Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 september 2018
In reactie op de tweede evaluatie van de Embryowet, heeft mijn ambtsvoorganger onderzoek
laten verrichten naar de ethische, medisch-wetenschappelijke en psychosociale aspecten
van eiceldonatie. Bijgaand stuur ik u de resultaten van dit onderzoek1.
Uit het onderzoek blijkt dat de counseling van (potentiële) eiceldonoren in Nederland
op een zorgvuldige manier gebeurt en dat daarbij de juiste thema’s aan de orde komen
om een weloverwogen en vrijwillige keuze te waarborgen. Het gaat dan met name om de
(lange termijn) risico’s en impact van eiceldonatie en om de financiële positie van
de vrouw. Tevens constateren de onderzoekers dat de strenge selectie van eiceldonoren
en -ontvangers voortkomt uit een relatief beschermende houding ten opzichte van vrouwen
en het toekomstige kind. Tegen de achtergrond van de schaarste aan donoreicellen,
menen zij dat de ethische kaders ruimte bieden voor verantwoord minder streng selectiebeleid
van zowel donoren als ontvangers. De onderzoekers doen dan ook een oproep aan de drie
eicelbanken om in onderling overleg te komen tot homogeen beleid, waarbij de aanbevelingen
voor selectiecriteria in overweging worden genomen. Zo stellen zij voor een ruimere
leeftijdsgrens voor eiceldonoren te overwegen. Daarnaast werken de onderzoekers nog
een mogelijke prioriteringsprocedure voor wensouders uit. Ik vertrouw erop dat de
beroepsgroepen, mede op basis van het voorliggende onderzoek, tot overeenstemming
komen over een eventuele herziening van de huidige praktijk, met behoud van zorgvuldigheid.
De onderzoekers zijn ook ingegaan op een ethisch verantwoorde vergoeding voor eiceldonoren.
Zij concluderen dat een vergoeding gebaseerd op een combinatie van het wage-payment
model (compensatie voor tijd en inzet op basis van loon voor ongeschoolde arbeid)
en het onkostenvergoedingsmodel het meest recht doet aan de geleverde inspanning en
het ervaren ongemak van eiceldonoren en transparantie biedt over de onderbouwing van
de vergoede kosten. Een dergelijke vergoedingssystematiek zou volgens de onderzoekers
neerkomen op een vergoeding van 300 euro, aangevuld met een vergoeding voor reiskosten,
eventuele kinderopvang en eigen risico op grond van de zorgverzekering. De huidige
vergoeding voor eiceldonoren (750 euro bij één eicelbank en 900 euro bij de twee andere
eicelbanken, plus een reiskostenvergoeding) past niet binnen deze kaders, aldus de
onderzoekers.
Ik onderschrijf de conclusie dat de vergoeding aan eiceldonoren op een transparante
manier onderbouwd moet zijn. De Embryowet stelt immers dat terbeschikkingstelling
van geslachtscellen slechts «om niet» kan worden gedaan, vanuit de overweging dat
de terbeschikkingstelling niet mag dienen tot het verkrijgen van financieel voordeel.
Mijn ambtsvoorganger heeft in een brief aan uw Kamer nader toegelicht hoe het principe
«om niet» moet worden uitgelegd.2 Het uitgangspunt van donatie «om niet» laat ruimte voor compensatie van donoren voor
diens, in verband met het beschikbaar komen van het materiaal, gedane uitgaven of
geleden verlies aan inkomen.
Volgens dit uitgangspunt worden inspanning en ongemak niet financieel gecompenseerd.
Hoewel hiervoor in de door de onderzoekers voorgestelde vergoeding niet tot nauwelijks
een bedrag is opgenomen, benadrukken zij wel dat de vergoeding een erkenning moet
zijn voor de inspanning en het ongemak. Dit element komt vaker terug in de ethische
en maatschappelijke discussie, soms met een concreet bedrag als tegemoetkoming voor
inspanning en ongemak. Ik constateer dat de overwegingen rond het compenseren van
de ervaren belasting voortkomen uit een zoektocht naar het vinden van een goede balans
tussen het verminderen van schaarste en het vermijden van oneigenlijke financiële
prikkels die de vrijwilligheid onder druk kunnen zetten. Desalniettemin biedt de door
de onderzoekers voorgestelde vergoedingssystematiek een transparante manier van compensatie,
die gemiddeld genomen de door eiceldonoren gemaakte kosten zou moeten dekken. Dit
komt mij dan ook redelijk voor.
Ik wil benadrukken dat het van belang is dat eicelbanken de vergoedingen goed onderbouwen
om voldoende transparantie te garanderen. Daarom zal ik de drie eicelbanken verzoeken
de door hen geboden vergoedingen te onderbouwen en indien aangewezen aan te passen,
mede gelet op de resultaten van het voorliggende onderzoek.
In het kader van de schaarste aan eicellen, zijn de onderzoekers ook ingegaan op het
vraagstuk van het werven van donoren. Zij menen dat het genereren van bredere bekendheid
en zichtbaarheid van eicel- en zaaddonatie en het tekort aan donoren kan helpen om
meer belangstelling voor donatie te genereren. Ik zal bezien hoe ik daaraan een bijdrage
kan leveren, met inachtneming van (Europese) regelgeving rond werving van donoren
en rond staatssteun.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge