Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201730486 nr. 13

30 486 Evaluatie Embryowet

Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 september 2016

De Embryowet vereist dat ik elke vijf jaar een evaluatierapport over de werking van de wet aan de Staten-Generaal zend. Het laatste evaluatierapport verscheen in 2012, wat betekent dat een volgend rapport in 2017 zou moeten verschijnen. Omdat alle voorgenomen wetswijzigingen naar aanleiding van de laatste evaluatie nog moeten worden ingediend, lijkt het mij zinvol de opdrachtverlening voor een volgende evaluatie uit te stellen.

Naar aanleiding van de evaluatie uit 2012 heb ik u in 2013 geïnformeerd over mijn voornemen om de wet op enkele punten te wijzigen (Kamerstuk 30 486, nr. 5). Met deze wijzigingen beoog ik lacunes in de regeling ten aanzien van mens-dier combinaties aan te vullen en om geslachtskeuze ter voorkoming van dragerschap van ernstige erfelijke geslachtsgebonden aandoeningen mogelijk te maken. Het voorstel tot wijziging van de Embryowet heeft op zich laten wachten, omdat ik ook aanvullend onderzoek had uitgezet naar het speciaal tot stand brengen van embryo’s voor onderzoek. Dat rapport ontving ik in 2015 en ik heb u daar eerder dit jaar mijn reactie op gestuurd (Kamerstuk 29 323, nr. 101). Zoals ik u in die brief toelichtte, wens ik onder voorwaarden enige ruimte te bieden aan het tot stand brengen van embryo’s voor onderzoek en ook daarvoor is een wetswijziging nodig. Op dit moment wacht ik op de advisering van de Raad van State over de door mij voorgestelde wetswijzigingen. Niet eerder dan dat ik deze advisering heb ontvangen, kan ik u het wetsvoorstel toesturen.

Ik verwacht dat het uitzetten van een nieuwe evaluatie op dit moment veel herhaling zal opleveren van de bevindingen uit de vorige evaluatie. Liever zou ik de werking van de gewijzigde wet laten evalueren. Het lijkt mij dan ook zinvoller de opdracht tot evaluatie later uit te zetten, namelijk een half jaar na inwerkingtreding van de gewijzigde Embryowet.

Ik ben dan ook voornemens het verlenen van de opdracht tot evaluatie uit te stellen, zodat de werking van de gewijzigde Embryowet geëvalueerd kan worden.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers