nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te
treffen ten aanzien van een bijdrage in de politiekosten bij publieksevenementen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. regio: regio als bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993;
b. bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
c. publieksevenement: voor publiek toegankelijke vermakelijkheid;
d. organisator: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een vergunning
voor het organiseren van een publieksevenement aanvraagt of een kennisgeving
doet van een publieksevenement.
Artikel 2
1. De organisator van een publieksevenement dat bij algemene maatregel
van bestuur is aangewezen of behoort tot een bij die maatregel aangewezen
categorie publieksevenementen, is een bijdrage verschuldigd voor de kosten
van de inzet van politie die verband houdt met het publieksevenement en betrekking
heeft op de handhaving van de openbare orde.
2. Een publieksevenement of een categorie publieksevenementen wordt
uitsluitend aangewezen indien daarbij een commercieel belang is gediend en
een onevenredige inzet van politie noodzakelijk is gebleken.
Artikel 3
1. In het geval bij gemeentelijke verordening is bepaald dat voor
een krachtens artikel 2 aangewezen publieksevenement een vergunning is vereist, zendt de burgemeester de organisator de vergunning gelijktijdig
met de beschikking omtrent de hoogte van de bijdrage op grond van de inzet
van politie die hij noodzakelijk acht, dan wel de mededeling dat geen bijdrage
is verschuldigd in verband met de toepassing van artikel 5, tweede lid.
2. In het geval bij gemeentelijke verordening is bepaald dat voor
een krachtens artikel 2 aangewezen publieksevenement een kennisgeving is vereist,
zendt de burgemeester de organisator de beschikking respectievelijk de mededeling,
bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na de kennisgeving doch uiterlijk
een dag voor de datum waarop het evenement plaatsvindt.
Artikel 4
1. De burgemeester geeft binnen vier weken na de datum waarop het
publieksevenement heeft plaatsgevonden op grond van de daadwerkelijke inzet
van politie een beschikking omtrent de hoogte van de bijdrage, dan wel de
mededeling dat geen bijdrage is verschuldigd in verband met de toepassing
van artikel 5, tweede lid. De burgemeester stelt de bijdrage niet hoger vast
dan in zijn krachtens artikel 3 gegeven beschikking.
2. De beschikking vermeldt de dag waarop de bijdrage uiterlijk moet
zijn voldaan.
Artikel 5
1. De bijdrage bedraagt de helft van de kosten van de inzet van politie.
2. Bij de vaststelling van de bijdrage wordt een bij algemene maatregel
van bestuur vast te stellen inzet van politie buiten beschouwing gelaten.
3. De bijdrage is verschuldigd aan de regio waarbinnen het evenement
plaatsvindt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
over:
a. de wijze waarop de hoogte van de bijdrage wordt berekend;
b. categorieën van ambtenaren van politie wier inzet bij een
publieksevenement voor vaststelling van de bijdrage in aanmerking komt.
5. Bij ministeriële regeling wordt een forfaitair bedrag vastgesteld
voor de kosten van de inzet van een ambtenaar van politie of een categorie
ambtenaren van politie.
Artikel 6
1. De bijdrage wordt betaald aan de regio binnen zes weken na dagtekening
van de beschikking, bedoeld in artikel 4.
2. De regio kan de geldsom invorderen bij dwangbevel.
Artikel 7
1. Bij gebreke van betaling maant de korpsbeheerder de organisator
van het publieksevenement schriftelijk binnen twee weken alsnog aan zijn verplichtingen
te voldoen. De bijdrage wordt verhoogd met de op de aanmaning betrekking hebbende
kosten.
2. De aanmaning bevat de aanzegging dat de bijdrage, voorzover deze
in de in de aanmaning gestelde termijn niet wordt voldaan, wordt ingevorderd
overeenkomstig artikel 8.
Artikel 8
1. Bij gebreke van tijdige betaling vordert de korpsbeheerder bij
de organisator van het publieksevenement de bijdrage, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten en de wettelijke
rente, bij dwangbevel in.
2. Het dwangbevel wordt op kosten van de organisator van het publieksevenement
bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de
zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
3. Gedurende zes weken staat verzet tegen het dwangbevel open door
dagvaarding van de regio.
4. Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de beschikking,
bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet is ontvangen, of dat de bij de beschikking
opgelegde bijdrage ten onrechte of op een te hoge geldsom is vastgesteld.
5. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter
van de rechtbank in kort geding anders beslist.
Artikel 9
1. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de beschikking, bedoeld
in artikel 3, heeft mede betrekking op de beschikking, bedoeld in artikel
4, voorzover de belanghebbende deze beschikking betwist.
2. De rechter kan de beslissing op het beroep of hoger beroep inzake
de beschikking, bedoeld in artikel 4, verwijzen naar een ander orgaan, indien
behandeling door dit orgaan gewenst is.
3. In beroep of hoger beroep legt de belanghebbende een afschrift
over van de beschikking die hij betwist.
4. Het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing
op een verzoek om voorlopige voorziening.
Artikel 10
Indien de bijdrage ten onrechte is opgelegd, wordt een ten onrechte betaalde
geldsom, vermeerderd met de wettelijke rente, binnen zes weken nadat is vastgesteld
dat de bijdrage ten onrechte is vastgesteld, aan de rechthebbende terug betaald.
Artikel 11
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt binnen
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag
over de doeltreffendheid en effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 12
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 13
Deze wet wordt aangehaald als: Wet bijdrage politiekosten bij publieksevenementen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,