30 536
Regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 20..)

nr. 40
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN VROONHOVEN-KOK EN CRONE, TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 17

Ontvangen 19 april 2007

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid komt te luiden:

5. Een verlener van de universele postdienst haalt ten minste zes dagen per week poststukken op uit de voor het publiek bestemde brievenbussen dan wel uit andere daartoe bestemde inrichtingen, en voert ten minste zes dagen per week overal in Nederland een bestelling uit.

2. Er worden vier leden toegevoegd, luidende:

6. Een verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat de brieven, die overeenkomstig de daartoe gestelde voorwaarden aan hem worden aangeboden voor postvervoer binnen Nederland met de standaard overnight service, per kalenderjaar in ten minste gemiddeld 95% van de gevallen worden besteld op de dag, niet zijnde een zon- of officiële feestdag, volgend op de dag van aanbieding.

7. De verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat het net van dienstverleningspunten voor het aanbieden van postzendingen en voor het verrichten van andere met het postvervoer samenhangende handelingen ten minste 2000 dienstverleningspunten omvat, waarvan ten minste 902 met een volledig assortiment aan diensten. Bovendien zorgt de verlener van de universele postdienst ervoor dat dit net voldoet aan de volgende spreidingsmaatstaven:

a. de spreiding over Nederland van dienstverleningspunten met een volledig assortiment van diensten resulteert in een beschikbaarheid van een volledig assortiment van diensten binnen een straal van vijf kilometer voor ten minste 95% van de inwoners;

b. de spreiding van dienstverleningspunten met een volledig assortiment van diensten buiten woonkernen met meer dan 5000 inwoners resulteert in een beschikbaarheid van een volledig assortiment van diensten binnen een straal van 5 kilometer voor ten minste 85% van de betrokken inwoners.

8. De verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat in woonkernen met meer dan 5000 inwoners binnen een straal van 500 meter een voor het publiek bestemde brievenbus is om voor postvervoer bestemde poststukken aan te bieden. Buiten deze woonkernen zorgt de verlener van de universele postdienst ervoor dat binnen een straal van 2500 meter voor het publiek bestemde brievenbussen zijn.

9. Indien het gestelde in het achtste lid redelijkerwijs niet haalbaar is, draagt de verlener van de universele postdienst er zorg voor dat bij de bestelling gelegenheid wordt geboden om daartoe geschikte postzendingen ten vervoer aan te bieden.

II

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

III

Artikel 88 komt te luiden:

Artikel 88

1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2. De voordracht voor het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Toelichting

Dit amendement heeft tot doel om de positie van het parlement te versterken. Het parlement moet als medewetgever bij de belangrijkste beslissingen over de universele dienst en de verdere liberalisering van de postmarkt betrokken te worden. Dit amendement beoogt de rol van het parlement te vergroten door normen met betrekking tot het aantal bezorgdagen (dat op tenminste zes wordt gesteld), de overkomstduur en het aantal dienstverleningspunten en brievenbussen niet in lagere regelgeving maar in de Postwet vast te leggen. In de tweede plaats wordt vastgelegd dat de regels van artikel 15 vooraf door het parlement moeten worden goedgekeurd. In de derde plaats wordt vastgelegd dat de beslissing om de inwerkingtreding van de Postwet uit te stellen vooraf door het parlement moet worden goedgekeurd. Bij de afweging omtrent de inwerkingtreding van deze wet moet de regering de belangen van eerlijke concurrentieverhoudingen (een level playing field met Engeland en Duitsland, het voorkomen van kruissubsidies) in de postsector en de potentiële voordelen van consument en bedrijfsleven bij invoering van deze wet betrekken.

Van Vroonhoven-Kok

Crone

Naar boven