdat deze teamsites hun eigen opslagstructuur kennen.

Facilitaire Dienst

Op de vraag uit de fractie van het CDA over het vervangen van meubilair, antwoordt het Presidium dat dit in zijn geheel wordt vervangen. Nog geschikte kasten worden achtergehouden en gebruikt voor archieven en andere opslagdoeleinden.

Het meubilair in de meeste gebouwdelen is oud en begint gebreken te vertonen. Vanuit de diverse fracties zijn hier opmerkingen over gemaakt. Het meubilair is niet meer na te bestellen omdat de desbetreffende meubellijnen uit de productie zijn genomen. Hierdoor komen er steeds meer verschillende meubellijnen door elkaar in de gebouwen te staan. Het bestaande meubilair wordt ingeruild en de bruikbare delen worden hergebruikt. Er wordt nu gekozen voor één meubellijn voor alle gebouwen uit het oogpunt van efficiency. Op dit moment beschikt de Kamer over een grote hoeveelheid verschillende reserveonderdelen, die alleen geschikt zijn voor een bepaald type kast of bureau. Eén meubellijn levert ook grote voordelen op bij een verhuizing na verkiezingen. De uitwisselbaarheid van meubilair zal veel eenvoudiger worden.

In antwoord op de vraag van de fractie van de ChristenUnie aangaande de reserveringsvoorwaarden voor zalen en restauratieve voorzieningen, merkt het Presidium op dat de genomen maatregelen zijn bedoeld om de klanttevredenheid te verbeteren. In de nieuwe situatie zullen er minder fouten optreden en zal de financiële afhandeling beter verlopen.

De vergaderdaglijst voor de volgende dag werd, in verband met een groot mogelijke actualiteit, om zes uur ’s avonds verspreid. Met de komst van het nieuwe Vergader Reservering Systeem (VRS) is dit niet langer noodzakelijk, aangezien de daglijst op de intranetsite in geval van wijziging in «real time» wordt aangepast. Het is nu zelfs mogelijk om vijf minuten voor een vergadering zelfstandig via de Intranetsite van de Kamer nog een zaal te reserveren. Uiteraard blijft de mogelijkheid bestaan telefonisch te reserveren. Het nadeel is dan wel dat de aanvrager geen bevestiging ontvangt. Na het reces zal het ook mogelijk zijn koffie of andere restauratieve voorzieningen via VRS te bestellen.

Uiteraard blijft het vanuit logistiek oogpunt wenselijk vroegtijdig te kunnen inspelen op de gevraagde voorzieningen. Dit voorkomt dat voorzieningen te laat of niet beschikbaar zijn. Daarnaast zegt het Presidium toe dat er rekening zal worden gehouden met ad hoc situaties, waarbij de betreffende diensten zich flexibeler zullen opstellen.

Artikelonderdeel 4. Fractiekosten en garanties

3. Speerpunten 2007

In antwoord op een vraag van leden van de fractie van het CDA naar het verminderen van de post «apparaat» en het verhogen van de post «fractiekosten», merkt het Presidium het volgende op.

Onder verwijzing naar het overzicht met ramingsvoorstellen met betrekking tot artikel 3 (Kamerstukken 2005–2006, 30 549, nr. 3, blz. 6) is samenvattend sprake van het volgende:

 200620072008200920102011
Apparaat4 4137 7744 0872 6912 6452 469
Onderzoeksbudget500500500500500500
Drukwerk– 1 093– 1 093– 1 093– 1 093– 1 093– 1 093
Fractiekosten1 2001 2001 2001 2001 2001 200
Totaal5 0208 3814 6943 2983 2523 076

De post «apparaat» kan verder als volgt worden gespecificeerd:

 200620072008200920102011
Ramingsbijstelling3 6206 9813 2941 8981 8521 676
Reallocatie naar onderzoeksbudget– 300– 300– 300– 300– 300– 300
Reallocatie van drukwerk1 0931 0931 0931 0931 0931 093
Totaal4 4137 7744 0872 6912 6452 469

De toename van het onderzoeksbudget met € 0,5 mln steunt, naast de hiervoor genoemde herschikking met € 0,3 mln, voorts op een reallocatie van € 0,2 mln uit artikel 2.

De herschikking tussen «apparaat» en «drukwerk» is voor € 0,9 mln het gevolg van een eerdere efficiencymaatregel en betreft voorts voor € 0,175 mln respectievelijk € 0,018 mln toerekeningen aan e-parlement en DIV.

De verhoging van de fractieondersteuning met € 1,2 mln hangt eveneens samen met de reallocatie uit artikel 2.

De vraag van de leden van de fractie van het CDA naar ruimte binnen de Raming is voor het Presidium, dat zich daarbij – gelet op de hoedanigheid van de artikelen 2 en 4 – beperkt tot artikel 3, aanleiding het volgende op te merken. De opbouw van artikel 3 in 2007 is als volgt:

AardBedragIn % van het geheel
Apparaat56 63871,4
Onderzoeksbudget1 0111,3
Drukwerk2 7053,4
Fractiekosten en garanties18 58723,4
Uitzending leden4120,5
EnquêtesMemorie
Totaal79 353100,0

Het apparaatskostenbudget kent de volgende onderverdeling:

AardBedragIn % van het geheel
Personeel32 68557,7
Materieel23 95342,3
Totaal56 638100,0

Het personeelsbudget (salarissen, wachtgelden en opleidingen) ligt rechtspositioneel goeddeels vast. Daarbij is het beeld van de begrotingsuitvoering in de afgelopen jaren dat de grenzen van dit budget zijn bereikt. Maar ook het materiële budget is voor een groot deel belegd met contractuele uitgaven die nagenoeg geen uitzicht bieden op enige budgetflexibiliteit. Daarbij is in deze Raming nog een bedrag van € 0,3 mln uit het apparaatskostenbudget ingezet ter structurele versterking van het onderzoeksbudget en is in het verleden de taakstelling Balkenende II (€ 1,8 mln) volledig op het apparaatskostenbudget in mindering gebracht. Daarnaast is bijna ieder jaar sprake van een aandeel van de Kamer in de financiering van Rijksbrede activiteiten. Dit alles brengt het Presidium tot de opvatting dat «ruimte» in de vorm van budgetflexibiliteit, anders dan marginaal, op dit moment niet meer in de begroting van de Kamer voorhanden is. Het creëren van ruimte zal dan ook moeten steunen op beleidsmatig keuzes.

De leden van de fractie van het CDA, er daarbij van uitgaande dat de besluitvorming over de aanpassing van de Regeling financiële ondersteuning fracties voor de verkiezingen in 2007 moet zijn afgerond, wensen het concept van de aangepaste regeling voor het einde van 2006 te ontvangen. Het Presidium zegt dit toe.

In antwoord op een vraag van de CDA-fractie naar een internationale vergelijking van de ondersteuning van de Kamer als geheel antwoordt het Presidium dat de Werkgroep Heroriëntatie Ondersteuning Fracties (WHOF) een dergelijke vergelijking heeft laten instellen. De WHOF heeft helaas moeten constateren dat die vergelijking erg moeilijk te maken is doordat er grote verschillen in systematiek, werkwijze en kostentoedeling tussen de verschillende parlementen zijn. De WHOF heeft evenwel wel kunnen vaststellen dat het Nederlandse parlement zeker niet tot de duurdere parlementen behoort. Elke Nederlander gaf in 2005 € 6,71 per jaar uit aan de Tweede Kamer. Voor in grootte vergelijkbare parlementen werden de volgende bedragen besteed: Schotland € 18,76, Denemarken € 15,44 en Israël € 8,84 per inwoner per jaar.

Ter beantwoording van vragen van de fractie van het CDA omtrent de publiekelijk geuite kritiek van leden op het interne functioneren van de Kamer en het lekken van vertrouwelijke informatie door leden, stelt het Presidium vast dat het in de eerste plaats aan de leden zelf is om die terughoudendheid te betrachten. Het Presidium deelt de mening van de leden van de CDA-fractie dat juist volksvertegenwoordigers zich bewust moeten zijn van de bijzondere positie die zij hebben en de voorbeeldfunctie die zij vervullen. Zeker nu gewerkt moet worden aan het verder versterken van het vertrouwen van mensen in de politiek, moet voorkomen worden dat dit vertrouwen door eigen toedoen onder druk komt te staan. Het Presidium staat uiteraard open voor kritische kanttekeningen van de leden en is graag bereid daarover in gesprek te gaan.

In reactie op vragen terzake van de leden van de fracties van het CDA en de VVD, merkt het Presidium op zich te hebben voorgenomen ruim voor het einde van deze parlementaire periode in eigen kring het functioneren van het Presidium te bespreken en te evalueren. Daarbij komen zaken als taak, omvang, samenstelling en totstandkoming van het Presidium aan de orde. Evenals de 30-leden regel, de volgende evaluatie van het functioneren van de REA en het vragenuur. Voor wat betreft de wenselijkheid van een portefeuilleverdeling binnen het Presidium, waarnaar de fractie van het CDA ook vraagt, verwijst het Presidium naar wat daarover zowel bij de schriftelijke als mondeling behandeling van de Raming voor 2006 in juni van het vorig jaar is gewisseld.

Met betrekking tot de vraag van de fractie van het CDA naar de toereikendheid van de formatie met betrekking tot de uitvoering van zaken die op Europees niveau spelen, antwoordt het Presidium dat er vooralsnog geen extra beslag in ambtelijke capaciteit of financiën is gereserveerd om een verhoogde inzet op EU-gebied te kunnen realiseren. Het Presidium ontvangt echter zeer binnenkort het advies van de projectleider EU-ondersteuning Tweede Kamer, waarin zij onder meer ingaat op de toekomstige vormgeving van de EU-ondersteuning van de Tweede Kamer. Op basis van de besluitvorming naar aanleiding van dit advies zal waarschijnlijk wel een extra beslag noodzakelijk zijn.

De vraag van dezelfde leden naar de permanente vertegenwoordiger in Brussel, brengt het Presidium tot de opvatting dat deze goed functioneert. De vertegenwoordiger beschikt over een breed Brussels netwerk en daardoor ook over specifieke informatie op velerlei terrein. Hij deelt deze informatie onder meer door opneming in de wekelijkse EU-nieuwsbrief met de Tweede Kamer. Voorts wordt de vertegenwoordiger steeds meer ingeschakeld als tussenpersoon voor het leggen van contacten tussen individuele Kamerleden en commissies met personen en instanties binnen het Europese Parlement en andere EU-organen. Vanwege de drukke werkzaamheden die hiermee gepaard gaan, wordt de vertegenwoordiger op dit moment ambtelijk ondersteund op basis van detachering.

De leden van de fractie van de PvdA stellen de vraag aan de orde hoe het komt dat het budget voor de post Schadeloosstelling van de Tweede Kamerleden in het verleden blijkbaar structureel te hoog is ingeschat en, in het verlengde daarvan, op grond waarvan dit budget voor de toekomst naar beneden kan worden bijgesteld.

Zonder daarbij te willen spreken over het bewust structureel te hoog inschatten van uitgaven, ziet het Presidium als voornaamste reden dat het budget in de aflopen jaren het uitgavenniveau te boven ging, de enkele jaren geleden plaats gevonden hebbende budgetverhoging op grond van de zogenoemde «brutering» van de kostenvergoeding die echter vervolgens niet significant leidde tot een navenante uitgavenverhoging. Daarnaast is, zij het van beperkter invloed, sprake van het in het verleden hanteren van de maximumnorm voor de interim-uitkering en een zekere mate van flexibiliteit bij de voorcalculatie van de reis- en verblijfkostenvergoeding. De in de Raming opgenomen verlaging met in totaal € 1,4 mln steunt op de verwachting dat het huidige uitgavenniveau (ten opzichte van het budget) gehandhaafd blijft.

In antwoord op een vraag van de leden van de fractie van de ChristenUnie over hoe de passage onder aan blz. 11 van de toelichting (gering draagvlak voor een groot parlementair controlesysteem) te rijmen valt met het desondanks investeren in allerlei zaken die daar uiteindelijk toch toe kunnen leiden, antwoordt het Presidium dat de Kamerorganisatie geen andere prioriteiten stelt dan de Kamer zelf. Door de Kamerorganisatie wordt voortdurend geïnvesteerd in kennisvergroting en in het verbeteren van de samenwerking tussen onderdelen van de organisatie en met organisaties daarbuiten. Dit alles met als doel tot een zo goed mogelijke dienstverlening te komen. Deze activiteiten zijn niet gericht op de inrichting van een groot parlementair controlesysteem, zoals de vragenstellers wellicht vrezen. De Werkgroep Heroriëntatie Ondersteuning Fracties (WHOF) heeft in de afgelopen periode voorstellen ontwikkeld voor onder meer een effectieve verhoging van het onderzoeksbudget met € 0,5 mln. Deze voorstellen zijn structureel verwerkt in het eerste wijzigingsvoorstel voor 2006. Met deze extra middelen is er extra ruimte voor het inschakelen van specialistische kennis waar nodig.

Op vragen van de leden van de fractie van de ChristenUnie om voortaan ook omschrijvingen van amendementen op te nemen op de stemmingslijsten conform de vermelding in Parlando, antwoordt het Presidium dat dit verzoek inderdaad in 2002 al eens is gedaan. Ook toen is geconstateerd dat de omschrijvingen weliswaar in Parlando worden opgenomen, maar dat deze omschrijvingen vaak pas na de stemmingen worden gemaakt. Dit komt door de vaak late indiening van amendementen. Parlando is bovendien geen product van de Kamer, maar van de NV SDU. Die situatie is niet veranderd.

Daaraan kan thans nog worden toegevoegd dat deze vraag ook aan de orde is geweest in de commissie voor de Werkwijze. De commissie heeft besloten het Presidium niet te adviseren over te gaan tot de vermelding van de omschrijving omdat, ten einde zorgvuldig om te gaan met amendementen, dit in veel gevallen zou betekenen dat vrijwel de gehele toelichting zou moeten worden overgenomen. De korte omschrijvingen van de NV SDU worden in veel gevallen als onvoldoende ervaren.

4. Budgettaire gevolgen van beleid

Apparaatsuitgaven

De leden van de fractie van het CDA stellen de vraag of de sterke stijging binnen de organisatieonderdelen informatievoorziening, verslaglegging en overige diensten voor 2005 kan worden verklaard en of deze structureel te achten is. Het Presidium licht toe dat de toename bij informatievoorziening in 2005 met name het gevolg is van een budget voor Staten-Generaal digitaal (€ 0,750 mln). De toename bij verslaglegging hangt samen met de overgang van DVR (voorheen Stenografische dienst) van het gemeenschappelijke begrotingsartikel (Staten-Generaal Algemeen) naar de Tweede Kamer. Dit leidde er toe dat in 2004 uitgaven zijn verantwoord op zowel artikel 3 als artikel 4 en nadien uitsluitend ten laste van artikel 3. De stijging bij overige diensten is met name het gevolg van beveiligingskosten.

