30 536
Regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 20..)

nr. 31
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 april 2007

Hierbij doe ik u een aantal antwoorden toekomen op vragen die in eerste termijn zijn gesteld bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstel voor een nieuwe Postwet.

BTW

Er is een aantal vragen gesteld over de BTW en wat het kabinet daar aan doet. De Europese Commissie heeft een voorstel ingediend om de BTW-vrijstelling die nu bestaat voor de universele dienst, te schrappen. Daarmee wordt bereikt dat voor alle postvervoerbedrijven gelijke voorwaarden zullen gelden. In het voorstel zoals het er nu ligt, zal het vervoer van geadresseerde brieven tot 2 kg en pakjes van niet meer dan 10 kg onder het lage BTW tarief vallen. Daarmee blijven de gevolgen van het heffen van btw zeer beperkt. Nederland ondersteunt het voorstel van de Commissie. Er is echter unanimiteit vereist voor het voorstel. Het vorige kabinet heeft zich ingezet voor aanvaarding van het voorstel van de Commissie, dat zal dit kabinet ook doen.

De SGP fractie heeft gevraagd naar het nultarief op postdiensten. Op basis van de huidige BTW-richtlijn bestaat hier geen mogelijkheid toe.

De BTW-kwestie is bij herhaling bij Duitsland en het Verenigd Koninkrijk aan de orde gesteld. Ik heb dat onlangs ook gedaan bij mijn bezoek aan mijn Duitse collega. Het ministerie van Financiën in Duitsland heeft laten weten dat het werkt aan een oplossing, waarbij voor alle bedrijven gelijke btw-voorwaarden zullen gelden per 1 januari 2008.

In het Verenigd Koninkrijk ligt dit anders. Daar wordt vooralsnog vastgehouden aan de bestaande vrijstelling voor Royal Mail.

De Europese Commissie heeft een infractieprocedure ingesteld tegen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op grond van de ongelijke behandeling van postbedrijven. De procedure loopt en kan er toe leiden dat deze landen voor het Hof van Justitie worden gedaagd.

Onderzoek Commissie

Over de stand van zaken van het onderzoek van Commissaris Kroes naar de mogelijk ongeoorloofde staatssteun aan Royal Mail kan ik geen mededelingen doen, daar deze zaak nog onder de Commissie is.

Briefgeheim

Mevrouw Ortega-Martijn heeft gevraagd naar het briefgeheim. Opta houdt toezicht op het waarborgen van het briefgeheim door alle postvervoerbedrijven.

In beginsel zijn de postvervoerbedrijven vrij in de wijze waarop zij die waarborg organisatorisch vormgeven. Postvervoerbedrijven zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het vervoer dat zij voor de afzenders van post uitvoeren goed wordt uitgevoerd. Zij zijn dus ook verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van het vervoer en de aflevering van de post door de personen aan wie zij die onderdelen van het postvervoer toevertrouwen.

Opta ziet er in elk geval op toe dat deze postvervoerbedrijven doen wat zij zeggen om het briefgeheim te waarborgen. Als dat naar het oordeel van Opta onvoldoende is, kan Opta de handhavingsinstrumenten hanteren die in de Postwet zijn opgenomen, zoals het opleggen van een bestuurlijke boete en het geven van een aanwijzing.

Bedrijfstak CAO

Een cao is een overeenkomst die is aangegaan tussen een of meer werkgevers of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers en een of meer verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, waarbij voornamelijk of uitsluitend arbeidsvoorwaarden worden geregeld die bij individuele arbeidsovereenkomsten in acht genomen dienen te worden. Betrokken partijen gaan vrijwillig een dergelijke overeenkomst met elkaar aan. Partijen besluiten zelf over te gaan tot een bedrijfstak- dan wel een ondernemings-cao.

Een bedrijfstak-cao heeft voordelen voor zowel werknemers als werkgevers. Voor werknemers kan worden gewezen op bundelen van onderhandelingsmacht om zo verminderen of zelfs uitschakelen van neerwaartse loonconcurrentie tussen werknemers te realiseren. Voor werkgevers geldt dat gezamenlijk optrekken voorkomt dat individuele werkgevers tegen elkaar worden uitgespeeld door bedrijfstakgewijs georganiseerde werknemersverenigingen.

Maar de ondernemings-cao heeft ook voordelen: dit biedt meer mogelijkheden tot maatwerk in arbeidsvoorwaardelijk beleid (is bijv. een argument voor grote bedrijven die er dan voor kiezen om juist niet mee te willen lopen in de gemene deler van de bedrijfstak).

De overheid is geen partij in de keuze tussen ondernemings- of bedrijfstak-cao.

Mevrouw Ortega-Martijn heeft gevraagd waarom de SZW-UWV de overeenkomst tot opdracht niet tot werk rekent?

Daarvoor gelden de volgende voorwaarden. Als bij de overeenkomst tot opdracht (dus geen arbeidsovereenkomst of aanneming van werk) wordt voldaan aan de voorwaarden dan valt de desbetreffende arbeidskracht onder de werknemersverzekeringen:

1. persoonlijk arbeid verrichten op doorgaans tenminste 2 dagen in de week (waarbij het aantal uren dat op een dag arbeid wordt verricht niet van belang is),

2. de arbeidsverhouding is aangegaan voor een aaneengesloten periode van tenminste 30 dagen,

3. het bruto inkomen per maand doorgaans 40% van het wettelijk minimum loon is,

In het geval een bedrijf werkt met overeenkomsten tot opdracht waarbij geen sprake is van het verrichten van persoonlijke arbeid op doorgaans ten minste 2 dagen per week, dan kan worden gesteld dat in dat geval niet wordt voldaan aan bovengestelde conditie en logischerwijs die specifieke overeenkomst tot arbeid niet onder de werknemersverzekeringen valt.

Verkoop laatste aandelen TNT

De heer Vendrik heeft gevraagd naar de verkoop van de Staat van de laatste aandelen van TNT een dag voor de verkiezingen vorig jaar.

De verantwoordelijkheid voor de staatsdeelnemingen ligt bij de minister van Financiën. Een maand geleden, op 15 maart, is er een algemeen overleg geweest met de minister van Financiën. Dat overleg ging over het deelnemingenbeleid in het algemeen en ook over de brief van de minister van Financiën van 17 november vorig jaar waarin hij het voornemen uitsprak om de aandelen TNT te verkopen.

In dat overleg is toegelicht dat na het gedwongen afscheid van het bijzonder aandeel in TNT, vanwege een voor de Nederlandse regering negatieve uitspraak van het Hof van Justitie te Luxemburg, er geen reden bestond om nog langer 10% van de aandelen TNT te houden.

Het standpunt van de heer Vendrik dat hier sprake is van een vreemde gang van zaken en zelfs onbehoorlijk bestuur deelt het kabinet niet. Het precieze moment van verkoop is bepaald op grond van omstandigheden in de markt.

Besparing postvrije maandag

De heer Aptroot heeft gevraagd wat de kostenbesparing zou zijn indien in plaats van 6 dagen 5 dagen per week post wordt bezorgd.

Het is niet zonder meer aan te geven wat de besparing zal zijn, omdat hiervoor specifiek moet worden gekeken naar inzet van mensen en middelen en de soort post die op maandag moet worden bezorgd. Deze gegevens zijn niet direct voor handen.

De staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk

Naar boven