30 536
Regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 20..)

nr. 26
NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN VROONHOVEN-KOK EN CRONE TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 23

Ontvangen 12 april 2007

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel 23 komt te luiden:

Artikel 23

1. De landelijk geldende tarieven voor de te onderscheiden postvervoerdiensten ter uitvoering van de universele postdienst zijn kostengeoriënteerd, non-discriminatoir, transparant en uniform. Kostengeoriënteerde tarieven bestaan uit de kosten van de postvervoerdiensten ter uitvoering van de universele postdienst een redelijk rendement dat ten hoogste negen en een half procent bedraagt.

2. Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de elementen van de tarieven, de wijze van berekening van de tarieven en de toedeling van de kosten.

3. De verlener van de universele postdienst dient jaarlijks voor 1 augustus met inachtneming van het bepaalde in dit artikel een voorstel in voor de hoogte van de tarieven, bedoeld in het eerste lid.

4. Het voorstel, bedoeld in het derde lid, wordt voor een periode van vier weken ter inzage gelegd bij het college. Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Het voorstel, bedoeld in het derde lid, wordt door het college op een geschikte wijze gepubliceerd. Een ieder wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven aan het college over het voorstel, bedoeld in het derde lid.

5. Het college verzoekt één of meer onafhankelijke adviseurs binnen een door het college te bepalen redelijke termijn te adviseren over het voorstel, bedoeld in het derde lid.

6. Het college stelt de tarieven, bedoeld in het eerste lid, telkens voor een periode van maximaal vier jaar vast. Indien het voorstel, bedoeld in het derde lid, naar het oordeel van het college in strijd is met het bepaalde in dit artikel, draagt het college de verlener van de universele postdienst op het voorstel binnen vier weken zodanig te wijzigen dat deze strijd wordt opgeheven.

7. De tarieven treden in werking op een door het college te bepalen tijdstip en gelden tot een door het college te bepalen datum, met dien verstande dat deze datum ten hoogste vier jaar is gelegen na het tijdstip waarop deze tarieven zijn vastgesteld. Indien op 1 januari de tarieven voor de volgende periode nog niet zijn vastgesteld, gelden de tarieven tot de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven voor de volgende periode. De tarieven worden gepubliceerd in de Staatscourant.

8. Het krachtens artikel 13, eerste lid, aangewezen postvervoerbedrijf hanteert bij de uitvoering van de universele postdienst voorwaarden die redelijk, non-discriminatoir, transparant en evenredig zijn.

9. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld, met het oog op de doelmatige wijze van uitvoeren van de universele postdienst, omtrent de verpakking en adressering van poststukken. Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen over het gebruik van een postcode. In de regels wordt vastgelegd dat afzenders van de verlener van de universele postdienst kosteloos en op eenvoudige wijze de bij een adres behorende postcode kunnen verkrijgen.

II

Artikel 24 vervalt.

III

In artikel 25 vervalt, onder vernummering van artikel 25 tot 24, de zinsnede «en 24».

IV

Artikel 26 vervalt.

V

Artikel 27 vervalt.

VI

Artikel 46 wordt gewijzigd als volgt:

A. In het eerste lid wordt voor «aanwijzingen» ingevoegd: bindende.

B. In het tweede lid wordt voor «aanwijzingen» ingevoegd: bindende.

C. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende: Een beschikking, als genoemd in het eerste of tweede lid, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

VII

Artikel 48 wordt gewijzigd als volgt:

A. In het eerste lid wordt na «40,» ingevoegd: 46, eerste lid,.

B. In het tweede lid wordt na «overtreding van» ingevoegd: artikel 46, tweede lid, dan wel.

Toelichting

Ter bescherming van kwetsbare groepen en de betaalbaarheid van de postvervoerdiensten voorziet de Postwet in een universele postdienst. Door de Minister van Economische Zaken wordt een persoon belast met de uitvoering van de universele postdienst. Deze universele postdienst moet tegen kostengeoriënteerde tarieven worden uitgevoerd. De voorgestelde regeling voorziet in een procedure tot vaststelling van deze tarieven, waarbij is gewaarborgd dat bij de vaststelling van deze tarieven met de belangen van alle betrokkenen rekening kan worden gehouden. De verlener van de universele postdienst moet bij de uitvoering van deze postvervoerdiensten uiteraard redelijke, transparante, non-discriminatoire en evenredige voorwaarden hanteren. Deze algemeen geformuleerde normen kunnen door middel van bindende aanwijzingen nader worden geconcretiseerd.

Van Vroonhoven

Crone

Naar boven