Met betrekking tot het al dan niet structurele karakter van de stijging is, zoals elders in deze Nota aangegeven, met betrekking tot het project «Staten-Generaal digitaal» sprake van een project dat in 2011 afronding vindt, ofschoon de hiervoor benodigde budgetten na 2007 nog niet in de meerjarencijfers zijn verwerkt. De stijging van de uitgaven voor verslaglegging is inderdaad structureel, zij het met de kanttekening dat dit het gevolg is van de omstandigheid dat waar in het verleden de uitgaven ten behoeve van de Stenografische dienst binnen artikel 4 werden verantwoord en die van de DVR binnen artikel 3. Per saldo is dus niet sprake van een stijging. De stijging van de uitgaven voor de inhuur van beveiligingspersoneel is in het eerste wijzigingsvoorstel voor 2006 goeddeels omgezet in een uitbreiding van de formatie van de Beveiligingsdienst.

Ambtelijk personeel

De CDA-fractie vraagt naar het formatieverschil van 2005 ten opzichte van 2006 en 2007 en verwijst daarvoor naar de betreffende Ramingsstukken. Het verschil kan als volgt worden verklaard. Bij de voorbereiding van de Raming voor 2005 waren de formatieve gevolgen van de overgang in mei 2004 van de toenmalige gemeenschappelijke Stenografische Dienst (opgenomen onder artikel 4) naar het bevoegd gezag van de Tweede Kamer (artikel 3) nog niet voldoende duidelijk en dientengevolge daarin niet verwerkt. Vanaf de Raming voor 2006 is de formatie van de huidige Dienst Verslag en Redactie aan die van de Tweede Kamer toegevoegd, hetgeen tevens de verklaring vormt voor deze «toename».

Met betrekking tot het verzoek van dezelfde leden om behalve een verdeling van de formatie over de (onderdelen van de) directies ook een overzicht van het aantal fte’s per schaal, verwijst het Presidium naar de bijlage bij deze Nota. Volledigheidshalve daarbij de kanttekening dat waar dit overzicht een totaal laat zien van 559,60 fte’s, de opstelling in de raming optelt tot 559,71 fte’s. Het verschil van 0,11 fte is het technische gevolg van afronding.

Dezelfde leden stellen ook de vraag aan de orde naar de precieze activiteiten van de medewerkers van de Dienst Automatisering en de Dienst Informatievoorziening. In antwoord merkt het Presidium daarover het volgende op.

Dienst Automatisering

De 43,67 fte’s bij de Dienst Automatisering zijn verdeeld over twee teams en een staf. De 29,5 fte’s behorend bij Team Uitvoering zijn weer onderverdeeld in de bemensing van de helpdesk (12 fte’s), het verzorgen van het systeembeheer (12 fte’s) en het verzorgen van alle logistieke bewegingen van de aanwezige hardware (waaronder ook de vaste en mobiele telefoons). Van de 9,5 fte’s in het Team Relatiebeheer houden 4 fte’s zich bezig met het beheren van de relatie tussen de Dienst en haar klanten. De overige verzorgen de ontwikkeling van nieuwe ICT-diensten en nemen deel aan de informatiseringsprojecten die met name vanuit het e-parlement programma worden geïnitieerd. Naast het diensthoofd (1 fte) houden de overige 3,67 fte’s zich bezig met de financiële administratie, het secretariaat en de communicatie.

Begin 2006 is er door een externe organisatie een quickscan uitgevoerd waarin ook naar de formatie van de Dienst Automatisering is gekeken. Hieruit is gebleken dat het totaal aantal fte’s passend is voor de huidige organisatie.

