30 536
Regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 20..)

nr. 47
NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID CRONE C.S., TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 44

Ontvangen 26 april 2007

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Na paragraaf 2.2. wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 2.3. Verbod op kruissubsidiëring

Artikel 7A

1. Indien een met een postvervoerbedrijf in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verbonden groepsmaatschappij postvervoeractiviteiten verricht, mag het postvervoerbedrijf, bij het verlenen van diensten die samenhangen met het postvervoer of bij tarifering van deze diensten, die groepsmaatschappij niet bevoordelen boven andere postvervoerbedrijven waarmee de groep in concurrentie treedt of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in normaal handelsverkeer gebruikelijk is. Bevoordeling van of anderszins toekenning van voordelen die verder gaan dan in normaal handelsverkeer gebruikelijk is aan een met een postvervoerbedrijf in een groep verbonden groepsmaatschappij die postvervoeractiviteiten verricht door een andere groepsmaatschappij is eveneens niet toegestaan.

2. Als bevoordelen van een groepsmaatschappij als bedoeld in het eerste lid of het toekennen van voordelen die verder gaan dan in normaal handelsverkeer gebruikelijk is, worden in ieder geval aangemerkt:

a. het verstrekken van gegevens aan een groepsmaatschappij over afnemers;

b. het leveren van diensten of het ter beschikking stellen van faciliteiten aan een groepsmaatschappij tegen een vergoeding die lager is dan de redelijkerwijs daaraan toe te rekenen kosten;

c. het op een andere wijze bevoordelen van een groepsmaatschappij ten opzichte van een postvervoerbedrijf waarmee het postvervoerbedrijf in concurrentie treedt, al dan niet door middel van directe of indirecte kruissubsidiëring, of

d. het toestaan van het gebruik door een groepsmaatschappij van de naam en het beeldmerk van het postvervoerbedrijf op een wijze waardoor verwarring bij het publiek te duchten is over de herkomst van diensten.

3. Een postvervoerbedrijf en een groepsmaatschappij, als bedoeld in het eerste lid, voegt bij zijn jaarrekening een verklaring waaruit blijkt dat de financiële verhouding tussen het postvervoerbedrijf en de groepsmaatschappij, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen. Het postvervoerbedrijf legt een exemplaar van zijn jaarrekening, de daartoe behorende toelichting en de daarbij gevoegde verklaring voor een ieder ter inzage in al zijn kantoren en zendt een exemplaar daarvan aan het college.

4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in aanvulling op het eerste lid andere regels worden gesteld om de daadwerkelijke marktwerking met betrekking tot postvervoerdiensten te bevorderen.

II

In artikel 48 wordt na «5,» ingevoegd: 7A,.

Toelichting

Dit amendement beoogt een eerlijke concurrentie in de postvervoermarkt te bevorderen, met name door kruissubsidiëring te verbieden tussen postvervoerbedrijven binnen een groep. Met dit amendement wordt beoogd te voorkomen dat zich een situatie kan voordoen dat een postvervoerbedrijf dat een groot deel van de postvervoermarkt in handen heeft, haar marktmacht kan gebruiken om andere postvervoerbedrijven uit de markt te drukken. Dit kan door het berekenen van niet op daadwerkelijke kosten gebaseerde tarieven binnen de groep, die weer kunnen leiden tot niet op daadwerkelijke kosten gebaseerde tarieven die worden aangeboden aan afnemers. Maar ook andere varianten van het inzetten van de marktmacht en de daaruit voortvloeiende financiële middelen worden met dit amendement geacht te worden bestreden. Te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan koppelverkoop, inzet van de merknaam bij het aanbieden van postdiensten of het gebruik van privileges, op basis van het mogen verlenen van de universele postdienst. Het is bijvoorbeeld nadrukkelijk niet de bedoeling dat goede doelenzegels worden ingezet als marketinginstrument om klanten te behouden of te werven.

De Opta houdt toezicht op de naleving van deze wetsbepaling. Het moge duidelijk zijn dat op langere termijn een mogelijke uitschakeling van de concurrentie, en dus de totstandkoming van een inmiddels volledig privaat monopolie, kan leiden tot ongunstigere voorwaarden en hogere tarieven voor consumenten en bedrijven.

Crone

Van Vroonhoven-Kok

Ortega-Martijn

Naar boven