30 545 Uitvoering Wet Werk en Bijstand

Nr. 188 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 september 2015

In de motie Voortman Cs. (Kamerstuk 30 545, nr. 181) wordt de regering verzocht om inzichtelijk te maken hoe de gemeenten omgaan met de doelgroep van jongeren tot 27 jaar vanaf het moment dat zij zich melden en of gemeente de doelgroep van jongeren tot 27 jaar gedurende de vier weken termijn kan ondersteunen bij het zoeken naar werk of een instrument kan inzetten.

Ten aanzien van de vraag of gemeenten jongeren tijdens de vier weken zoektermijn kunnen ondersteunen merk ik het volgende op.

De invoering van de vier weken termijn is bedoeld om jongeren tot 27 jaar – nadat zij zich hebben gemeld met de intentie om bijstand aan te vragen – eerst zelf actief te laten zoeken naar passend werk of een geschikte opleiding. Na afloop van de vier weken zoektijd kan de jongere bijstand aanvragen. Het college beoordeelt dan of de jongere voldoende actief is geweest met het zoeken naar werk. Als dat het geval is, maar de jongere heeft niettemin geen werk kunnen vinden en verder onvoldoende middelen van bestaan, kan het college bijstand toekennen vanaf de dag van melding. De jongere moet in de vier weken termijn dus eerst actief en zelfstandig zoeken, maar de gemeente kan (kwetsbare) jongeren desgewenst ondersteunen. Voor kwetsbare jongeren kan het immers moeilijk zijn om zelfstandig werk te zoeken en daarvoor de juiste acties te ondernemen.

Indien het college voor een jongere zonder startkwalificatie een leerwerktraject aangewezen acht, biedt de Participatiewet (artikel 10 f) een grondslag voor ondersteuning. De gemeente heeft daarnaast op grond van haar algemene zorgplicht voor haar burgers de mogelijkheid om mensen te ondersteunen bij het zoeken naar werk of daarvoor passende instrumenten in te zetten. De participatiemiddelen die via de integratie-uitkering sociaal domein aan de gemeenten worden verstrekt, zijn vrij besteedbaar en kunnen desgewenst daarvoor worden ingezet.

In het Algemeen Overleg van 24 juni 2015 (Kamerstuk 30 545, nr. 187) heb ik aangegeven dat de gemeenten via de Verzamelbrief SZW op de hoogte worden gesteld over de mogelijkheid om (kwetsbare) jongeren al gedurende de vier weken termijn te ondersteunen bij het zoeken naar werk. Het is aan het College van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad of deze mogelijkheid ook wordt benut en op welke wijze deze vorm wordt gegeven.

Ten aanzien van de wijze waarop de gemeenten omgaan met jongeren vanaf het moment dat zij zich melden, verwijs ik naar hoofdstuk 4 van het onderzoek Uitvoering WWB voor jongeren van de Inspectie SZW. Dit onderzoek is eerder als bijlage bij de brief van 6 maart 2015 (Kamerstuk 30 545, nr. 152) naar de Kamer toegezonden. Uit het onderzoek blijkt ondermeer dat bij ca 80% van de gemeenten er aan het begin van de zoektijd face to face contact plaats vindt tussen de gemeente en de jongere en dat ongeveer zes op de tien gemeenten ondersteuning bieden. Bij de meeste van deze gemeenten gaat het om ondersteuning specifiek gericht op niet-zelfredzame jongeren, dan wel jongeren die hierom zelf verzoeken.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma

Naar boven