Dienst Informatievoorziening

Bij de Dienst Informatievoorziening (DIV) werken 9 medewerkers bij het Centraal Informatiepunt (CIP), 35 bij Documentatie & Research (D&R), 19 bij Bedrijfsbeheer en Archief en 3 bij de afdeling Informatieontwikkeling en -beheer (IOB). De 9 medewerkers aan het CIP verrichten baliediensten waarbij per jaar ca. 11 000 verzoeken om informatie worden beantwoord. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de CIP-collecties, de leeszaal en geven zij introducties en cursussen aan nieuwe leden en Kamermedewerkers. De 35 medewerkers van D&R zijn onderverdeeld in 5 beleidsclusters. Zij selecteren dagelijks kranten en tijdschriftenartikelen en nemen die op in de STAR/VIP-bestanden die een grote rol spelen bij de beantwoording van vragen door het CIP. Zij ontsluiten in VIP ook de Kamerstukken, de Handelingen en de Kamervragen. Verder maken zij specifieke producten als de Parlementaria, readers (72 in 2005) over bepaalde beleidsonderwerpen of ter ondersteuning van binnen- en buitenlandse werkbezoeken. Op het intranet plaatsen zij relevante informatie zoals elektronische dossiers, de EU-fiches en links naar relevante sites. Daarnaast ondersteunen zij direct de werkzaamheden van onderzoeks-, enquête- en themacommissies. De meer gecompliceerde en tijdrovende vragen aan het CIP worden beantwoord door de clusters van D&R. De medewerkers van D&R verrichten in beperkte mate baliediensten bij het CIP. Bedrijfsbeheer en Archief omvat 5 medewerkers bij het Centraal Archief, 3 medewerkers voor personele en financiële administraties en 11 documentatieassistenten. De Documentatieassistenten verzorgen de documentleverantie van de Kamerstukken, kranten- en tijdschriftartikelen en verrichten zowel het kopieerwerk aan het CIP als voor de clusters van D&R. Zij scannen de kranten- en tijdschriftartikelen die in de elektronische dossiers en het VIP-bestand worden opgenomen. Daarnaast beheren zij de magazijncollecties van DIV, bestaande uit kamerstukken, tijdschriften en kranten. IOB is het informatiseringsonderdeel van DIV. Deze afdeling heeft het xml-beleid van de Kamer vorm gegeven en beheert de xml-dtd’s. Xml is de uitwisselingstaal die het mogelijk maakt om informatie uit de verschillende Kamerapplicaties aan elkaar te koppelen en er zonodig nieuwe documenten van te maken. Verder beheert IOB functioneel twee eigen applicaties van DIV, VIP en het vraagvolgsysteem Topdesk, evenals de Toezeggingenregistratie. Daarnaast speelt IOB een belangrijke rol in de vele projecten van e-parlement. Bovenstaande opsomming betreft de dagelijkse werkzaamheden van DIV. Leidinggevenden en medewerkers van DIV zijn daarnaast vertegenwoordigd in vele projectgroepen en werkgroepen binnen de Tweede Kamer met name waar het gaat om de informatievoorziening en informatisering in het kader van e-parlement.

5. Operationele doelstellingen en prestatiegegevens

Prestatiegegevens

De leden van de fractie van het CDA stellen de vraag of het te overwegen is dat alle Nederlanders, voor dat zij de stemgerechtigde leeftijd van 18 jaar bereiken, minimaal eenmaal een bezoek aan de Kamer hebben gebracht en of het mogelijk is, eventueel in samenwerking met bijvoorbeeld de ministeries van BZK en OCW, hiertoe een voorstel uit te werken. Het Presidium merkt hierover op dat de ervaring inderdaad leert dat bezoeken aan de Kamer erg gewaardeerd worden, ook door jongeren. Er worden veel bezoekaanvragen gedaan door scholen uit heel Nederland en daaraan wordt zoveel mogelijk tegemoet gekomen. De Kamer heeft in 2005 circa 30 000 bezoekers ontvangen, waarvan 80% jonger dan 18 jaar.

In het kader van het doel van de Kamer om ook als «leeromgeving» te gaan fungeren, worden er al diverse activiteiten ontplooid. Zo wordt er momenteel gewerkt aan het ontwikkelen van een «jongerensite», is er uiteraard het u bekende educatieve project «De Derde Kamer», worden er in het kader van de verkiezingen activiteiten georganiseerd en worden er plannen ontwikkeld om te kijken of een bezoekerscentrum, zoals gebruikelijk is bij diverse buitenlandse parlementen, gerealiseerd kan worden.

Het streven om iedere Nederlander voor het achttiende jaar een keer in de Kamer te hebben verwelkomd, is lovenswaardig. Hoewel er wel beperkingen zijn aan de ontvangstcapaciteit van het gebouw en de afdeling Bezoekers & Informatie, is het Presidium bereid dit na te doen gaan en mogelijkheden hiertoe met de ministeries van BZK en OCW en wellicht andere relevante partijen te onderzoeken.

Verdiepingsbijlage

De leden van de fractie van de PvdA vragen zich af hoe de omschrijving «nog niet opgenomen in een begrotingshoofdstuk» moet worden opgevat en welke mogelijke gevolgen dit heeft voor de beschikbaarheid van de verhoogde budgetten voor fractieondersteuning en onderzoek. Ter voorkoming van misverstanden wijst het Presidium, voorafgaand aan de beantwoording van de vraag, er op dat sprake is van een «begrotingsstuk» en niet van een «begrotingshoofdstuk».

De omschrijving «nog niet opgenomen in een begrotingsstuk» slaat in zijn algemeenheid op voorstellen die al wel zijn verwerkt in budgettaire nota’s als Voorjaars- en Najaarnota of in de stand Vermoedelijke uitkomsten behorend bij een Miljoenennota, maar die nog niet zijn geformaliseerd in vorm van een begrotings- of wijzigingswetsvoorstel.

De enkele verklaring voor de omstandigheid dat de door de genoemde leden geschetste reallocatie in de Raming onder voornoemde omschrijving is vermeld, betreft het feit dat op het moment van opstellen van de Raming het kabinetsstandpunt omtrent de wijze van verwerking van dit voorstel nog niet bekend was. Het ging daarbij om de vraag of het deel van het voorstel betrekking hebbend op 2006 in het eerste wijzigingsvoorstel voor 2006 zou worden meegenomen en de structurele doorwerking in de ontwerpbegroting voor 2007, dan wel dat het voorstel als geheel zou worden opgenomen in de ontwerpbegroting voor 2007. Uiteindelijk bleek een derde variant denkbaar, want de betreffende reallocatie is in zijn geheel opgenomen in het eerste wijzigingsvoorstel voor 2006. Dat houdt dus in dat de verhoogde budgetten voor fractieondersteuning en onderzoek met ingang van 2006 beschikbaar zijn.

Moties en gedane toezeggingen

In antwoord op een vraag vanuit de fractie van het CDA merkt het Presidium op dat het onderzoek naar de toegankelijkheid van de gebouwen is afgerond. De aanbevelingen in het rapport zijn alle in gang gezet en voor het grootste gedeelte uitgevoerd. Aan de Rijksgebouwendienst is gevraagd de bereikbaarheid van de publieke tribune van de Plenaire zaal en de commissiezalen mogelijk te maken door middel van een lift vanuit de Statenpassage naar de 2e etage. Een locatiestudie is afgerond en besluitvorming moet binnen enkele maanden plaatsvinden. Uitvoering van de werkzaamheden zal in 2007 gebeuren.

De belangrijkste aanbevelingen zijn:

– Vermelding welke van de ingangen een hoofdingang is,

– Herindeling/aanpassingen toiletten (alle bouwdelen) in uitvoering door de RGD,

– Herkeuring aanwezige ringleidingen,

– Kooilift naar Statenpassage 2e verdieping,

– Glasmarkering op circlelocks en tourlocks aanpassen.

Op vragen uit de fracties van het CDA en de PvdA over duurzaam inkopen, de aanschaf van ecologische producten, het omzetpakket en de mogelijkheid om energie te besparen stelt het Presidium vast dat waar mogelijk, de Kamer participeert in aanbestedingstrajecten met andere ministeries. Voorbeelden hiervan zijn kopieerpapier, kantoorbenodigdheden, kopieermachines. Energie (100% groen) wordt gezamenlijk ingekocht via de Rijksgebouwendienst. De mogelijkheden van het besparen van energie zijn onderzocht. De uitkomst van het onderzoek leert dat 80% van de besparingen te behalen zijn door menselijk handelen. Hierbij moet worden gedacht aan het verwijderen van elektrische apparatuur (zoals waterkokers, koffiezetapparaten en stereo-installaties) van de werkkamers, het uitdoen van het licht in kamers en zalen en, het uitschakelen van computers en televisies (niet in de «stand by» stand). De technische aanpassingen wegen niet op tegen de investeringen die moeten worden gedaan.

Voor wat betreft de ecologische producten deelt het Presidium mee dat eind 2006 de Tweede Kamer een nieuwe totaalleverancier krijgt. Dit gebeurt via een Europese aanbestedingsprocedure. In de voorwaarden is gesteld, dat ecologische producten moeten worden geleverd, indien deze prijstechnisch niet te veel afwijken van niet ecologische producten. Vooral vleesproducten zijn aanzienlijk duurder en brengen een te grote stijging van de kosten en dus van de restaurantprijzen met zich mee.

Voor wat betreft de vraag van leden van de fractie van de PvdA naar het ecologische gehalte van het huidige omzetpakket en de vergelijking op dit punt met het ministerie van LNV, merkt het Presidium op dat het aanbod van maaltijden bij LNV anders is samengesteld dan bij de Tweede Kamer, reden waarom LNV mogelijk een aandeel van ecologische producten van 50% haalt. Het grote (prijs)verschil zit in de vleescomponenten bij het diner. De maaltijdvoorziening bij LNV is hoofdzakelijk gericht op de lunch. Indien de TK besluit om ecologisch vlees en vleeswaren te gaan inkopen, dan zal dit, zoals hiervoor al aangegeven, een aanzienlijke verhoging van de kosten met zich meebrengen.

Opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD en het CDA over het nieuwe telefoniecontract zijn voor het Presidium aanleiding op te merken dat bij de aanbesteding de nadruk juist is gelegd op de bereikbaarheid en dat dit criterium zwaar heeft gewogen bij de beoordeling van de offertes. De bezuinigingen die in het nieuwe contract gerealiseerd worden betekenen dat leden en kamerambtenaren voor hun huidige «beltegoed» van de Kamer meer kunnen bellen en/of meer data kunnen transporteren dan in het vorige contract het geval was. De hoeveelheid extra belminuten of getransporteerde datapakketten is daarbij nog wel afhankelijk van het belprofiel van de betrokkene. Ook is in het contract voorzien dat mobiele toestellen naar elkaar kunnen doorverbinden waardoor de noodzaak van aparte interne mobiele toestellen zonder nummerweergave en zonder de mogelijkheid van SMS, komt te vervallen. Ter toelichting merkt het Presidium nog op dat gedurende het migratietraject moet blijken of de vervanging van mobiele toestellen aan de orde is.

De eerder door de fractie van de VVD gedane suggestie geen mobiele belvergoeding in natura maar in baar geld te verstrekken, stuit op wettelijke bezwaren. De Wet Schadeloosstelling kent limitatief opgesomde vergoedingen aan de leden toe, waaronder overigens telefoonkosten reeds zijn inbegrepen. Als daarom extra vergoedingen voor telefoniekosten worden toegevoegd, dan dient de wet daaraan te worden aangepast.

In reactie op de vraag van de leden van de fractie van de VVD met betrekking tot fitness faciliteiten, constateert het Presidium dat de betrokken projectontwikkelaar heeft afgezien van de realisatie van een fitnessruimte in verband met de hoge kosten. Op dit moment zijn er geen andere plannen en kunnen de bewoners van de Tweede Kamer gebruik blijven maken van de voorzieningen bij het ministerie van Defensie.

De notitie over het vragenuur, dit in antwoord op een vraag van de leden van de fractie van de VVD, is begin 2006 afgerond. Er is een historische analyse opgesteld van de totstandkoming van het vragenuur. Verder is een internationale vergelijking gemaakt. Hiervoor is gesproken met parlementariërs uit onder andere Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, België en Zweden. In de notitie wordt geconstateerd dat kritiek op het vragenuur van alle tijden is en in alle landen voorkomt. Op basis van de notitie is een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn voorgelegd aan de commissie voor de Werkwijze. Op dit moment heeft nog geen besluitvorming plaats gehad in de commissie voor de Werkwijze. Zodra deze heeft plaatsgevonden zal het Presidium een standpunt bepalen en dit tezamen met de voormelde notitie aan de Kamer doen toekomen.

Op de vraag van dezelfde leden over de renovatieplannen van de Plenaire zaal, antwoordt het Presidium dat op dit punt het volgende wordt beoogd:

• Vervanging van het tapijt (dezelfde kleur);

• Vervanging van het leer van de stoelen en het vernieuwen van de gasveer en het draaimechanisme;

• Vervanging geluidsinstallatie;

• Treffen van voorbereidingen voor ICT-voorzieningen in de zaal;

• Vervangen van de stoelen op de publieke tribune;

• Een aantal kleinere zaken van technische aard.

De Voorzitter,

Weisglas

De Griffier,

Biesheuvel-Vermeijden

DirectieDienstAfdelingSchaalFTE
GriffierStaf GriffierBBRA, bijlage A1,00
   Schaal 150,44
   Schaal 131,00
   Schaal 101,00
   Schaal 093,00
  Totaal Staf Griffier 6,44
 Stafdienst VoorlichtingSchaal 131,00
   Schaal 111,00
   Schaal 103,00
   Schaal 082,00
   Schaal 071,00
   Schaal 041,00
  Totaal Stafdienst Voorlichting 9,00
 Bureau ProtocolSchaal 111,00
   Schaal 091,00
  Totaal Bureau Protocol 2,00
 GriffieSchaal 131,00
   Schaal 124,00
   Schaal 101,00
   Schaal 093,50
   Schaal 082,40
   Schaal 061,00
   Schaal 055,53
   Schaal 041,32
  Totaal Griffie 19,75
 DCO Bestuur en OnderwijsSchaal 141,00
   Schaal 133,00
   Schaal 123,00
   Schaal 113,50
   Schaal 102,00
   Schaal 090,50
   Schaal 081,00
   Schaal 074,50
...Griffier...DCO Bestuur en Onderwijs Schaal 060,50
   Schaal 053,00
  Totaal DCO Bestuur en Onderwijs22,00
 DCO Internationaal en RuimtelijkSchaal 141,00
   Schaal 135,00
   Schaal 123,00
   Schaal 114,00
   Schaal 102,00
   Schaal 093,00
   Schaal 075,00
   Schaal 060,50
  Totaal DCO Internationaal en Ruimtelijk23,50
 DCO Sociaal en FinancieelSchaal 141,00
   Schaal 134,00
   Schaal 123,00
   Schaal 114,00
   Schaal 102,00
   Schaal 075,50
   Schaal 060,50
  Totaal DCO Sociaal en Financieel20,00
 Onderzoeks- en VerificatiebureauSchaal 130,94
   Schaal 122,00
   Schaal 111,00
   Schaal 100,61
   Schaal 060,61
  Totaal Onderzoeks- en Verificatiebureau5,17
Totaal Directie Griffier107,86
Directie BFP&OStaf Directie BFP&OSchaal 171,00
   Schaal 111,00
  Totaal Staf Directie DBFP&O2,00
 Bureau Ondersteuning BedrijfsvoeringSchaal 121,00
   Schaal 071,00
   Schaal 061,00
  Totaal Bureau Ondersteuning Bedrijfsvoering3,00
...Directie BFP&OFacilitaire DienstStafSchaal 131,00
   Schaal 102,00
   Schaal 090,50
   Schaal 082,00
   Schaal 063,50
   Schaal 045,00
  InkoopSchaal 101,00
   Schaal 092,00
   Schaal 072,00
  SchoonmaakSchaal 071,00
   Schaal 053,08
   Schaal 036,25
   Schaal 0219,17
  TechniekSchaal 111,00
   Schaal 092,00
   Schaal 069,00
   Schaal 051,00
   Schaal 042,00
  ReprografieSchaal 071,00
   Schaal 061,00
   Schaal 051,00
   Schaal 045,00
  Huisvesting/MagazijnSchaal 091,00
   Schaal 072,00
   Schaal 049,00
  Totaal Facilitaire Dienst83,50
 RestaurantbedrijfStafSchaal 121,00
   Schaal 091,00
   Schaal 071,00
   Schaal 061,00
   Schaal 041,00
   Schaal 021,00
...Directie BFP&O...RestaurantbedrijfKeukenSchaal 091,00
   Schaal 073,00
   Schaal 054,00
   Schaal 045,00
   Schaal 0212,00
  BedieningSchaal 091,00
   Schaal 073,00
   Schaal 061,00
   Schaal 0510,00
   Schaal 049,00
  Totaal Restaurantbedrijf55,00
 BeveiligingsdienstSchaal 111,00
   Schaal 091,00
   Schaal 081,00
   Schaal 071,50
   Schaal 0610,50
   Schaal 055,00
   Schaal 0430,12
  Totaal Beveiligingsdienst50,12
 Bodedienst en PostzakenStafSchaal 091,00
   Schaal 051,00
  BodedienstSchaal 063,00
   Schaal 0422,11
  PostzakenSchaal 061,00
   Schaal 041,00
   Schaal 038,00
  Totaal Bodedienst en Postzaken37,11
 Stafdienst Financieel Economische ZakenSchaal 141,00
   Schaal 121,00
   Schaal 112,50
   Schaal 102,00
   Schaal 092,00
   Schaal 081,84
...Directie BFP&O..Stafdienst Financieel Economische ZakenSchaal 065,74
   Schaal 050,47
  Totaal Stafdienst Financieel Economische Zaken16,55
 Stafdienst Personeel & OrganisatieSchaal 141,00
   Schaal 123,50
   Schaal 113,60
   Schaal 100,90
   Schaal 091,00
   Schaal 084,78
   Schaal 062,50
  Totaal Stafdienst Personeel & Organisatie17,28
Totaal Directie BFP&O264,56
Directie Informa- tiseringsbeleidStaf Directie InformatiseringsbeleidSchaal 161,00
   Schaal 071,89
  Staf Directie Informatiseringbeleid2,89
 Dienst CommunicatieStafSchaal 111,00
   Schaal 105,30
   Schaal 093,39
   Schaal 081,84
   Schaal 060,92
  Bezoekersinformatie en GarderobeSchaal 070,94
   Schaal 052,36
   Schaal 040,18
   Schaal 033,69
  Totaal Dienst Communicatie19,62
 Dienst InformatievoorzieningStafSchaal 141,00
   Schaal 101,00
   Schaal 071,00
  Documentatie en ResearchSchaal 111,00
   Schaal 105,00
   Schaal 0925,50
  Centraal InformatiepuntSchaal 121,00
   Schaal 092,00
   Schaal 086,00
...Directie Informa- tiseringsbeleid...Dienst InformatievoorzieningBedrijfsbeheer en ArchiefSchaal 101,00
   Schaal 091,00
   Schaal 081,00
   Schaal 063,56
   Schaal 0511,00
  Informatieontwikkeling en -beheerSchaal 111,00
   Schaal 090,44
   Schaal 083,00
  Totaal Dienst Informatievoorziening65,50
 Dienst Verslag en RedactieStafSchaal 131,00
   Schaal 100,50
   Schaal 071,00
  Verslag en RedactieSchaal 114,00
   Schaal 1040,50
   Schaal 092,00
   Schaal 080,00
   Schaal 062,00
   Schaal 050,50
  Logistiek, Audio en VideoSchaal 071,00
   Schaal 053,00
  Totaal Dienst Verslag en Redactie55,50
 Dienst AutomatiseringStafSchaal 131,00
   Schaal 101,00
   Schaal 091,00
   Schaal 061,67
  UitvoeringSchaal 111,00
   Schaal 101,00
   Schaal 0911,00
   Schaal 081,00
   Schaal 0713,00
   Schaal 062,50
     
...Directie Informa- tiseringsbeleid...Dienst AutomatiseringRelatiebeheerSchaal 121,00
   Schaal 113,00
   Schaal 103,50
   Schaal 090,50
   Schaal 081,00
   Schaal 070,50
  Totaal Dienst Automatisering43,67
Totaal Directie Informatiseringsbeleid187,18
     
Stand per 1 januari 2006Totaal Tweede Kamer der Staten-Generaal559,60
Naar boven