30 532
Wijziging van de Arbeidstijdenwet in verband met vereenvoudiging van die wet

nr. 26
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 januari 2007

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 19 december 2006 bij brief gevraagd (06-SZW-B-110) om nadere informatie over de uitvoering van de motie-Rambocus/Stuurman.

In mijn brief van 24 november 2006 (Kamerstukken II 2006/07, 30 532, nr. 25) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de conclusie van de regering inzake de uitvoering van de motie-Rambocus/Stuurman (Kamerstukken II 2006/07, 30 352, nr. 24). De conclusie luidde dat het de voorkeur verdient om de overgangsregeling voor het uitoefenen van permanente nachtarbeid (art. 8.1:1 ATB) in stand te houden.

Het praktisch effect daarvan is dat werknemers die op basis van artikel 8.1:1 ATB permanent in de nacht mogen werken, dit ook na de inwerkingtreding van het gewijzigde ATB per 1 april as. kunnen blijven doen. Zij hoeven hiervoor geen ontheffing ex artikel 5:14 ATW aan te vragen. Een aantal werknemers die op basis van artikel 8.1:1 permanente nachtarbeid uitoefenen, heeft inmiddels bij de Arbeidsinspectie een ontheffingsverzoek ingediend. De Arbeidsinspectie zal betrokkenen informeren over het feit dat zij geen ontheffing hoeven aan te vragen, aangezien artikel 8.1:1 ATB in stand blijft.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

Naar boven