Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 30504 nr. 4 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 30504 nr. 4 |
Vastgesteld 2 oktober 2007
De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1 heeft op 6 september 2007 overleg gevoerd met minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat over:
– de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat inzake de procedure Tracébesluit A4 Burgerveen–Leiden (30 504, nr. 3).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Duyvendak (GroenLinks) constateert dat de Kamer dinsdag om 14.56 uur een conceptbrief van de minister inzake de A4 heeft ontvangen. Om 15.08 uur volgde een geredigeerde versie daarvan. De conceptversie bevatte informatie die in de geredigeerde versie niet meer terug te vinden is. Dat roept de vraag op of de Kamer in de geredigeerde versie van de brief volledig en juist is geïnformeerd.
De indruk dringt zich op dat de conceptversie van de brief ongewild een kijkje in de keuken van het ministerie geeft, althans de manier waarop men daar omgaat met het verschaffen van informatie aan de Kamer. Op dat punt is het ministerie van VW reeds in het verleden bekritiseerd. De Rekenkamer heeft verschillende keren geconstateerd dat het ministerie in gebreke is gebleven en de commissie-Duivesteijn eveneens.
De vraag is of de recente uitspraak van de Raad van State inzake de procedure Tracébesluit A4 Burgerveen–Leiden ook andere projecten raakt en vertragingen veroorzaakt. In de eerste brief zijn drie varianten verwoord, waaruit de minister kennelijk moet kiezen. Een optie is het vermelden van de mogelijkheid dat dit voor sommige projecten die boven de norm zitten, substantiële vertraging oplevert. Optie twee is het vermelden van de expliciete tijdsduur van minimaal zes maanden vertraging. Bij optie drie kiest de minister ervoor, de vertraging niet aan de Kamer te melden; dan moet er een alternatieve tekst komen.
Is de informatiecultuur binnen het ministerie dat men de minister de vraag voorlegt of hij iets wil melden aan de Kamer? Dat kan niet. De minister heeft de Kamer volledig te informeren. In de geredigeerde versie van de brief is van een vertraging geen sprake meer, maar stelt de minister in het vooruitzicht, de Kamer later de melden hoe het ervoor staat. Waarom meldt de minister de Kamer niet nu al dat de vertraging minimaal zes maanden is?
Verder bevat de conceptbrief een lijst van achttien wegprojecten waarbij naar aanleiding van de RvS-uitspraak mogelijk eveneens vertraging optreedt. Die lijst komt niet meer voor in de geredigeerde versie van de brief. Daarmee houdt de minister informatie achter die voor de Kamer cruciaal is. Waarom heeft hij die lijst niet naar de Kamer gestuurd?
Volgens de heer Duyvendak wekt dit allemaal de indruk dat de minister de Kamer niet volledig heeft geïnformeerd. Dat raakt het vertrouwen in het verkeer tussen Kamer en ministerie en zonder dat vertrouwen kan de Kamer niet met de minister samenwerken.
De heer Roemer (SP) zegt geschrokken te zijn van het incident met de twee brieven. De Kamer heeft essentiële informatie niet toegestuurd gekregen. Het is belangrijk dat de minister aangeeft waarom hij besloten heeft om de klaarblijkelijk aanwezige informatie inclusief de voorbeelden niet met de Kamer te delen. Het achterhouden van de informatie is des te erger, daar het ook om wegprojecten gaat die behoren bij het Urgentieprogramma Randstad (UPR). Dit staat geagendeerd voor een algemeen overleg later op de dag van dit AO. Op de lijst van mogelijk vertraging oplopende projecten uit de conceptbrief stond verder de A74, die eveneens later op de dag van dit overleg nog besproken zal worden.
