nr. 7
BRIEF VAN HET PRESIDIUM
Aan de leden
Den Haag, 16 mei 2006
Namens het Presidium leg ik u het onderzoeksvoorstel zoals geformuleerd
door de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat d.d. 10 mei 2006 naar
aanleiding van de op 27 april jl. aangenomen motie-Verdaas/Duyvendak
(30 494, nr. 4) aan u voor (zie bijlage).
Het Presidium laat het oordeel over dit onderzoeksvoorstel aan de Kamer.
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
F. W. Weisglas
De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
J. E. Biesheuvel-Vermeijden
Aan het Presidium
Den Haag, 10 mei 2006
Geacht college,
Naar aanleiding van de behandeling van de initiatiefnota «De verkoop van een luchthaven, de privatisering van een werkstad» (30 494, nr. 2) hebben de leden Verdaas en Duyvendak een motie
ingediend, waarin wordt verzocht om een onderzoek naar de potentiële
ontwikkelingswaarde van Schiphol (30 494, nr. 4). Deze motie is op donderdag
27 april jl. aangenomen.
Met medewerking van het Onderzoeks- en Verificatiebureau is een en ander
uitgewerkt in een onderzoeksvoorstel – inclusief een raming van de kosten1 – waarmee de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat
door middel van een schriftelijke procedure heeft ingestemd. Dit voorstel
is als bijlage bij deze brief opgenomen.
Met het oog op de in de motie genoemde datum van 19 mei 2006, waarop
het onderzoek gereed zou moeten zijn, verzoek ik u namens de vaste commissie
voor Verkeer en Waterstaat het voorstel op zo kort mogelijke termijn naar
de Kamer door te geleiden.
Hoogachtend,
De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,
C. J. M. Roovers
Voorstel van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat
inzake onderzoek potentiële ontwikkelingswaarde Schiphol
Inleiding
Tijdens het Algemeen Overleg van 25 januari 2006 over de voorgenomen
aandelenvervreemding van de NV Luchthaven Schiphol (NVLS) met de minister
van Financiën, heeft het lid Duivesteijn zijn bevindingen aangaande de
vastgoedpositie van de NVLS gepresenteerd met de nota «De verkoop van een luchthaven, de privatisering van een werkstad» (30 494, nr 2). Hierin heeft hij de omvang van het vastgoedpotentieel
in beeld gebracht en getracht de grond en potentiële ontwikkelingen te
waarderen.
De initiatiefnota heeft geleid tot een motie waarin wordt verzocht om
een onderzoek naar de potentiële ontwikkelingswaarde van Schiphol (30 494,
nr. 4). De motie is op 27 april 2006 door de Kamer aangenomen1.
Aanleiding onderzoek
In de nota «De verkoop van een luchthaven, de
privatisering van een werkstad» wordt gesteld dat luchthaven
Schiphol een veel grotere waarde vertegenwoordigt dan via de beurs kan worden
opgehaald. De nota beschrijft twee belangrijke ontwikkelingen die volgens
de initiatiefnemer thans onvoldoende worden of kunnen worden gewogen:
1. Ingrijpende beslissingen van het publiek bestuur
op korte termijn. Duivesteijn verwacht dat op korte termijn (2008)
van het publiek bestuur beslissingen worden gevraagd die in feite een vergroting
van de capaciteit van de luchthaven inhouden (zoals de bouw van een nieuwe
terminal). De uitwerking daarvan leidt tot een substantieel hogere ondernemingswaarde
van Schiphol.
2. Onderschatten van de verstedelijkingspotentie van
de Schipholregio. Duivesteijn stelt dat de locatie Schiphol in onroerend
goed termen gesproken een nog niet ontgonnen goudmijn is. Bij een goede regie
heeft het gebied de potentie uit te groeien tot een van de meest hoogwaardige
metropolitane gebieden van Nederland. In dat geval kan het zijn dat NVLS een
veelvoud van de waarde vertegenwoordigt dan waar de regering in het kader
van de privatisering nu mogelijk van uitgaat.
Doelstelling onderzoek
Het doel van het onderzoek is een verificatie van de bevindingen uit de
nota «De verkoop van een luchthaven, de privatisering
van een werkstad». Het gaat daarbij niet zozeer om de exacte
waarde van die ontwikkelingen te berekenen. De hoofdvraag van het onderzoek
luidt:
Wat is de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de bevindingen uit de nota «De verkoop van een luchthaven, de privatisering van een
werkstad»? Welke ontwikkelingen zijn er op basis van die nota
aan te wijzen met betrekking tot de potentie/waarde van het vastgoed van NVLS?
De nota «De verkoop van een luchthaven, de privatisering
van een werkstad» stelt dat de potentiële waarde van NVLS
hoger zou kunnen zijn dan wellicht nu door de regering wordt aangenomen. In
het licht van haar controlerende taak vindt een meerderheid van de Kamer het
van belang de nota te verifiëren om de juistheid van de beweringen te
staven. Daarnaast kan het zinvol zijn om een onafhankelijke expert op het
gebied van het vastgoed- en grondpotentieel van NVLS een mening te vragen
over de potentiële ontwikkelingswaarde van Schiphol. Op basis
van die opinie kunnen het standpunt van de minister van Financiën en
de nota beter beoordeeld worden.
Het onderzoek zal uitwijzen of in de nota een juiste inschatting van het
vastgoed- en grondpotentieel van de NVLS is gemaakt. Niettegenstaande het
feit dat de regering volgens de Comptabiliteitswet de bevoegdheid toekomt
te bepalen wanneer vervreemding van aandelen plaatsvindt, kunnen de fracties
het resultaat van dit onderzoek betrekken bij hun oordeelsvorming –
desnoods achteraf – over het moment van aandelenvervreemding en de randvoorwaarden
waartegen dat gebeurt.
Onderzoeksvorm
Er is behoefte aan een onafhankelijk oordeel. De benodigde expertise heeft
de Kamer niet zelf in huis. Uitbesteding ligt dan voor de hand. Gedacht wordt
aan een onafhankelijke deskundige partij op het gebied van vastgoedwaardering.
Het spreekt voor zich dat deze tot op heden niet direct betrokken is geweest
bij de aandelenvervreemding van Schiphol.
Aan de onafhankelijke deskundige partij wordt, naast een verificatie van
de nota, ook een eigenstandig oordeel gevraagd over de potentiële ontwikkelingswaarde
van NVLS. Het voordeel daarvan is dat, naast een uitspraak over de waarde
van de nota, ook een nieuwe zienswijze (van de deskundige) kan worden gebruikt.
De offerte uitbrengende partij wordt gevraagd aan te geven binnen welke
termijn zij denkt de werkzaamheden te kunnen afronden. De beschikbare tijd
is zeer gering aangezien er een relatie is met de spoedige afhandeling van
relevante wetgeving in de Eerste Kamer.
Kosten
Voor het onderzoek wordt een budget gereserveerd van € 30 000.
Dit is een relatief hoog bedrag voor een onderzoek met een korte doorlooptijd.
In dit geval worden de kosten hoger omdat er specialistische, en dus dure
kennis wordt ingeschakeld.