Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2012
In het AO van 12 oktober jl. (Kamerstuk 29 407, nr. 131) heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de stand van zaken ten aanzien van
het prioriteitgenietend aanbod in de binnenvaartsector. Deze toezegging doe ik hierbij
gestand.
Tevens maak ik van de gelegenheid gebruik u in te lichten over de invulling van de
motie Van Hijum/De Rouwe (Kamerstukken II, 2010/2011, 30 523 nr. 61) van 28 juni 2011.
Prioriteitgenietend aanbod
Het algemene beleid is dat een werkgever pas in aanmerking komt voor een tewerkstellingsvergunning
als hij heeft aangetoond dat er geen prioriteitgenietend aanbod voor de vacature beschikbaar
is. We weten dat in Nederland honderdduizenden mensen werkloos zijn die kunnen werken.
Tevens is sprake van een oplopende werkloosheid in Nederland en Europa. Ik streef
er daarom naar vacatures zo veel mogelijk met binnenlandse arbeidskrachten op te vullen.
En waar Nederlands aanbod niet beschikbaar is, zijn grote aantallen migranten uit
de EU aanwezig op de Nederlandse arbeidsmarkt. Indien het om geschoolde functies gaat,
moet uiteraard rekening worden gehouden met het vereiste opleidingsniveau. Dit beleid
geldt voor alle sectoren, dus ook voor de binnenvaart.
Het beleid omtrent tewerkstellingsvergunningen heeft als doel de Nederlandse arbeidsmarkt
te beschermen en oneerlijke concurrentie te voorkomen. Bovendien werkt illegale tewerkstelling
misstanden in de hand. Daarom gaat dit beleid gepaard met een streng handhavingsbeleid.
De Inspectie SZW ziet toe op een juiste naleving van de Wet arbeid vreemdelingen en
de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Bij overtredingen zal de Inspectie SZW
handhavend optreden en riskeren werkgevers hoge boetes.
Voor functies in de binnenvaartsector zijn in het jaar 2011 door het UWV 333 tewerkstellingsvergunningen
afgegeven. In de jaren 2009 en 2010 zijn jaarlijks rond de 450 tewerkstellingsvergunningen
verleend. Er is dus sprake van een daling. Het is mijn ambitie het aantal tewerkstellingsvergunningen
in de binnenvaart nog verder terug te dringen.
In de afgelopen tijd is het UWV met verschillende uitzendbureaus in gesprek geweest
om een beeld te krijgen van het aanbod van Nederlandse en Europese arbeidskrachten
die in de binnenvaart ingezet kunnen worden. Een aantal uitzendbureaus heeft aangegeven
prioriteitgenietend aanbod voor de binnenvaart aan te kunnen aanbieden.
Het UWV zal werkgevers bij de melding van een vacature en bij de aanvraag van een
tewerkstellingsvergunning wijzen op het aanbod van uitzendbureaus. Om in aanmerking
te komen voor een tewerkstellingsvergunning moeten werkgevers aantonen dat zij dat
aanbod hebben onderzocht. Werkgevers zullen dus meer inspanningen moeten verrichten
door actief uitzendbureaus in te schakelen om hun vacatures te vervullen met binnenlands
en Europees aanbod. In de komende tijd zal het UWV intensief met uitzendbureaus in
contact blijven om prioriteitgenietend aanbod in deze sector aan de slag te helpen.
Bovendien zullen werkzoekenden actief worden geattendeerd op banen in de binnenvaart.
Zij moeten een passend werkaanbod accepteren; bij weigering volgt korting op de uitkering.
In de richting van werkzoekenden wordt een activerend beleid ingezet om hen te stimuleren
een baan te zoeken.
Motie Van Hijum/De Rouwe
Tot slot maak ik van de gelegenheid gebruik u in te lichten over de invulling van
de motie Van Hijum/De Rouwe (Kamerstukken II, 2010/2011, 30 523 nr. 61) van 28 juni 2011.
De regering wordt in deze motie verzocht om in overleg met de binnenvaartsector afspraken
te maken over een betere communicatie over de beschikbaarheid van de regeling voor
werktijdverkorting bij toekomstige calamiteiten. Er heeft overleg plaatsgevonden met
het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart en Kantoor Binnenvaart. Van de zijde
van het ministerie van SZW is een toelichting op de regeling voor werktijdverkorting
(WTV-regeling) gegeven. Tevens is afgesproken dat het ministerie zich in zal spannen
om bij toekomstige calamiteiten zo snel mogelijk duidelijkheid te geven of sprake
is van een calamiteit waarvoor ontheffing van het verbod op werktijdverkorting kan
worden verleend en daarover helder te communiceren. Het gaat daarbij om calamiteiten
waarvan de effecten zich niet beperken tot een enkele onderneming. Uiteraard moet
men wel aan de voorwaarden voor ontheffing voldoen.
Bij de stremming in het Twentekanaal begin januari heb ik deze afspraken in de praktijk
gebracht. Een week na begin van de stremming heb ik deze als calamiteit in de zin
van de WTV-regeling aangemerkt.
Op dezelfde dag is daarover een persbericht verschenen en aansluitend zijn werkgeversorganisaties
geïnformeerd.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, H. G. J. Kamp