Gezien de formuleringen uit de eerste brief lijkt het er naar de mening van de heer Roemer op dat de aanleg van wegen en het tempo daarvan belangrijker wordt gevonden dan de gezondheid van omwonenden en het milieu. Het lijkt wel of het het streven van de minister is om de methodiek zo te veranderen dat snelle wegaanleg mogelijk wordt. Dat zou passen bij de uitspraken die de minister in de pers heeft gedaan over onwillige gemeentes die, in de woorden van de heer Roemer, dan maar onder druk gezet moesten worden.
De cruciale vraag is hoe lang de minister heeft willen wachten met het informeren van de Kamer. Waarom wil hij de Kamer geen deelgenoot maken van de bestaande problemen? Zonder afdoende antwoorden op deze vragen heeft het voor de heer Roemer geen zin om te spreken over UPR of A74.
De heer Haverkamp (CDA) wacht de eerste termijn van de kant van de regering af.
Mevrouw Roefs (PvdA) is geschrokken van de twee brieven en vraagt zich af of dit tekenend is voor de cultuur op het ministerie of dat er andere zaken achter zitten. Een andere vraag die rijst is of zoiets al vaker is voorgekomen. Hoe weet de Kamer dat het in de toekomst niet weer gebeurt?
De minister dient open kaart te spelen. De Kamer heeft belangrijke beslissingen te nemen, bijvoorbeeld over de variant bij de A74. Dan moet duidelijk zijn of de uitspraak van de Raad van State wel of geen gevolgen heeft voor een te kiezen variant. Anders dreigen er verkeerde beslissingen genomen te worden op basis van onjuiste informatie.
De manier waarop dit gegaan is, acht mevrouw Roefs onacceptabel. De Kamer moet goed geïnformeerd worden, anders kan zij geen goede afwegingen maken.
De heer Cramer (ChristenUnie) heeft alle begrip voor de vragen die hier opgeworpen worden, maar herkent toch ook het dilemma van een bestuurder die moet kiezen tussen verschillende formuleringen. De vragen daarover deelt hij dan ook niet zo zeer, te meer daar de minister aan het einde van zijn brief aangeeft, de Kamer binnenkort nader te informeren. Wel deelt hij de bedenkingen over het weglaten van de lijst met projecten die mogelijk eveneens vertraging oplopen. De vragen daarover wil hij onderschrijven.
De heer Madlener (PVV) is het met de minister eens dat het spoedig kunnen aanleggen van wegen van groot belang is. Hij was in de veronderstelling dat de minister de Kamer onverwijld informeert over belangrijke zaken die rondom dat thema spelen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de minister in het voorliggende geval de keuze maakt om de Kamer niet te informeren over dreigende vertragingen bij de aanleg van infrastructuur.
De heer De Krom (VVD) heeft te doen met de medewerker die de eerste versie van de brief abusievelijk heeft weggestuurd, maar zat die brief toch met verbazing te lezen. Dit geeft een doorkijkje hoe er op het ministerie met dit soort zaken wordt omgegaan. Het schijnt er binnen de heersende cultuur te passen dat men de minister de keuze voorlegt, de Kamer op een bepaald moment wel of niet uiterst relevante informatie te verschaffen over een heel belangrijk project dat veel mensen raakt. Uit de ontwerpversie van de brief blijkt dat de A4 in ieder geval een half jaar vertraging oploopt en de minister heeft er blijkens de definitieve versie van zijn brief voor gekozen, die informatie niet aan de Kamer te sturen, althans niet op dit moment. Waarom heeft hij daartoe besloten?
Er staat nog een interessante opmerking in de conceptbrief die niet terug te vinden is in de definitieve versie, namelijk: het onderstaande raakt aan de discussie van ontkoppeling tussen ruimtelijke ordening en milieuwetgeving waarvan VROM tot nu toe geen voorstander was. Kennelijk wordt er nagedacht over een ontkoppeling en kennelijk is het ministerie van VenW daar voorstander van. Dankzij de abusievelijk verstuurde brief weet de Kamer dus een stuk meer, dat is winst, maar het is een bizarre vertoning dat ook het lijstje met achttien projecten waar vertraging dreigt, niet terug te vinden is in de definitieve brief. Als de A1/A6 vertraging dreigt op te lopen, dan wil de heer De Krom dat graag weten voordat hij met de minister in discussie gaat over het UPR. Is het lijstje van achttien projecten compleet? Waar komt dat lijstje vandaan? Zijn er nog meer projecten die risico lopen?
Bij de behandeling van de wet Luchtkwaliteit heeft de VVD-fractie gewaarschuwd dat de ontwikkeling met dat wetsvoorstel de verkeerde kant opgaat. Dat standpunt vond geen steun in de Kamer. Als het wetsvoorstel door de Eerste Kamer wordt aangenomen, is er straks een wet die naar de overtuiging van de heer De Krom de problemen van de minister geenszins oplost. Men zal verstrikt blijven in allerlei rekenmodellen en juridische gevechten. Is het voor de minister een optie om de wet Luchtkwaliteit alsnog aan te passen?
De minister geeft de commissie groot gelijk dat zij duidelijkheid eist inzake de twee brieven. Feit is dat de minister geen twee brieven heeft ondertekend. Ondertekend was slechts de tweede brief. Sinds enige jaren ontvangt de Kamer echter naast een papieren kopie van ondertekende brieven ook een e-mailkopie ervan. Nu heeft een medewerker van het ministerie op de dag voor dit overleg om 14.43 uur de verkeerde versie gemaild. De fout is binnen een paar minuten ontdekt en om 14.49 is de Tweede Kamer vanuit het ministerie gecontacteerd met het verzoek, de eerdere versie te vernietigen. Ondanks dat signaal is de foutieve brief om 14.56 uur aan de Kamerleden gestuurd. Om 14.59 uur verstuurde het ministerie de goede versie en die is om 15.08 uur doorgestuurd naar de Kamerleden. Een medewerker van het ministerie heeft een fout gemaakt. Dat is knullig, maar wel gebeurd.
De minister heeft de Kamer al in het kennismakingsoverleg toegezegd dat hij alle informatie op tafel zal leggen. Daar is hij herhaaldelijk voor geprezen door de Kamer. Het verwijt als zou hij de Kamer onvolledig informeren, werpt hij dan ook verre van zich.
In het zomerreces kwam de Raad van State met een uitspraak inzake het Tracébesluit van de A4. In de brief aan de Kamer zijn de vier punten vermeld waarop de Raad van State het Tracébesluit heeft afgekeurd. De uitspraak is uitvoerig besproken met de Landsadvocaat die het ermee eens is dat het een buitengewoon complex vraagstuk betreft. De uitspraak vestigt de aandacht met name op het feit dat de 300 meter begrenzing die het ministerie had opgenomen in het tracébesluit van de A4 Burgerveen–Leiden niet de standaardlijn is. Om in de toekomst objectief per project een begrenzing vast te kunnen stellen die ook voor de Raad van State standhoudt, moet het ministerie een nieuw netwerktool ontwikkelen. Dat moet nog gebeuren en gaat enige tijd vergen.
Er moet voorkomen worden dat ook toekomstige besluiten vernietigd worden door de Raad van State. Het gaat om een weging van verschillende belangen. De minister wil eruit komen. Hij wil besluitvaardigheid en uit de juridische klem komen. Het kabinet wil in het najaar een commissie onderzoek laten doen naar een ontkoppeling VROM/VW. Daarbij moet er een afweging worden gemaakt tussen zorgvuldigheid, balans milieu en natuur, inpassing, geluid, luchtkwaliteit enerzijds en mobiliteit anderzijds. Vereist is een zorgvuldige afweging. Tegelijkertijd is de uitdaging om het steeds verder juridiseren van dit soort procedures tegen te gaan. Daar moet de in te zetten commissie over oordelen. Vervolgens vormt het kabinet daar een mening over en dan komt de Tweede Kamer aan zet. Of een aanpassing van de wet Luchtkwaliteit een optie wordt, hangt af van de bevindingen van de nog in te zetten commissie. Daar loopt de minister niet op vooruit.
Op het ministerie is een eerste inventarisatie gemaakt van mogelijke consequenties van de uitspraak van de Raad van State voor de A4 en voor andere projecten. Dat is wat de Kamer aantrof in de abusievelijk ontvangen versie van de brief. Die conceptbrief heeft de minister besproken met zijn staf en daarbij bleken de opgenomen gegevens allesbehalve stevig te zijn. Ook de lijst van projecten is in hoge mate indicatief. Een opmerking als zou er minimaal zes maanden vertraging optreden bij de A4 is dan ook niet vol te houden. De vertraging kan korter zijn, maar ook langer. De minister heeft zich nog niet neergelegd bij een vertraging van minimaal zes maanden. Hij wil dat project zo snel mogelijk afronden.
De minister heeft de Kamer niet alleen tijdig, maar ook volledig en zorgvuldig te informeren, zodat de Kamer haar besluitvorming op juiste feiten en cijfers kan baseren. Hij komt niet naar buiten met halve waarheden en ononderbouwde feiten en hij wil geen informatie verstrekken waarop hij later weer terug moet komen. Als hij dat wel zou doen, zou de Kamer hem dat niet in dank afnemen. De minister heeft besloten om de lijst niet naar de Kamer te sturen, omdat uit overleg met zijn staf was gebleken dat de lijst niet voldoende onderbouwd was en omdat het vereiste netwerktool nog ontwikkeld moet worden. In tegenstelling tot wat de heer Duyvendak voorlas, luidde de keuze voorgelegd aan de minister overigens niet om de vertraging niet te melden, maar om de vertraging nóg niet te melden. Dat is waartoe hij om de gemelde redenen heeft besloten.
De minister zal binnen enkele weken met onderbouwde informatie komen over de specifieke gevolgen voor de planning van de A4 Burgerveen–Leiden en voor andere projecten in procedure. Dat zal hij doen zodra hij informatie kan verstrekken die klopt en hard is, zodat de Kamer er ook iets mee kan in haar besluitvorming. De minister zegt de Kamer toe dat de gevolgen van vertragingen in beeld zijn, voordat hij met de bestuurlijke duo’s tot afspraken komt over tijdsplanningen binnen het UPR. Bij de afspraken die op de startconferentie van 29 oktober gemaakt kunnen worden, wordt uitgegaan van juiste informatie en van een realistische, doch zeer ambitieuze planning. De minister wil de druk in het UPR opvoeren en dat vereist ook harde informatie.
Juist omdat de minister de Kamer volledig en zorgvuldig wil informeren, volgt hij de lijn die destijds is uitgezet door de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten onder leiding van Adri Duivesteijn. Het voorbarig verstrekken van informatie waarop later weer teruggekomen moet worden, is nu juist een praktijk waarmee deze minister wil afrekenen.
De heer Duyvendak (GroenLinks) blijft van mening dat de minister de Kamer niet pas volledig moet informeren op het moment dat hij het zelf zeker weet. De Kamer moet ook op de hoogte worden gesteld van kansen en risico’s. In eerdere projecten heeft de Kamer slechte ervaringen gehad met het ministerie van VW in dit soort zaken. Dan wekt het achterdocht als nu weer algemeen en globaal geformuleerde zinnen staan in de brieven van het ministerie. De minister krijgt het voordeel van de twijfel, maar de GroenLinksfractie zal er nauwkeurig op letten of de Kamer in de toekomst volledig wordt geïnformeerd.
De heer Roemer (SP) verwacht over ongeveer twee weken een brief over de consequenties van de uitspraak van de Raad van State. Dan pas zal blijken of de informatie die de minister nu nog niet rijp voor verspreiding acht, inderdaad flinterdun was. Wellicht zal er over twee weken blijken dat er daadwerkelijk een vertraging van minimaal zes maanden optreedt en dat de lijst van vertraagde projecten overeenkomt met de lijst uit de conceptversie van de brief. Bij de kennismaking hebben commissie en minister afgesproken, de bestaande problemen op het gebied van de mobiliteit gezamenlijk aan te pakken en constructief samen te werken. Die verwachting heeft de minister in dezen niet waargemaakt. Het is te hopen dat hij zijn voorgenomen stijl snel weer oppakt.
De heer Haverkamp (CDA) memoreert dat de Kamer de regering moet controleren op basis van de documenten die zij opgestuurd krijgt. Hij beschouwt dan ook de daadwerkelijk door de minister ondertekende versie van de brief als grondslag van discussie en oordeelsvorming. Of de daarin verstrekte informatie volledig is, is de verantwoordelijkheid van de minister. Het gaat erom, de bestaande problemen gezamenlijk aan te pakken. Ook vanuit de Kamer kunnen er goede ideeën komen.
Mevrouw Roefs (PvdA) had het achteraf slimmer gevonden als de minister de Kamer direct na het abusievelijk verzenden van twee versies van de brief had laten weten, waarom er twee versies waren.
De heer Cramer (ChristenUnie) vindt de uitleg van de minister helder. Hij waardeert de oprechtheid van de minister en spreekt zijn vertrouwen uit in de aanpak van de minister.
De heer Madlener (PVV) ziet procedurekwesties en uitstel van infrastructuur als dé ziekte waar Nederland al jaren aan lijdt. Dat maakt een versnelling van de processen tot een van de hoofdpunten op het beleidsveld van deze minister. Al die uitgestelde procedures leveren immers een miljoenenschade op voor de Nederlandse economie. Nieuws dient de Kamer klip en klaar gecommuniceerd te worden. De tweede, echte brief, schiet in dat opzicht tekort. Kan de minister toezeggen de Kamer voortaan duidelijker te informeren over vertragingen, ook als hij zelf nog niet exact weet om hoeveel maanden vertraging het gaat?
De heer De Krom (VVD) vind dit een vervelende zaak voor minister en Kamer. De verdenking is geuit als zou de minister de Kamer niet tijdig informeren. De minister heeft daar uitleg over gegeven en er is geen reden om hem niet te geloven. De Kamer moet ervan op aan kunnen dat relevante informatie tijdig en volledig wordt overgedragen. Het schokkende is de onzekerheid die na dit debat over heel veel projecten blijft hangen.
De minister heeft direct na het bekend worden van de uitspraak van de Raad van State gezegd dat mogelijk meer projecten additioneel rekenwerk vergen, wat sommige projecten zou kunnen vertragen. De minister zal de Kamer informeren zodra hij iets zinnigs kan zeggen over de vraag om hoeveel vertraging het bij welke projecten gaat. Hij vraagt echter nogmaals begrip van de Kamer voor het feit dat hij niet met informatie naar de Kamer wil komen waarvan hij zelf denkt dat die binnen een paar weken weer herroepen moet worden. Er is een knullige fout gemaakt op het ministerie. De minister was niet in staat de Kamer direct mede te delen waarom er twee versies zijn verstuurd, omdat hij daar pas een dag later van op de hoogte is gesteld. De Kamer heeft zich in het verleden geërgerd aan het feit dat informatie vanuit het ministerie van VenW telkens herroepen dan wel gecorrigeerd moest worden. De minister wil zijn toezegging aan de Kamer gestand doen dat hij alleen komt met informatie die klopt.
Samenstelling:
Leden: Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Roland Kortenhorst (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), ondervoorzitter, Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (ChristenUnie), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Besselink (PvdA), Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA) en De Rouwe (CDA).
Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Van Gent (GroenLinks), Hessels (CDA), Jager (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), Neppérus (VVD), Van Gennip (CDA), Aptroot (VVD), Crone (PvdA), Van Baalen (VVD), Smeets (PvdA), Van Gijlswijk (SP), Anker (ChristenUnie), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Jacobi (PvdA), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA) en Van Heugten (CDA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30504-4.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.