Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2005-2006 | 30549 nr. 12 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2005-2006 | 30549 nr. 12 |
29 juni 2006
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1 heeft op 26 juni 2006 overleg gevoerd met de Voorzitter van de Tweede Kamer over de Raming 2007.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Noorman-den Uyl
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Gier
Maandag 26 juni 2006
11.00 uur
De voorzitter: Noorman-den Uyl
Aanwezig zijn 8 leden der Kamer, te weten:
Spies, Dubbelboer, Van Beek, Van Velzen, Özütok, Rouvoet, Noorman-den Uyl en Weisglas.
Aan de orde is de behandeling van:
de Raming der voor de Tweede Kamer in 2007 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten (30549).
MevrouwSpies(CDA)
Voorzitter. Op vrijdag 12 en zaterdag 13 mei vond in het gebouw van de Kamer een internationale conferentie voor parlementariërs plaats over Habitat. Samen met enkele collega's was ik een van de organisatoren van die conferentie. De conferentie liep op rolletjes en dat was mede te danken aan de inzet van enkele medewerkers van de Griffie, maar zeker ook van de Bodedienst en het Restaurantbedrijf. Ik heb heel wat bodes gezien die de gasten in rap Engels de weg van de Oude Zaal naar deze zaal wisten te wijzen en ondertussen iets vertelden over het gebouw of antwoorden gaven op andere vragen. Vele internationale gasten maakten complimenten over de ontvangst en de organisatie. Graag breng ik die complimenten vandaag nog een keer over, omdat ze volgens mij symbool staan voor de grote waardering die mijn collega's en ik hebben voor de inzet en betrokkenheid van de medewerkers van de Kamerorganisatie.
Hartelijk dank ook voor de beantwoording van de vragen die wij hebben gesteld in de schriftelijke voorbereiding van het debat van vandaag. Wij spreken over ons eigen huishoudboekje en onze eigen bedrijfsvoering. Het Presidium stelt voor om voor 2007 de Raming vast te stellen op bijna 112 mln. Daarmee behoren wij in vergelijking tot parlementen die vergelijkbaar groot zijn in elk geval niet tot de duurste. Maar de € 6,71 die per Nederlander wordt uitgegeven aan ons parlement moet natuurlijk wel worden verantwoord. Wij hebben enkele kritische vragen gesteld en daarop is niet in alle gevallen een bevredigend antwoord gekomen; daarom nog een poging.
Terugkijkend laat de Rekening over de afgelopen jaren steeds zien dat wij rond de 110-111 mln. uitgeven. Wij hebben om die reden gevraagd of het voorstel voor 2007 niet te optimistisch is, omdat u zelf aangeeft dat 2007 vanwege de verkiezingen een duur jaar zou kunnen worden. Dat komt echter niet tot uitdrukking in de voorstellen. Wij worden liever niet geconfronteerd met tegenvallers achteraf. Ik vraag vandaag dan ook waar de meevallers zitten die de extra uitgaven in een verkiezingsjaar kennelijk kunnen compenseren. Ook over de langere termijn ben ik niet helemaal gerustgesteld. Kijk ik naar het meerjarenperspectief, dan is uw verwachting dat het wel met 4 mln. minder zou kunnen. Tegelijkertijd lees ik in de beantwoording dat de geschetste werkwijze hier en daar elementen van korte termijn bevat en dientengevolge niet leidt tot een volledig beeld van de meerjarige uitgavenverwachtingen. Voorgesteld wordt de Raming voor 2008 meer in lijn te brengen met het verwachte meerjarige uitgavenbeeld. Dit is in ieder geval eerlijk, maar ook wel wat onthutsend. Wij hebben in elk geval een incompleet meerjarenperspectief voorgelegd gekregen. Ik ontvang hierover heel graag nadere uitleg.
Daarbij komt dat wij hoge eisen stellen aan de departementen wat hun begroting en het jaarverslag betreft. Het moet VBTB-proof zijn en om de inzichtelijkheid verder te verhogen wordt de omschakeling naar een baten-lastenbegroting gemaakt. Ik vraag mij af wanneer de Kamer hierin volgt. Het kan geen kwaad, wanneer wij onze eigen begroting ook inzichtelijker presenteren. Waarom zouden wij niet aansluiten bij datgene wat wij ook van de departementen verwachten?
Het is goed om vandaag de resultaten te benoemen die het afgelopen jaar zijn geboekt. Na heel wat duwen en trekken door onder andere de CDA-fractie is met ingang van 2006 de ondersteuning van de fracties versterkt. Om de controlerende taak van de Kamer te kunnen uitvoeren is dat absoluut noodzakelijk. Het is goed dat hiermee een begin is gemaakt. Dank ook voor de toezegging om nog voor eind 2006 de Regeling financiële ondersteuning voor fracties aan te passen. Mag ik ervan uitgaan dat hierbij ook de ambtelijk secretarissen van de fracties worden betrokken?
In 2008 wordt geëvalueerd. Dan is het bijvoorbeeld mogelijk om opnieuw geld van de Kamerbegroting naar de fracties over te hevelen, bijvoorbeeld wanneer het extra geld dat het Onderzoeksbureau van de Kamer bij de WOF-operatie heeft gekregen niet tot besteding zou zijn gekomen. Wij willen uitdrukkelijk ook dan weer al die opties open hebben.
De bestedingsregels zijn nog een punt van aandacht. Na veel trial and error weten de meeste fracties hier wel mee om te gaan. Er blijft echter een grijs gebied dat sommige uitgaven na afloop door de accountant van BZK worden afgekeurd. Een fractie kan dan geen kant meer op. Er ontstaat een negatief vermogen dat alleen over de fractieleden kan worden omgeslagen. Doordat de goedkeuring van sommige uitgaven soms op zich laat wachten, kan een nieuwe fractie ineens met kosten uit het verleden worden geconfronteerd. Wij vinden dit niet wenselijk en willen dat er een verrekeningsmethode komt binnen het budget van de fractie. Dat hoeft niet ongelimiteerd; volstaan kan worden met bijvoorbeeld een procent of twee van de begroting.
Aandacht verdienen ook de rekenregels. Onze fractie stuitte daarop bij het vaststellen van de ambtenaren-cao 2005-2006. Die wilden wij graag volgen voor onze medewerkers. Maar wat schetste onze verbazing toen bleek dat wij alleen de primaire arbeidsvoorwaarden uit de cao vergoed kregen? Andere voorstellen uit de cao moesten wij uit de eigen begroting bekostigen. Dan gaat het hard met de extra WOF-gelden. Ik zou op beide punten graag iets meer souplesse zien en ben benieuwd naar uw antwoorden.
De collega's van de ChristenUnie hebben in hun schriftelijke bijdrage aandacht besteed aan het overleg tussen fracties en de Kamerorganisatie. Ik heb begrepen dat het niet altijd soepel verloopt en ook niet altijd de gewenste resultaten oplevert. Ik heb ook begrepen dat naar aanleiding van een brief die de fractiesecretarissen aan het Presidium hebben geschreven nu een protocol wordt opgesteld. Het is misschien een wat lange weg, maar ik wil hier wel graag mijn verwachting en vertrouwen uitspreken dat het protocol er voor september ligt en dat de lijn die in de brief aan het Presidium staat daarin is terug te vinden.
Dan kom ik op het voorstel rond de kinderopvang. Zolang die kinderopvang niet feitelijk geopend is, zullen wij u op dit punt zonodig hinderlijk blijven volgen. Uit de beantwoording van onze vragen op dit punt leid ik af dat er een contract is gesloten met een exploitant. Kunt u aangeven op welke wijze in het contract is verdisconteerd dat de exploitant geen huur betaalt en ook geen kosten voor schoonmaak en energie hoeft te maken? Wij hebben gevraagd naar de werkgeversbijdrage die medewerkers van de Kamer ontvangen. Mag ik ervan uitgaan dat die bijdrage bestaat, onafhankelijk van de plek waar ouders hun kinderen willen laten opvangen? Men hoeft toch niet te kiezen voor kinderopvang hier in huis, omdat men anders geen tegemoetkoming ontvangt?
De afgelopen jaren heeft de Kamer met enige regelmaat over het eigen functioneren gesproken en op enkele onderdelen ook veranderingen in de eigen werkwijze doorgevoerd. Het is geen geheim dat het CDA zeker niet op alle punten gelukkig is met die veranderingen. Zo zien wij de regel dat dertig leden een spoeddebat kunnen aanvragen liever vandaag dan morgen weer afgeschaft. Daarentegen zijn wij zeer tevreden met de Raad van economische adviseurs, die voor ons zonder meer meerwaarde heeft.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik hoor mevrouw Spies over de dertigledenregeling spreken. Wij hebben er al zo vaak over gesproken. Komt zij nu met een voorstel om de regeling af te schaffen?
MevrouwSpies(CDA)
Wij hebben ons erbij neergelegd dat dit geen optie meer is in deze Kamerperiode. Wij hebben dat eerder geprobeerd. Dat laat onverlet dat wij ons dit jaar voorbereiden op een volgende Kamerperiode. Dan kan het geen kwaad om nog eens in herinnering te roepen dat in ieder geval de CDA-fractie niet gelukkig is met die dertigledenregeling. Wij hebben de toezegging gekregen dat er in 2006-2007 opnieuw een evaluatie plaatsvindt. Wij willen dat dit element daarbij wordt betrokken.
MevrouwVan Velzen(SP)
Dan bespreken wij dat volgend jaar. Ik ben er helemaal geen voorstander van om de regeling af te schaffen, maar laten wij die discussie op dat moment voeren.
MevrouwSpies(CDA)
Over het functioneren van het Presidium lopen de meningen nogal uiteen. Het is daarom goed dat er wordt nagedacht over het Reglement van Orde en over het Presidium voor een volgende Kamerperiode. Wij menen dat het goed is om op het functioneren van het Presidium een evaluatie los te laten die uiterlijk in januari 2007 beschikbaar moet zijn. In de beantwoording van onze vragen daarover lees ik een toezegging van een evaluatie in eigen kring. Het is goed om regelmatig in de spiegel te kijken, maar soms is het nog beter om die spiegel voorgehouden te krijgen. De CDA-fractie pleit voor een wat stevigere evaluatie. Wij willen graag een toelichting op de evaluatie die u voor ogen staat. Wat ons betreft, zou daarbij in ieder geval de omvang van het Presidium nu en wellicht in de toekomst moeten worden betrokken, evenals de mogelijkheid om te werken met portefeuillehouders voor bepaalde onderwerpen. Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat er een speciale commissie wordt gevormd onder de verantwoordelijkheid waarvan die evaluatie plaatsvindt en die met voorstellen voor een nieuwe periode komt. Het mag duidelijk zijn dat deze commissie wat de CDA-fractie betreft niet louter uit leden van het Presidium moet bestaan.
Tot ons genoegen wordt het belang van de Europese samenwerking steeds beter vertaald in de organisatie en de werkwijze van de Kamer. Met de invoering van de subsidiariteitstoets hebben wij een belangrijke stap gezet, maar ook de wijze waarop de fiches beschikbaar komen en de attentie van de griffiers voor Europese zaken dragen in positieve zin bij. Ik spreek daarvoor graag mijn waardering uit, zeker omdat het mogelijk blijkt dit binnen de bestaande formatie adequaat in te vullen. Dat willen wij graag zo houden.
Onze toerusting op het gebied van de automatisering heeft de aandacht van velen. Voor velen is het niet alleen een bron van genot, maar ook van veel ergernis. Met enige regelmaat krijg ik bijvoorbeeld zelf het advies van een buitengewoon aardige meneer of mevrouw van de helpdesk om het apparaat thuis gewoon even uit te zetten en het over een minuut of tien nog eens te proberen; misschien lukt het dan wel om verbinding te krijgen. Wonder boven wonder blijkt het dan na drie keer meestal wel te lukken, maar dan ben je ongeveer een halfuur verder. Ik zal u de krachttermen besparen die dan bij mij thuis op zolder worden geuit, maar helemaal blij worden wij er nog steeds niet van. Het niet gelijktijdig kunnen gebruiken van internet en outlook is ook zo'n fijne in de categorie "klein leed". Wij hebben begrepen dat de capaciteit van de computers voor medewerkers op korte termijn wordt uitgebreid. Dat zal zeker in een belangrijke behoefte voorzien. Zou het niet mogelijk zijn om de helpdesk naar het hoofdgebouw te verplaatsen? Dat werkt drempelverlagend en u zult zien dat het de klanttevredenheid in positieve zin beïnvloedt.
Een voorbeeld van een helpdesk die zich op dit moment al in het gebouw bevindt, is de CIP-balie. Graag spreek ik vandaag mijn waardering uit voor de medewerkers van het CIP. Onze afhankelijkheid van deze mensen is alleen nog maar toegenomen sinds eind vorig jaar het informatiesysteem STAR buiten gebruik is gesteld. Het is vervangen door VIP, waarover u in de nota naar aanleiding van het verslag onbekommerd meldt dat de performance van het systeem niet optimaal is en de gebruiksvriendelijkheid van de interface nog te wensen overlaat. Ik citeer: "Naar verwachting zullen in de zomer van 2006 de tekortkomingen van het systeem grotendeels verholpen zijn." Het was voor ons toch een akelige verrassing dat een belangrijk informatiesysteem zoals STAR in het parlementaire hoogseizoen van de begrotingsbehandelingen, namelijk in oktober 2005, buiten gebruik werd gesteld, terwijl het nog maar de vraag is of het nieuwe systeem in het nieuwe hoogseizoen adequaat zal functioneren.
Ik dank u ook voor de toezegging om te onderzoeken wat de eventuele kosten zijn van het volledig in eigen beheer hebben van het tv-signaal. Kunnen wij nog dit jaar over de resultaten daarvan beschikken?
Dan kan er een vlag uit, nu er een nieuw contract is afgesloten met een andere provider voor de mobiele telefoons. Dat werd ook wel tijd. Klopt het dat er meer kan worden gebeld tegen dezelfde prijs? Op welke wijze wordt nu ook de bereikbaarheid verbeterd? Wij hadden laatst een partijbestuurweekend in Doorn en de volledige fractie was volstrekt onbereikbaar. Het was heel rustig; misschien had het partijbestuur wel om die reden die locatie gekozen. Maar wij hebben echt niet alleen maar in de uithoeken van dit land geen of een slecht bereik.
De Kamer heeft een voorbeeldfunctie op het gebied van energiebesparing en duurzaam inkopen. In de schriftelijke beantwoording geeft u al aan dat er zeker op het gebied van energiebesparing nog een wereld te winnen valt. Dat begint bij ons allemaal: licht uit, tv uit, computer niet op stand-by laten staan. Ik zou graag willen dat wij ons committeren aan een doelstelling van 2% energiebesparing per jaar. Dat moet niet zo moeilijk zijn. Laat ik een concreet voorbeeld geven. Waarom is er bij de roltrap van de centrale hal naar de tweede etage, die veel bezoekers gebruiken, een bewegingsmelder ingebouwd en draaien de roltrappen hier net om het hoekje, die maar een etage overbruggen, continu? Kortom, bent u bereid om daarvoor een harde doelstelling aan te gaan?
Ik heb twee afrondende opmerkingen. Het hart van het democratische besluitvormingsproces bevindt zich in dit huis. Dat betekent dat wij met elkaar het visitekaartje van de democratie moeten zijn. Dat begint met geloof in eigen kracht en eigen kunnen. Wie zichzelf niet respecteert of serieus neemt, moet ook niet verwachten dat anderen dat wel zullen doen. Ik erger mij dan ook aan collega's die menen het eigen nest te moeten bevuilen – helaas hebben wij nogal wat incidenten meegemaakt – zeker als die vuile was dan maar in de krant buiten wordt gehangen. Natuurlijk weet ik dat wij elkaar hier vandaag plechtig beloven dat het allemaal niet moet en dat wij er alles aan zullen doen om herhaling te voorkomen, maar laten wij dat dan echt doen. Laten wij elkaar erop aanspreken, want op een rollebollend parlement zitten de mensen buiten het Binnenhof echt niet te wachten.
De heerDubbelboer(PvdA)
Ik kom er nog op terug in mijn eigen bijdrage. Heeft u mevrouw Timmerman-Buck vorige week aangesproken?
MevrouwSpies(CDA)
Dan moet u iets concreter zijn.
De heerDubbelboer(PvdA)
Zij klaagde over de kwaliteit van Kamerleden.
MevrouwSpies(CDA)
Dat is mij nog niet geworden. U zou mij eerst die klacht zichtbaar moeten aanreiken.
De heerDubbelboer(PvdA)
U was toen zeker net onbereikbaar met de Blueberry in de bossen. Naar aanleiding van een onderzoek in Intermediair heeft zij vorige week kritiek geuit, met name op onze juridische kwaliteit. Nogmaals, ik kom er straks op terug, maar het blijft een interessant fenomeen. Ik heb wel eens het gevoel dat u met name diegenen nestbevuilers noemt die van andere politieke huizen zijn.
MevrouwSpies(CDA)
Ik stel het zeer op prijs om de concrete teksten van mevrouw Timmerman-Buck van u te ontvangen. Ik vind dat je altijd eerst in eigen huis die discussie moet willen voeren. Dat geldt dus ook voor mevrouw Timmerman-Buck. Het was een ideale gelegenheid, want zij was erbij. Als ik het had geweten, had ik haar daar erop kunnen aanspreken.
Mijn laatste punt gaat over de mensen die wij hier mogen vertegenwoordigen. Gezien de productiecijfers over het afgelopen jaar hebben wij met elkaar weer heel wat gepresteerd. Al die activiteiten bereiken gelukkig ook steeds meer bezoekers. Digitaal, via radio of tv en gelukkig ook lijfelijk hier aanwezig zijn er vrijwel dagelijks grote groepen bezoekers. Dat moet ook. De toegankelijkheid van de volksvertegenwoordigers en van het parlement is van groot belang, ook voor de waardering van ons functioneren door die burgers. Mijn ervaring is dat mensen die hier een keer in levenden lijve het parlementaire bedrijf hebben gezien en ervaren, daar met erg veel enthousiasme aan terugdenken. In dat verband heb ik in de schriftelijke inbreng al voorgesteld om te bezien of het mogelijk is dat alle Nederlanders voordat zij de stemgerechtigde leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, minimaal een keer een bezoek aan de Kamer hebben gebracht. Ik lees in de beantwoording van de vragen dat dit idee aanspreekt en dat u hiervoor in ieder geval met de ministeries van OCW en BZK wilt bezien wat dit zou betekenen. Ik wil graag weten op welke termijn zo'n verkenning kan worden uitgevoerd.
De heerDubbelboer(PvdA)
Voorzitter. Ik wil eerst mijn waardering uitspreken voor een ieder die het afgelopen jaar enorm zijn of haar best heeft gedaan om dit bedrijf, dit instituut goed te laten functioneren. Dat zijn alle medewerkers, de bodes, het restaurantpersoneel en zeker ook de griffiemedewerkers. Toen ik aantrad als Kamerlid, had ik nog niet zo goed door hoe deze organisatie in elkaar zat en welke wijde vertakkingen die allemaal kende. Gaandeweg zie je met name bij de Griffie hoeveel werk er wordt verzet en hoe goed en gedegen dat allemaal gebeurt. Als je juridische kwaliteit iets minder is, is er een griffier of een medewerker van de Griffie die dat volledig compenseert, zodat de buitenwereld er wat mij betreft niks van zal merken.
Ik dank de voorzitter voor de beantwoording van de verschillende vragen van onze fractie. Zoals wel vaker gebeurt, kom ik nog met een aantal punten die al in de schriftelijke ronde aan de orde hadden kunnen komen; ik vraag vergiffenis daarvoor. Zoals wel vaker gebeurt, komen er na afloop van die schriftelijke ronde nog allerlei collega's die allemaal zeer interessante punten hebben en zowaar een wakkere burger, met wie ik zal eindigen.
Het is opvallend dat het CDA altijd een kritische en zelfs zurige ondertoon heeft in de richting van het Presidium – niet op het einde, zo geef ik toe – bijvoorbeeld op het punt van de kinderopvang. Ik wil de voorzitter complimenteren dat er voortgang is geboekt, dat er een contract is gesloten en dat het daadwerkelijk kan gebeuren. Het is in dat licht jammer dat het niet mogelijk is om op deze plek een fitnessruimte te realiseren en dat wij steeds weer naar de soldaten moeten.
MevrouwSpies(CDA)
Wij moeten vandaag niet alles op het scherpst van de snede doen, maar ik maak toch bezwaar tegen de zurige ondertoon die de heer Dubbelboer mij verwijt, juist in relatie tot de kinderopvang. Ik heb gezegd dat wij het Presidium hinderlijk zullen blijven volgen en ik heb een aantal inhoudelijke vragen daarover gesteld. Ik vind uw verwijt in mijn richting op dit punt in ieder geval niet terecht en zou graag willen dat u dat terugnam.
De heerDubbelboer(PvdA)
Over op het scherpst van de snede gesproken. Mevrouw Spies, als u daar moeite mee hebt, dan neem ik het terug; geen enkel probleem. Ik sta hier ruimhartig en ontspannen tegenover een organisatie die hard werkt en die probeert zo goed mogelijk dingen voor elkaar te krijgen. Het is zeker niet gemakkelijk; dat geldt bijvoorbeeld voor de kinderopvang. Ik vind het belangrijker om dat met een compliment te benadrukken dan met een kritische vraagstelling.
De PvdA-fractie is heel blij dat de discussie over de ondersteuning van de fracties en de onderzoekscapaciteit naar aanleiding van de commissie-Ten Hoopen goed is geland. Wij stemmen in met de voorstellen dienaangaande.
Ik kom terug op het punt waarover mevrouw Spies heeft gesproken aan het eind van haar betoog en waarop ik heb geïnterrumpeerd. Eigenlijk zou je het kunnen vatten onder de noemer "trots op de Tweede Kamer". De collega's van het CDA hebben, ook in de schriftelijke inbreng, woorden gewijd aan "nestbevuiling" en het Presidium opgeroepen om maatregelen te nemen tegen leden die zich op welke manier dan ook kritisch uitlaten over ons functioneren, lekken of op een andere manier het aanzien zouden schaden. Ik vind dat een heel lastige discussie. Is het nestbevuiling wanneer de Voorzitter van de Eerste Kamer zich beklaagt over de juridische kwaliteit van de Kamerleden? Is het Haagse nestbevuiling als nummer een van keurig Nederland, de vice-voorzitter van de Raad van State, de heer Tjeenk Willink, keer op keer in zijn jaarrapport kritisch is over de kwaliteit van de Kamer en van het kabinet en over de wijze waarop wij daarmee omgaan? Is iedereen die niet meteen hiep hiep hoera roept een nestbevuiler? Zijn de leden van het CDA die roepen dat wij nestbevuilers zijn niet zelf ook nestbevuilers? Kortom, ik worstel erg met die discussie. Ik vind het ten principale goed dat wij kritisch kijken naar ons functioneren. Wij moeten en kunnen trots zijn op het parlement, maar dat staat kritiek niet in de weg; juist niet. Geloof hebben in jezelf betekent ook dat je kunt omgaan met kritiek en dat je erover kunt praten.
Een van de discussies die de laatste jaren veel wordt gevoerd en waarop veel kritiek is, is dat wij te hyperig zouden zijn en te snel met de waan van de dag meegaan in de discussies die wij hier voeren. Dat is voor een deel waar. Maar ik herinner mij ook nog heel goed de scherpe kritiek dat, als het land bij wijze van spreken in brand stond, er in Den Haag pas over gediscussieerd kon worden als de minister er een nota over had geschreven. Wij vormen hier het nationale debatcentrum. Dan is het goed dat wij in de Kamer debatten hebben over onderwerpen die op dat moment in de samenleving tot beroering leiden. Soms is dat wat hyperig, maar dat vind ik niet erg. Ik vind het niet erg dat het wordt gezegd, maar ik vind dat wij daar ook trots op moeten zijn en dat wij het in het perspectief moeten zien van hetgeen wij hier doen. Mensen moeten zich kunnen identificeren met datgene wat wij hier doen.
Hebben wij al met al een laag aanzien? Ik geloof er niets van. In de hele Nederlandse cultuur is sprake van een dusdanige nivellering dat aanzien als zodanig niet meer automatisch wordt verkregen vanwege je status. Het is aan inflatie onderhevig en elke keer moet je het opnieuw verkrijgen. Maar de Tweede Kamer als geheel heeft er volgens mij nog meer dan voldoende van. Zij heeft zeker voldoende het vermogen om weer aanzien te verkrijgen, wanneer het iets minder is. Mevrouw Spies noemde het al. Het is heel mooi om te zien als mensen, bijvoorbeeld scholieren, hiernaartoe komen. Je merkt dat zij het een heel bijzondere plek vinden en dat is het natuurlijk ook. Wij zijn hier met 150 Kamerleden bezig om maatschappelijke ontwikkelingen te sturen of in gang te brengen in de richting die door jouw politieke partij als meest wenselijk wordt geacht. Dat is mooi en dat merk je ook bij bezoekers.
Ik heb een paar verschillende onderwerpen, met excuus omdat sommige ervan al in de schriftelijke ronde naar voren hadden kunnen worden gebracht. Een aantal onderwerpen is toen al aan de orde geweest.
Ik begin met het overleg tussen de fracties en de ambtelijke leiding van de Kamer. De afgelopen maanden is het overleg tussen het managementteam van de Kamer en de ambtelijk secretarissen van de fracties wat stroef verlopen. Het Presidium zou nu werken aan een protocol voor het overleg tussen het MT en de ambtelijk secretarissen. De PvdA-fractie hecht eraan om hier op te merken dat wij hopen dat het zal leiden tot een goed houvast voor een open en constructieve relatie.
Ik kom bij de Dienst Automatisering. Er is in de schriftelijke beantwoording al iets over gezegd. Ik heb een concrete vraag naar aanleiding van het grote onderzoek dat zij hebben verricht. Wanneer komen zij daar precies mee? U zegt wel dat zij ermee zullen komen, wat mij op zichzelf logisch lijkt, maar wanneer kunnen wij er iets mee doen? Wij zijn zeer benieuwd naar de uitkomsten.
Wij hebben net twee nieuwe collega's mogen verwelkomen in de PvdA-fractie. De heer Van Beek mag ongeveer elke week een nieuwe verwelkomen. Hij kijkt heel verbaasd. Wij hebben af en toe een nieuw lid, maar hij heeft bijna elke week een nieuw lid in zijn fractie.
De heerVan Beek(VVD)
Het is mij al eens eerder opgevallen dat de collega niet altijd goed is in rekenen. Ik heb niet zo erg vaak nieuwe fractieleden. Als er al een keer een nieuw lid is, dan is het iemand die u al kent.
De heerDubbelboer(PvdA)
Dat is niet het criterium bij het onderwerp dat ik aan de orde wil stellen. Het gaat om de vraag wat er voor hen is geregeld op het moment dat iedereen weet dat zij Kamerlid worden, maar dat zij het nog niet zijn. Je bent pas Kamerlid als je geïnstalleerd bent. Dat is logisch, maar dan beginnen pas de voorbereidingen voor een mobiele telefoon, een laptop en dergelijke. Daar moeten zij nog zwaar zelf achteraan sjouwen ook. De vraag is heel simpel of de Dienst Automatisering een draaiboek kan hebben. Het gaat erom dat, als bekend is dat er weer een nieuw VVD-Kamerlid komt, ook al is hij of zij hier bekend, alles klaar staat op de dag dat hij geïnstalleerd is en de zaal uitloopt.
Een ander punt is de goedkeuringsprocedure voor de schriftelijke vragen. Die interne goedkeuringsprocedure is nogal bureaucratisch. Als Kamerleden vragen indienen bij de Griffie, gaan er gemiddeld drie dagen overheen voordat die vragen worden doorgeleid naar het ministerie. Eigenlijk is dat raar. Wij kunnen best die vragen direct doorgeleiden, maar goed. Het komt vaak voor dat, als je je vragen op donderdagmiddag indient, die pas op maandag worden doorgeleid naar het ministerie. Dat komt door al die schakels: de medewerker van de Griffie, de griffier van de vakcommissie, de Griffier zelf en de Kamervoorzitter. Het is een omslachtige procedure. Ik hoor graag van de Voorzitter of het soepeler en minder stroperig zou kunnen.
Mevrouw Spies heeft al iets gezegd over de discussie over de taak, omvang en totstandkoming van het Presidium. Onze fractie steunt die discussie. Het lijkt ons goed dat een aantal ideeën wordt geïnventariseerd hoe het Presidium slagvaardiger en transparanter kan opereren. Met name het idee om de leden van het Presidium te kiezen, zoals ook de Voorzitter wordt gekozen, kan daarbij worden betrokken.
Hoe staat het met de realisatie van één loket voor het aanvragen van facilitaire diensten en vergaderdiensten in de Kamer? Als je een zaal regelt voor een vergadering, zou je toch via datzelfde nummer alles moeten kunnen regelen: de catering, de computer, de beamer en andere technische faciliteiten. Het is nu een beetje omslachtig, omdat je er allerlei verschillende instanties voor moet bellen. Dat zou klantvriendelijker kunnen.
Daarbij voeg ik een ander klein punt. Het is echt een klein punt; laat ik niet doen alsof het een groot punt is. Drees werd altijd geroemd omdat hij zelfs de Amerikaanse president ontving met een kopje thee en een koekje. Maar wat doen wij in dit huis? Wij hebben niet eens een koekje. Het viel op toen wij laatst de halve Raad van State op bezoek hadden en men met een glaasje Spa en een kopje thee weer naar huis mocht keren. Het is allemaal heel "zunig".
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik wil een andere doelgroep noemen, die niet eens een kopje koffie krijgt. Wij ontvangen hier wekelijks mensen die een petitie willen aanbieden en die daar heel veel tijd in steken. Zij worden hier staande ontvangen in een hal en krijgen geen kopje koffie, laat staan een stoel om op te zitten. Bent u met mij van mening dat wij eens moeten kijken hoe wij omgaan met de mensen die hier binnenkomen? Als wij dat bereikt hebben, kunnen wij het wel eens over koekjes hebben.
De heerDubbelboer(PvdA)
Ik ben het helemaal met u eens. U hebt vorig jaar de Raming niet gedaan. Toen heb ik er opmerkingen over gemaakt hoe wij omgaan met bezoekers. Ik heb nu een kleine verfijning op dat verzoek van vorig jaar.
Misschien is het interessant om iets meer te horen over de plannen voor een bezoekerscentrum. Ik heb begrepen dat u in het buitenland hebt gekeken hoe bezoekers kunnen worden ontvangen, maar misschien kunt u ook meenemen hoe dat in Amerika gaat. De Senate Historical Office van de Amerikaanse Senaat is een prachtige plek. Wanneer je daar naar binnen loopt, ben je al trots op het instituut.
Dat koppel ik meteen aan het initiatief van het CDA om alle jongeren tot 18 jaar ten minste een keer hier langs te hebben gehad. Ik vind dat een heel mooi streven. Dat ondersteunen wij.
Ik heb nog drie heel kleine, maar niet onbelangrijke puntjes. De toegankelijkheid voor de bezoekers in een rolstoel is elk jaar weer een issue. Soms is het voor een medewerker en is er hard aan gewerkt. Vorig jaar hebben wij voor de heer Lenards van de VVD allerlei voorzieningen getroffen. Dat is heel belangrijk en heel goed. Er is nog wel een knelpunt voor de bezoekers die hier naar boven willen. Dat is gewoon lastig.
Ik heb een heel concrete vraag. Een tijdje geleden was er een plan om de bekendheid van het burgerinitiatief te vergroten. Wij hebben overigens niet altijd te klagen over publiciteit over het burgerinitiatief. Er lag een soort publiciteitsplan klaar, maar er moest een keuze worden gemaakt of het een vette reclameachtige campagne moest worden dan wel of het een soberder karakter kon krijgen. Ik heb er daarna niets meer over gehoord en weet niet hoe het daarmee staat.
Afgelopen vrijdag heb ik zowaar een wakkere burger ontmoet op de bijeenkomst waar mevrouw Spies ook was. Het is altijd aardig als iemand je aanspreekt op vragen die zo ontzettend voor de hand liggen. Hij zei: als ik de website van de Tweede Kamer op ga, kan ik nooit zien wie wanneer waar is. Is het niet een idee, zo zei hij, om op de website een knopje te hebben: wie is waar en wanneer? Kamerleden kunnen daar melden dat zij ergens een publiek optreden hebben, zodat mensen dat heel gemakkelijk kunnen terugvinden. Toen heb ik gezegd: dat breng ik hier meteen in. Daar heb ik geen burgerinitiatief voor nodig, maar ik fungeer gewoon als doorgeefluik.
MevrouwVan Velzen(SP)
Doen wij dat niet allemaal al op de eigen partijwebsites? Bent u van mening dat er belastinggeld in gestoken moet worden, terwijl wij zelf over onze publiciteit gaan? Ik heb het nooit opgezocht, maar waarschijnlijk kan ik uw agenda zo terugvinden. Een verwijzing vanaf de website van de Tweede Kamer naar de partijwebsites, waar die agenda's te vinden zijn, voldoet dan toch?
De heerDubbelboer(PvdA)
Ik denk niet dat er erg veel belastinggeld mee gemoeid is om een knopje toe te voegen op een website, waarbij wij zelf zorgen voor de inhoud. Er is sprake van een misvatting, die ik nu ook proef bij de SP. Voor heel veel mensen is Den Haag de politiek. Mensen gaan naar de website van de Tweede Kamer om te kijken wat wij doen en waar wij dat doen. Als zij denken aan de politiek in Den Haag, denken zij niet op voorhand dat zij dat te weten moeten komen via de website van een politieke partij, zeker als zij niet specifiek geïnteresseerd zijn in een bepaalde politieke partij. Nogmaals, het is niet meer dan dat. Het is gewoon een suggestie van iemand die mij aanspreekt en die duidelijk via die ingang contact zoekt met ons. Natuurlijk kan het met een doorverwijzing naar de websites van de politieke partijen, maar het kan met een stap minder.
De heerVan Beek(VVD)
Voorzitter. Ik dank het Presidium voor de beantwoording van de vele vragen. Van onze eigen fractie zijn het er iets minder, maar dat heeft met mijn agenda te maken. Maar daardoor is het niet minder duidelijk. Ik spreek ook mijn dank uit voor de inzet van het personeel van de Kamer het afgelopen jaar. Ik dank de vele ondersteunende diensten, waarin ik geen onderscheid zal maken, voor de wijze waarop zij ons hebben geassisteerd bij het doen van ons werk. Het is gebruikelijk dat wij dat op deze dag benadrukken, maar het is zeker niet minder gemeend.
Ik heb een paar opmerkingen over de begroting die voor ons ligt. Het is onze fractie opgevallen dat de begroting weer behoorlijk stijgt. Er worden behoorlijke bedragen bijgeboekt voor de jaren 2006, 2007 en volgende, wat ons met enige zorg vervult. De vraag is of de bedragen die voor 2006 erbij worden gevraagd dit jaar kunnen worden besteed. Bent u in staat om zulke grote bedragen nog gedurende de rest van dit jaar weg te zetten? Wat wij missen, is het antwoord op de vraag hoeveel geld er in het eerste halfjaar is overgebleven. Zijn er begrotingsposten waarop onderbesteding heeft plaatsgevonden? Is het mogelijk om voor de tweede helft van het jaar met minder geld toe te komen? Is het mogelijk om een deel van de extra wensen voor het tweede halfjaar te financieren met overschotten uit het eerste halfjaar?
De begroting voor het jaar 2007 was in eerste instantie, bij de meerjarenbegroting 2006, voorzien op nog geen 105 mln. Nu wordt uitgegaan van bijna 112 mln. Dat is een forse aanpassing binnen één jaar. Wij kijken er met zorg naar en vragen de voorzitter om het nog eens goed te motiveren.
Wij zijn blij met de voorstellen die uit de commissie-Ten Hoopen zijn gekomen. Met veel genoegen hebben wij eraan meegewerkt. Het is goed dat ze budgettair neutraal zijn, dat de begroting van de Kamer er niet voor is verhoogd. Wij ondersteunen de opmerking van mevrouw Spies, dat wij er graag over spreken als er opnieuw mogelijkheden zijn om een dergelijke stap te zetten. De motie die vorig jaar is aangenomen mag nog wel even haar werking hebben.
De wensen van de Kamer zijn soms van organisatorische aard en soms gericht op investeringen. Ik vraag wat meer aandacht voor spreiding in de tijd. Als er veel wensen zijn op het gebied van automatisering, dan mag er best een keer geschoven worden met andere zaken, zoals meubilair, telefoons en computers. Op een aantal punten mag er best wat zuiniger worden gestuurd. Zou het niet verstandig zijn om de begroting echt wat taakstellender te maken? Een organisatie die dat door haar structuur of aansturing niet heeft, zal er baat bij hebben als er scherp naar de uitgaven en de realisatie wordt gekeken.
Ik kom op het Presidium. Het is echt heel belangrijk dat wij met elkaar nadenken over de samenstelling en het functioneren van dit orgaan. Ik heb enige ervaring met leiding geven aan organisaties, zowel ambtelijke als commerciële. Op de huidige manier kun je het hoogste orgaan van een middelgroot bedrijf niet vormgeven. De voorzitter wil ik graag handhaven, althans de functie, maar de rest van het Presidium moet kritisch worden bekeken. Er zijn tien leden en ook nog eens tien plaatsvervangers. Regelmatig wordt in geheel andere samenstelling vergaderd. Zo kun je een organisatie echt niet leiden. Het geeft een onbalans in de krachts- en machtsverhoudingen tussen het Presidium en de directie. Wij zien ook dat het niet slagvaardig is. Ik zou het zeer op prijs stellen als wij met elkaar de discussie aangaan over een veel kleiner Presidium, bijvoorbeeld met vier leden en een voorzitter. Zo'n orgaan moet ook echt verantwoordelijk zijn voor de topleiding van de organisatie. Men moet er echt op aangesproken kunnen worden. Er moet sprake zijn van een onderlinge taakverdeling bij de mensen die door de Kamer in het Presidium gekozen zijn. Kortom, wij moeten goed nadenken over de samenstelling van het Presidium.
