Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de strafrechtelijke immuniteiten
van publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers op te heffen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
B
Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, dat
luidt:
2. In het vierde lid wordt «de vorige leden» vervangen door: dit artikel.
ARTIKEL II
Artikel 9, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering komt te luiden:
ARTIKEL IIa
In artikel 4.2 van de Aanbestedingswet 2012 wordt de zinsnede «artikel 51, derde lid,
van het Wetboek van Strafrecht» vervangen door: artikel 51, vierde lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
ARTIKEL IIb
In artikel 5:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de zinsnede «Artikel
51, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht» vervangen door: Artikel 51,
tweede en vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
ARTIKEL IIc
In artikel 1, onderdeel d, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens wordt
de zinsnede «artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht» vervangen door:
artikel 51, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
ARTIKEL IId
Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding
van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
van deze wet in de praktijk.
ARTIKEL III
Artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit komt te luiden na
inwerkingtreding van deze wet, is niet van toepassing in gevallen waarin het strafbare
feit is begaan voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Gegeven
De Minister van Veiligheid en Justitie,