30 536
Regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 20..)

nr. 43
MOTIE VAN HET LID VAN DER HAM

Voorgesteld 19 april 2007

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het voor een evenwichtig arbeidsklimaat en concurrentieverhoudingen van belang is om de arbeidsvoorwaarden van postbezorgers te uniformeren;

constaterende, dat het op grote schaal gebruikmaken van arbeidsovereenkomsten pas economisch haalbaar is bij realisering van bepaalde volumes post;

van mening, dat zolang het volume op de postmarkt niet eerlijk tussen de marktpartijen is verdeeld, er geen gelijke voorwaarden kunnen worden gesteld aan de verschillende marktpartijen;

overwegende, dat het in één keer verplichten van arbeidsovereenkomsten voor alle postbezorgers in Nederland leidt tot toetredingsbarrières voor nieuwe toetreders in de postmarkt, hetgeen niet in lijn is met de liberaliseringsdoelstelling van de Postwet;

verzoekt de regering binnen de vigerende wet- en regelgeving afspraken te maken met postvervoersbedrijven over de arbeidsvoorwaarden van postbezorgers waarbij de ontwikkeling van die voorwaarden gelijke tred zal houden met de door de postvervoerder bezorgde volumes,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Ham

Naar boven