MevrouwÖzütok(GroenLinks)
Ik begrijp het pleidooi van de heer Van Beek niet helemaal. Op dit moment zitten alle partijen in het Presidium. Wil hij dat alleen de grote partijen een plaats in het Presidium krijgen? Dat lijkt mij niet goed voor het democratisch gehalte van het functioneren van de organisatie.
De heerVan Beek(VVD)
Dat zou ik zeker niet willen, al moet iedereen zich wel realiseren dat het nogal wat tijd vergt. Dat is een afweging die voor grotere fracties wat anders kan uitvallen dan voor kleinere. Het gaat mij erom dat het hoogste bestuurlijke orgaan van de Kamerorganisatie professioneler gaat werken, dat er een andere verantwoordelijkheidsverdeling komt tussen het Presidium en de directie, dat het Presidium in een vaste samenstelling de eindverantwoordelijkheid neemt voor het te voeren beleid, dat er een taakverdeling is. Al dat soort punten zou ik graag besproken willen zien. Het lijkt mij verstandig dat er keuzes gemaakt worden voor de volgende periode.
MevrouwÖzütok(GroenLinks)
Blijkbaar heeft u een beeld van het aantal leden. U bent echter niet echt duidelijk over het precieze aantal leden en de taakverdeling.
De heerVan Beek(VVD)
Ik vind dat je met tien man en tien plaatsvervangers, dus uiteindelijk twintig man, geen organisatie kunt runnen. Het is verstandig om te denken aan een voorzitter en vier leden. Daarbij moet er een verantwoordelijkheidsverdeling in het bestuur komen voor personeel, middelen en budget.
De heerRouvoet(ChristenUnie)
Ik vind dit een belangrijk punt. Ik heb indertijd zelf een voorstel gedaan om ervoor te zorgen dat alle fracties rechtstreeks of indirect in het Presidium vertegenwoordigd zijn. Daar was een aantal duidelijke argumenten voor. De Kamer heeft er in 1998 voor gekozen. De heer Van Beek wil daar in feite nu weer vanaf. Acht hij het denkbaar dat er een Presidium komt waarin de grote fracties niet vertegenwoordigd zijn? Of heeft hij een zodanige verkiezing op het oog dat het in praktijk altijd zal betekenen dat de grote fracties wel vertegenwoordigd zijn, waardoor de kleine fracties juist met de huishouding en organisatie geen bemoeienis meer kunnen hebben? Dat zou ik een verlies vinden.
De heerVan Beek(VVD)
Ik heb mij niet uitgesproken over groot en klein, al zou ik het een verlies vinden als geen van de kleine fracties meer in het Presidium zou zitten. Die mix moet erin zitten. Wij moeten ons wel realiseren dat het een behoorlijk tijdsbeslag is. Met twintig man kun je geen leiding geven aan een organisatie.
De heerRouvoet(ChristenUnie)
Dat laatste is natuurlijk een beetje flauw. Het gaat niet om tien plus tien, het gaat om tien. Als er iemand niet kan, komt er een plaatsvervanger. Vaste Kamercommissies tellen ook geen 50 leden, maar 25 met plaatsvervangers.
Juist omdat in het Presidium zaken besproken worden die voor alle fracties relevant zijn, is het winst dat wij een aantal jaren geleden hebben besloten dat alle fracties daarin rechtstreeks of indirect kunnen meespreken. Alle fracties blijven op die manier op de hoogte van wat er in het Presidium gebeurt. Ik zou dat niet graag loslaten. Het verbaast mij dat de heer Van Beek dit zo makkelijk voorstelt. Hij is politicus en weet hoe het gaat. Als er gekozen zal worden, zullen de grote fracties een vertegenwoordiger in het Presidium krijgen en de kleinere niet. De heer Van Beek hoeft mij niet uit te leggen dat het voor een fractievoorzitter van een fractie van drie leden een behoorlijke afweging is of je tijd wilt investeren in het Presidium. Toch heb ik het indertijd zelf voorgesteld, juist omdat wij het zo belangrijk vinden. De heer Van Beek zou daar blij mee moeten zijn.
De heerVan Beek(VVD)
Er zitten twee aspecten aan het lidmaatschap van het Presidium. Ten eerste is er het belang van fracties om rechtstreeks bij bepaalde discussies betrokken te zijn. Ten tweede is er het belang van de aansturing van een organisatie, van het toezicht op de directie, van de bestuurlijke verantwoordelijkheden van het gremium. Dat laatste valt niet te doen als je werkt met plaatsvervangers. Dat vind ik dus sowieso problematisch. Het Presidium zit in steeds wisselende samenstelling aan tafel. Met de huidige omvang van het Presidium, elf man, kun je een organisatie niet aansturen. Wij zien dan ook een enorme verschuiving van verantwoordelijkheden die eigenlijk bij het Presidium zouden moeten liggen, in de richting van de directie. Wij zien geen scherpe aansturing van die directie.
De heerRouvoet(ChristenUnie)
Ik heb een concrete suggestie. De VVD-fractie zou kunnen beginnen met het terugtrekken van haar tweede lid uit het Presidium.
De heerWeisglas
De VVD-fractie heeft maar één lid in het Presidium. Ik zit er uiteraard niet voor mijn partij.
De heerRouvoet(ChristenUnie)
Ik herinner mij uit de tijd dat ik er zelf in zat, dat de grote fracties altijd twee leden hadden. Als het wel voor CDA en PvdA geldt, zouden wij daarmee kunnen beginnen.
De heerVan Beek(VVD)
Ik wil de discussie serieus voeren. Wij moeten met elkaar nadenken over de vraag hoe het Presidium in deze tijd zou moeten functioneren. Hoe kunnen wij dat het best vormgeven, ook qua personele samenstelling?
De heerDubbelboer(PvdA)
Er is een serieus element dat in de randvoorwaardelijke sfeer dan echt geregeld moet worden, namelijk de verdeling tussen oppositie- en coalitiepartijen. De heer Van Beek depolitiseert het Presidium, maar bij besluiten over de organisatie spelen veel politieke afwegingen.
De heerVan Beek(VVD)
Dat is juist.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik heb nooit de eer gehad om een Presidiumvergadering bij te wonen, dus ik kan er geen oordeel over vellen. De heer Van Beek heeft het over de steeds wisselende samenstelling. Zou het dan geen goed idee zijn om aan de kleine fracties, die geregeld met agendaproblemen zitten, wel vervangers toe te staan en de grotere fracties, die gemakkelijker iemand vrij kunnen stellen voor dat soort vergaderingen, slechts een permanente vertegenwoordiger toe te staan? Dit voorstel kan meteen in praktijk worden gebracht.
De heerVan Beek(VVD)
Ik wil geen enkel voorstel op voorhand afwijzen, maar ik wil snel af van plaatsvervangende leden. Ik wil een stap verder gaan en het lijkt mij verstandig om daarover een ordelijke discussie voor te bereiden.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik deed een concrete suggestie om uw problemen nu al voor een gedeelte op te lossen. Daarop kunt u toch wel reageren?
De heerVan Beek(VVD)
Het gaat niet om mijn problemen. Wij constateren dat de wijze waarop het Presidium nu werkt, niet goed is. Wij zoeken serieus het gesprek op om met elkaar te bekijken hoe wij het in de volgende periode anders kunnen doen. Wat ons betreft wordt het dus een veel kleiner Presidium, dat op zijn functioneren wordt afgerekend.
Voorzitter. De afgelopen jaren hebben wij een aantal spelregels gewijzigd. Sommige wijzigingen hebben geleid tot een beter functioneren van de Kamer. Andere hebben tot minder goede resultaten geleid. Het zal duidelijk zijn dat wij heel graag af willen van die 30-ledenregel. De evaluatie in de VVD-fractie heeft allang plaatsgevonden. Vroeger kon zelfs door één lid een debat worden aangevraagd. Nu heeft het zich verengd tot de vraag: heb ik er dertig achter mij staan? Dat is geen goede werkwijze. Wat ons betreft wordt het snel veranderd.
Er zullen contracten voor de telefoons worden gesloten. Zonder dat daarnaar gevraagd werd, werd verwezen naar antwoorden op vragen die ik daar vorig jaar over heb gesteld. Onze fractie blijft er voorstander van om te werken met een gebruteerde vergoeding. Het hele traject moet aan de mensen zelf worden overgelaten. Dat zal leiden tot verandering van wetgeving, omdat de vergoedingen wettelijk zijn. Als ik zie wie er nu allemaal mee bezig zijn, zal het heel veel kosten in de ambtelijke organisatie besparen. Ik zeg het nog maar eens een keer, want als de contracten gesloten zijn, hangen wij weer voor een groot aantal jaren.
De discussie over de kinderopvang is gesloten, de besluiten zijn genomen. Wij maken ons wel wat zorgen over het aantal aangemelde kinderen. Daar wordt nogal geheimzinnig over gedaan. Het zou heel vervelend zijn als er zulke grote bedragen worden uitgegeven, terwijl er geen belangstelling voor de voorziening is. Bestaat er al meer inzicht in het aantal inschrijvingen? Stel dat er vanuit de organisatie onvoldoende aanmeldingen komen. Is er dan de bereidheid om ook derden daar gebruik van te laten maken? Dat lijkt mij het beste om er in ieder geval voor te zorgen dat de investering efficiënt wordt benut.
Wij maken ons enige zorgen over de situatie rond de huisvesting na de volgende verkiezingen. Ongetwijfeld zal er weer geschoven moeten worden. Wij vragen met name aandacht voor het gebouw aan de overzijde, het oude gebouw van Buitenlandse Zaken. Op dit moment is er een van de fracties in gehuisvest. Wij vinden dat geen goede situatie. Kan het gebouw niet efficiënter worden benut door een ambtelijke organisatie en kunnen de fracties niet opnieuw worden geconcentreerd in het complex aan deze kant van het Plein? Overigens mis ik het verslag van de Bouwbegeleidingscommissie. De bespreking daarvan was andere jaren altijd een leuk element in de discussie.
Wij zijn erkentelijk voor de vragen die gesteld zijn over het overleg tussen de fractiesecretarissen en de ambtelijke organisatie. De kwaliteit van dat overleg is voor ons zeer belangrijk. Wij vragen daar dan ook aandacht voor. Het is een van de manieren om een heleboel zaken goed te bespreken tussen de top van de ambtelijke organisatie en de fracties.
MevrouwVan Velzen(SP)
Voorzitter. Het begin van mijn betoog is een traditie geworden, maar daarom niet minder oprecht. Afgelopen zaterdag hebben wij een bijeenkomst gehouden in de Oude Zaal. Er kwamen zo'n tweehonderd mensen opdagen en alles verliep totaal vlekkeloos dankzij alle inspanningen van het Restaurantbedrijf, de Beveiligingsdienst en alle mensen die ik niet bij naam en toenaam kan noemen. Namens de SP: dank je wel allemaal!
Daarmee ben ik meteen beland bij personele kwesties. Ik vraag de voorzitter van het Presidium wat er aan de hand is met het Schoonmaakbedrijf. De Kamer heeft met de ingebruikname van het Logement meer vierkante meters gekregen. Er is voor gekozen om externen, uitzendkrachten in te huren. Bij snelle veranderingen begrijp ik dat daarvoor gekozen wordt, maar kiezen voor flexwerk en uitzendkrachten is geen toonbeeld van de voorbeeldfunctie die de Tweede Kamer hoort in te nemen. Gaat het om een besparingsmaatregel en, zo ja, kunnen wij daar een onderbouwing van krijgen? Wat is de reden om er twee soorten personeel op na te houden binnen het Schoonmaakbedrijf?
Wat de klantvriendelijkheid betreft herhaal ik mijn vraag om een lift voor rolstoelgebruikers van het openbare gedeelte. Ook oudere mensen zijn regelmatig angstig op die lange roltrappen. Ik vind dat begrijpelijk. Als bezoeker kun je een kop koffie drinken, maar voor oudere mensen is er geen plek om even te zitten. De kop koffie moet bovendien betaald worden met een chipknip, hetgeen voor oudere mensen vaak lastig is. Kunnen wij daar met zijn allen een oplossing voor bedenken?
Wij nodigen mensen hier uit, niet alleen om een debat bij te wonen, maar ook om te spreken in bijvoorbeeld hoorzittingen. Deze mensen moeten geregeld in een lange rij staan tussen alle mensen die hier op de publieke tribune willen plaatsnemen. Soms levert dat vertraging op bij hoorzittingen. Ik vind dat onwenselijk en ik vraag het Presidium om voor deze mensen een speciale toegang te gebruiken, bijvoorbeeld Binnenhof 1a. Een dergelijke praktisch oplossing doet deze mensen meer eer aan.
Het aanbieden van een petitie zou wat mij betreft in een zaaltje moeten kunnen plaatsvinden. Kopje koffie erbij en elk lid spreekt één of twee zinnen om aan te geven waar hij staat. Dat hoeft niet eens meer tijd te kosten, het is net wat vriendelijker en het doet wat meer eer aan mensen die ver gereisd hebben en die in de regel veel tijd hebben gestoken in het verzamelen van handtekeningen. De heer Dubbelboer is er een jaar geleden al over begonnen, maar helaas heeft dit nog niet tot resultaten geleid. Laten wij er nu wat mee doen.
Mijn fractie is niet erg tevreden over de manier waarop het vragenuurtje loopt. Het is vrij technocratisch en weinig politiek op hoofdlijnen. Wij zijn voor een model à la question time in het Verenigd Koninkrijk: een wekelijkse mogelijkheid om een uurtje met de minister-president te debatteren over actuele thema's. Ik zie geen reden waarom de journalistiek dat elke vrijdag na de ministerraad wél kan en wij niet. Het lijkt mij een goede manier om het vragenuurtje levendiger te maken. Misschien komen er dan ook wat meer Kamerleden opdagen, want het is mij een doorn in het oog hoe weinig Kamerleden er dinsdagmiddag bij zijn. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.
Een andere discussie die al lang loopt, is die over het 151ste Kamerlid, de voorzitter als relatief partijonafhankelijk, niet-stemmend lid. Er is een notitie verschenen, waarin voor- en nadelen van dit model tegenover elkaar zijn gezet. Voor mijn fractie is het duidelijk dat de voordelen tegen de nadelen opwegen. Wat ons betreft kan een Grondwetswijziging van artikel 61 worden voorbereid. Als het nodig is, zal ik er een motie over indienen.
Sinds april dit jaar is er de verplichting om nevenfuncties en neveninkomsten op te geven. De voorzitter van het Presidium heeft hier eerder over gezegd dat het te gek zou zijn als Kamerleden hun eigen Reglement van Orde niet zouden naleven. Hij ziet het bestaan van de registers niet alleen als een verplichting. Voor hem gaat het verder. Zijn woorden waren mij uit het hart gegrepen. De sanctie op het niet-naleven zou volgens hem in de publiciteit liggen. In de krant las ik onlangs een uitspraak van een onzer collega's: "Het exacte bedrag van mijn bijverdiensten meld ik niet, dat gaat niemand wat aan." Dit toont aan dat de sanctie "publiciteit" niet werkt. Daarmee zetten wij onszelf voor schut. Ik stel voor, de registers een meer verplichtend karakter te geven.
MevrouwSpies(CDA)
Ik kom even terug op het Reglement van Orde. Mevrouw Van Velzen verweet mij een herhaling van zetten toen ik het over de dertigledenregel had. Bij herhaling hebben wij hier gesproken over de vormgeving van het vragenuur. Daarover hebben wij dezelfde conclusie getrokken, namelijk dat wij het bij de hele evaluatie van het reglement aan het eind van deze Kamerperiode zouden betrekken. Mevrouw Van Velzen doet nu hetzelfde door te zeggen dat zij overweegt een motie in te dienen over een andere vormgeving van het vragenuur. Zij doet dus mee aan de herhaling van zetten.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik heb u geenszins willen verwijten dat u met een herhaling van zetten kwam. Ik heb wel gezegd dat er een herhaling van zetten zonder concreet voorstel kwam. Eerlijk gezegd heb ik niet het geduld om nog een heel jaar te wachten en te evalueren. De praktijk kennen wij allemaal. Ik zou hier graag discussiëren over de dertigledenregel en er een punt achter zetten. Als mevrouw Spies het nu niet het moment vindt, is het aan haar om haar stemgedrag te bepalen.
MevrouwSpies(CDA)
Het ging mij erom dat u mij verweet dat ik mij niet zou neerleggen bij een eerder getrokken conclusie. Ik heb aangegeven dat ik dat wel doe. U doet nu precies hetzelfde rond het vragenuur.
MevrouwVan Velzen(SP)
Voelt u zich vooral niet geremd door mij, want discussies over echte problemen moeten gevoerd worden. De voortdurende discussie over de dertigledenregel moeten wij gewoon nu hier voeren. Ik heb daar geen evaluatie voor nodig. Mijn standpunt is duidelijk: ik vind dat er een vijftienledenregel moet komen. Uw standpunt is ook duidelijk. Wat mij betreft kunnen wij er gewoon over discussiëren. Als u zich gehouden voelt aan een afspraak om een evaluatie te houden, vind ik dat best, maar het is niet mijn keuze.
Ik kom op een aantal kleine punten, die overigens niet van minder belang zijn. Mijn fractie is voorstander van elektronisch stemmen. Dat gebeurt ook in andere parlementen en het haalt de druk af van het idee van hoofdelijk stemmen. Hoofdelijk stemmen vind ik erg goed. Het kost erg veel tijd en daarom slaan wij het vaak over. Bij elektronisch stemmen is elke stem hoofdelijk. Ik vind dat een vorm van transparantie van het democratisch proces.
Graag hoor ik wat er met het Logement aan de gang is. Er zijn verbouwingen, de beveiliging moet worden aangescherpt, het is niet helemaal rolstoelproof, het dak lekt. Wat kost dit allemaal, en worden mensen aangeklaagd die mogelijk fouten hebben gemaakt bij de constructie van het gebouw?
Het Kamergebouw heeft tegenwoordig een gezond, gedeeltelijk biologisch restaurant. Het lijkt goed aan te slaan, het eten is goed, maar het is jammer dat er zo'n waterscheiding wordt aangebracht. Kunnen wij het biologische restaurant niet in één keer opheffen en het gewoon mooi laten samengaan? Dan kunnen wij net als op het ministerie van LNV die 50%-norm voor biologische producten halen. Wat mij betreft geldt dat alleen voor de lunch. Helaas wordt er al jaren over gepraat, maar kan de koffie niet weer gewoon Max Havelaar worden? Dat is ook een voorbeeld van een voorbeeldfunctie.
Ik weet dat er van alles digitaal aan het veranderen is en dat er grote budgetten worden uitgetrokken, maar ik krijg van buiten vaak de klacht dat mensen niet kunnen terugvinden wat wij hier besproken hebben, wat er besloten is en wie wat gezegd heeft. Parlando is erg moeilijk, niet alleen voor mensen van buiten, maar ook voor mensen in het gebouw. Als wij dan toch zo'n digitale revolutie gaan meemaken, kan dit dan het eerste actiepunt zijn? Wanneer kan Parlando gebruikersvriendelijk gemaakt worden?
MevrouwÖzütok(GroenLinks)
Voorzitter. Namens mijn fractie, haar medewerkers en stagiairs dank ik allen in dit gebouw voor de in het afgelopen jaar geleverde diensten. Ik ben hier nog niet zo lang, maar ik ben zeer onder de indruk van en gefascineerd door de perfecte uitvoering van de werkzaamheden alhier. Dienstverlening aan 150 eigenwijze Kamerleden is geen makkelijke taak. Dat besef ik iedere dag dat ik hier rondloop. Ik complimenteer de organisatie en haar medewerkers.
De Raming is een duidelijk verhaal, hetgeen te danken is aan het werk van het Presidium. Mijn fractie heeft waardering voor dat werk en wij steunen de plannen voor het komend jaar. Wel willen wij op een aantal zaken de aandacht vestigen.
In januari 2006 is het gezonde Pleinrestaurant geopend. Wij zijn zeer tevreden over dit restaurant en zien dat er veel belangstelling voor is. Die belangstelling zou volgens mij nog groter kunnen worden. Gezond voedsel heeft een sterke correlatie met gezondheid. Gezond eten zou verder gestimuleerd moeten worden. Het enige nadeel is dat de prijs van gezonde en verantwoorde producten hoger ligt dan die van producten in het minder gezonde restaurant. In het gezonde restaurant zijn bijvoorbeeld alleen luxe, duurdere watertjes te krijgen. Een meer kostenbewust aanbod zou zeer welkom zijn. Mijn fractie vraagt daar aandacht voor. Waarom is het restaurant overigens op maandag gesloten? Is er op maandag niet voldoende animo voor gezond voedsel?
Er zal veel worden geïnvesteerd in automatisering en Parlis, het nieuwe proces- en documentatieregistratiesysteem. Wij juichen dat toe, ook omdat het huidige systeem niet toegankelijk is. Wij zijn groot voorstander van toegankelijkheid van informatie over de Kamer en transparantie van de werkzaamheden in de Kamer. Wij vragen om aandacht voor gebruikersvriendelijkheid. Ieder systeem dat niet klantvriendelijk is, zal alleen ergernis en frustraties teweegbrengen, en dan zijn wij verder van huis. Met klem verzoeken wij de uitvoerders van de plannen om de gebruikersvriendelijkheid niet uit het oog te verliezen.
Wat ook enigszins onduidelijk overkomt, is de raming van het outplacementbudget. Een aantal fracties heeft daar vragen over gesteld, maar het is mij nog steeds niet helder of het gaat om overschrijding of om onderbesteding. Als het onderbesteding is, vraagt mijn fractie zich af hoe dat komt. Is het niet gelukt om mensen naar werk te leiden of is er niet gekozen voor de mogelijkheden? Outplacement is een prima instrument om mensen van werk naar werk te leiden. Wij willen dat er meer gebruik van wordt gemaakt. Een doelmatige inzet van het instrument staat of valt met de bekendheid ervan. Meer bekendheid en toegankelijkheid van het instrument kan ook tot vermeerdering van het gebruik leiden.
Mijn fractie is tevreden over de plannen voor een interne en externe loketfunctie. Wij hopen dat het onderzoek om te komen tot één loket bruikbare handvatten zal bieden om een dergelijk loket in het leven te roepen. Wij vragen ons wel af of het onderbrengen van verscheidene functies onder één loket de wachttijden zal verminderen. Een punt van zorg is de verwerkingstijd tussen het aanvragen en aanleveren van diensten. Wel is het goed dat er een aanspreekpunt is. Nu is het vaak onduidelijk bij wie je moet zijn of moet je voor bepaalde zaken bij meerdere diensten langs. In de onderzoeksfase moet er rekening mee worden gehouden voor de organisatie die achter het loket wordt geconstrueerd. Zal het ene loket er niet toe leiden dat het langer duurt voordat de vraag bij de juiste dienst ligt en het dus langer duurt voordat de vraag afgehandeld is? Worden vragen straks daadwerkelijk adequaat en snel beantwoord, dan kan dit tot vermindering van wachttijden leiden. Een punt van zorg is de wachttijd voor het afleveren van laptops en computers. Ik heb al drie weken op mijn laptop moeten wachten. Volgens mij kan het echt veel korter. Minder bureaucratie kan een aanzienlijke verbetering in de organisatie betekenen.
Het huishoudboekje ziet er degelijk uit. Een aantal zaken is in gang gezet. Ik ga ervan uit dat het tot bestedingen zal komen. Het komend jaar is een verkiezingsjaar en zal duurder zijn. Dit komt niet tot uitdrukking in de aanbestedingen. Hoe zit dat? Fracties zouden wat meer ruimte moeten krijgen voor het aansturen van de eigen middelen.
Vorig jaar heeft mijn fractie zich hard gemaakt voor het behoud van de dertigledenregel. Ook in de toekomst zullen wij vechten voor het behoud van deze democratische werkwijze.
De heerRouvoet(ChristenUnie)
Voorzitter. Ik beschouw dit als een van de parlementaire hoogtepunten. Daarom is het in mijn fractie goed gebruik om dit debat op fractievoorzittersniveau te voeren. Tot mijn vreugde zie ik dat dat ook bij de VVD het geval is. Dat geeft de betekenis van dit debat direct weer aan.
De fractie van de ChristenUnie dankt het personeel van de Kamer in alle geledingen, in alle denkbare takken van sport. Er is altijd veel te organiseren. Ik sluit mij aan bij de goede woorden die hierover gesproken zijn. Onlangs hadden ook wij een vriendendag hier, met zo'n zes-, zevenhonderd mensen. Wij zijn zeer tevreden over de manier waarop dat gegaan is: de hele dag een Kamer voor je eigen gebruik met enorm veel inzet door het personeel. Ik heb indertijd in de hectiek verzuimd om daar een aparte opmerking over te maken, maar dat maak ik bij dezen in zijn algemeenheid graag goed.
De Kamer is een ingewikkelde instelling. Het gebouw is een soort bedrijfsverzamelgebouw, zoals de directeur Bedrijfsvoering onlangs liet optekenen. Dat heeft gevolgen voor de wijze waarop de Kamer wordt bestuurd. Het Presidium is het hoogste orgaan, maar het bevoegd gezag van de Kamerambtenaren is de Griffier. De Kamer bestaat uit fracties die geen rechtspersoonlijkheid hebben, zoals blijkt uit het onvolprezen werkstuk van collega Jan de Vries van een aantal jaren geleden. Dientengevolge zijn personeelsleden van de fracties in dienst van stichtingen, waarover het Presidium weer niets te zeggen heeft, behalve voorzover het de subsidieverstrekking betreft. Het Presidium is vervolgens over de fracties in zoverre sturend voorzover de fracties dat toelaten. Voor de Voorzitter en het Reglement van Orde geldt hetzelfde. Het is niet zo gek dat het steeds weer zoeken is naar hoe wij het het beste met elkaar moeten zien te rooien. Het Presidium denkt daarover na, maar de bezinnende bijeenkomsten daarover zijn uitgesteld. Dat is jammer, want er valt wel wat te bezinnen. De huidige organisatie leidt soms te veel aan kunst- en vliegwerk. Het Presidium moet zich blijkens de stukken ook nogal eens buigen over zaken waarvan je je afvraagt of ze daar wel thuishoren. Het primaire proces gaat altijd voor, maar belast een efficiënte bedrijfsvoering nogal eens. Binnen de bedrijfsvoering zie je nogal eens onvoldoende begrip voor of misschien wel feeling met de specifieke wensen van Kamerleden, fractiemedewerkers of ambtenaren die met het primaire proces bezig zijn. Misschien is het wel eens goed, te kijken naar de organisatiewijze van instellingen die enigszins – ik zeg het met de nodige voorzichtigheid – met de Kamer vergelijkbaar zijn, dus instellingen waar primair proces en bedrijfsvoering ook gemakkelijk met elkaar op gespannen voet kunnen komen te staan. Daarbij denk ik aan de gerechten. Verder hoop ik en ga ik ervan uit dat de bezinning op een betere werkrelatie en onderlinge afstemming tussen MT en ambtelijk secretarissen ook haar vruchten afwerpt. Uit mijn interruptiedebatje met de heer Van Beek is gebleken dat mijn fractie het niet primair zoekt in een kleiner Presidium, maar misschien zou het helpen als er minder vaak werd gewisseld, een euvel dat misschien bij grotere fracties vaker voorkomt.
Een oud punt is dat de amendementen in de parlementaire kengetallen nog steeds niet worden geteld. Wij vragen of dat alsnog kan gebeuren. Het CBS houdt dat wel bij, en dan is het vreemd dat de Kamer dat zelf niet doet. Verder verzoeken wij amendementen bij wijze van korte omschrijving inhoudelijk op de stemmingslijsten te benoemen. Dat kan bij moties ook, en dat maakt ons proces een stuk inzichtelijker.
De heerDubbelboer(PvdA)
Op zich is dit een goed punt, maar u zegt dat het CBS dat al bijhoudt. Waarom moeten wij dat dan ook nog eens doen?
De heerRouvoet(ChristenUnie)
Wij hebben jaarlijks een aantal parlementaire kengetallen waarin alles wordt geteld: mondelinge vragen, schriftelijke vragen en moties, behalve amendementen. Als wij dat gewoon zelf doen, moet het CBS maar bezien of dat achterwege kan worden gelaten. Maar het ontbreekt nu in ons eigen overzicht, wat ons niet logisch lijkt.
De Kamer is kennelijk gevallen voor de door het Presidium kennelijk gevoelde druk dat het niet makkelijk is uit te leggen, waarom er recessen zijn en waarom er de zogenaamde "koetsdagen" na Pasen en Pinksteren zijn. Ik snap wel dat communicatie met de bevolking iets is om je veel aan gelegen te laten liggen, maar kennelijk zijn wij bezweken onder de druk om uit te leggen, waarom er recessen en "koetsdagen" zijn. Om onze bedrijfsvoering zo om te gooien dat een fatsoenlijke voorbereiding van de week na Pasen en Pinksteren voor de fracties eigenlijk niet goed meer te doen is, is het andere uiterste. Ik vraag daarom, die "koetsdagen" opnieuw in te voeren.
Op onze vragen inzake "Q" is niet inhoudelijk gereageerd. Mijn fractie snapt de overgang naar portals en wat daarmee samenhangt, maar het kan niet zo zijn dat de bedrijfsvoering van fracties ernstig wordt bemoeilijkt door capaciteitsgrenzen die worden gesteld aan "Q" op het moment dat wij nog niet met die portals werken. Ik krijg graag een duidelijke toezegging op dat punt, want ook mijn fractie is daar al mee geconfronteerd.
In de sfeer van een wat gebrekkige afstemming tussen bedrijfsvoering en behoeften kwalificeer ik de grootscheepse vervanging van het meubilair in de Kamer. Mijn fractie kan uitstekend uit de voeten met wat wij nu hebben, wij hebben prima, absoluut niet versleten meubilair staan, maar toch moeten wij er de komende weken aan geloven, met als gevolg inpakken, stickeren, vervangende werkruimte tijdelijk benutten, ga er maar aan staan!
Over de knipseldiensten die zullen worden geleverd wil ik graag vragen of zij tegemoet kunnen komen aan de wensen die bij fracties leven. Ik heb begrepen dat een ChristenUnie-attendering niet kan, en dat zou wat ons betreft wel mogelijk moeten zijn. Dat heeft niet zoveel met politiek te maken. Het kan toch niet zo zijn dat een ChristenUnie-attendering niet kan, maar een attendering op naam van de heer Van Beek, door mij aangevraagd, wel? Misschien moeten wij het voor elkaar gaan aanvragen, maar dat lijkt mij tamelijk omslachtig.
De bijzondere Kamercommissies worden bijna standaard ondersteund door Kamerambtenaren. Een enkele keer worden daar ook fractiemedewerkers bij betrokken, wat grote voordelen kan hebben. Ik doe de suggestie om die ondersteuning vaker mede vanuit de fracties te regelen.
Ik weet dat aan verbetering van de site van de Tweede Kamer wordt gewerkt. Het doet mij deugd dat die site er goed schijnt uit te zien. Tot nu toe is de site van de Eerste Kamer echter, ook als het gaat om het zoeken naar primaire wetgevingsstukken, veel toegankelijker dan die van de Tweede Kamer. Waarom is er op het punt van de primaire stukken geen sprake van één site?
De vergadering wordt van 12.28 uur tot 13.30 uur geschorst.
De heerWeisglas
Voorzitter. Het is mij een groot plezier om alweer voor de vijfde keer de raming van de Tweede Kamer te mogen verdedigen. Als ik de heer Van Beek hoor, zal dat ook niet de laatste keer zijn! Dank namens alle medewerkers voor de complimenten aan die medewerkers, en dank van mijzelf voor die complimenten, op velerlei manieren naar voren gebracht. Mevrouw Spies koos voor een internationale invalshoek, naar aanleiding van een Habitatbijeenkomst, mevrouw Van Velzen en de heer Rouvoet naar aanleiding van partijbijeenkomsten, en mevrouw Özütok vanuit recente ervaringen. Dank voor die welgemeende complimenten.
In de nota naar aanleiding van het verslag hebben wij al gezegd dat de opzet van de begroting in hoofdstukken en dergelijke met ingang van volgend jaar duidelijk anders zal zijn. Er is gevraagd wat de reden is dat, tegen het perspectief van het uitgavenniveau in het verleden en de hoogte van de raming voor 2007, de meerjarencijfers 2008-2011 substantieel lager zijn.
Tegelijkertijd is gevraagd of de raming voor 2007 realistisch is. In de nota naar aanleiding van het verslag staat wat ik nu ga zeggen iets uitgebreider: wij vinden het in alle oprechtheid een realistische raming. De raming voor 2007 voorziet uiteraard in de budgettaire dekking van het bestaande en het nieuw voorgestelde beleid, zij houdt rekening met incidentele uitgaven en met voorzieningen voor bijvoorbeeld de extra verhuisbewegingen in het verkiezingsjaar 2007. Toch brengt de aard van ons bedrijf mee dat er incidentele uitgaven zijn te doen, iets wat nooit te voorkomen zal zijn. De meerjarencijfers moeten de weerslag zijn van het beoogde meerjarenbeleid, maar de meerjarige beleidsontwikkeling is intern nog niet volledig uitgekristalliseerd. Verder heeft het kabinet ervoor gekozen – het kabinet heeft dat recht, dus het is geen verwijt – om ten aanzien van sommige voorstellen van onze kant alleen maar per ramingsjaar punten over te nemen, wat het iets lastiger maakt. Daardoor kunnen de meerjarencijfers op sommige punten geen volledig beeld geven. Maar nogmaals, ik ben ervan overtuigd dat de cijfers zo realistisch mogelijk zijn.
MevrouwSpies(CDA)
Wij hebben het over realistisch versus optimistisch gehad. Ik vind de cijfers optimistisch, omdat u voor 2007 heel nadrukkelijk aangeeft dat het een duur jaar wordt, en toch niet met een raming komt die hoger is dan de uitgaven over de afgelopen jaren. Is er de afgelopen jaren sprake geweest van onderbesteding, of gaat u de touwtjes op andere posten strakker aanhalen, waardoor de meerkosten voor 2007 kunnen worden gedekt? Realistisch ramen is ook mijn uitgangspunt, maar de cijfers en de toelichting spreken elkaar toch wat tegen.
De heerWeisglas
De raming voor 2007 is realistisch, waarbij rekening is gehouden met bewegingen die met de komende verkiezingen hebben te maken. De raming is ook sober. Al hetgeen de afgelopen tijd in ramingen aan het Presidium is gevraagd op het gebied van efficiency begint nu zijn doorwerking te krijgen.
MevrouwSpies(CDA)
Kunt u concreet aangeven wat wij in 2007 efficiënter doen dan in 2006 of 2005 om die extra kosten goed te maken? Het moet ergens vandaan komen.
De heerWeisglas
Niet zozeer minder. Maar een operatie die erop is gericht de Dienst Automatisering klantvriendelijker te maken, is tegelijkertijd ook efficiënter. Dat wat betreft de raming over 2007 en de meerjarencijfers.
De heerVan Beek(VVD)
Bent u 2006 al voorbij?
De heerWeisglas
Op 2006 kom ik in tweede termijn terug.
Mevrouw Spies heeft gevraagd, waarom alle verbeteringen uit een ambtenaren-cao niet doorwerken naar de fractiekostenregelingen. De verklaring hiervoor zit in de systematiek van de regeling, waarin een koppeling wordt gelegd met de loonsom. Een verhoging van de loonsom werkt vervolgens door in de fractiekostenregeling. Deze regeling is dus gekoppeld aan algemene, generieke salarismaatregelen, met dit als resultaat.
MevrouwSpies(CDA)
Bent u bereid de regeling aan te passen? Als je gewoon een ambtenaren-cao wilt volgen, zitten daar de loonsom en de secundaire arbeidsvoorwaarden in. De loonsom loopt door, maar de secundaire dingen niet. Waarom wordt die knip dan gemaakt?
De heerWeisglas
Omdat de regeling op dit moment zo is, en wij die niet eenzijdig kunnen doorbreken.
MevrouwSpies(CDA)
Bent u bereid om een initiatief te nemen om in overleg met schat ik BZK dat gesprek over het gelijktrekken aan te gaan?
De heerWeisglas
Daar wil ik nog even over nadenken.
MevrouwSpies(CDA)
Ziet u de ratio achter de knip die wordt gemaakt? Waarom is dat alleen op de loonsom gebaseerd? Misschien zit daar een ratio achter die wij, als wij die kennen, volstrekt delen.
De heerWeisglas
Niet alle fracties hebben dezelfde cao.
MevrouwSpies(CDA)
Interessant om te weten welke fracties de cao willen volgen. Als wij dat weten, kunnen de verschillen in beeld worden gebracht, waarna wij het gesprek over aard en achtergrond van die regeling kunnen aangaan.
De heerWeisglas
Ik durf het niet voor mijn verantwoordelijkheid als voorzitter alleen te nemen om dat zo eventjes toe te zeggen. Ik wil dat nog bestuderen, zo nodig in het Presidium, maar ook de commissie Emolumenten zou daarover kunnen adviseren. Ik neem het punt mee en kom dus niet nu tot een definitieve uitspraak daarover. Ik heb niet de vrijheid om dat te doen op een zo vergaand financieel punt.
Mevrouw Spies heeft gevraagd of het mogelijk is om in het kader van de bestedingsregels voor de financiële ondersteuning van fracties afgekeurde kosten alsnog te verrekenen. Ik begrijp haar vraag wel, maar dit lijkt mij moeilijk. Kosten die volgens het oordeel van de accountant niet declarabel zijn, kunnen ook niet achteraf worden verrekend. Fracties moeten er nog beter op letten dat de opgevoerde kosten te declareren zijn. Hierover is altijd overleg mogelijk. Wellicht kunnen FEZ en de Accountantsdienst tevoren al op bepaalde zaken wijzen. Dit lijkt mij juist in een verkiezingsjaar van belang, want vooral rondom de verkiezingen doen zich dergelijke problemen voor. Er is een grijs gebied. Fracties moeten zich daarover informeren. Daarnaast kunnen FEZ en de Accountantsdienst anticiperend op bepaalde ontwikkelingen op de (on)mogelijkheden van de regeling wijzen.
De heer Van Beek heeft naar het saldo van 2005 gevraagd. De begroting bedroeg 109,4 mln. en er is 105,9 mln. uitgegeven. Er was dus een onderuitputting van 3,5 mln., dus 3%. Dit werd vooral veroorzaakt door de posten schadeloosstelling, wachtgelden en pensioenen. Het is moeilijk, te voorspellen in welke mate er een beroep op de wachtregeling gedaan zal worden. Gelukkig hoeven velen daar niet volledig gebruik van te maken.
De heerVan Beek(VVD)
Dank voor dit antwoord, maar ik had deze vraag niet gesteld. Mijn vraag had betrekking op het eerste halfjaar van 2006.
De heerWeisglas
Die vraag wil ik graag in tweede termijn beantwoorden, maar deze vraag heeft u volgens mij ook gesteld en anders had u haar ongetwijfeld willen stellen.
Mevrouw Spies heeft gesproken over een andere opzet van de begroting. Bij het ministerie van LNV wordt een experiment gehouden met een baten-lastenbegroting. Het kabinet heeft nog niet besloten om van het kas-verplichtingenstelsel af te stappen. Wij volgen de ontwikkelingen. Mocht het kabinet overgaan op een ander stelsel, dan is het logisch dat de Kamer het kabinet ook op dat punt volgt.
Ik kom te spreken over het aanzien van de Kamer en de manier waarop wij over ons eigen werk spreken. Dit is een zeer breed onderwerp, maar ik zal mij beperken. Buiten deze Kamer heb ik daar al het nodige over gezegd. Wij moeten uitstralen dat wij trots zijn op wat hier gebeurt. Onder anderen mevrouw Dijksma heeft gezegd dat wij niet bang moeten zijn om voor onszelf op te komen. Ik ben het natuurlijk eens met degenen die hebben gezegd dat er geen sprake mag zijn van nestbevuiling. Ik geef het beroemde voorbeeld van de recessen. Over enkele dagen nemen wij in deze zaal voor acht weken afscheid van elkaar. Dan gaan wij met vakantie, zoals veel Nederlanders dat gelukkig kunnen doen. Jammer genoeg geldt dit niet voor alle Nederlanders. Tijdens het reces zien wij elkaar echter ook op alle mogelijke momenten en manieren terug: bij werkbezoeken, voorbereiden van wetsvoorstellen enzovoorts. Het is niet zo dat wij in de zomer acht weken vakantie hebben, dus moeten dergelijke verhalen ook niet naar buiten worden gebracht. Dat is nestbevuiling.
Wij moeten echter wel openstaan voor kritiek op ons eigen functioneren, dus niet achterover leunen en zeggen dat alles wat wij doen goed is. Als er één organisatie kritisch moet zijn op haar eigen functioneren, dan is dat de Kamer. Er is een verschil tussen nestbevuiling en kritisch zijn op het eigen werk.
De heerDubbelboer(PvdA)
Heeft u uw collega van de Eerste Kamer, mevrouw Timmerman-Buck, aangesproken op de kritiek die zij met naam en toenaam op leden van deze Kamer heeft geuit?
De heerWeisglas
Ik heb haar daar nog niet op aangesproken, maar ik heb haar de laatste tijd ook niet gesproken. Ik ben enkele dagen in het buitenland geweest. Als ik haar zie, zal ik het zeggen. Wij hebben het nu over de raming van de Tweede Kamer en laten wij de Voorzitter van de Eerste Kamer niet groter maken dan zij is.
De heerDubbelboer(PvdA)
Dat laatste is voor uw rekening. U sprak terecht over het aanzien van de Tweede Kamer. Ik ben blij dat u onderscheid probeert te maken tussen functionele kritiek en nestbevuiling. Ik ben dan ook benieuwd of u opkomt voor leden van deze Kamer die door de Voorzitter van de Eerste Kamer gebrek aan kwaliteit wordt verweten. Deze leden zijn met naam en toenaam genoemd.
De heerWeisglas
Mijn woorden van zojuist waren ironisch bedoeld. Ik begrijp wat u bedoelt. Ik vind het overdreven om daarover speciaal te bellen of te schrijven, maar als ik haar spreek, zal ik het met haar opnemen.
Wij moeten er ook niet van uitgaan dat men alleen maar kritisch naar ons kijkt en dat ons aanzien niet groot is. Degenen die hier op bezoek zijn, zijn onder de indruk van ons werk. Zij vinden dat hier interessant en goed werk verricht wordt. Dat moeten wij ook uitstralen. Het is overigens ook niet zo somber als men soms doet voorkomen. Het is van belang dat wij onze bezoekers goed ontvangen. Wij zullen de knelpunten die zich daarbij voordoen, moeten wegnemen. Als mensen die voor een hoorzitting komen te lang moeten wachten, kan dit wellicht verholpen worden door een andere ingang daarvoor open te stellen. Er zal ook nagegaan worden of het aanbieden van petities op een wat vriendelijker manier kan. Ik weet dat dit punt vorig jaar ook aan de orde is geweest. Ik teken hierbij aan dat leden dan ook de verplichting hebben om bij het aanbieden van petities en dergelijke aanwezig te zijn. Het gebeurt te vaak dat leden het bij bepaalde commissieactiviteiten laten afweten. Het uitgangspunt is dat bezoekers beter en vriendelijker ontvangen moeten worden. Misschien moet het inhoudelijk ook beter. Dat is echter niet aan mij, maar aan de commissies.
Ik steun het idee van de CDA-fractie dat alle Nederlanders voor hun 18de jaar een keer de Tweede Kamer moeten hebben bezocht. Dit voorstel wordt in overleg met onder andere OCW bekeken. Wij zullen voor 31 december daar nadere mededelingen over doen.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik neem aan dat concreet wordt uitgewerkt hoe wij vriendelijker met onze bezoekers kunnen omgaan. Ik wil voorkomen dat wij over een jaar opnieuw hierover moeten spreken.
De heerWeisglas
Na de zomer zal er een concreet voorstel worden gedaan, in eerste instantie aan het Presidium. Daarbij zal er aandacht worden besteed aan alle genoemde aspecten, tot en met de koekjes.
Ik voelde mij zeer thuis bij de opmerkingen van de heer Rouvoet over de taakverdeling tussen het Presidium als toezichthouder en het managementteam, de ambtelijke leiding van de Kamer. De ambtelijke leiding heeft wettelijk taken toebedeeld gekregen die het Presidium niet heeft. Het Presidium is niet de directie van de Kamer, want die wordt gevormd door de Griffier en de twee directeuren. Het Presidium is een overkoepelende toezichthouder. Binnen de Kamer zijn er bovendien nog de verschillende fracties. De directeur Bedrijfsvoering heeft het in een interview eens over een bedrijfsverzamelgebouw gehad. Dat is wellicht wat te commercieel uitgedrukt, maar de strekking van zijn opmerking is duidelijk. Wij geven letterlijk onderdak aan alle fracties.
Er is een periode geweest dat het Presidium zich veel meer bezig hield met het leiding geven aan de werkorganisatie. Onder mijn voorganger Deetman is dat ingrijpend veranderd, uiteraard met instemming van de Kamer. De werkorganisatie is in zeer hoge mate geprofessionaliseerd. De Griffier heeft conform de bepalingen in de Grondwet daadwerkelijk de leiding van de ambtelijke organisatie. Dit sluit aan bij de Wet op de ondernemingsraden, waarin staat dat de Voorzitter of een ander lid van de Kamer niet als bevoegd gezag kan optreden ten opzichte van de ondernemingsraad. Het bevoegd gezag van de werkorganisatie berust bij de Griffier en de twee directeuren.
Het Presidium heeft een toezichthoudende taak. De Voorzitter, die als enige daartoe voltijds beschikbaar is, voert die taak uit, bijvoorbeeld door het wekelijks werkoverleg op maandagmiddag met de leden van het managementteam. Vrijwel dagelijks wordt overlegd over zake die de organisatie betreffen met leden van het managementteam en andere medewerkers. Zo nodig, geeft de Voorzitter aanwijzingen.
Het Presidium heeft een veel nadrukkelijker functie in de leiding van de Kamer als politiek controle- en medewetgevingsorgaan. Voorstellen voor parlementaire enquêtes en onderzoeken, zaken die tot het constitutioneel proces behoren, lopen altijd via het Presidium. Het Presidium gaat over het reilen en zeilen van de Kamer als politieke organisatie. Over de wijze waarop die taken vervuld moeten worden, wordt regelmatig in het Presidium gediscussieerd. Binnenkort zal er een soort heisessie worden georganiseerd om daarover te brainstormen. Tot spijt van elk lid van Presidium is het vanwege agendatechnische redenen niet gelukt om dit voor de zomer te doen, maar dit zal nu na de zomer gebeuren. Mijn streven is om die bijeenkomsten te laten uitmonden in een evaluatie met een lijst van aanbevelingen voor een volgende periode.
Wij zullen ons zeker buigen over de samenstelling van het Presidium. Met elf leden is het Presidium groter dan ooit. Ik ben sinds 1994 lid en ik kan mij een Presidium van zeven leden herinneren. Werkt dat beter? Deze vraag moet zeker aan de orde komen. Is een Presidium van elf leden wel efficiënt? De Voorzitter wordt gekozen, maar de andere leden niet. Volgens het Reglement van Orde kan dit overigens wel.
MevrouwSpies(CDA)
Het is goed om zelf in de spiegel te kijken, maar het is ook goed om de spiegel voorgehouden te krijgen. De evaluatie bestaat uit een heisessie van het huidige Presidium. Mijn fractie wil graag een wat bredere evaluatie, door ook anderen erbij te betrekken.
De heerWeisglas
Ik sta daar absoluut niet negatief tegenover, maar het lijkt mij goed dat het Presidium gelegenheid krijgt om zich daar eerst zelf over te buigen. Het is jammer dat dit pas na de zomer kan. Ik ben er absoluut niet tegen om daarna de resultaten daarvan met anderen bespreken. Uiteindelijk gaat de Kamer er zelf over.
De heerVan Beek(VVD)
Ik ben het met u eens dat het Presidium een politieke functie heeft, maar ook het toezicht op directie en organisatie moet vorm en inhoud krijgen. Naar mijn idee gebeurt dit nu niet op de beste wijze.
De heerWeisglas
De vraag hoe je je als bestuurder in het Presidium wilt opstellen, is ook onderdeel van de evaluatie. De leden worden benoemd door hun fractie, maar zij zitten daar natuurlijk niet alleen om de belangen van hun fractie te verdedigen. Zij zitten er ook voor het algemeen belang van de Kamer. Een logische consequentie van het feit dat bijna alle fracties in het Presidium vertegenwoordigd zijn, is dat de leden toch voornamelijk opkomen voor de belangen van hun fractie. Bij een kleiner gezelschap zal men eerder de bredere verantwoordelijkheid voelen. Ik laat nu al een beetje merken dat ik een voorkeur heb voor een kleiner Presidium, maar daarmee loop ik vooruit op allerlei dingen die nog in het Presidium besproken moeten worden.
De meningen over de regel dat de aanvraag voor een spoeddebat moet worden gesteund door dertig leden, zijn verdeeld. Deze afspraak wordt ruim voordat de volgende Kamer aan het werk gaat, geëvalueerd. In de commissie voor de Werkwijze is afgesproken dat bij de evaluatie van alle veranderingen van het Reglement van Orde externe deskundigen en de fracties zullen worden betrokken. Daarbij kunnen niet alleen de recente wijzingen aan de orde komen, maar ook zaken zoals de themacommissies. Na het zomerreces zal de commissie voor de Werkwijze een onderzoeksplan met toetsingscriteria voor een degelijke evaluatie van het Reglement van Orde bespreken.
Ik zeg op voorhand dat de dertigledenregel nooit een automatisme mag worden. Soms lijkt het daar wel eens op, maar ik zal mij er nog meer voor inspannen om dit tegen te gaan. Wij moeten altijd op grond van argumenten tot besluitvorming komen. Ik ga natuurlijk niet over de inhoudelijke gronden, maar ik heb het over de feitelijke argumenten ten aanzien van de procedure. Mij wordt achteraf overigens wel eens gevraagd waarom een bepaald spoeddebat niet is doorgegaan. Dus het heeft vaak twee kanten. Het moet echter niet een automatisme zijn. Het mag niet alleen een kwestie van tellen zijn en "that's it". Als dat te vaak gebeurt, zal ik als voorzitter zeggen dat dit niet de invalshoek mag zijn van de dertigledenregel.
Dan het 151ste Kamerlid. Daar heb ik mij positief over uitgelaten. Er is naar aanleiding van de bespreking in het Presidium en bij de behandeling van de raming een paar jaar geleden door de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van BZK over dit onderwerp een notitie gemaakt, waarin op een rij is gezet wat de voordelen zijn van het 151ste Kamerlid. Dat is een Kamervoorzitter die geen lid van een fractie is maar wel lid van de Kamer. In die notitie werd geconcludeerd dat de nadelen groter zijn dan de voordelen. Dit staat los van het feit dat er een grondwetswijziging voor nodig is. De commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was overtuigd van die grotere nadelen, want zij heeft de notitie voor kennisgeving aangenomen. Daarmee was de procedure afgerond.
MevrouwVan Velzen(SP)
Kan de heer Weisglas zijn persoonlijke mening hier geven? Hij heeft die notitie ook gelezen. Mijn weging van voor- en nadelen valt anders uit. Ik zou daar graag vandaag nog nader op ingaan aan de hand van een motie, mede omdat er een grondwetswijziging nodig is. Dat heeft natuurlijk tijd nodig. Wat vindt de heer Weisglas nu persoonlijk? Hij heeft zich hierover eerder zeer positief uitgelaten.
De heerWeisglas
Ik krijg wel eens te horen dat ik alleen maar mag zeggen wat de meerderheid van de Kamer vindt en dat ik verder gemuilkorfd zou moeten zijn. Dat heeft mij niet voorzichtiger, maar wel nog alerter gemaakt. Mijn persoonlijke mening is niet meer zo relevant nu de commissie het heeft afgehandeld, maar ik wil die mening natuurlijk wel geven. Ik vind het een mooi en aardig plan. De Kamer denkt daar echter anders over. Daarmee is het in deze procedure afgerond.
De heer Dubbelboer heeft gevraagd naar goedkeuringsprocedures voor schriftelijke vragen. Schriftelijke vragen hebben voor de griffier en de plaatsvervangend griffiers hoge prioriteit. Het gaat boven alles. De behandelduur vanaf indiening tot en met doorgeleiding naar een ministerie is kort en is ook korter geworden. Bij uitzondering wordt de termijn van drie dagen overschreden als er bijvoorbeeld naar bronnen gevraagd moet worden of als er nadere informatie nodig is. De procedure met drie schijven, te weten de vakgriffier, de griffier en de marginale toetsing door de voorzitter, vind ik waardevol. Het lijkt mij niet verstandig om één van die drie schijven over te slaan. Als de vragen zijn goedgekeurd, worden zij uiteraard per fax of mail aan de ministeries gezonden. Dat hoeft niet op een postkoets te wachten.
De heerDubbelboer(PvdA)
Graag krijg ik nader inzicht op dit punt. Dat kan schriftelijk of in een nader overleg. De informatie die mij bereikt heeft, komt namelijk niet zo maar uit de lucht vallen.
De heerWeisglas
Dat is goed. Dit is typisch één van de punten waarover het managementteam graag met de ambtelijk secretaris spreekt.
Dan het vragenuur. Bij het ramingsoverleg 2006 is over het vragenuur gepraat naar aanleiding van een eerdere motie van mevrouw Dijksma. Zoals iedere keer blijkt in de commissie voor de Werkwijze, is het probleem dat tot nu toe geen meerderheden te vinden zijn voor bepaalde voorstellen. Er zijn allerlei voorstellen van allerlei kanten, waaronder het voorstel van mevrouw Van Velzen voor een wekelijks vragenuur met de minister-president. Mevrouw Spies zei dat daar al eerder over is gesproken, maar daar zijn tot nu toe geen meerderheden voor gevonden. Als u daar een motie voor indient en als daar vandaag of donderdag – althans als u, mevrouw de voorzitter, gaat voorstellen om donderdag te stemmen – een meerderheid voor zou zijn, is dat een nieuw feit. Tot nu toe is daar echter geen meerderheid voor. Dat geldt ook voor allerlei andere varianten die ik nu niet meer zal noemen.
Ik vind het wel aardig om te zeggen dat men zowel bij de behandeling van de raming als twee of drie weken geleden in de commissie voor de Werkwijze mij als voorzitter heeft gevraagd om over mijn vriendelijke karakter heen te stappen en om wat strenger te zijn bij het mondelinge vragenuur. Ik heb dat, zoals men waarschijnlijk gemerkt heeft, afgelopen dinsdag gedaan. Ik moet zeggen dat dat mij wel beviel. Dat is niet omdat ik zo graag streng wil zijn, maar het loopt inderdaad wat vlotter en aantrekkelijker als ik precies, op de seconde af, doe wat het Reglement van Orde mij vraagt. Dat zal ik dus blijven doen. Dat geldt ook voor degenen die mij soms op dinsdag vervangen, maar op dinsdag ben ik er meestal zelf.
Verder deel ik mee dat de heer Dubbelboer vorig jaar heeft gevraagd om een internationale vergelijking. Die is gemaakt en op basis daarvan is, nadat ook nog aanvullende informatie is gevraagd, in de commissie voor de Werkwijze gesproken over nieuwe aanbevelingen. Dat hebben wij twee of drie weken geleden gedaan. Dat is nog niet afgerond in de commissie voor de Werkwijze. Wij zullen daar meteen na het reces verder over praten en dan komt er een rapportage aan de Kamer, maar ik wil geen valse hoop wekken. Tot nu toe is er geen gewoon geen meerderheid voor een van het huidige model afwijkend model. Eerlijk gezegd ben ikzelf minder negatief over het huidige vragenuur dan sommige anderen. De afgelopen maanden kijken negentigduizend tot honderdduizend mensen op dinsdagmiddag naar het vragenuur. Ik zeg wel eens tegen Kamerleden dat zij bij een spreekuur nog nooit zoveel mensen in een zaaltje hebben gehad. Mevrouw Van Velzen zegt als echte optimist dat het altijd beter kan, maar ik vind dat mooie cijfers.
De heer Dubbelboer heeft een vraag gesteld over de publiciteitscampagne inzake het burgerinitiatief. Het Presidium heeft gekozen voor een campagne die bestaat uit voorlichting op de website, een folder en free publicity. Dat laatste is er zeker. De heer Dubbelboer draagt daar, met dank aan hem, zelf aan bij. Het Presidium vindt dat wij het daarbij moeten laten en niet vooruit moeten lopen op de evaluatie van het gehele burgerinitiatief over de afgesproken tijd. Ik heb zeker het gevoel dat de bekendheid met het burgerinitiatief toeneemt.
De heer Dubbelboer heeft ook een vraag gesteld over een draaiboek voor nieuwe leden; ook mevrouw Özütok heeft daarover gesproken. Dat zal na de zomer besproken worden, ook met de ambtelijke secretarissen. Voorzover dit nog niet perfect loopt – ik begrijp van een nieuw lid zoals mevrouw Özütok dat dat zo is – is het de bedoeling dat je na de beëdiging niet alleen de bloemen en de felicitaties krijgt en dat je je energie niet hoeft te besteden aan het regelen of laten regelen van allerlei dingen. Alles moet gewoon klaar zijn. Dat is de doelstelling en daarover zal aan de hand van een soort draaiboek gesproken worden.
Tot zover de dingen die min of meer met de werkwijze te maken hebben. Nu ga ik in op de relatie tussen de ondersteuning van fracties en van de Kamer; daarmee kom ik ook terug op het financiële punt. Dat heeft betrekking op de motie-Rambocus en de werkgroep-Ten Hoopen. Ik zeg die werkgroep en de heer Ten Hoopen overigens heel veel dank voor het verrichte werk. Ik heb tot nu toe niet de gelegenheid gehad om die dank in een plenair debat zoals dit debat naar voren te brengen. De Kamer weet wat die werkgroep heeft gedaan. Het rapport is breed gesteund door de Kamer. De fracties hebben er met ingang van 1 januari jongstleden 1,2 mln. bij gekregen voor extra ondersteuning. Gelukkig is het mogelijk gebleken om dat uit eigen middelen te financieren. Ik denk dat het goed is om vast te stellen dat de motie-Rambocus tot op dit moment is uitgevoerd naar de wens van de Kamer.
Ik heb al een paar keer gesproken over het overleg met de ambtelijk secretarissen. Daarover is een brief geschreven naar het Presidium. Naar aanleiding van die brief is afgesproken dat er verder wordt gepraat. Dat zal in het zomerreces gebeuren. Er zal een serie werkafspraken over inrichting, aard, frequentie en agendering van het overleg met de ambtelijk secretarissen worden gemaakt. Daarna komt het terug in het Presidium. Ik ben ervan overtuigd dat het een goede basis zal zijn voor een verdere voortzetting van dit overleg. Overigens moeten wij niet denken dat het allemaal kommer en kwel is, maar alles kan beter. Daar wordt nu aan gewerkt.
Er is inhoudelijk veel over Europa gezegd: over de kloof tussen de burger en Europa en de uitkomst van het referendum. Belangrijk voor dit moment is dat de betrokkenheid van de Kamer een belangrijke voorwaarde is om de Nederlandse burger duidelijk te maken wat er in Europa gebeurt. Het gaat erom de legitimiteit van de besluitvorming in Europa een betere wending te geven. Er is een rapport geschreven over de versterkte parlementaire betrokkenheid, vooral van de Tweede Kamer, bij de totstandkoming van Europese wet- en regelgeving. Dat rapport borduurt voort op een eerder door de Kamer goedgekeurd rapport van de heer Van Baalen met als titel Op tijd is te laat. Er is een advies gekomen van de projectleider die door de Kamer is aangesteld voor dit onderwerp. Dat rapport is met een aantal aanbevelingen ondersteund door de commissie voor Europese Zaken.
Het Presidium heeft er vorige week kort procedureel over gesproken. Een aantal Presidiumleden bleek toen behoefte te hebben aan een extra consultatie in de fracties. Bovendien kwam het verzoek om de gevolgen daarvan, bijvoorbeeld extra personeel voor de Kamer en/of voor de fracties, verder uit te werken. Het Presidium zal er na het reces op terugkomen. Dan komt het later naar de Kamer. Voor de Raming heeft het nog geen consequenties. Eventuele consequenties kunnen in een later stadium, bijvoorbeeld bij de Najaarsnota, alsnog worden verwerkt.
Het uitgangspunt is een grotere betrokkenheid van de Kamer, ook nu het Europees grondwettelijke verdrag in Nederland niet is aangenomen en waarschijnlijk ook in Europa niet zal worden aangenomen. Er moet een grotere betrokkenheid komen van de nationale parlementen om zo de kloof tussen burgers en Europa kleiner te maken. Dat zal de kwaliteit van de wetgeving alleen maar ten goede komen.
Mevrouw Spies heeft gevraagd een energiebesparing van 2% te realiseren. Dat is zeker mogelijk, maar alleen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: een inspanningsverplichting van de Kamerorganisatie als geheel, een inspanningsverplichting van de fracties maar ook individueel gedrag van eenieder die hier werkt. Op dinsdag lopen er 1500 mensen in het gebouw. Als al die 1500 mensen eraan denken, zijn wij al een heel eind. Natuurlijk is een georganiseerde inspanning noodzakelijk, want je kunt het niet helemaal aan de vrije krachten overlaten.
MevrouwSpies(CDA)
Dan moeten wij er ook een werkafspraak over maken. Als Kamer hebben wij de minister van Economische Zaken bij herhaling aangemoedigd om die 2% tot doelstelling van beleid te maken. U omarmt hier in ieder geval de ambitie en geeft ook aan dat die haalbaar moet zijn, dan moeten wij nu afspreken: het jaarverbruik over 2006 is zoveel en over 2007 moet het zoveel worden. Wij moeten dan de vinger aan de pols houden en ervoor zorgen dat wij dat realiseren.
De heerWeisglas
De ambitie is dus een besparing van 2%, nader uit te werken door de Kamer en de fracties. Dat wordt ook een onderwerp van overleg met de fracties door middel van de ambtelijk secretarissen. Die krijgen het steeds drukker. En zij hadden het al druk, zoals ik in het verleden van nabij heb kunnen vaststellen.
Het volgende punt heeft een beetje met het vorige te maken. Het gaat om de grote roltrappen die bij niet gebruik automatisch stoppen en de kleine roltrappen die permanent zijn ingeschakeld. De grote roltrappen worden minder gebruikt dan de kleine. Het opstarten en stoppen van de roltrappen kost heel veel energie. Het is daarom niet rendabel om de kleine roltrappen ook automatisch te doen stoppen bij niet gebruik. Dit is typisch een voorbeeld van datgene wat wij willen bereiken met onze doelstelling van 2% energiebesparing.
U zult hebben gezien dat de werkzaamheden voor het realiseren van de kinderopvang in volle gang zijn. Ik vrees dat met name de journalisten in de perstoren dat ook horen. De eerste bouwkundige oplevering is op 18 augustus. Aansluitend heeft de beoogde exploitant een week de tijd om het kinderdagverblijf in te richten, zodat rond 1 september kan worden begonnen. Ik denk dat wij eerst eens rustig moeten afwachten hoe het gaat en de officiële opening op een later moment moeten plannen.
In de tijden dat er aarzelingen waren bij sommigen over kinderopvang alhier, was er natuurlijk altijd onzekerheid over het aantal mogelijke aanmeldingen. Toen dit onderwerp destijds aan de orde was, heb ik al gezegd dat het aantal aanmeldingen per definitie per dag kan wisselen. Tot 21 juni waren er vijf definitieve aanmeldingen. Een aantal ouders met kinderen bij andere vestigingen van de organisatie die hier gaat werken, heeft om nadere informatie gevraagd. Als de heer Van Beek mij op de man af vraagt of ik er helemaal gerust op ben, dan moet ik zeggen: nee, dat is niet zo.
De heerVan Beek(VVD)
Wat is de capaciteit?
De heerWeisglas
22 kindplaatsen. Niet alle kinderen zijn er vijf hele dagen in de week. Ik meen dat het erop neerkomt dat er zo'n 45 kinderen in een week kunnen worden opgevangen.
De heerVan Beek(VVD)
Er zullen hopelijk nog meer aanmeldingen bij komen, maar uitgaande van die vijf aanmeldingen, komt toch de vraag op of het niet verstandig is om het "werkterrein" van de kinderopvang uit te breiden. Het lijkt mij wat overdreven om deze voorziening te treffen voor vijf kinderen.
De heerWeisglas
Het is juni en nog geen september. Ik heb uiteraard eerlijk gezegd dat ik er nog niet helemaal gerust op ben, maar het is nog niet zover.
De heerVan Beek(VVD)
De vraag is of u al aan andere scenario's hebt gedacht.
De heerWeisglas
Als wij, zoals u het noemt, het "werkterrein" gaan uitbreiden en ook kinderen opnemen van mensen uit de buurt, komen wij in de problemen, want het is een beveiligd gebied van de Tweede Kamer én de afspraken met de exploitant zijn gericht op de werktijden van de Kamer. De Kamer zou bij zo'n uitbreiding als het ware een commercieel kinderdagverblijf gaan exploiteren, terwijl het het kinderdagverblijf zou zijn voor werknemers van de Kamer. Wij zijn absoluut nog niet toe aan de conclusie dat er te weinig kinderen zijn.
Met alle respect zeg ik aan eenieder: laten wij de rollen niet omdraaien. Ik zeg dit overigens niet in het bijzonder aan de heer Van Beek, want die is altijd terughoudend geweest over kinderopvang in de Kamer. Dat geldt voor zijn fractie als zodanig. Zelf ben ik ook altijd terughoudend geweest, evenals het Presidium, maar de Kamer wilde de kinderopvang. Uiteraard wordt de uitvoering van deze wens van de Kamer voortvarend ter hand genomen. Laten wij niet te snel tot negatieve conclusies komen.
De heerDubbelboer(PvdA)
Ik wil dat wel onderstrepen door een persoonlijke noot toe te voegen. Na enig overleg met mijn vrouw wil ik bij dezen dan al een kind aanmelden!
De heerWeisglas
Zoudt u dan misschien ook de heer Timmermans kunnen bellen?
MevrouwSpies(CDA)
En de heer Algra en misschien ook de heer Rouvoet?
De heerRouvoet(ChristenUnie)
Maar ik was tegen!
De heerWeisglas
In de richting van mevrouw Spies kan ik zeggen dat er geen huur wordt betaald omdat de exploitant exclusief voor de Kamer werkt en dus niet commercieel kan werken. De schoonmaakkosten komen voor rekening van de exploitant – ik heb het dan over het schoonmaken van de ruimte, niet van de kinderen – energiekosten en andere bijkomende kosten voor rekening van de Kamer.
Mevrouw Spies vroeg nog naar de werkgeversbijdrage. Fracties moeten het zelf regelen, maar als medewerkers van de Kamer kiezen voor kinderopvang elders dan geldt natuurlijk diezelfde werkgeversbijdrage van de Kamer.
MevrouwSpies(CDA)
Dat is helder. Het was ook duidelijk dat de kosten van gas, elektra, enz. uit het exploitatiebudget van de Kamer worden betaald, maar ik ga er dan wel van uit dat dit op de een of andere manier in het contract tot uitdrukking is gebracht. Wij kunnen natuurlijk in de voorwaardenscheppende sfeer geen dingen mogelijk maken die wijzelf met de wetgeving niet bedoeld hebben. Ik neem aan dat er in het contract dan ook wel enkele verrekeningen zitten.
De heerWeisglas
Het antwoord daarop is "ja".
Mevrouw Spies had een vraag over het in eigen beheer nemen van de televisieregie en televisiebeelden. Daar is een uitgebreid antwoord op gegeven in de nota naar aanleiding van het verslag. Ik kan zeggen dat het onderzoek daarnaar naar verwachting begin oktober zal zijn afgerond, waarna het via het Presidium aan de Kamer zal worden voorgelegd. Het Presidium zal op basis daarvan een voorstel doen, waarbij ik nu al wijs op hetgeen in de schriftelijke beantwoording is geschetst als voor- en nadelen, vooral nadelen gelet op de te verwachten hoge kosten daarvan. Maar, laat ik nu maar niet vooruitlopen op de uitkomsten van dit onderzoek.
Mevrouw Spies had ook een vraag over de mobiele telefonie. De aanbesteding conform de Europese regels nadert de afronding. In het Presidium is er al over gesproken. Belangrijkste elementen zijn inderdaad bereikbaarheid en dekkingsgraad. Het voorbeeld van mevrouw Spies was aardig, maar ook veelzeggend. Dat kan natuurlijk de bedoeling niet zijn. Ook is gekeken naar mogelijkheden om nieuwe technieken, zoals UMTS, beter te benutten. Na de afronding zal op zeer korte termijn een gunning plaatsvinden, waarna leveranciers gelet op het Alcatel-arrest nog een tweetal weken de tijd hebben om daarop te reageren.
Mevrouw Spies vroeg of er ook meer zou kunnen worden gebeld tegen dezelfde kosten. Ja, dat is het voordeel als doorgaat wat nu beoogd is in de aanbesteding, maar de bereikbaarheid is echt een van de allerbelangrijkste voorwaarden geweest. Dat spreekt overigens vanzelf na alle ellende die wij daar de afgelopen jaren mee gehad hebben. Bij de aanbesteding is expliciet gelet op een betere dekking, een veel betere dekking dan nu het geval is.
De heer Van Beek sprak over een andere opzet van de telefoonkostenregeling. Wij hebben daar wel eens eerder over gesproken. Brutering in het kader van de onkostenvergoeding is gelet op de Wet schadeloosstellingen inderdaad niet mogelijk. Bij toekomstige wijzigingen van die wet zou dit punt kunnen worden ingebracht en misschien is daar dan een meerderheid voor te vinden. In de huidige regeling is het in ieder geval absoluut niet mogelijk. Ik wijs nog een op een nadeel van verhoging van de kosten waardoor iedereen zijn gang kan gaan, namelijk dat gezamenlijke ontwikkelingen op het gebied van UMTS, doorkiezen, enz. steeds moeilijker zullen worden. Dit is in strijd met onze wens om efficiënter te gaan werken.
Het feit dat outlook en internet niet tegelijkertijd kunnen worden gebruikt, is inderdaad een bron van ergernis, ook voor mij persoonlijk. Uit oogpunt van beveiliging is samengebruik op dit moment niet mogelijk. Hier wordt aan gewerkt. Overigens is het wel mogelijk om via mijntweedekamer.nl de webmail te openen en tegelijkertijd op internet te werken. Dit is echter een lastige wijze van werken. In de toekomst zal dit beter worden.
Mevrouw Spies sprak over de beperkte gebruikersvriendelijkheid van Star VIP en de verminderde "performance". Naar verwachting worden die problemen in het reces grotendeels opgelost. Na het reces zal VIP zo gebruikersvriendelijk zijn dat het door iedereen kan worden gebruikt. Naar verwachting is de "performance" dan voldoende op orde.
Zoals uit de nota naar aanleiding van het verslag blijkt, werkt de facilitaire dienst aan een projectplan om te komen tot een centraal servicepunt waar iedereen in de Tweede Kamer terecht kan voor dienstverlening op het gebied van automatisering, beveiliging, facilitaire dienst, restaurantbedrijf en noem maar op. De definitieve implementatie zal in de loop van 2007 plaatsvinden, maar dit is mede afhankelijk van de resultaten van de proef. Er zal een helpdesk in het hoofdgebouw worden ingericht.
De klantenenquête Dienst Automatisering komt in september ter beschikking van de Kamer. Ik vind het leuk om hier te zeggen dat de dienst in die enquête een dikke zeven krijgt voor de dienstverlening. Dit is een mooie verbetering ten opzichte van de jaren daarvoor. De complimenten van de leden in de richting van de dienst zijn dan ook zeer terecht.
Ik heb het mij persoonlijk aangetrokken, en met mij vele anderen, dat onze internetsite vorig jaar de zogenaamde Webflop heeft gekregen. Op dat moment werd er al gewerkt aan vernieuwing en verbetering, omdat de internetsite aan fundamentele vernieuwing toe is. In 2005 is een begin gemaakt met het ontwerp van de vorm en de functionaliteit van de nieuwe site. Dit ontwerp is afgerond en het resultaat is zeer uitgebreid getest door onafhankelijke deskundigen, door het STOI, door een representatieve groep toekomstige gebruikers en door het Presidium. De site wordt nu gebouwd. De oplevering is voorzien voor de dag voor Prinsjesdag.
De internetsite wordt vooraf getoetst en in lijn gebracht met de normen van de Stichting Drempelvrij.nl. Zoals u weet, betekent dit dat ook mensen met een functiebeperking en senioren goed kunnen werken met onze nieuwe website. Het Presidium heeft hier alle vertrouwen in.
De heer Dubbelboer heeft geopperd dat de burger die hij gisteren heeft gesproken, op de website moet kunnen zien dat hij maandagavond om 8 uur in café De Brink in Assen spreekt. Ik aarzel hierover, vooral om praktische redenen. Iedereen moet het dan opgeven en na vijf jaar voorzitterschap ken ik wat dit betreft mijn geachte medeleden. Als het onvolledig is, heb je er niets aan. Daarom voel ik meer voor de mogelijkheid om door te klikken naar de partijsites. Die doorklikmogelijkheid zal zeker op de nieuwe website te zien zijn. Alle adviezen voor de verbetering van de toegankelijkheid worden op dit moment uitgevoerd, inclusief de bouw van een lift, onder meer voor ouderen, naast de grote roltrap. Deze lift naar de publieke tribunes wordt volgend jaar gebouwd.
Dit jaar heeft de Bouwbegeleidingscommissie geen jaarverslag uitgebracht, omdat er in het afgelopen verslagjaar geen grootschalige projecten zijn geweest. Ik mis de heer Hofstra natuurlijk zeer aan mijn linkerzijde!
Na de Tweede-Kamerverkiezingen komen de vierkante meters van het Logement door de verhuizing van ambtelijke diensten beschikbaar in het hoofdgebouw. Indien geen van de fracties ervoor kiest om in het Logement haar tenten op te slaan, is het door met ambtelijke diensten te schuiven, mogelijk om alle fracties in het hoofdgebouw onder te brengen. Een en ander zal uiteraard, omdat het een verhuizing betreft, met de ambtelijk secretarissen worden besproken. Wij hebben overigens de inspanningsverplichting op ons genomen om de verhuisbewegingen tot een minimum te beperken. Soms zijn verhuizingen toch echt onvermijdelijk, omdat fracties graag bij elkaar zitten.
In november dit jaar wordt een proef gedaan met het uitbesteden van de schoonmaak van het Logement aan een schoonmaakbedrijf, en dus niet aan uitzendkrachten. Op dit moment wordt alleen gebruik gemaakt van uitzendkrachten om ziekte en personeelstekort als gevolg van vakanties op te vangen. Het is dus zeker niet de bedoeling om structureel met uitzendkrachten te gaan werken. Overigens is het uitbesteden van schoonmaakwerk vorig jaar tijdens de Raming besproken.
MevrouwVan Velzen(SP)
U zei zojuist dat de Kamer een verzamelplaats van bedrijven is, waaronder een schoonmaakbedrijf. Waarom wordt er dan voor gekozen om via een openbare aanbesteding een schoonmaakbedrijf te werven? Liggen daaraan wellicht financiële redenen ten grondslag?
De heerWeisglas
Hiervoor is gekozen uit het oogpunt van efficiency, kostenbesparing.
MevrouwVan Velzen(SP)
Het huidige schoonmaakbedrijf werkt dus niet efficiënt genoeg?
De heerWeisglas
Wij hebben de schoonmaak nu in eigen beheer. Het spreekt vanzelf dat wij geen mensen gaan ontslaan, maar door natuurlijke afvloeiing is het wel mogelijk om in bepaalde gebouwen een proef te houden met het uitbesteden van het schoonmaakwerk.
Volgend jaar wordt de zaal zo verbouwd dat het mogelijk is om elektronisch te stemmen. Dat wil echter niet zeggen dat de beslissing om elektronisch te gaan stemmen, al is genomen. Die beslissing is aan het Presidium en de Kamer. Uit onderzoek blijkt dat het stemmen bij handopsteken in de Kamer zeer snel gaat en zeker sneller dan elektronisch stemmen. De commissie voor de Werkwijze der Kamer zal zich hierover in het najaar buigen. De beslissing is dus nog niet genomen.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik neem aan dat elektronische stemmen niet langzamer gaat dan hoofdelijk stemmen.
De heerWeisglas
In deze kabinetsperiode stemmen wij in 98% van de gevallen bij handopsteken. Dat gaat sneller dan elektronisch stemmen. Met de huidige samenstelling van de Kamer zijn er niet zo vaak hoofdelijke stemmingen. In de vorige periode hadden wij echter wel eens drie of vier hoofdelijke stemmingen op een dinsdag. Dat kost inderdaad veel tijd.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik heb voorgesteld om elektronisch stemmen te introduceren. Wat is uw mening daarover?
De heerWeisglas
Dat heeft zo veel haken en ogen dat ik er nog geen mening over heb, ook geen persoonlijke. Het moet goed worden uitgezocht door deskundigen, wat zal gebeuren voordat een voorstel aan de Kamer wordt voorgelegd. Als ik er iets heel persoonlijk over mag zeggen: het stemmen met die handen vind ik wel iets moois hebben; het hoeft van mij allemaal niet zo modern.
MevrouwÖzütok(GroenLinks)
Ik wil nog even terugkomen op de uitbesteding van schoonmaakwerk. De aanbesteding daarvan zal nog plaatsvinden. Ik weet niet wat gangbaar is bij dit soort procedures, maar als werk wordt uitbesteed, zou het personeel de mogelijkheid moeten krijgen om met het werk naar het betreffende bedrijf te gaan.
De heerWeisglas
Je mag het één keer zeggen bij zo'n raming: hiervan heb ik onvoldoende verstand, ik weet het niet. Wij zoeken het uit.
Er loopt een Europese aanbesteding voor totaalleverancier van het restaurantbedrijf. In het bestek van die aanbesteding is aangegeven dat indien biologisch producten beschikbaar zijn die niet substantieel duurder zijn dan niet-biologische producten, deze moeten worden gebruikt. Er is maar één totaalleverancier die nagenoeg alleen biologisch geproduceerde producten voert. Deze heeft echter niet ingeschreven op de aanbesteding. Begin september 2006 is bekend welke leverancier gaat leveren.
Er is aangevoerd dat bij bepaalde ministeries, zoals LNV, veel meer biologisch voedsel wordt aangeboden dan bij de Tweede Kamer. Dat wordt echter veroorzaakt door het patroon van onze werkzaamheden. Op ministeries wordt niet of nauwelijks 's avonds gegeten, terwijl hier veel medewerkers en Kamerleden dat wel doen. Dat zorgt voor een heel ander pakket aan voedsel. Het zal dus ontzettend moeilijk zijn om te bereiken wat het ministerie van LNV heeft bereikt. Na het zomerreces zal er op basis van een evaluatie een voorstel komen over de productvoering, de openingstijden en het prijsbeleid van het gezonde restaurant.
Alle koffie in de Tweede Kamer is van Max Havelaar fair trade. Kennelijk vindt mevrouw Van Velzen deze koffie niet zo lekker.
MevrouwVan Velzen(SP)
Dat is een misverstand. Ik had de indruk dat het geen Max Havelaar was. Ik vind alle koffie lekker, maar sommige koffie is lekkerder.
Ik heb voorgesteld om het biologische restaurant af te schaffen en alles in elkaar te schuiven; daarop krijg ik graag nog een reactie. Bij het ministerie van LNV is 50% van de lunch biologisch. Wij bieden in de Tweede Kamer inderdaad meer dan een lunch aan, maar wij kunnen toch om zijn minst doen wat LNV doet, namelijk de lunch voor 50% biologisch maken?
De heerWeisglas
Ik wil dit onderdeel laten zijn van de evaluatie. Het is niet goed om hierop uit de losse pols te reageren.
Het informatiesysteem Parlando zal per 1 januari 2007 opgaan in Parlis. Parlis zal documenten, verdragen en convocaties, kortom alles wat met een bepaald onderwerp te maken heeft, in samenhang tonen. Hierdoor ontstaat meer duidelijkheid voor gebruikers binnen en buiten de Kamer over de processen binnen de Kamer. Het uitgangspunt vormt de gebruiksvriendelijkheid.
Het dak van de enquêtezaal in het Logement moet inderdaad in het zomerreces van 2007 worden vervangen, wat zeer valt te betreuren. De Rijksgebouwendienst – die huiselijk gezegd onze huisbaas is – zal juridische stappen nemen tegen de aannemer; de Kamer hoeft dat niet zelf te doen. De kosten moeten uiteraard worden verhaald op de bouwer. Bij de ingang van het logement moeten in het kader van het totale veiligheidsbeleid bepaalde aanpassingen worden aangebracht, onder andere een circlelock. Ook dat is de verantwoordelijkheid van de Rijksgebouwendienst. Dit gaat op kosten van de Rijksgebouwendienst.
Er is nog geïnformeerd naar de outplacementregeling. Welnu, er is sprake van een grote onderbesteding bij de outplacementfaciliteiten in 2005 en daarvoor. In 2005 was het budget ongeveer 0,2 mln., dus € 200.000, terwijl er € 2261 is uitgegeven. Hieruit blijkt de zeer grote onderbesteding. Wij maken de regeling wel bekend; de leden weten het, maar zij moeten wel zelf het initiatief nemen om gebruik van die faciliteit te maken. Het Presidium zal de leden nog wel een keer actief daarop wijzen.
De heer Rouvoet heeft gesproken over een knipselkrant voor fracties, ook voor de ChristenUnie. Hieruit blijkt dat er sprake is van een misverstand, want in de laatste vergadering van het Presidium is er juist afgesproken dat het bij de nieuwe knipselkrant in plaats van de selectie, wel degelijk mogelijk is dat fracties over een aantal profielen beschikken in een krantendatabase. Een van die profielen kan zeer zeker van de ChristenUnie zijn. Het gevraagde is dus wel degelijk mogelijk. Wellicht is er sprake van een misverstand.
Er is door de heer Rouvoet nog gevraagd of fractiepersoneel voor tijdelijke commissies ingezet kan worden. Ja, dat kan en dat is een goed idee. In het verleden is dat ook wel eens gebeurd. Dat was bij een onderzoeks- of enquêtecommissie. Dat fractiepersoneel komt dan vanzelfsprekend tijdelijk in dienst van de Kamer.
Er is voorts gevraagd om de amendementen in de kengetallen om te zetten. Dat zou in januari 2007 ingevoerd worden. Dat betreft het bekende overzicht van moties, vragen, enzovoorts. Daaraan wordt het onderdeel amendementen dus toegevoegd over het jaar 2006. Niet alleen de grootste vragensteller, maar ook de grootste indiener van amendementen is dan bekend.
In de nota naar aanleiding van het verslag is de omschrijving van de amendementen aan de orde gekomen. Dat punt is ook aan de orde geweest in de commissie voor de Werkwijze. Ik herhaal wat er in de nota naar aanleiding van het verslag staat, want ik heb er eigenlijk niets aan toe te voegen. Die commissie heeft besloten om het Presidium niet te adviseren om over te gaan tot vermelding van een omschrijving. De reden was als volgt omschreven: teneinde zorgvuldig om te gaan met de amendementen, zou dat in veel gevallen betekenen dat vrijwel de gehele toelichting zou moeten worden overgenomen. Bij moties kan de Griffie de vrijheid nemen, uiteraard onder verantwoordelijkheid van de Voorzitter, om een korte samenvatting van de inhoud te geven, maar bij amendementen is dat een stuk lastiger. De korte omschrijvingen die de SDU zelf verzorgt, worden in veel gevallen als onvoldoende of onbevredigend ervaren.
De heerRouvoet(ChristenUnie)
Ook lange moties kennen wel een uitvoerige toelichting, voorafgaande aan het dictum. Bij begrotingen zijn de stemmingslijsten hele waslijsten. Daarbij wordt wel het onderwerp van het dictum genoemd. Natuurlijk moet je dan nog wel steeds de hele motie lezen om te achterhalen welke kant de indiener van de motie op wil. Er staat bijvoorbeeld: over het invoeren van. In het dictum wordt uitgesproken of de indiener daar voor of tegen is. De motie moet er dus wel bij gepakt worden. Als men de stemmingslijst van amendementen in handen krijgt, zijn er alleen maar nummers vermeld. Ik kan mij niet voorstellen dat het bij amendementen lastig is om bijvoorbeeld tussen haakjes te zetten: evaluatiebepaling of horizonbepaling dan wel schrappen van artikel x. Dat kan toch net zoals bij moties gebeurt?
De heerWeisglas
Ik ga mijzelf herhalen, dus ik blijf bij mijn standpunt.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik kan het antwoord gemist hebben, maar ik heb nog opmerkingen gemaakt over leden die neveninkomsten niet aangeven. Mijn inschatting is dat leden nevenfuncties niet opgeven. Ik wil niet als Kamerrecherche gaan optreden, maar toch vraag ik u om hierop in te gaan.
De heerWeisglas
U hebt gelijk; dat ben ik vergeten. Ik neem graag de gelegenheid te baat om nog een keer te zeggen dat de bepaling in het Reglement van Orde over de registers (van geschenken, reizen, nevenfuncties/neveninkomsten) zo gelezen moet worden dat dit moet, in die zin dat dit een zeer zware morele verplichting is. Het is niet juridisch afdwingbaar. Wij hebben het er ook al eerder over gehad.
Ik heb ook al vaker gezegd dat de sanctie de publiciteit is. U hebt voorbeelden genoemd van leden die daarover iets in de publiciteit gezegd zouden hebben. Ik blijf evenwel bij de opvatting dat het een morele verplichting is. Wij hebben dat debat ook afgerond bij de wijziging van het Reglement van Orde en dat heeft tot een bepaalde conclusie geleid. Als ik mij niet vergis, is daarover nog een motie ingediend door de fractie van mevrouw Van Velzen. Die motie is niet aangenomen. Ik geloof dus dat ik alleen maar kan zeggen dat ik van harte wens dat de morele verplichting wordt beschouwd als verplichting en dat een fractie nog maar eens moet proberen om een Kamermeerderheid te vinden, indien zij het anders wil. Ik volg uiteraard wat is afgesproken bij de behandeling van de wijziging van het reglement van orde.
MevrouwVan Velzen(SP)
Over de woorden van de heer Weisglas heeft nooit onduidelijkheid bestaan. Ik constateer wel dat sinds het vorige debat bepaalde Kamerleden vrij openlijk hebben gezegd: voorzitter, het zal allemaal wel en er verder geen conclusies aan hebben verbonden. Ik heb helaas best wat speurwerk moeten verrichten alvorens te kunnen constateren dat sommige mensen hun nevenfuncties en -inkomsten – dan heb ik het niet over bedrijfsinkomsten, maar echt over neveninkomsten – niet opgeven. Ik hoor dat de heer Weisglas zegt dat de morele verplichting wordt gehandhaafd, lees: dat mensen slechts uit vrije wil hun nevenfuncties en -inkomsten hoeven op te geven. Er zijn natuurlijk wel verschillende manieren om ze te vermelden. Nu is er een publiek register waar iedereen in kan kijken. Ik kan mij voorstellen dat de voorzitter van het Presidium besluit om de leden die hun nevenfuncties en -inkomsten niet specificeren, in lettertype 28 en in het rood te laten opspringen. Dan is het duidelijker dan nu, want nu is het verstopt in een register waarin 150 namen en ik weet niet hoeveel honderden nevenfuncties staan.
De heerWeisglas
Ik vind het woord verstopt niet helemaal recht doen aan de werkelijkheid. Iedereen kan lezen en het register aanklikken en zien wat er staat. Dan valt ook te zien dat van sommigen bepaalde functies wel staan opgegeven, maar de inkomsten niet. Dat heb ik uiteraard ook gezien. Ik blijf bij de afspraak van de Kamer dat het ook volgens de uitleg die ik heb gegeven, moet worden gelezen als een verplichting. Als leden dat niet doen, vind ik dat net als u zeer te betreuren. Als u wilt dat de Kamer hier nadere beslissingen over neemt, zult u die beslissingen aan de Kamer moeten voorleggen. Het is niet aan mij om dat hier nu zo maar af te kondigen.
De heerDubbelboer(PvdA)
Ik wil wat zeggen, zodat ik er de tweede termijn niet voor hoef te benutten. Ik dank de heer Weisglas voor de zeer uitgebreide beantwoording. Hoe zit het met de vraag om het bezoekerscentrum ongeveer zo in te richten als het Senate Historical Office, zodat de trots van het parlement tot uiting kan komen?
De heerWeisglas
Ik ben het persoonlijk zeer met u over het uitgangspunt ervan eens. Ik kijk ook naar andere parlementen in bijvoorbeeld Scandinavië, Duitsland, Berlijn. Zoals uit de stukken blijkt, zijn wij bezig met een nieuwe ingang zodat bezoekers vriendelijker kunnen worden ontvangen en er meer aan werving en aan het verstrekken van informatie kan worden gedaan.
De heerDubbelboer(PvdA)
De ruimte in en rondom uw kamer leent zich daar uitstekend voor. Daar voel je de historie ook.
De heerWeisglas
U moest eens weten hoeveel bezoekers ik op mijn kamer ontvang!
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
MevrouwSpies(CDA)
Voorzitter. Ik dank de voorzitter van de Kamer zeer hartelijk voor zijn uitgebreide beantwoording van de veelheid van vragen die door velen waren gesteld.
Mijn conclusie blijft dat de raming voor 2007 van enig optimisme getuigt. Maar zoals de voorzitter namens het Presidium heeft aangegeven, is het ook een realistische raming. Wij zullen hem als taakstellend moeten vaststellen ondanks het feit dat in 2007 een aantal activiteiten zal plaatsvinden dat een extra beslag op middelen legt.
Ik ben blij met de toezegging met betrekking tot rekenregels in relatie tot arbeidsvoorwaarden voor fractiemedewerkers. In ieder geval zullen deze in overleg met de verschillende fracties nader worden verkend. Misschien dat het verstandig is om daarbij ook de verrekenmethode/budgetflexibiliteit en de regels die door de verschillende accountants worden gehanteerd naast elkaar te leggen om te kijken of wellicht mogelijkheden voor verbetering bestaan.
Ik bedank in het bijzonder voor de concrete toezegging om nog dit jaar het idee uit te werken dat iedere achttienjarige in ieder geval een keer het parlement in levende lijve heeft kunnen ervaren. Wij doen hier ontzettend belangrijk werk. Net als vele collega's ben ik er nog iedere dag trots op dat ik dit mag doen. Ik meen dat wij dat best iets nadrukkelijker mogen laten zien. Een zekere fierheid op het werk waarmee wij bezig zijn, past ons allemaal. De ervaring is dat wanneer je ergens enthousiast over bent, je dat enthousiasme ook wilt overbrengen op gasten en bezoekers. Ik ben dus erg blij dat het voorstel dat wij hierover hebben gedaan, in ieder geval nader zal worden verkend.
Ik constateer dat de ambitie om na te denken over het vervolmaken van het functioneren van het Presidium wordt gedeeld. Ik meen dat wij nog van opvatting verschillen over de wijze waarop dit vorm moet krijgen. Ik meen dat er haast is geboden. Het duurt nog enige tijd tot de heisessie in september. Ik acht het belangrijk om het dilemma van de kalkoen die met kerst moet nadenken over zijn eigen voortbestaan, te voorkomen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het voor het goed functioneren van het Presidium wenselijk is, dit functioneren van tijd tot tijd te evalueren;
overwegende dat het van belang is om daarbij naast de huidige totstandkoming, samenstelling en werkwijze ook alternatieven te betrekken;
overwegende dat tot die alternatieven in elk geval zou moeten behoren een andere wijze van totstandkoming, een Presidium met minder leden en/of een Presidium waarin de leden bepaalde portefeuilles beheren;
verzoekt het Presidium, op korte termijn een dergelijke evaluatie te laten uitvoeren onder verantwoordelijkheid van een speciaal daartoe in te stellen commissie die niet uit louter leden van het Presidium bestaat en die voor 1 januari 2007 over haar bevindingen rapporteert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Spies en Van Beek. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 7 (30549).
MevrouwSpies(CDA)
Behalve het feit dat wij mogen laten zien dat wij hier belangrijk werk doen en daarop trots zijn, moeten wij ook het goede voorbeeld geven. Ik ben daarom blij met de toezegging van 2% energiebesparing per jaar. Daaraan zullen wij concreet invulling gaan geven. Practice what you preach, dat moeten wij ook willen.
Ik constateer dat er nog heel veel ambities liggen op het gebied van automatisering, informatiesystemen en het toegankelijk maken daarvan. De Voorzitter van de Kamer en ik delen nogal wat ergernissen op dit terrein. Er lijkt veel voor nodig, maar ik denk niet dat wij gezamenlijk precies kunnen doorgronden wat daar allemaal voor nodig is. Ik kan mij wel vinden in de conclusie dat het voor de herfst nog beter kan en beter zal zijn. Daar zullen ongetwijfeld nog heel veel werkzame uren aan moeten worden besteed, maar het toegankelijk maken van die informatiesystemen en het verbeteren van de dienstverlening op dat punt is een gedeelde ambitie.
De heerVan Beek(VVD)
Voorzitter. Ik ben benieuwd naar de cijfers van het eerste halfjaar van 2006. Ik heb die nog te goed. Ik was het zeer eens met de uitleg van de voorzitter over hoe de ledenregel eigenlijk zou moeten werken. Onze ergernis is nu juist dat de feitelijke situatie naar ons gevoel niet zo is en dat het meer kwantitatief is in plaats van inhoudelijk.
Bij de voorbespreking is in onze fractie nogal wat ergernis naar voren gekomen over alles wat te maken heeft met het papierloze parlement. Kamerstukken worden niet meer op papier ontvangen. Die worden alleen nog uitgedraaid op de eigen computers. Dat leidt volgens ons tot een buitengewoon inefficiënte en dure manier van printen. Er is ook ergernis over hoe er met rapporten wordt omgegaan. Het is bekend dat rapporten van OCW die voor de Kamer waren bestemd, werden weggegooid, zodat de collega's met stapels losse, uitgedraaide papieren moesten werken, terwijl de ambtenaren beschikten over handige rapporten. Wij begrijpen en delen de achtergrond, in de zin dat het efficiënt moet zijn, maar wij vragen ons af of de werkwijze met betrekking tot de Kamerstukken niet te ver is doorgeschoten, want die worden nu op elke kamer apart uitgedraaid. Rapporten zouden wij graag in gedrukte vorm en ingebonden ontvangen.
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik herinner mij nog de tijd dat wij alles op papier kregen. Ik kreeg legio dingen vijf, zes of zeven keer binnen, enkelzijdig bedrukt. De kinderen vinden het erg leuk om op de lege kant te tekenen, maar voor de rest is dat nergens goed voor. Naar die situatie wil de heer Van Beek toch niet terug?
De heerVan Beek(VVD)
Neen, neen. Ik heb zelden de neiging naar dingen terug te verlangen. De vraag is alleen of wij via het amendement over de Kamerstukken niet een stap te ver hebben gezet, want het gaat vaak om stukken die je nodig hebt. Die worden nu op honderden plekken uitgedraaid via kleine printertjes, terwijl ze eerst via drukwerk deze kant op kwamen.
Ten slotte herhaal ik de suggestie van mijn collega Van Aartsen om vaker met de minister-president te kunnen debatteren over Europese aangelegenheden, met name omdat ministers-presidenten een steeds autonomere rol gaan spelen in hun Europese contacten, in formele, maar vooral in materiële zin. Het lijkt mij goed om wat vaker met de minister-president te kunnen debatteren. De vraag is hoe wij dat organisatorisch zouden kunnen oppakken.
MevrouwVan Velzen(SP)
Mevrouw de voorzitter. Ik zou vanaf deze plek wensen dat de ministers die normaal in vak K zitten, een voorbeeld nemen aan de gegeven beantwoording. Die is naar mijn idee bijzonder compleet geweest. Daarvoor heel veel dank.
De voorzitter van het Presidium is mij op veel punten tegemoetgekomen, zoals verbetering voor bezoekers in dit gebouw en een evaluatie van het biologisch restaurant. Ik zal beide zaken afwachten. Op een ander moment komen wij er verder over te spreken, als het nodig is. Ook met de informatie dat tegen de mensen die verantwoordelijk zijn voor de fouten die gemaakt zijn bij de verbouwing van het Logement, ben ik erg blij. De indruk ontstaat namelijk dat de Kamer geld over de balk te gooit voor onnodige verbouwingen. Gelukkig zijn wij niet verantwoordelijk en zullen degenen die ervoor verantwoordelijk zouden kunnen zijn, daarop worden aangesproken.
De voorzitter van het Presidium heeft mij op een aantal punten een motie willen ontlokken; zo versta ik hem toch. Ik spreek dan over het 151ste Kamerlid, waarover ik graag een motie wil voorleggen.
Over het vragenuur zei hij dat er vele voorstellen zijn, maar dat er voor niets een meerderheid is te vinden. Ik heb ook daarover een motie voorbereid, die ik zo zal indienen. Ik hoop uiteraard dat daarvoor wel een meerderheid te vinden is. Mocht dit niet zo zijn, dan vraag ik de Voorzitter en daarmee het Presidium of er een mogelijkheid is om met alle verschillende voorstellen, die alle geen meerderheid hebben maar misschien wel in de richting ervan gaan, bijvoorbeeld zes maanden een experiment te doen. Er is al een experiment geweest. Dat is niet goed genoeg gegaan volgens de meerderheid. Wij hebben nog een jaar te gaan en kunnen dus gerust twee vormen proberen, waarvan mijn vorm er een zou kunnen zijn.
Wij hebben eerder over nestvervuiling gesproken. Ik sprak over de registers, nevenfuncties en neveninkomsten die niet compleet worden opgegeven. Ook daarover heb ik een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat de notitie over het Kamervoorzitterschap een gedegen opsomming geeft van de voor- en nadelen van de mogelijkheid om de Kamervoorzitter een meer eigenstandige positie te geven;
van mening dat de voordelen van de onafhankelijkheid en boven de partijen staan, zwaarder wegen dan de praktische bezwaren van de mogelijk nodige herformulering van de Grondwet en de creatie van een aparte rechtspositie;
verzoekt het Presidium, met een voorstel te komen om de partij die de Kamervoorzitter levert, deze leeggevallen Kamerzetel op te laten vullen en daartoe – indien nodig – een grondwetswijziging voor te bereiden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 8 (30549).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat het vragenuurtje een belangrijke functie heeft om burgers te informeren over de staat van het land en de politieke situatie;
van mening dat het vragenuurtje zoals dit thans bestaat vaak over te specifieke onderwerpen gaat en een weinig politiek karakter heeft;
van mening dat vergelijkbaar met het wekelijkse gesprek met de minister-president op televisie ook de Kamer wekelijks een uur met de minister-president zou moeten kunnen debatteren over actuele onderwerpen;
verzoekt het Presidium, met een voorstel te komen waarin het vragenuurtje wekelijks plaatsvindt met de minister-president over de politieke hoofdonderwerpen van de betreffende week,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 9 (30549).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamerleden geacht worden al hun nevenfuncties en neveninkomsten in een openbaar register te melden;
constaterende dat deze verplichting onder het Reglement van Orde nog niet door alle leden wordt nageleefd;
verzoekt het Presidium, met een voorstel te komen om ervoor te zorgen dat alle 150 leden zich aan deze verplichting houden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 10 (30549).
De heerVan Beek(VVD)
Waarop baseert u de tweede constatering dat niet iedereen het doet?
MevrouwVan Velzen(SP)
Ik heb het register nagelezen. Het dateert van 15 juni. Ik kan geen uitspraken doen over wat daarna erin is gekomen. Ik heb echter gezien dat verschillende leden aangeven dat zij een betaalde nevenfunctie hebben, maar die niet invullen. Nu is er via een amendement een wijziging in het Reglement van Orde aangebracht voor inkomsten uit een bedrijf. Het gaat onder andere over adviseurschappen. Voor raadslidmaatschappen is uiteraard wel aan te geven wat de te verwachten inkomsten zijn. Ik denk dat het anders kan. Daarnaast zijn er leden met nevenfuncties waarop zij zich ook in de media laten aanspreken en die ook terug te vinden zijn in het register van de kamer van koophandel, terwijl die leden het verrichten van die nevenfuncties niet hebben gemeld. Ik ben er niet voor hier namen en toenamen te noemen. De Voorzitter heeft wijze woorden gesproken over de morele verplichting, maar niet iedereen voldoet aan die verplichting. Dat is jammer. Er is gesproken over nestbevuiling. Ik meen ook dat verbetering mogelijk is en daarom vraag ik het Presidium om met voorstellen te komen.
De heerVan Beek(VVD)
Vindt u niet dat dit typisch iets is waarvoor de leden zelf verantwoordelijk zijn?
MevrouwVan Velzen(SP)
Wij kunnen uitspreken dat het belangrijk is om het Reglement van Orde na te leven. De Voorzitter heeft zelfs gezegd dat dit verplicht is. Wij hebben hier als het ware een eigen afsprakenboekje en die afspraken hebben wij weliswaar niet vastgelegd bij wet, maar in dit boekje staat waaraan een Kamerlid zich heeft te houden. Ik meen dan dat het niet aan ons is om individuele Kamerleden vrij te stellen van de verplichting om zich aan de afspraken te houden. Sterker, ik vind dat iedereen zich heeft te houden aan het Reglement van Orde dat met meerderheid van stemmen is vastgesteld. Ik heb mij ook te houden aan afspraken waarin de meerderheid van de Kamer zich kan vinden, ondanks het feit dat er leden zijn die het daarmee niet eens zijn. De leden van de Tweede Kamer moeten ook niet zomaar hun eigen weg gaan en als kikkers uit de kruiwagen springen. Het komt voor dat Kamerleden zich erop laten voorstaan dat zij zich niet aan de afspraken houden. Ik meen dat de rest van de Kamer zich tegen een dergelijke houding moet keren en het Presidium moet vragen daartegen maatregelen te treffen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de fractie van GroenLinks geen behoefte heeft aan een tweede termijn en dat de heer Rouvoet zich wegens het bijwonen van een debat elders heeft laten verontschuldigen. Alvorens het woord te geven aan de voorzitter van het Presidium schors ik de vergadering voor enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De heerWeisglas
Voorzitter. Ik dank de leden die bij de behandeling van de Raming ook in tweede termijn het woord hebben gevoerd. Op de vraag van mevrouw Spies of de begroting taakstellend is, zeg ik: ja, dat is zij absoluut. Aan mijn argumenten voor het feit dat dit een realistische begroting is, voeg ik toe dat in het jaar 2007, in het verkiezingsjaar, er zaken aan de orde zijn die juist tot minder uitgaven leiden. Daarmee is rekeninggehouden. Ter illustratie noem ik de lagere uitgaven voor het reizen in commissieverband en het vanwege de verkiezingscampagnes minder vergaderen. Die verschijnselen zijn bekend van eerdere verkiezingsjaren en daarmee is rekeninggehouden bij het opstellen van de begroting. Dus de begroting is realistisch én taakstellend.
Ik dank de geachte afgevaardigde voor de enthousiaste reactie op het plan om jongeren tot achttien jaar één keer in de gelegenheid te stellen om in de Kamer te worden ontvangen. Ik vind het persoonlijk een leuk en mooi idee. Ook vandaag zien wij groepen jonge mensen op de tribune. Ik geef toe dat alles een momentopname is, maar vanaf deze plaats heb ik de hele dag op de tribune veel groepen jongeren gezien.
De geachte afgevaardigde sprak ook over het uitstralen van enige fierheid en trots bij het verrichten van onze taak. Wij zouden moeten laten merken wat wij doen en waar wij voor staan. Vooral zouden wij moeten laten zien welke taak wij hebben in de constitutionele monarchie en in de democratie van Nederland. Ook op dit punt zeg ik: ja, heel goed, ik ben het helemaal met u eens.
Wat het functioneren van het Presidium betreft constateert mevrouw Spies een verschil van opvatting tussen verschillende leden. Dat geldt echter niet voor de voorzitter van het Presidium. Ik sta er namelijk open in. Wij gaan het functioneren evalueren. Met betrekking tot de motie van mevrouw Spies en de heer Van Beek over het functioneren van het Presidium op stuk nr. 7 heb ik twee opmerkingen. Ten eerste heeft het Presidium zelf besloten over de werkwijze te gaan praten. Ik vind dat de Kamer het Presidium daartoe eerst de kans moet geven. Weliswaar kunnen wij enigszins in tijdnood komen, maar dat is niet zo erg. Dan moeten wij meteen na het reces in de geplande bijeenkomst tot besluitvorming komen. Ten tweede heb ik problemen met de derde overweging, waarbij het erom gaat dat tot de genoemde alternatieven in elk geval zou moeten behoren een andere wijze van totstandkoming, een Presidium met minder leden en/of een Presidium waarin de leden bepaalde portefeuilles beheren. Ik stel voor om die tekst anders te doen luiden, namelijk: overwegende dat daarbij in elk geval aandacht zou moeten worden geschonken aan een andere wijze van totstandkoming, etc. Feitelijk wordt in de overweging gesteld dat de genoemde punten uitslag van de evaluatie zouden moeten zijn, terwijl de evaluatie nog moet plaatsvinden. Of heb ik dit verkeerd begrepen?
MevrouwSpies(CDA)
U hebt dit inderdaad verkeerd begrepen. Ik sluit helemaal niet uit dat het Presidium dat uit de evaluatie komt, precies hetzelfde is als het huidige. Ik vind het echter van belang om van tevoren een aantal aspecten mee te geven die bij die evaluatie betrokken zouden moeten worden, die betrekking hebben op de wijze van totstandkoming van het Presidium, de omvang en het al dan niet werken met portefeuilleverdeling. Dat zijn elementen die momenteel niet zozeer bij het huidige Presidium in de huidige werkwijze een rol spelen. Wij vinden dat men die alternatieven in ieder geval zou moeten wegen. Ik spreek uitdrukkelijk niet uit dat die alternatieven voor een volgende periode werkelijkheid moeten worden.
De heerWeisglas
Met deze door mij gevraagde nadere toelichting, in samenhang met de tweede overweging om bij de werkwijze alternatieven te betrekken, is mijn reactie dat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer overlaat.
De heer Van Beek heeft een vraag gesteld over het papierarme parlement. Leden kunnen nog altijd een abonnement op Kamerstukken krijgen. Momenteel hebben veertig leden nog zo'n abonnement. Als ministeries zelf rapporten meezenden, worden deze uiteraard verspreid. Overigens heb ik vorige week een prachtige printstraat geopend bij de repro op de begane grond van Binnenhof 7. Daar wordt gebruik gemaakt van een zeer geavanceerde printtechniek. Daar kan men alle stukken op allerlei manieren in zeer korte tijd laten afdrukken. Die faciliteit hoort ook bij een papierarm parlement. Als er veel gebruik van wordt gemaakt, worden wij steeds papierrijker, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling.
De heer Van Beek heeft gepleit voor meer debatten van de Kamer met de minister-president. Het is natuurlijk aan de Kamer om welke minister dan ook – en ook de minister-president – uit te nodigen. Er zijn momenten waarop de minister-president de eindverantwoordelijkheid heeft voor het optreden van het kabinet in Europees verband, bij de Europese Raden. Dat gebeurt zeker drie keer per jaar. Dan is er in de Kamer een debat met de minister-president na afloop van de Europese Raad. Vorige week is dat ook weer gebeurd. Er is ook het debat over de Staat van de Europese Unie met de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken. Dat zijn de vaste momenten. Het is aan de Kamer om de minister-president uit te nodigen op momenten waarop de Kamer dat wil. Ik zou erover aarzelen om nog andere vaste momenten in te bouwen. Dat geldt ook voor het vragenuur in het algemeen. Als er geen vragenuur met de minister-president is, kan de minister-president natuurlijk voor het vragenuur worden uitgenodigd om mondelinge vragen te beantwoorden, uiteraard niet alleen over Europa.
Ik dank mevrouw Van Velzen voor haar vriendelijke woorden naar aanleiding van mijn beantwoording in eerste termijn. Zij heeft haar opmerkingen in tweede termijn vertaald in moties. De term "honderdeenenvijftigste Kamerlid" staat niet in de motie op stuk nr. 8, maar daar gaat die motie wel over. Ik laat het oordeel over die motie aan de Kamer over. Als de motie wordt aangenomen, zal het Presidium haar uiteraard uitvoeren.
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 9 over het vragenuur met de minister-president. Mijn opmerking van zojuist tegen de heer Van Beek geldt ook hiervoor: niks verhindert u om de minister-president uit te nodigen voor het vragenuur. De motie gaat echter over een wekelijks vragenuur. Ik laat het oordeel over deze motie ook aan de Kamer over.
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 10 over neveninkomsten. Ik vergat in eerste termijn op te merken dat wij bij de behandeling van de wijziging van het Reglement van Orde hebben afgesproken dat het Presidium of de voorzitter de leden twee keer per jaar expliciet op de bepalingen en de uit het Reglement van Orde voortkomende verplichtingen zal wijzen. Dat zal ik uiteraard doen. Dat halfjaar is na het reces weer voorbij en dan zal dit weer actief onder de aandacht van de leden worden gebracht.
Daarmee heb ik de vragen beantwoord en heb ik gereageerd op de moties.
De heerVan Beek(VVD)
U zou in tweede termijn nog één vraag van mij beantwoorden.
De heerWeisglas
U hebt gelijk. Die vraag had betrekking op de begroting van 2006, die naar aanleiding van de Voorjaarsnota aanzienlijk is verruimd. Nu wij de tweede helft van het jaar naderen, vraagt u of dat allemaal tot besteding komt. Aan de hand van jaarplannen wordt uiteraard gestuurd op een doelmatige en rechtmatige besteding van de beschikbare middelen, dus ook in 2006 en ook voor de extra middelen die bij de Voorjaarsnota aan de begroting zijn toegevoegd. Die sturing is natuurlijk niet mogelijk met betrekking tot de budgetten van de fracties en de rechtspositionele budgetten voor wachtgelden et cetera. Daarnaast is de Kamer zelf verantwoordelijk voor de aanwending van de onderzoeksgelden. Met andere woorden: of de onderzoeksgelden in een bepaald jaar tot besteding komen, hangt af van de vraag of de Kamer tot een onderzoek besluit. De voortgang van de uitvoering van de jaarplannen wordt uiteraard met name door het managementteam, onder verantwoordelijkheid van het Presidium, gevolgd en er wordt gestuurd op uitputting, ook van de extra toegevoegde budgetten in 2006.
De heerVan Beek(VVD)
Dat was het eerste deel van de vraag. Het tweede deel van de vraag was wat er het eerste halfjaar is overgebleven. Zit daar niet zoveel ruimte in dat wij nu te veel vragen?
De heerWeisglas
Het loopt over één jaar. Ik kan dus nu niet zeggen dat er in het eerste halfjaar iets is overgebleven.
De heerVan Beek(VVD)
Dat geldt voor sommige budgetten. U weet bijvoorbeeld wel of u het eerste halfjaar op uw personeelsbudget ruimte hebt overgehouden, bijvoorbeeld in verband met vacatures. Hetzelfde geldt voor andere begrotingsposten. Het is wellicht niet nodig om er zo'n groot bedrag bij te vragen. Is er in het eerste halfjaar een onderuitputting die gebruikt kan worden om deze bedragen, of een deel daarvan, te financieren?
De heerWeisglas
Omdat de meeste dingen een langere cyclus hebben, is het op dit moment niet aan te geven.
De heerVan Beek(VVD)
Als dat waar zou zijn, dan is het zorgelijk. Dan hebt u te weinig managementinformatie.
De heerWeisglas
Nee. Het komt uiteraard bij de Najaarsnota terug.
De heerVan Beek(VVD)
Dat begrijp ik, maar u zou tussendoor voldoende sturingsinformatie moeten hebben om te weten of u in het eerste halfjaar geld hebt overgehouden en of dat geld kan vrijvallen. Deze vraag zou te beantwoorden moeten zijn.
De heerWeisglas
Wij stemmen aanstaande donderdag over de raming en over de ingediende moties. Ik zeg u toe dat u aanstaande donderdag een duidelijk antwoord op deze vraag krijgt. Ik ben ook niet helemaal tevreden over mijn eigen antwoord.
De voorzitter:
Wij zijn aan het eind gekomen van het debat over de Raming 2007 van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de voorzitter van het Presidium en de Voorzitter van de Tweede Kamer. Ik ga ervan uit dat de ingediende moties aanstaande donderdag in stemming zullen worden gebracht.
Sluiting 15.28 uur.
Samenstelling:
Leden: Kalsbeek (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), voorzitter, Van Beek (VVD), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Wilders (Groep Wilders), De Pater-van der Meer (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Spies (CDA), Eerdmans (LPF), Sterk (CDA), Van der Ham (D66), Algra (CDA), Haverkamp (CDA), Van Fessem (CDA), Smilde (CDA), Straub (PvdA), Nawijn (LPF), Boelhouwer (PvdA), Dubbelboer (PvdA), Nijs (VVD), Van Schijndel (VVD), Irrgang (SP), Meijer (PvdA), Özütok (GroenLinks) en Wagner (PvdA).
Plv. leden: Klaas de Vries (PvdA), Fierens (PvdA), Weekers (VVD), Slob (ChristenUnie), Szabó (VVD), Rambocus (CDA), Van Gent (GroenLinks), Çörüz (CDA), Van As (LPF), Van Haersma Buma (CDA), Koşer Kaya (D66), Eski (CDA), Knops (CDA), Van Bochove (CDA), Van Hijum (CDA), Hamer (PvdA), Hermans (LPF), Leerdam (PvdA), Wolfsen (PvdA), Van der Sande (VVD), Kant (SP), Balemans (VVD), Halsema (GroenLinks), Dijsselbloem (PvdA), Bibi de Vries (VVD) en De Wit (SP).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30549-12.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.